Groeperingen en netwerken
Sociale posities, sociale relaties -> sociale context -> ‘groepering’
Groepering: verzameling van mensen die op één of andere manier af te
bakenen is van andere mensen
Vb: gezin, alle 18-jarige, werknemers van een bedrijf, alle studenten
Kenmerken om groeperingen te onderscheiden
Aantal leden: aantal mogelijke relaties = n(n-1)/2, hoe groter de
groep, hoe groter de potentiële sociale macht en dynamiek
Samenstelling: hetrogeen of homogeen (hiërarchie)
Aard van de interactie en de communicatie:
Direct of indirect
Diepgaand, vertolking van emoties, utilitaire communicatie,
inhoud loze communicatie
Frequentie, regelmaat, richting
Gemeenschappelijke waarden en normen bij de leden:
gemeenschappelijk bewustzijn
Samenhorigheidsgevoel (wij-zij gevoel) -> dubbele moraal,
stereotypering, perceptie: dynamisch
Duurzaamheid: toevallige, vluchtige ontmoeting of continuïteit in het
bestaan -> gemeenschappelijke herinneringen, tradities: belangrijk
voor samenhorigheidsgevoel
Openheid vs geslotenheid
Vrijwillig vs gedwongen toetreding
Instrumentele vs affectieve en waarderationele communicatie
Typologie volgens Merton
‘Groep’ in dagelijks taalgebruik: groepering voor sociologen
Groep
: kleine groep die regelmatig, directe interactie en gedeelde waarden,
normen en samenhorigheid
Directe frequente en duurzame sociale interactie
Duurzame interactie -> vaste positieverhouding t.o.v. elkaar en
gevestigde gedragspatronen
Gemeenschappelijke waarden en normen & gemeenschappelijk bewustzijn
d.w.z. Cultuurelementen -> gedrag -> gedragspatronen
, Samenhorigheidsgevoel: door zichzelf, door andere leden én door niet-
leden als lid beschouwd worden
Collectiviteit
: groep met gedeelde waarden en normen, verbonden door solidariteit,
zonder direct onderling contact
Gemeenschappelijke waarden en normen: gevestigde gedragspatronen
Niet het zelfde als ‘groep’: aard van de interactie
niet elk lid met elkaar in interactie
indirecte wijze -> tussenpersonen, communicatiemedia
vb: politieke partij, milieuvereniging
Groep vs collectiviteit: continuüm
Sociale categorie
: groep mensen met dezelfde sociale kenmerken, zonder (of nauwelijks)
interactie en zonder gedeeld bewustzijn.
Belangrijk om samenleving te bestuderen
Geen interne structuur
Lidmaatschap is onbewust: een sociale categorie is een statistische
indeling op basis van attributievariabelen
Gelijke sociale karakteristieken gemeenschappelijke sociale
karakteristieken
(niet gedeeld: geen gemeenschappelijk bewustzijn)
Samenhang tussen sociale categorie en collectiviteiten: sociale categorie
benoemen leidt tot gemeenschappelijk bewustzijn en vorming van
collectiviteit
Aggregaat: sociale categorie met als gelijke sociale karakteristiek een
duurzame fysische nabijheid (vb: wijk)
Het samenzijn (‘togetherness situation’)
: groeperingen die niet onder groep, collectiviteit en sociale categorie
vallen…
Vb: wachtzaal, wagon trein
Toevallige, niet-duurzame ontmoetingen
Wel interactie en communicatie: oppervlakkig en vaak inhoudloos
Sociale posities, sociale relaties -> sociale context -> ‘groepering’
Groepering: verzameling van mensen die op één of andere manier af te
bakenen is van andere mensen
Vb: gezin, alle 18-jarige, werknemers van een bedrijf, alle studenten
Kenmerken om groeperingen te onderscheiden
Aantal leden: aantal mogelijke relaties = n(n-1)/2, hoe groter de
groep, hoe groter de potentiële sociale macht en dynamiek
Samenstelling: hetrogeen of homogeen (hiërarchie)
Aard van de interactie en de communicatie:
Direct of indirect
Diepgaand, vertolking van emoties, utilitaire communicatie,
inhoud loze communicatie
Frequentie, regelmaat, richting
Gemeenschappelijke waarden en normen bij de leden:
gemeenschappelijk bewustzijn
Samenhorigheidsgevoel (wij-zij gevoel) -> dubbele moraal,
stereotypering, perceptie: dynamisch
Duurzaamheid: toevallige, vluchtige ontmoeting of continuïteit in het
bestaan -> gemeenschappelijke herinneringen, tradities: belangrijk
voor samenhorigheidsgevoel
Openheid vs geslotenheid
Vrijwillig vs gedwongen toetreding
Instrumentele vs affectieve en waarderationele communicatie
Typologie volgens Merton
‘Groep’ in dagelijks taalgebruik: groepering voor sociologen
Groep
: kleine groep die regelmatig, directe interactie en gedeelde waarden,
normen en samenhorigheid
Directe frequente en duurzame sociale interactie
Duurzame interactie -> vaste positieverhouding t.o.v. elkaar en
gevestigde gedragspatronen
Gemeenschappelijke waarden en normen & gemeenschappelijk bewustzijn
d.w.z. Cultuurelementen -> gedrag -> gedragspatronen
, Samenhorigheidsgevoel: door zichzelf, door andere leden én door niet-
leden als lid beschouwd worden
Collectiviteit
: groep met gedeelde waarden en normen, verbonden door solidariteit,
zonder direct onderling contact
Gemeenschappelijke waarden en normen: gevestigde gedragspatronen
Niet het zelfde als ‘groep’: aard van de interactie
niet elk lid met elkaar in interactie
indirecte wijze -> tussenpersonen, communicatiemedia
vb: politieke partij, milieuvereniging
Groep vs collectiviteit: continuüm
Sociale categorie
: groep mensen met dezelfde sociale kenmerken, zonder (of nauwelijks)
interactie en zonder gedeeld bewustzijn.
Belangrijk om samenleving te bestuderen
Geen interne structuur
Lidmaatschap is onbewust: een sociale categorie is een statistische
indeling op basis van attributievariabelen
Gelijke sociale karakteristieken gemeenschappelijke sociale
karakteristieken
(niet gedeeld: geen gemeenschappelijk bewustzijn)
Samenhang tussen sociale categorie en collectiviteiten: sociale categorie
benoemen leidt tot gemeenschappelijk bewustzijn en vorming van
collectiviteit
Aggregaat: sociale categorie met als gelijke sociale karakteristiek een
duurzame fysische nabijheid (vb: wijk)
Het samenzijn (‘togetherness situation’)
: groeperingen die niet onder groep, collectiviteit en sociale categorie
vallen…
Vb: wachtzaal, wagon trein
Toevallige, niet-duurzame ontmoetingen
Wel interactie en communicatie: oppervlakkig en vaak inhoudloos