Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting - Bestuursrecht voor criminologen week 1 t/m 5 (Boek: T. Barkhuysen e.a., Bestuursrecht in het Awb-tijdperk, Deventer: Kluwer, 2024 tiende druk)

Puntuación
-
Vendido
2
Páginas
62
Subido en
28-05-2026
Escrito en
2025/2026

Deze samenvatting van Bestuursrecht voor criminologen is gebaseerd op de stof van week 1 tot en met week 5. Daarin zijn de hoorcolleges, het boek en de reader verwerkt tot één logisch geheel. Zo kun je de eerste vijf weken studeren zonder steeds te wisselen tussen losse documenten. De samenvatting is per week opgebouwd en volgt de inhoudelijke lijn van het vak: eerst de basis van het bestuursrecht, daarna de kernbegrippen van de Awb, vervolgens toezicht, handhaving en grondrechten, daarna handhavingsinstrumenten en de abbb’s en tot slot openbare orde en burgemeestersbevoegdheden. Er is gekozen voor een duidelijke studie-opmaak met korte definities, puntsgewijze overzichten, voorbeelden, pijltjes en tentamenrelevante nuances. De nadruk ligt op de belangrijkste begrippen, onderscheidingen en toetsingskaders, zoals bestuursorganen, besluiten, belanghebbenden, toezicht, bestuurlijke sancties, evenredigheid, openbare orde, noodbevoegdheden, gebiedsverboden, sluitingsbevoegdheden en demonstraties. Niet alle readeronderdelen zijn even uitgebreid samengevat. Sommige readerteksten bevatten vooral achtergrond of herhaling van bestaande leerpunten. Die stof is daarom alleen verwerkt wanneer zij een zelfstandig begrip, onderscheid, toepassing of tentamenrelevante nuance toevoegt. De jurisprudentie uit de reader is wel opgenomen waar die relevant is voor de stof. Achterin de samenvatting staat daarnaast een overzicht van de belangrijkste wetsartikelen voor week 1 tot en met week 5.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

1

,Inhoudsopgave

Week 1: Inleiding tot het bestuursrecht............................................................................... 4
1.1 Ontwikkeling van het bestuursrecht........................................................................ 5
1.2 De Awb, bijzondere wetten en regelstructuur......................................................... 6
1.3 Grenzen aan bestuursmacht..................................................................................... 8
1.4 Bestuursbevoegdheden.......................................................................................... 10
1.4.1 Attributie, delegatie en mandaat........................................................................ 11
1.5 Bestuursrecht voor criminologen...........................................................................12

Week 2: De drie kernbegrippen van het bestuursrecht.................................................... 13
2.1 Bestuursorganen......................................................................................................13
2.2 Besluit....................................................................................................................... 15
2.3 Soorten besluiten..................................................................................................... 18
2.4 Belanghebbende...................................................................................................... 20

Week 3: Toezicht en grondrechten..................................................................................... 23
3.1 Bestuursrechtelijke handhaving en strafrecht...................................................... 23
3.1.1 Woningsluiting: spanning tussen bestuursrecht en strafrecht........................... 24
3.2 Toezicht op naleving................................................................................................ 25
3.2.1 Bevoegdheden van toezichthouders................................................................. 26
3.2.2 Medewerkingsplicht en sanctionering............................................................... 27
3.3 Begrenzing van toezicht.......................................................................................... 27
3.4 Grondrechten, EVRM en beperkingssystematiek................................................. 29
3.4.1 Beperking van grondrechten in de Grondwet....................................................30
3.4.2 Beperking van grondrechten in het EVRM........................................................ 31
3.5 Risicoprofilering.......................................................................................................32

Week 4: Handhavingsinstrumenten en abbb's..................................................................34
4.1 Bestuurlijke sancties............................................................................................... 34
4.1.1 Last onder bestuursdwang................................................................................ 35
4.1.2 Last onder dwangsom....................................................................................... 37
4.1.3 Bestuurlijke boete..............................................................................................39
4.1.4 Overige bestuurlijke sancties............................................................................ 40
4.2 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur.......................................................41
4.3 Belangrijke abbb’s................................................................................................... 42
4.3.1 Verbod van vooringenomenheid........................................................................42
4.3.2 Zorgvuldigheidsbeginsel....................................................................................42
4.3.3 Motiveringsbeginsel...........................................................................................43
4.3.4 Vertrouwensbeginsel......................................................................................... 44
4.3.5 Gelijkheidsbeginsel........................................................................................... 44
4.3.6 Rechtszekerheidsbeginsel................................................................................ 45
4.3.7 Verbod van détournement de pouvoir............................................................... 45



