,Les 1: Inleiding
1 Het vak historiografie: opzet en reflectief uitgangspunt
Het vak historiografie is een zogenaamd metavak: het bestudeert niet de
geschiedenis zelf, maar de manier waarop mensen doorheen de eeuwen over het
verleden hebben nagedacht en geschreven. Het uitgangspunt van de cursus is
expliciet reflectief. Alle manieren waarop historici vandaag werken, van
bronnenkritiek tot het stellen van onderzoeksvragen en het schrijven van
wetenschappelijke teksten, zijn niet neutraal of universeel. Ze zijn historisch
bepaald: gevormd door een specifieke tijd, ruimte en culturele context, namelijk het
hedendaagse Europa en de westerse academische traditie.
Door te bestuderen hoe men in verschillende periodes en werelddelen heeft
nagedacht over het verleden, wordt duidelijk wat de eigenheid is van onze eigen
benadering. Wie enkel de westerse of Europese geschiedschrijving kent, beschouwt
die al snel als de norm. Historiografie als vak dwingt de student om die
vanzelfsprekendheid te doorbreken. Alle mensen zijn historisch bepaald: ook
toekomstige generaties zullen de geschiedenis op een andere manier bestuderen
dan wij dat nu doen.
Het vak behandelt historiografie van de oudheid tot het heden, met een globale
aanpak: niet enkel de Europese traditie, maar ook de Chinese, islamitische en
Amerikaanse tradities komen aan bod. De twee voornaamste inspiratiebronnen van
de cursus zijn de werken van Georg Iggers (1926-2017) en Daniel Woolf (geboren
1958), beiden specialisten in mondiale historiografiegeschiedenis.
2 Clio, muze van geschiedenis
Clio is in de Griekse mythologie de dochter van Zeus
en de muze van de geschiedschrijving. Ze wordt
traditioneel afgebeeld met een boekrol of schrijftablet.
Dit beeld is uitgegroeid tot een dominant symbool voor
de geschiedwetenschap in de westerse traditie. De
professor wijst er echter op dat dit symbool niet
probleemloos is: het is een relatief recent symbool en
sluit grote delen van de wereld uit die er weinig mee
kunnen verbinden. Het beeld is zelf een voorbeeld van
de culturele bepaaldheid van onze historische traditie.
2
,3 Terminologie: 'Geschiedenis' en 'Historiografie'
Het woord 'geschiedenis' heeft meerdere betekenissen, die zorgvuldig van elkaar
onderscheiden moeten worden.
Ten eerste kan het eenvoudigweg het verleden zelf betekenen, de werkelijkheid die
heeft plaatsgevonden en onherroepelijk voorbij is.
Ten tweede kan het de constructie van het verleden aanduiden. Het verleden valt
immers niet te reconstrueren zoals het werkelijk was; het kan alleen worden
benaderd via sporen die ervan zijn overgebleven. Elke poging om het verleden te
beschrijven is dus een reconstructie op basis van bronnen, geen directe weergave
van wat is gebeurd. Dit besef is fundamenteel voor de geschiedwetenschap.
Ten derde verwijst 'geschiedenis' naar de discipline zelf, de academische
wetenschap die wordt beoefend aan universiteiten.
Belangrijk is bovendien dat de betekenis van het begrip 'geschiedenis' niet vastligt.
Ze verschuift in de tijd en verschilt per regio. In China werd 'kennis van de
geschiedenis' traditioneel begrepen als het trouw doorgeven van wat in bronnen
staat, terwijl het bij bijvoorbeeld Herodotus eerder gaat om actief onderzoek doen.
Die linguistische verschuivingen en geografische verschillen zijn zelf een
onderwerp van studie binnen de historiografie.
Het woord 'historiografie' heeft eveneens twee onderscheiden betekenissen. In de
eerste, bredere betekenis is historiografie het geheel van alle geschiedenissen, het
corpus van alle geschiedkundige werken dat ooit is geproduceerd. Wanneer je voor
een paper de historiografie over de Russische Revolutie raadpleegt, bedoel je alle
werken die historici over dat onderwerp hebben geschreven.
In de tweede, engere betekenis is historiografie het metaniveau van de historische
praktijk: de studie van hoe historici in bepaalde periodes en in bepaalde contexten
hebben gewerkt. Historiografie in deze zin onderzoekt niet het verleden zelf, maar de
manier waarop dat verleden werd beschreven, geinterpreteerd en geconstrueerd.
4 Genres van geschiedschrijving en historische cultuur
De professor stelt de vraag waarom we 'geschiedschrijving' eng zouden opvatten als
enkel het schrijven van academische teksten. In feite zijn er veel bredere vormen
van omgaan met het verleden.
Mondelinge overdracht en herinneringen vormen een eerste categorie. Werken
zoals de Ilias en de Odyssee werden generaties lang mondeling doorgegeven
vooraleer ze werden opgeschreven.
3
, Visuele vormen van geschiedschrijving zijn eveneens relevant. In Latijns-Amerika
bestaan toonaangevende visuele weergaves van het verleden die niet in schriftvorm
zijn vastgelegd maar desondanks als historische uitingen gelden.
In engere zin verwijst geschiedschrijving naar wat aan universiteiten wordt beoefend:
de academische discipline. Dit is een heel specifieke en relatief recente invulling van
het begrip.
Al deze vormen samen vallen onder het brede concept van historische cultuur: het
geheel van manieren waarop een samenleving nadenkt over en omgaat met het
verleden. De professor haalt hierbij de uitspraak aan van de Amerikaanse
romanschrijver William Faulkner (1951): "The past isn't dead; it isn't even past."
Daarmee bedoelt Faulkner dat het verleden altijd aanwezig is en ons voortdurend
beinvloedt: in series als Peaky Blinders of Stranger Things, in memes, op sociale
media, en zeker ook in dramatische historische ervaringen zoals oorlogstrauma's die
nog generaties later doorwerken.
5 Het Westen versus de wereld: twee valkuilen
Bij de studie van historiografie duiken twee grote methodologische valkuilen op.
Valkuil 1: de reductie tot de Europese
geschiedschrijving. Lange tijd werd het Europese of
westerse model van geschiedschrijving als de standaard
beschouwd. Het probleem is dat dit model dan als
universeel en normatief wordt gepresenteerd, alsof andere
tradities er alleen maar op een minder geslaagde wijze in
slagen dit model te benaderen. Deze visie werd sterk
bekritiseerd door postkoloniale denkers, waaronder
Edward Said (1978, Orientalism), die aantonen dat het
Europese model niet universeel is maar zelf een historisch
en cultureel bepaald product.
Valkuil 2: de loutere nevenschikking. Als reactie op de Eurocentristische aanpak
zou men kunnen besluiten de Europese, Chinese, islamitische en andere tradities
gewoon naast elkaar te plaatsen. Maar ook dit is problematisch. Het negeert
namelijk dat deze tradities elkaar doorheen de geschiedenis wederzijds hebben
beinvloed via handelscontacten, oorlogen en culturele uitwisseling, zeker vanaf de
vroegmoderne periode. Bovendien verbergt zo'n aanpak de bestaande
machtsongelijkheden, zoals de impact van kolonisatie op de manier waarop
geschiedenis werd herschreven of onderdrukt.
4