3.1 STEM EN BEWEGING
3.1.1 STEM- en bewegingsonderwijs
Wereld wetenschap & techniek = dagelijkse realiteit kinderen
Kijken van nature vol verwondering naar wereld om zich heen
Belangrijk = wereld leren begrijpen, vaardig mee kunnen omgaan en positieve hoduing
STEM-onderwijs = Science, Technology, Engineering & Mathematics
Omvat processen van kritisch denken, analyseren en samenwerken
Bestaat uit interdisciplinaire aanpak waarbij ze vanuit levensechte situaties vertrekken
Als KL
o Kansen zien in omgeving van kls
o Zoeken naar betekenisvolle context in directe omgeving waardevolle en leerrijke
STEM-ervaringen opdoen
o Via denkstimulerende interactie kls stimuleren
STEM-geletterdheid = competentie als:
Observeren
Exploreren
Redeneren
Voorspellen
Hypothese formuleren
Probleemoplossend denken
Kritisch en creatief denken
Reflecteren
Vastzetten
Communiceren
Samenwerken
…
Kls bewegen begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en ze daarin kunnen handelen
Kls proberen dingen uit, herhalen, variëren en ontdekken het effect van hun handelen
Beweging draagt bij tot positief zelfbeeld
Bewegingsgeletterdheid = gaat over probleemoplossend denken, durf, positief zelfbeeld,
zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen, ondernemingszin, …
Betekenisvolle contexten in STEM = centraal gegeven beweging steeds nieuwe ervaringen
opdoen
!! een aanbod waar STEM en beweging geïntegreerd aan bod komen sluit beter aan bij de leefwereld
van kls.
,3.1.2 een open blik op integratie
Onderwijs dat aansluit bij de werkelijkheid = cruciaal
STEM & beweging = niet los van elkaar
Via geïntegreerd onderwijs aansluiten bij breed en holistisch benaderen
Krijgt vorm vanuit betekenisvolle en authentieke contexten
Door de bril van integratie op te zetten, verrijk je onderwijs en realiseer je goed onderwijs
In elke speelleerkans zitten STEM- en bewegingskansen
Voorwaarde kwaliteitsvolle & duurzame integratie => beweging draagt bij tot STEM en
omgekeerd
Beweging toevoegen = levensechte context
KL => bewegingskansen in totale klasgebeuren
o Niet enkel in bewegingszaal
3.1.4 de rol van de leraar
7 vaardigheden die je als KL nodig hebt om te werken aan STEM-geletterdheid,
bewegingsgeletterdheid en duurzame integratie:
1. Echt kijken naar kls
2. Echt luisteren naar kls
3. Kls tijd en ruimte geven om te ervaren, te onderzoeken, te denken
4. Inspelen op situaties en vragen: verbreden en verdiepen
5. Een uitdagende omgeving en context kiezen of creëren
6. Kls stimuleren om ervaringen, ideeën, theorieën vast te zetten op elk moment
7. Een onderzoekende houding hebben
3.1.5 aanbod
Onderwijs vormgeven dat het de onderzoekende houding van kls stimuleert en veel kansen biedt om
aan STEM-competenties te werken
HANDBOEK
3.2 COMPUTATIONEEL DENKEN EN LOGISEPELEN
3.2.1 COMPUTATIONEEL DENKEN IN DE KLEUTERKLAS
WAAROM IN KLEUTERKLAS ?
Technologische veranderingen de dag van vandaag
Technologische vaardigheden moeten aangeleerd worden
Logisch leren redeneren
Sturen van ontwikkeling
o Probleemoplossend denken
o Verbeelding
, o Cognitieve uitdaging
o Sociale interacties
o …
WAT ?
Computationeel denken = een vaardigheid die je nodig hebt om te kunnen programmeren
Vaardigheden (+ vb brood smeren):
In de probleemstelling
o Problemen herformuleren (uitdrukken in eigen woorden)
Origineel: ontwerp een proces om brood te smeren met choco
Herformulering: smeer een brood met choco
o Decompositie van het probleem (opsplitsen in kleine deeltaken of deeltaken
combineren tot 1 probleem)
Proces kan worden opgedeeld in stappen: 1. Brood nemen 2. Chocopot
opendoen 3. Brood smeren
o Abstraheren (ontdekken wat echt belangrijk is)
Voorstelling maken: koksmuts = boterham, streepje erop = choco
o Patroonherkenning (bepaalde aspecten van een probleem vertonen gelijkenissen)
Tijdens het analyseren
o Omgaan met gegevens (analyseren, verzamelen…)
Hoeveel choco is er nodig? Welke materialen heb ik nodig?
In de uitvoering
o Algoritme en procedure (procedures efficiënt inzetten om snel tot oplossingen te
komen)
Proces van boterham stap voor stap: bord nemen, brood nemen, boterham
nemen, boterham op bord leggen, pot choco openen, mes nemen, choco op
mes doen, boterham smeren, boterham toevouwen
o Automatisering (standaardprocedures toepassen)
Iets maken waardoor smeerproces automatisch gebeurt
o Debugging (fouten opsporen in algoritmes)
Na automatisch smeren de fouten zoeken (choco is ongelijk verdeeld)
o Parallelisme (ontdekken dat een taak sneller klaar is wanneer handelingen tegelijk
uitgevoerd worden)
Samenwerken om een volledig brood zo snel mogelijk te smeren
o Simulatie en modelleren (werkelijkheid nabootsen)
Kls maken simulatie na automatisch smeren, ze maken een prototype
o Voorspellen (inschatten)
Kls voorspellen hoeveel tijd er nodig is om boterham te smeren
PLUGGED OF UNPLUGGED?
Plugged = activiteiten met computer
Unplugged = activiteiten zonder computer
Bij kls werk je vooral unplugged vb. pictogrammen tekenen voor dieren (varken = krul)
Plugged vb. beebot, lego-technics, programeertrein…
SPEELLEERKANS COMPUTATIONEEL DENKEN
, Kern:
1. Betekenisvolle context
2. Denk- en doevragen
3. Systematisch onderzoek
o Vooraf een voorspelling maken over het resultaat
o Visuele representatie van wat ze hebben verzameld
o Probleem wordt opgedeeld in kleine deelstappen
4. Interactie en reflectie
3.2.2 DIGITALE GELETTERDHEID
4 DIGITALE VAARDIGHEDEN
1. Computationeel denken
o Procesmatig formuleren van problemen
o Evt met computertechnologie
o Verzameling van denkprocessen
o Problemen oplossen met hulp van ICT-technieken
2. ICT-basisvaardigheden
o Kennis en vaardigheden die nodig zijn om werking van computers te begrijpen
o Omgaan met soorten technologieën
o Kls niet weghouden van ICT-middelen
3. Mediawijsheid
o Media wordt steeds meer context, inhoud en bemiddelaars van info, kennis en
vaardigheden
o Gemedialiseerde samenleving
o Kls hebben nieuwe competenties nodig om optimaal te kunnen functioneren
o Mediawijsheid = geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee men zich
bewust kan bewegen in gemedialiseerde samenleving
4. Informatievaardigheden
o Info uit bronnen kunnen formuleren en analyseren
o Kls meenemen in kritisch kijken
3.2.3 LOGISPELEN
LOGISPEL MAKEN
1. Met de kleuters zelf
2. Met ongestructureerd, concreet 3D-materiaal (niet vooraf gemaakt)
3. Gestructureerd, 3D materiaal (varianten waarbij van elke combo maar 1 exemplaar bestaat)
4. 2D-materialen (prenten)
LOGISPEL MET BOOMSTRUCTUUR
Boomstructuur gestructureerd materiaal
Keuze van varianten en variaties:
Zelf te kiezen
Kleur spreekt kls aan
Minstens 1 variant met 3 variaties