2

, 4.3.8 Specialiteitsbeginsel..........................................................................................46
4.3.9 Evenredigheidsbeginsel.................................................................................... 46

Week 5: Openbare orde en burgemeestersbevoegdheden..............................................47
5.1 De burgemeester als openbare-ordeautoriteit...................................................... 48
5.2 Bevoegdheden in de openbare ruimte................................................................... 50
5.2.1 Licht bevel, noodbevel en noodverordening......................................................50
5.2.2 Gebiedsverboden en veiligheidsrisicogebieden................................................ 52
5.2.3 Online openbare orde en online gebiedsverboden........................................... 53
5.3 Sluitingsbevoegdheden en woonoverlast............................................................. 55
5.4 Demonstraties en openbare orde........................................................................... 57
5.5 Bestraffende burgemeester.....................................................................................59

Wetsartikelen per week........................................................................................................60
Week 1....................................................................................................................... 60
Week 2....................................................................................................................... 60
Week 3....................................................................................................................... 60
Week 4....................................................................................................................... 61
Week 5....................................................................................................................... 61




3

,Week 1: Inleiding tot het bestuursrecht
Bestuursrecht kom je tegen zodra de overheid iets doet dat invloed heeft op het dagelijks
leven van burgers. Dat kan gaan om zichtbare veiligheidsmaatregelen, zoals het sluiten van
een drugspand, maar ook om minder opvallende besluiten, zoals een vergunning, subsidie,
uitkering of boete. In al die situaties handelt de overheid niet als gewone burger, maar als
bestuur: zij voert publieke taken uit en neemt beslissingen in het algemeen belang.

Omdat zulke beslissingen direct kunnen doorwerken in de positie van burgers, bedrijven,
stichtingen en verenigingen, is bestuursrecht nodig om dat overheidshandelen te regelen.
Het bestuur moet kunnen optreden om orde, veiligheid, voorzieningen en publieke belangen
te beschermen, maar mag die macht niet onbeperkt gebruiken.
↳ Bestuursrecht = het rechtsgebied dat regels geeft voor de verhouding tussen
bestuursorganen en burgers of andere belanghebbenden, vooral wanneer het
bestuur handelt op basis van publiekrechtelijke bevoegdheden.

Het bijzondere aan die verhouding is dat de overheid soms eenzijdig iemands rechtspositie
kan bepalen. Een burger hoeft daar dus niet mee in te stemmen
↳ Eenzijdige rechtshandeling = een juridische handeling waarbij het bestuur
zonder instemming van de burger rechten of plichten kan vaststellen, wijzigen of
beëindigen.
○​ vb: vergunning weigeren, pand sluiten, bestuurlijke boete opleggen of
subsidie toekennen.

Juist omdat het bestuur zulke beslissingen eenzijdig kan nemen, heeft het bestuursrecht een
dubbele taak. Aan de ene kant moet het bestuur genoeg bevoegdheden krijgen om publieke
taken effectief uit te voeren. Aan de andere kant moet worden voorkomen dat die
bevoegdheden willekeurig of te ingrijpend worden gebruikt. Daarom draait het bestuursrecht
om de balans tussen bestuurlijke daadkracht en rechtsbescherming. Die balans komt terug
in drie samenhangende functies:
●​ Instrumentele functie: bestuursrecht geeft het bestuur bevoegdheden om publieke
taken uit te voeren.
●​ Normerende functie: bestuursrecht stelt grenzen aan de manier waarop het bestuur
die bevoegdheden gebruikt.
●​ Waarborgfunctie: burgers krijgen bescherming tegen bestuurshandelen, bv via
bezwaar en beroep.
Dit wordt ook wel samengevat als recht van, voor en tegen het bestuur: van het bestuur
omdat het bevoegdheden geeft, voor het bestuur omdat het regels geeft voor
bestuurshandelen, en tegen het bestuur omdat burgers zich tegen besluiten kunnen
verweren.
→ Bestuursrecht gaat dus niet alleen over wat de overheid mag doen, maar vooral over hoe
overheidsmacht juridisch mogelijk wordt gemaakt én begrensd.

Die juridische begrenzing hangt samen met de manier waarop de staat is ingericht.
Bestuursrecht staat namelijk niet los van de verdeling van macht binnen de overheid. Om te
begrijpen waarom het bestuur bevoegdheden nodig heeft én waarom die bevoegdheden
gecontroleerd moeten worden, is de trias politica belangrijk.



4

,Binnen die machtenscheiding hoort besturen bij de uitvoerende macht:
●​ De wetgever maakt regels en kent bevoegdheden toe.
●​ Het bestuur voert die regels uit en gebruikt de bevoegdheden die het heeft gekregen.
●​ De rechter controleert vervolgens of het bestuur binnen de grenzen van het recht is
gebleven.
Daardoor is besturen nooit puur juridisch en ook nooit puur politiek. Het bestuur maakt
beleidsmatige keuzes over hoe publieke belangen worden beschermd, maar moet die
keuzes wel maken binnen wettelijke bevoegdheden en juridische normen.

Dit verklaart ook het verschil tussen staatsrecht en bestuursrecht. Beide rechtsgebieden
gaan over de overheid, maar ze leggen de nadruk op iets anders.
●​ Staatsrecht = regels over de inrichting van de staat en de organisatie van
overheidsorganen.
●​ Bestuursrecht = regels over de uitoefening van bestuursbevoegdheden tegenover
burgers en belanghebbenden.
→ Staatsrecht laat vooral zien hoe de overheid is georganiseerd; bestuursrecht laat zien hoe
de overheid handelt.

Deze basis is belangrijk, omdat de rol van het bestuur in de loop van de tijd steeds groter is
geworden. Daardoor is ook het bestuursrecht uitgegroeid tot een breed rechtsgebied met
veel verschillende taken, bevoegdheden en waarborgen.

1.1 Ontwikkeling van het bestuursrecht
Om te begrijpen waarom bestuursrecht zo breed is, moet je kijken naar de veranderende rol
van de overheid. Bestuursrecht groeit namelijk mee met wat de overheid doet. Hoe meer
taken de overheid op zich neemt, hoe meer regels er nodig zijn om te bepalen welke
bevoegdheden het bestuur heeft, hoe die bevoegdheden mogen worden gebruikt en hoe
burgers daartegen beschermd worden. De ontwikkeling van het bestuursrecht kan daarom
worden begrepen aan de hand van drie fasen:

1.​ Nachtwakersstaat = een staat waarin de overheid zich vooral beperkt tot klassieke
taken zoals ordehandhaving, veiligheid en belastingheffing.
●​ In deze fase had de overheid een relatief beperkte rol. De overheid moest
vooral zorgen voor rust, bescherming en basisorde, maar bemoeide zich
verder minder actief met het dagelijks leven van burgers.
●​ Voor het bestuursrecht betekende dit dat de nadruk vooral lag op openbare
orde en veiligheid. De overheid had bevoegdheden nodig om op te treden
wanneer de orde werd verstoord, maar zij had nog niet de brede verzorgende
en regulerende taak die later zou ontstaan.

2.​ Verzorgingsstaat = een staat waarin de overheid actief zorgt voor sociale
voorzieningen, bestaanszekerheid en ondersteuning van burgers.
●​ Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de overheid een grotere rol in het
sociale leven van burgers. De gedachte was dat burgers pas echt vrij en
volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving als zij niet in armoede
leven en toegang hebben tot basisvoorzieningen.




5

, ●​ Daardoor werd bestuursrecht veel breder. Het ging niet meer alleen om
ordehandhaving, maar ook om uitkeringen, subsidies, vergunningen en
voorzieningen. Het bestuur werd dus niet alleen een bewaker van orde, maar
ook een actor die de samenleving actief ondersteunt en organiseert.

