INTERNATIONAAL ONDERNEMEN
Jill Jagt
Examenperiode: Juni 2026
Leerstof + oefeningen
,
,Hoofdstuk 1: Internationale handel
= P15-37 HB (HB is noodzakelijk!)
1.1. Praktijkvoorbeeld: Apple TV 4K
• Aankoop door verdeler van Apple uit Oostende: 10 000 toestellen
Apple TV’s bij Apple Taiwan
• 15 000 kg – vervoer in 20 voet reefer container (Het weegt veel dus
moet in een container)
• Verkoopsvoorwaarde: CIF Zeebrugge
• Vervoer:
– Vrachtwagen naar Keelung Port (Taiwan)
– Zeeschip Keelung Port tot Zeebrugge
– Vrachtwagen Zeebrugge tot Oostende
• Betaling: 1 000 000 USD met documentair krediet
CIF = Cost, Insurance and Freight
= De verkoper betaalt:
Kosten van de goederen
Verzekering
Vracht tot de afgesproken haven
Belangrijk:
Risico gaat over zodra de goederen op het schip zijn geladen
Verkoper betaalt transport, maar koper draagt risico tijdens zeereis
Kort:
CIF = verkoper betaalt kosten goederen, vervoer en verzekering tot
bestemmingshaven.
, Incoterms zijn internationale handelsregels die bepalen wie bij
internationale handel verantwoordelijk is voor:
Transport, kosten, verzekering, risico
Ze leggen vast:
Wie betaalt wat, en wanneer gaat het risico over van verkoper
naar koper?
- Voorbeeld: Bij sommige Incoterms regelt de verkoper bijna alles, bij
andere de koper.
- Doel: Duidelijke afspraken maken bij import en export.
Begrippen kort uitgelegd:
20 voet reefer container = gekoelde container die goederen op
constante temperatuur vervoert
Stuffen = goederen correct en efficiënt inladen (goede
gewichtsverdeling, maximale benutting)
Rederij = scheepvaartbedrijf dat transport met schepen organiseert
Transittijd = tijd die nodig is om goederen van vertrekhaven naar
aankomsthaven te vervoeren
CIF Zeebrugge = Incoterm waarbij verkoper kosten, verzekering en
vracht betaalt tot Zeebrugge
Documentair krediet = veilige internationale betalingsmethode
via bankgarantie
1.2. Wat is internationale handel?
• Handel: goederen van plaats van voortbrengst naar plaats van
gebruik of verbruik brengen – zo wordt een ‘meerwaarde’
gecreëerd (= winst maken).
• OF handel: zorgen voor distributie van goederen naar plaatsen
waar ze gevraagd worden doel = winst maken.
• Binnen hetzelfde land (nationaal) of internationaal.
• Veel reglementeringen en documenten (zowel nationale als
internationale – in de EU of erbuiten): efficiënt mee omgaan. ->
maken het internationaal handelen moeilijk. (Hoort bij internationale