BOEK: NIEUWS, DIVERSITEIT EN DEMOCRATIE
INLEIDING
Link tussen democratie, informatie en mediadiversiteit = eeuwenoud
➔ Milton (1644): relatie parlementaire besluitvorming, persvrijheid en vrije meningsuiting
Belang van divers aanbod aan info voor gezonde democratie
• Nieuwsdiversiteit = burgers in aanraking met veelheid aan denkbeelden die voor hen toegankelijk
worden gemaakt, zodat ze kans krijgen zich een gefundeerde mening te vormen over
maatschappelijke problemen, zonder ingekapseld te worden door één perspectief
Drie niveaus waarop relatie tss media en (info)diversiteit onderzocht kan worden
1) Productie
o Historisch nadruk van mediabeleid en onderzoek, uit angst voor mediaconcentratie (=
slechts één of beperkt aantal dominante spelers)
o Mediadiversiteit = mediapluralisme → verwijzen naar aantal mediakanalen en -bedrijven
2) Inhoud
3) Gebruik
Ontstaan informatiesamenleving vorige eeuw: digitale productietechnologie en internet => ruimer aanbod
aan infokanalen + gemakkelijkere toegang vd gebruiker
• Vraag: heeft dit aanbod ook geleid tot meer substantiële inhoudelijke diversiteit, en zo ja in welke
mate draagt deze diversiteit ook daadwerkelijk bij aan de werking van een gezonde democratie
o Analyse van productie, daadwerkelijke diversiteit vd inhoud & effectieve gebruik van nieuws
Mediadiversiteit of nieuwsdiversiteit: benoemen van diversiteit op niveau vd inhoud → 3 dimensies
1) Diversiteit aan onderwerpen
o = relevante feiten voor functioneren van democratische samenleving moeten aan bod
komen in nieuwsmedia
2) Opiniediversiteit
o = veelheid aan standpunten aan bod
3) Actordiversiteit
o = interesses en belangen van alle geledingen vd sl krijgen een stem
o Geeft goede benadering van opiniediversiteit
Diversiteit van nieuwsgebruik = publieksdiversiteit (zo genoemd in literatuur)
• Publieksdiversiteit = diversiteit vd daadwerkelijk gebruikte inhoud door publieksgroepen & individuen
• Regulatoren besteden steeds meer aandacht aan publieksdiversiteit
Veronderstelling dat meer inhoudsdiversiteit hoe dan ook leidt tot meer publieksdiversiteit mag dus niet
zomaar aangenomen worden
Paradox: tegelijk meer en minder diversiteit
HS 1: CONCENTREREN KUN JE LEREN. NIEUWSDIVERSITEIT ALS ECONOMISCHE PARADOX
Evolutie vd Vlaamse en internationale mediamarkten vd afgelopen decennia
• Nieuwe spelers: Google, sociale media
• Concentratie om voortbestaan vd Vlaamse nieuwsmerken te vrijwaren
1
, • Gevolg consument: gemakkelijker toegang tot nieuws maar vaker tot dezelfde bronnen
Vlaamse medialandschap in grotere mate door steeds minder spelers gedomineerd
• Vlaamse regulator voor de media (VRM, onafhankelijke mediawaakhond): ‘the big five’ = VRT, DPG
Media, Mediahuis, Roularta en Telenet
Evolutie nieuwsproductie en -consumptie:
• Door digitalisering vd productie en internetplatformen => meer mediadiversiteit
• Van klassiek medialandschap (tv, radio, krant) naar veelheid aan diensten en platformen
o Diverse vormen van nieuwsinhoud lezen/beluisteren/kijken en hergebruiken via meerdere
toestellen
• Internationale spelers (Google, Fb) => verschuiving in advertentiemarkt
CONCENTRATIE
= inkrimping aantal onafhankelijke spelers (bedrijven) door fusies, overnames en samenwerkingsverbanden
• Beschikbare aanbod aan mediaproducten wordt geconcentreerd bij steeds minder en steeds
machtigere bedrijven, die steeds groter deel vd markt bedienen
• Leidt tot verminderde concurrentie tss bedrijven & soms vermindering van diversiteit vh aanbod
Verschillende vormen van concentratie
• Samenwerkingsverband/joint-venture: 2 bestaande bedrijven werken naast hun eigen activiteiten
samen in een ander bedrijf (bv Streamz – DPG Media & Telenet)
