Klein vaarbewijs
Een klein vaarbewijs is verplicht voor varen met:
Een plezierboot van 15 meter tot en met 24,99 meter lengte.
Een beroepsvaartuig langer dan 15 meter tot en met 19,99 meter.
Een sleep of duwboot (als het gesleepte schip niet langer is dan 20
meter)
Een motorboot die sneller dan 20 km/h kan varen. Inclusief kleine
rubber boten, jetski’s en waterscooters.
Een klein vaarbewijs is alleen geldig op alle rivieren, kanalen en meren
binnen de kustlijn. Met een klein vaarbewijs mag u binnen de kustlijn niet
varen op: Westerschelde, Oosterschelde, IJsselmeer, Markermeer, IJmeer,
Waddenzee en de Eems en Dollard. Het klein vaarbewijs is geldig tot het
jaar waarin je de leeftijd van 70 jaar bereikt.
Groot vaarbewijs
Dit vaarbewijs heb je nodig om een beroepsschip te varen langer dan 20
meter, of voor het varen met passagiersschepen, een veerpont die meer
dan 12 personen kan vervoeren (exclusief bemanning) die 30 km/h kan
varen. Verder heb je ook nog een beperkt groot vaarbewijs voor schippers
met een schip van 25 tot 40 meter dat geen passagiersschip, veerpont of
sleepboot is. Of een groot pleziervaartbewijs, hiermee mag een schipper
een schip bevaren van 25 tot 40 meter maar niet beroepsmatig.
Toplicht=voor(stoomlicht) boordlichten=rood/groen heklicht=achter
Wetten en regelementen
1
, In Nederland zijn er 3 soorten verkeersreglementen.
1. Binnenvaartpolitiereglement (BPR) deze geld op alle binnenwateren
in Nederland behalve waar de volgende reglementen gelden:
2. Rijnvaart politiereglement (RPR) deze regelgeving geld op de
Boven-Rijn, de Waal, het Pannerdens kanaal, de Neder-Rijn en de
Lek.
3. Scheepsvaartreglement kanaal Gent-Terneuzen (SRKGT) deze
regelgevind geld op het gelijknamige kanaal.
Deze 2 gebieden hebben een andere regelgeving omdat hier grote
vrachtschepen varen en omdat deze wateren internationaal zijn.
Bij een ongeluk ben je verplicht om zo mogelijk hulp te verlenen en je te
identificeren. Als je dit niet doet ben je strafbaar. Ook is het verplicht om
in je boot altijd de wateralmanak deel 1 mee te hebben.
Leeftijdsgrenzen:
Bij het varen met een zeilschip korter dan 7 meter, roeiboten, kano’s
of waterfietsen geld geen leeftijdsgrens en is geen vaarbewijs voor
nodig
Varen met een open motorboot korter dan 7 meter die niet harder
kan dan 13 km/h geld een minimumbeperking van 12 jaar.
Voor het varen met een motorboot die sneller kan varen dan 20
km/h is een minimumleeftijd van 18 jaar .
Voor alle overige kleine schepen geldt een minimumleeftijd van 16
jaar.
Bij watersport moet er een toezichthouder zijn van minimaal 15 jaar.
in het BPR is een schip dat meer dan 12 passagiers mag vervoeren een
passagiersschip en valt daardoor onder de categorie grote schepen. Om
verwarring te voorkomen toont zo’n schip als het kleiner is dan 20 meter
overdag een gele ruit hoog in het midden van het schip.
Samenstellen van schepen:
Schepen kunnen op 3 manieren samen voortbewegen
Sleepcombinatie
Duwcombinatie
Gekoppeld samenstel (het andere schip lanszij in de lengte)
De speciale verlichting bij een samenstelling is niet verplicht bij kleine
boten.
Sleepcombinatie:
Bij deze combinatie word er een boot voorgetrokken door een andere boot
met een kabel. Het is voor andere schippers belangrijk dat zij goed weten
waar de sleep begint en waar deze eindigt. Zo voorkom je dat er een
ander schip in de kabel vaart.
De sleep van een boot is s ’nachts te herkennen door:
De sleper heeft een tweede toplicht boven het eerste toplicht.
2