1. de betekenis van internationale handel
Internationale handel = de aankoop van producten uit het buitenland en de
verkoop van producten aan het buitenland (import en export)
Voor de boekhoudkundige verwerking van aan- en verkoopfacturen met het
buitenland wordt een onderscheid:
Intracommunautaire handel = internationale handel tussen
ondernemingen uit de lidstaten van de Europese Unie.
- Intracommunautaire verwervingen = de aankoop van producten
door ondernemingen uit EU-landen bij ondernemingen uit andere
EU-landen.
- Intracommunautaire leveringen = verkoop van producten door
ondernemingen uit EU-landen aan ondernemingen uit andere EU-
landen.
Extracommunautaire handel = internationale handel tussen
ondernemingen uit de lidstaten van de EU en landen die niet tot de EU
behoren.
- Importeren = aankoop van producten door ondernemingen uit EU-
landen bij ondernemingen uit niet EU-landen.
- Exporteren = verkoop van producten door ondernemingen uit EU-
landen aan ondernemingen uit niet EU-landen.
De statistieken over internationale handel:
- Importeren (import/invoer) = alle aankopen uit het buitenland
- Exporteren (export/uitvoer) = alle verkopen aan het buitenland
2. handelsbalans
De handelsbalans = geeft een
overzicht van de waarde van de
export (= inkomende
geldstroom) en de waarde van de
import (= uitgaande geldstroom)
van een land
Negatieve Evenwicht = positieve
handelsbalans toeval handelsbalans
Export < import Export > import
-> Geld stroomt naar -> komt meer geld
buitenland binnen in land dan