• Overname van het ene, kleine bedrijf door het andere, grote bedrijf
• Fusie tussen twee bedrijven
o Kosten, baten en risico’s afwegen
o Toezicht van overheid: regulatoren die beslissen of bepaalde speler niet te dominant wordt
want kan leiden tot oneerlijke concurrentie of reduceren van concurrentie
▪ Bv reductie concurrentie: oligopolie = beperkt aantal spelers bedient de markt
• Vlaamse nieuwsvoorziening beschouwd als oligopolie
▪ Ergste geval: concentratie leidt tot monopolievorming = geen concurrentie in
bepaalde segmenten vd markt
Ingewikkelde institutionele structuur van BE => regulering van concurrentie is versnipperd
• Belgische Mededingingsautoriteit: fusies (geen verschil media- of andere bedrijven)
• Vlaamse Regulator voor de Media (VRM): concentratiebewegingen in mediasector toetsen aan
relevante BE en EU wetten & Vlaamse (media)decreten
Gevolgen van concentratie voor consument slechts beperkt merkbaar
• Lage kennis over concentratie + bewustzijn van concentratie in nieuws- en mediamerken beperkt
Bedrijfseconomische logica bij fusies (samensmelten van twee aparte bedrijven)
• Bezuinigen door afdelingen samen te voegen
• Bij mediabedrijven: minder eindredacteurs en journalisten = knippen en delen
o Minder mensen voeren hetzelfde werk goedkoper uit
• Werkingskosten drukken: gebouwen, software, distributie, nieuwsbronnen, journalistieke arbeid delen
• Bv Mediahuis ontstond uit fusie van 2 krantenbedrijven: Concentra en Corelio
• Bv DPG Media ontstond wanneer De Persgroep Publishing de enige aandeelhouder werd vd
Medialaan (Persgroep kreeg toestemming om 50% aandelen van Roularta op te kopen)
2
,MEER DAN NIEUWS
Mediabedrijven willen marktaandeel bestendigen of vergroten → gedreven door streven naar
markuitbreidingen en kostenreductie
• Concentratie kan bijdragen tot schaal-of synergievoordelen (economies of scale en economies of scope)
• Schaalvoordelen: productiekosten gedrukt door op grotere schaal te produceren
o Bv door overname van andere kranten kunnen kranten capaciteit van dezelfde personen
beter benutten → gemiddelde productiekostprijs per gedrukt exemplaar daalt
• Synergievoordelen: hetzelfde productieapparaat gebruikt om twee of meer van elkaar
verschillende producten te maken
o Bv persbedrijven bieden inhoud aan voor of via platformen (radio, internet, tv, podcast)
• Schaal- en synergievoordelen kan gepaard gaan met diversificatiestrategieën
o Diversificatie = mediabedrijf investeert in producten waarmee ze andere markten bedient
Bedrijf dat al dominant is, neemt bedrijven uit andere of verwante bedrijfstakken over
Richtingen van concentratie
• Horizontaal: bedrijf neemt rechtstreekse concurrent over
o Bv: fusie Corelio en Concentra → nu Mediahuis
• Verticaal: bedrijf neemt andere schakels van hetzelfde eindproduct over om kostenefficiënter te
werken
o Bv: tvzenders Play 4, 5, 6 en 7 in bezit van Telenet (dus maakt zelf tv)
• Diagonaal: bedrijf krijgt verschillende producten onder zijn hoede
o Bv: DPG Media is grootste mediabedrijf van Vlaanderen en bezit kranten, weekbladen, tv,
radiozenders en mobiele operatoren
NEOLIBERALISME, DEREGULERING EN GAFA
Concentratie is eigen aan marktvorming en bedrijfsvoering in elke sector, ook mediasector
• Liberalisering en privatiseringen vd communicatiemarkten in jaren 1970 & 1980 = deregulering
• Deregulering = neoliberaal concept dat gepromoot wordt door centrum- en centrumrechtse
politieke partijen die dan dominant zijn in grote delen vd westerse wereld
o Neoliberalisme: macht vd vrije markt staat centraal
• Deregulering moet suggereren dat (communicatie)markt bevrijd werd van overbodige regels en
overheidsinmenging
Deregulering: privatiseren & liberaliseren
• Privatiseren = overheidsdiensten aan private sector verkocht
o Doel: openen van de markt voor concurrentie
o Bv invoering concurrentie in mobiele telefoonmarkt en aanbieden van internet (Telenet)
Technologische vernieuwingen door openen van communicatiemarkt
• Via brede verspreiding van het internet
• Opkomst apps & sociale media → andere benadering van traditionele mediadragers (kranten, tv)
noodzakelijk
• Nieuwe vormen van media-inhoud (podcast, instagrampost, TikTok,…)
• Mediaconsumptie en -productie hertekend door digitalisering
Vier grote Amerikaanse internetmastodonten ontstaan door concentratiebewegingen: GAFA
• GAFA = Google, Amazon, Facebook, Apple
• Google & Fb oogsten gebruikersdata om bedrijven gerichter te laten adverteren
3
, o Zo inkomsten traditionele mediabedrijven afromen
Verdienmodel traditionele bedrijven gewrongen
o Traditionele mediadragers minder populair
▪ Minder kijk- en leescijfers => minder advertentie-inkomsten
o Bedrijven geven meer geld uit aan advertenties maar inkomsten in grotere mate naar
Google en Facebook
▪ Mediabedrijven verdienen reclame-inkomsten niet voldoende terug
▪ BE: frontvorming van concurrerende BE mediabedrijven: gebruikersgegevens actiever
uitwisselen binnen eigen landsgrenzen om aanbieden van gepersonaliseerde ads te
vergemakkelijken
VLAAMSE MASTODONTEN
Paradox: Vlaamse mediabedrijven < Amerikaanse overmacht, maar expansief op eigen markt
• Vlaamse media-industrie strategie van marktuitbreiding en kostenreductie (onder druk van
concurrentie)
o Bv Vlaamse bedrijven kochten lucratieve delen van andere Europese mediamarkten
o Bv DPG Media en Mediahuis actief in verschillende landen
• Door grotere macht van minder bedrijven overleven slechts de allergrootsten
o Bv tv-vlak: DPG Media: VTM 2,3,4 SBS Belgium (Telenet, tak van Amerikaanse Liberty Global): Play
o Bv nieuwsvlak: HLN > VTM nieuws website
Oligopolistische structuur Vlaamse mediamarkt => kleine spelers geen kans bv media.21
• Media.21 = koepelorganisatie van online-only Vlaamse nieuwsmedia zonder traditionele drager
o Aanklacht: dominantie oude media & federale regering want steunmaatregelen voor
mediabedrijven
o Steunmaatregelen maken eerlijke concurrentie onmogelijk volgens media.21
▪ Bv btw-tarief van 0% op verkoop gedrukte kranten, pas recent ook vr digitale kranten
▪ Bpost elke jaar toelage om kranten te verdelen bij abonnees in andere landen
dragen mediabedrijven zelf die kost
o Dus onrechtstreekse voorkeursmaatregel volgens media.21 waarvan digitale media niet
kunnen profiteren
Mediabedrijven (in binnen- en buitenland) zoeken duurzaam verdienmodel
Voorbeelden buitenlandse titels in Vlaamse handen
• DPG Media in NL (Algemeen Dagblad, de Volkskrant, nu.nl, libelle) en in Denemarken
• Mediahuis in NL (De Telegraaf, Metro), in Luxemburg en in Ierland
CONCLUSIE
• Vlaamse mediamarkt veranderd qua aantal bedrijven, aard ervan, onderliggende structuren en
(invulling van) nieuws-en mediamerken die ze aanbieden
• Door liberalisering vd communicatiemarkten in 1970 en 80
• Uitbreiding & versnippering beschikbare media-aanbod door internet, smartphones & sociale media
• Google en Facebook happen uit digitale advertentie-inkomsten → internationalisering vd industrie
• Vlaamse mediabeleid:
o Cultureel-politiek mediabeleid wil meer diversiteit
o Industrieel beleid: economische motieven vooropgesteld (nl groei van Vlaamse media-
industrie)
o Beleid gericht op consolideren van eigen industrie: Vlaamse mediabedrijven streven naar
marktuitbreiding en kostenreductie
• Internationale concentratie (bv Telenet deel van internationale groep) + uitbreiden in andere landen
4
INLEIDING
Link tussen democratie, informatie en mediadiversiteit = eeuwenoud
➔ Milton (1644): relatie parlementaire besluitvorming, persvrijheid en vrije meningsuiting
Belang van divers aanbod aan info voor gezonde democratie
• Nieuwsdiversiteit = burgers in aanraking met veelheid aan denkbeelden die voor hen toegankelijk
worden gemaakt, zodat ze kans krijgen zich een gefundeerde mening te vormen over
maatschappelijke problemen, zonder ingekapseld te worden door één perspectief
Drie niveaus waarop relatie tss media en (info)diversiteit onderzocht kan worden
1) Productie
o Historisch nadruk van mediabeleid en onderzoek, uit angst voor mediaconcentratie (=
slechts één of beperkt aantal dominante spelers)
o Mediadiversiteit = mediapluralisme → verwijzen naar aantal mediakanalen en -bedrijven
2) Inhoud
3) Gebruik
Ontstaan informatiesamenleving vorige eeuw: digitale productietechnologie en internet => ruimer aanbod
aan infokanalen + gemakkelijkere toegang vd gebruiker
• Vraag: heeft dit aanbod ook geleid tot meer substantiële inhoudelijke diversiteit, en zo ja in welke
mate draagt deze diversiteit ook daadwerkelijk bij aan de werking van een gezonde democratie
o Analyse van productie, daadwerkelijke diversiteit vd inhoud & effectieve gebruik van nieuws
Mediadiversiteit of nieuwsdiversiteit: benoemen van diversiteit op niveau vd inhoud → 3 dimensies
1) Diversiteit aan onderwerpen
o = relevante feiten voor functioneren van democratische samenleving moeten aan bod
komen in nieuwsmedia
2) Opiniediversiteit
o = veelheid aan standpunten aan bod
3) Actordiversiteit
o = interesses en belangen van alle geledingen vd sl krijgen een stem
o Geeft goede benadering van opiniediversiteit
Diversiteit van nieuwsgebruik = publieksdiversiteit (zo genoemd in literatuur)
• Publieksdiversiteit = diversiteit vd daadwerkelijk gebruikte inhoud door publieksgroepen & individuen
• Regulatoren besteden steeds meer aandacht aan publieksdiversiteit
Veronderstelling dat meer inhoudsdiversiteit hoe dan ook leidt tot meer publieksdiversiteit mag dus niet
zomaar aangenomen worden
Paradox: tegelijk meer en minder diversiteit
HS 1: CONCENTREREN KUN JE LEREN. NIEUWSDIVERSITEIT ALS ECONOMISCHE PARADOX
Evolutie vd Vlaamse en internationale mediamarkten vd afgelopen decennia
• Nieuwe spelers: Google, sociale media
• Concentratie om voortbestaan vd Vlaamse nieuwsmerken te vrijwaren
1
, • Gevolg consument: gemakkelijker toegang tot nieuws maar vaker tot dezelfde bronnen
Vlaamse medialandschap in grotere mate door steeds minder spelers gedomineerd
• Vlaamse regulator voor de media (VRM, onafhankelijke mediawaakhond): ‘the big five’ = VRT, DPG
Media, Mediahuis, Roularta en Telenet
Evolutie nieuwsproductie en -consumptie:
• Door digitalisering vd productie en internetplatformen => meer mediadiversiteit
• Van klassiek medialandschap (tv, radio, krant) naar veelheid aan diensten en platformen
o Diverse vormen van nieuwsinhoud lezen/beluisteren/kijken en hergebruiken via meerdere
toestellen
• Internationale spelers (Google, Fb) => verschuiving in advertentiemarkt
CONCENTRATIE
= inkrimping aantal onafhankelijke spelers (bedrijven) door fusies, overnames en samenwerkingsverbanden
• Beschikbare aanbod aan mediaproducten wordt geconcentreerd bij steeds minder en steeds
machtigere bedrijven, die steeds groter deel vd markt bedienen
• Leidt tot verminderde concurrentie tss bedrijven & soms vermindering van diversiteit vh aanbod
Verschillende vormen van concentratie
• Samenwerkingsverband/joint-venture: 2 bestaande bedrijven werken naast hun eigen activiteiten
samen in een ander bedrijf (bv Streamz – DPG Media & Telenet)
• Overname van het ene, kleine bedrijf door het andere, grote bedrijf
• Fusie tussen twee bedrijven
o Kosten, baten en risico’s afwegen
o Toezicht van overheid: regulatoren die beslissen of bepaalde speler niet te dominant wordt
want kan leiden tot oneerlijke concurrentie of reduceren van concurrentie
▪ Bv reductie concurrentie: oligopolie = beperkt aantal spelers bedient de markt
• Vlaamse nieuwsvoorziening beschouwd als oligopolie
▪ Ergste geval: concentratie leidt tot monopolievorming = geen concurrentie in
bepaalde segmenten vd markt
Ingewikkelde institutionele structuur van BE => regulering van concurrentie is versnipperd
• Belgische Mededingingsautoriteit: fusies (geen verschil media- of andere bedrijven)
• Vlaamse Regulator voor de Media (VRM): concentratiebewegingen in mediasector toetsen aan
relevante BE en EU wetten & Vlaamse (media)decreten
Gevolgen van concentratie voor consument slechts beperkt merkbaar
• Lage kennis over concentratie + bewustzijn van concentratie in nieuws- en mediamerken beperkt
Bedrijfseconomische logica bij fusies (samensmelten van twee aparte bedrijven)
• Bezuinigen door afdelingen samen te voegen
• Bij mediabedrijven: minder eindredacteurs en journalisten = knippen en delen
o Minder mensen voeren hetzelfde werk goedkoper uit
• Werkingskosten drukken: gebouwen, software, distributie, nieuwsbronnen, journalistieke arbeid delen
• Bv Mediahuis ontstond uit fusie van 2 krantenbedrijven: Concentra en Corelio
• Bv DPG Media ontstond wanneer De Persgroep Publishing de enige aandeelhouder werd vd
Medialaan (Persgroep kreeg toestemming om 50% aandelen van Roularta op te kopen)
2
,MEER DAN NIEUWS
Mediabedrijven willen marktaandeel bestendigen of vergroten → gedreven door streven naar
markuitbreidingen en kostenreductie
• Concentratie kan bijdragen tot schaal-of synergievoordelen (economies of scale en economies of scope)
• Schaalvoordelen: productiekosten gedrukt door op grotere schaal te produceren
o Bv door overname van andere kranten kunnen kranten capaciteit van dezelfde personen
beter benutten → gemiddelde productiekostprijs per gedrukt exemplaar daalt
• Synergievoordelen: hetzelfde productieapparaat gebruikt om twee of meer van elkaar
verschillende producten te maken
o Bv persbedrijven bieden inhoud aan voor of via platformen (radio, internet, tv, podcast)
• Schaal- en synergievoordelen kan gepaard gaan met diversificatiestrategieën
o Diversificatie = mediabedrijf investeert in producten waarmee ze andere markten bedient
Bedrijf dat al dominant is, neemt bedrijven uit andere of verwante bedrijfstakken over
Richtingen van concentratie
• Horizontaal: bedrijf neemt rechtstreekse concurrent over
o Bv: fusie Corelio en Concentra → nu Mediahuis
• Verticaal: bedrijf neemt andere schakels van hetzelfde eindproduct over om kostenefficiënter te
werken
o Bv: tvzenders Play 4, 5, 6 en 7 in bezit van Telenet (dus maakt zelf tv)
• Diagonaal: bedrijf krijgt verschillende producten onder zijn hoede
o Bv: DPG Media is grootste mediabedrijf van Vlaanderen en bezit kranten, weekbladen, tv,
radiozenders en mobiele operatoren
NEOLIBERALISME, DEREGULERING EN GAFA
Concentratie is eigen aan marktvorming en bedrijfsvoering in elke sector, ook mediasector
• Liberalisering en privatiseringen vd communicatiemarkten in jaren 1970 & 1980 = deregulering
• Deregulering = neoliberaal concept dat gepromoot wordt door centrum- en centrumrechtse
politieke partijen die dan dominant zijn in grote delen vd westerse wereld
o Neoliberalisme: macht vd vrije markt staat centraal
• Deregulering moet suggereren dat (communicatie)markt bevrijd werd van overbodige regels en
overheidsinmenging
Deregulering: privatiseren & liberaliseren
• Privatiseren = overheidsdiensten aan private sector verkocht
o Doel: openen van de markt voor concurrentie
o Bv invoering concurrentie in mobiele telefoonmarkt en aanbieden van internet (Telenet)
Technologische vernieuwingen door openen van communicatiemarkt
• Via brede verspreiding van het internet
• Opkomst apps & sociale media → andere benadering van traditionele mediadragers (kranten, tv)
noodzakelijk
• Nieuwe vormen van media-inhoud (podcast, instagrampost, TikTok,…)
• Mediaconsumptie en -productie hertekend door digitalisering
Vier grote Amerikaanse internetmastodonten ontstaan door concentratiebewegingen: GAFA
• GAFA = Google, Amazon, Facebook, Apple
• Google & Fb oogsten gebruikersdata om bedrijven gerichter te laten adverteren
3
, o Zo inkomsten traditionele mediabedrijven afromen
Verdienmodel traditionele bedrijven gewrongen
o Traditionele mediadragers minder populair
▪ Minder kijk- en leescijfers => minder advertentie-inkomsten
o Bedrijven geven meer geld uit aan advertenties maar inkomsten in grotere mate naar
Google en Facebook
▪ Mediabedrijven verdienen reclame-inkomsten niet voldoende terug
▪ BE: frontvorming van concurrerende BE mediabedrijven: gebruikersgegevens actiever
uitwisselen binnen eigen landsgrenzen om aanbieden van gepersonaliseerde ads te
vergemakkelijken
VLAAMSE MASTODONTEN
Paradox: Vlaamse mediabedrijven < Amerikaanse overmacht, maar expansief op eigen markt
• Vlaamse media-industrie strategie van marktuitbreiding en kostenreductie (onder druk van
concurrentie)
o Bv Vlaamse bedrijven kochten lucratieve delen van andere Europese mediamarkten
o Bv DPG Media en Mediahuis actief in verschillende landen
• Door grotere macht van minder bedrijven overleven slechts de allergrootsten
o Bv tv-vlak: DPG Media: VTM 2,3,4 SBS Belgium (Telenet, tak van Amerikaanse Liberty Global): Play
o Bv nieuwsvlak: HLN > VTM nieuws website
Oligopolistische structuur Vlaamse mediamarkt => kleine spelers geen kans bv media.21
• Media.21 = koepelorganisatie van online-only Vlaamse nieuwsmedia zonder traditionele drager
o Aanklacht: dominantie oude media & federale regering want steunmaatregelen voor
mediabedrijven
o Steunmaatregelen maken eerlijke concurrentie onmogelijk volgens media.21
▪ Bv btw-tarief van 0% op verkoop gedrukte kranten, pas recent ook vr digitale kranten
▪ Bpost elke jaar toelage om kranten te verdelen bij abonnees in andere landen
dragen mediabedrijven zelf die kost
o Dus onrechtstreekse voorkeursmaatregel volgens media.21 waarvan digitale media niet
kunnen profiteren
Mediabedrijven (in binnen- en buitenland) zoeken duurzaam verdienmodel
Voorbeelden buitenlandse titels in Vlaamse handen
• DPG Media in NL (Algemeen Dagblad, de Volkskrant, nu.nl, libelle) en in Denemarken
• Mediahuis in NL (De Telegraaf, Metro), in Luxemburg en in Ierland
CONCLUSIE
• Vlaamse mediamarkt veranderd qua aantal bedrijven, aard ervan, onderliggende structuren en
(invulling van) nieuws-en mediamerken die ze aanbieden
• Door liberalisering vd communicatiemarkten in 1970 en 80
• Uitbreiding & versnippering beschikbare media-aanbod door internet, smartphones & sociale media
• Google en Facebook happen uit digitale advertentie-inkomsten → internationalisering vd industrie
• Vlaamse mediabeleid:
o Cultureel-politiek mediabeleid wil meer diversiteit
o Industrieel beleid: economische motieven vooropgesteld (nl groei van Vlaamse media-
industrie)
o Beleid gericht op consolideren van eigen industrie: Vlaamse mediabedrijven streven naar
marktuitbreiding en kostenreductie
• Internationale concentratie (bv Telenet deel van internationale groep) + uitbreiden in andere landen
4