3.​ Regulerende overheid = een overheid die maatschappelijke en economische
activiteiten ordent door regels, vergunningen, toezicht en voorwaarden.
●​ In de moderne staat houdt de overheid zich daarnaast steeds meer bezig met
het reguleren van markten, publieke diensten en maatschappelijke
sectoren. De overheid bepaalt dan niet alleen wat burgers wel of niet mogen,
maar stelt ook voorwaarden aan activiteiten die publieke belangen kunnen
raken.
●​ Deze fase maakt duidelijk waarom bestuursrecht zo omvangrijk is geworden.
De overheid is actief op veel verschillende terreinen, waardoor ook veel
verschillende bestuursrechtelijke regels zijn ontstaan. Dat maakte
bestuursrecht belangrijker, maar ook ingewikkelder.

Naarmate de overheid meer taken kreeg, groeide ook de behoefte aan algemene regels die
bestuursoptreden overzichtelijker, uniformer en controleerbaarder maken, omdat al die
overheidstaken tot die tijd in verschillende wetten en regelingen werden uitgewerkt. Die
behoefte leidde uiteindelijk tot de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

1.2 De Awb, bijzondere wetten en regelstructuur
De groei van overheidstaken maakte bestuursrecht steeds omvangrijker. Omdat al die taken
op verschillende terreinen werden uitgewerkt, ontstonden veel afzonderlijke wetten en
regelingen. Daardoor werd het belangrijk om algemene regels te hebben die voor het
bestuursrecht als geheel gelden. Die algemene basis is de Awb.

De Awb bevat dus niet alle bestuursrechtelijke regels, maar geeft algemene regels die op
veel bestuursrechtelijke situaties van toepassing zijn. Het gaat vooral om onderwerpen die
steeds terugkomen wanneer de overheid besluiten neemt of optreedt tegenover burgers.
●​ vb: regels over besluiten, termijnen, bezwaar, beroep, handhaving en de verhouding
tussen burgers en bestuursorganen.

De Awb heeft vooral als doel om het bestuursrecht meer eenheid en structuur te geven.
Zonder algemene wet zou elke bijzondere regeling eigen procedures, begrippen en
termijnen moeten gebruiken. Dat zou het bestuursrecht onoverzichtelijk maken en het voor
burgers moeilijker maken om te weten waar zij aan toe zijn.
De Awb heeft dus vier belangrijke doelen:
●​ eenheid brengen binnen bestuursrechtelijke wetgeving;
●​ bestuursrecht systematiseren en vereenvoudigen;
●​ ontwikkelingen uit de rechtspraak vastleggen in wetgeving;
●​ algemene regels geven voor onderwerpen die niet handig per bijzondere wet
geregeld kunnen worden.

De Awb is een aanbouwwet, omdat zij niet in één keer volledig tot stand is gekomen. De
wet is stap voor stap opgebouwd en kan worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen.


6

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
H1, h2, h5, h7, h3 (deels), h4 (deels), h6, h8 (tot 8.4) & h12 + reader
Subido en
28 de mayo de 2026
Archivo actualizado en
31 de mayo de 2026
Número de páginas
62
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$8.80
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF


Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
taraversteeg Universiteit Leiden
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
37
Miembro desde
5 meses
Número de seguidores
1
Documentos
8
Última venta
6 días hace
Criminologie samenvattingen voor Leidse studenten

Hoi! Ik ben Tara, 21 jaar, en eerstejaars criminologiestudent aan de Universiteit Leiden. Ik maak mijn samenvattingen eigenlijk gewoon voor mezelf, maar omdat ik tot nu toe voor al mijn vakken een 7 of hoger heb gehaald (sorry niet om te flexen), deel ik ze ook graag met andere studenten die wat extra overzicht kunnen gebruiken. Mijn samenvattingen zijn niet alleen compact (in vergelijking met het boek), maar leggen de stof ook op een duidelijke manier uit: met de belangrijkste begrippen, theorieën, verbanden en context, zodat je niet alleen uit je hoofd leert maar de stof ook echt beter snapt.

Lee mas Leer menos
4.7

6 reseñas

5
4
4
2
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes