Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Biotechnologie | Hogeschool Gent | 2025/26

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
34
Subido en
23-05-2026
Escrito en
2025/2026

Dit is een samenvatting van het van Biotechnologie 1e jaar agro en biotechnologie. Het is samengevat vanuit de cursus en wat powerpoint uit de lessen. Voornamelijk stap voor stap uitleg en wat alles precies inhoud.

Institución
Grado

Vista previa del contenido

PPT 1
DNA STRUCTUUR
De fundamentele drager van genetische informatie is het DNA-molecuul, dat georganiseerd is als een dubbele
helix. Deze structuur bestaat uit twee antiparallele strengen die rond een gemeenschappelijke as gewonden
zijn.
Antiparallele strengen: lopen tegen elkaar in, tegengestelde richting van elkaar. De ene loopt naar boven naar
beneden (van het 5’- einde naar het 3’ einde) en de ander van beneden naar boven.
De dubbele helix= twee antiparallele strengen en ze om elkaar heen draait tot een spiraal.

 Nucleotide opbouw:
o Elk nucleotide bestaat uit drie componenten: een nucleobasen, een pentosuiker en een
fosfaatgroep.
o De suiker-fosfaat-ruggengraat vormt de structurele basis, terwijl de basen naar binnen zijn
gericht.
 Basenparing:
o De specificiteit van de genetische code wordt gewaarborgd door complementaire
basenparing volgens de regels van Chargaff:
 Adenine (A)  Thymine (T) via twee waterstofbruggen binding
 Guanine (G)  Cytosine (C) via drie waterstofbruggen binding
o DNA-polymerase= enzym die reguleert of de base welk
complementaire zijn.
 begint altijd bij een primer (=stukje RNA dat door primase
op oude streng wordt gezet als startpunt
 Vanaf dat startpunt kan DNA-polymerase pas beginnen met
bouwen. Het bouwt altijd vanaf de 5'-kant naar de 3'-
kant van de nieuwe streng. Dat betekent dat het nieuwe
bouwstenen vastplakt aan het 3'-uiteinde van de groeiende
keten.
 Je leest elke kant af vanaf waar de streng groeit, het groeit altijd van 3’
 Antiparallele oriëntatie:
o De twee strengen  tegengestelde richting, gedefinieerd door de 5'- en 3'- uiteinden van de
suikergroep (gerelateerd aan de positie van het koolstofatoom in de ribosoomring).
o Eén streng loopt van 5' naar 3', de andere van 3' naar 5'.
CHEMISCHE POLARITEIT
Het 5'-uiteinde van een DNA-streng eindigt met een fosfaatgroep, terwijl het 3'-uiteinde eindigt met een
hydroxylgroep (-OH). Deze polariteit is cruciaal voor de directionele werking van enzymen zoals DNA- en RNA-
polymerase.



DNA REPLICATIE
DNA-replicatie volgt een semi-conservatief model, waarbij elke nieuwe dubbele helix één ouderlijke streng en
één nieuw gesynthetiseerde dochterstreng bevat.

BELANGRIJKE ENZYMEN:
 Helicase: Verbreekt de waterstofbruggen tussen de basenparen om de replicatievork te openen.



1

,  DNA-polymerase: Katalyseert de synthese van nieuwe strengen door nucleotiden toe te voegen aan
het 3'-uiteinde.

 Primase: Synthetiseert een kort RNA-primerfragment om als startpunt voor DNA-polymerase te
dienen.

 Ligase: Verbindt Okazaki-fragmenten op de volgende streng door de suiker-fosfaat-ruggengraat te
herstellen.

 Leidende en volgende streng: Vanwege de strikte 5' naar 3' syntheserichting van DNA-polymerase,
wordt de leidende streng continu gesynthetiseerd richting de replicatievork. De volgende streng wordt
discontinu aangemaakt in kleine segmenten, bekend als Okazaki-fragmenten.

DNA-REPLICATIE STAPPEN
Dit is simpelweg het verdubbelen van je DNA zodat elke nieuwe cel een volledige set informatie krijgt. Dit
gebeurt in de S-fase van de celcyclus 3

= Het proces waarbij een DNA-molecuul wordt gekopieerd om twee identieke DNA-moleculen te vormen.


STAPPEN REPLICATIE
1. Replicatiestartpunt (origin)
 Initiator proteïnen binden hier  wikkelen het DNA om zich heen  creëren herkenningspunt
2. Replicatiebel vorming
 DNA-helicase verbreekt de waterstofbruggen tss basen  replicatiebel
 Enzymen herkennen origin  verbreken verbinding tussen 2 ketens= replicatiebel met 2
replicatievorken
 Op einde bel replicatie plaats  DNA-helicase zorgt voor afwikkelen einde van strengen
3. Voorkomen opnieuw waterstofbruggen
 Single-strand bindingsproteïnen binden aan de twee afgewikkelde strengen
 Dit om te voorzorgen dat de losgemaakte basen weer waterstofbruggen vormen
4. Voorkomen overwinding
 Door afwikkelen dubbele helix  strakker gedraaid
 Topoïsomerase  dubbele helix normale structuur behoud= geen overwinding
o door een zijde van de fosfaatsuiker streng te breken (scharnierpunt), te laten draaien en
weer te herstellen.
5. Plaatsen primers
 2 enkelstrengs DNA-moleculen gebruikt voor aanmaak 2 nieuwe strengen, die complementaire zijn
aan de eerste
 Primer= kort RNA-fragment
 DNA-replicatie vereist DNA-polymerase III  kan enkel nucleotiden toevoegen aan het 3’ van
bestaande suikergroep (er moet altijd een stukje DNA-streng aanwezig zijn waar hij zich aan kan
verder bouwen)
6. Synthese van nieuwe streng
 Ander enzym (die geen voorafgaande nucleotide nodig heeft)  aanmaken RNA (=primer)
 gebeurd door DNA-primase
 Vanaf hier kan DNA-polymerase III nucleotiden toevoegen aan 3’ uiteinde  nieuwe streng vormen
 Primer zal later verwijderd worden  word ingevuld met DNA
7. Synthese leading en lagging streng
 Losse nucleotiden (dATP, dGTP, dCTP, dTTP) worden gebruikt om nieuw DNA te maken.
 DNA-polymerase III bindt deze nucleotiden aan de DNA-streng.
o Bij de binding komt energie vrij door afsplitsing van pyrofosfaat(= dubbele fosfaatgroep)


2

,  DNA-polymerase III kan alleen werken in de richting 5’ → 3’
 Daarom wordt:
o de leading strand continu gemaakt
o de lagging strand in kleine stukjes gemaakt.
8. Lagging strand
 De lagging strand moet ook in de richting 5’ → 3’ worden opgebouwd.
o Daarom wordt deze streng gemaakt in kleine stukjes= Okazaki-fragmenten.
 DNA-primase maakt telkens een nieuwe primer  DNA-helicase opent de dubbele helix verder
 DNA-polymerase III verlengt vanaf de primer het DNA in de richting 5’ → 3’.
 Het enzym stopt wanneer het de vorige primer bereikt.
 Enkel op lagging streng!!!
9. Okazaki-fragmenten binden
 De primers tussen de Okazaki-fragmenten verwijderd door een exonuclease.
 DNA-polymerase I vult de lege stukken op met DNA.
 DNA ligase verbindt daarna alle Okazaki-fragmenten tot één doorlopende DNA-streng.
(1-5= voorbereiding replicatie DNA; 6-9= eigenlijke replicatie)




VERSCHIL PRO- EN EUKARYOTEN


PROKARYOTEN
 1 ori per DNA-molecule
 1 replicatiebel, 2 replicatievorken
 Lange Okazaki-fragmenten
 Circulair


EUKARYOTEN
 1000 ori in elke chromosoom
 Meerdere replicatiebellen en vorken
 Kortere Okazaki-fragmenten
 Lineair: streng probleem plaatste primer
o Oplossing:
o einde chromosoom = telomeer (herhaling bepaalde sequentie)
o Telomerase: enzym die RNA sequentie bevat complementair aan telomeer  hecht en
verlengt telomeer

3

, o Primer kan nu aangemaakt (primase + DNA pol III) worden en Okazaki-fragment kan gevormd
worden
EIWITSYNTHESE




TRANSCRIPTIE: DNA NAAR RNA
Transcriptie= het proces waarbij de informatie in een DNA-gen wordt gekopieerd naar een mRNA-molecuul.


STAPPEN TRANSCIPTIE DNARNA
1. RNA polymerase bindt aan een specifieke DNA-sequentie: de promotor op de antisense streng.
→ De DNA-helix opent en vormt een transcriptiebel.
2. De transcriptie start aan de transcriptiestartplaats (+1).
→ Vanaf hier wordt RNA gevormd.
3. De antisense streng dient als matrijs/template.
→ Daardoor wordt een RNA-streng gemaakt die complementair is aan de antisense streng en bijna gelijk
aan de sense streng.
4. RNA-polymerase schuift over de antisense streng in de richting 3’ → 5’.
→ Tegelijk wordt RNA gevormd in de richting 5’ → 3’.
→ Achter het enzym sluit de DNA-helix opnieuw.
5. Aan het terminatiesignaal stopt de transcriptie.
→ Het mRNA-molecule komt vrij.
TRANSLATIE (ONDERDEEL VAN EIWITSYNTHESE)
Eiwitsynthese bestaat uit twee grote stappen: transcriptie (DNA naar mRNA) en translatie (mRNA naar eiwit)

 Translatie vindt plaats bij de ribosomen in het cytoplasma.

STAPPENPLAN TRANSLATIE:
1. Initiatie
 mRNA bindt aan een ribosoom  startcodon (meestal AUG) wordt herkend  eerste tRNA met
methionine bindt aan het startcodon.
2. Elongatie
 tRNA brengt aminozuren naar het ribosoom  anticodon van tRNA bindt op het codon van mRNA
 ribosoom koppelt de aminozuren aan elkaar tot keten.
3. Terminatie
 Het ribosoom bereikt een stopcodon  aminozuurketen komt vrij  keten vouwt zich op tot een
functioneel eiwit.


ONTHOUD HET VERSCHIL
 Transcriptie  "overschrijven" van de code (in de kern).
 Translatie  "vertalen" van die code naar een echte bouwstof (buiten de kern).



4

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
23 de mayo de 2026
Número de páginas
34
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$10.01
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
saarstoffer

Conoce al vendedor

Seller avatar
saarstoffer Hogeschool Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
11
Miembro desde
6 meses
Número de seguidores
0
Documentos
9
Última venta
1 mes hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes