1.1 Terugbetalingscapaciteit
1.1.1 Kredietverstrekking factoren
Met welke vier factoren houdt de bank rekening bij het verstrekken van een krediet?
- terugbetalingscapaciteit
- kwaliteit management
- verhouding tussen risico bank en rendement kredietaanvraag
- positief antwoord op vraag of onderneming eigen inspanning kan geven aan bank
De bank houdt bij het al dan niet toekennen van het gevraagd krediet rekening met 6 W’s:
- Wie? (wie vraagt krediet aan? bank verricht financiële analyse op cijfers bedrijf)
- Wat? (wat vraagt klant? financiëren van bedrijfscyclus of investering, waarborg)
- Welke? (welke kredietvorm => kaskrediet, investeringskrediet, straight loan, …)
- Waarmee? (hoe hoog is terugbetalingscapaciteit)
- Waarborgen? (welke waarborgen kan klant voorzien? hypotheek, borgstelling,
pand, …)
- Winst? (wat is winst voor bank? Klant en bank onderhandelen rentevoet)
1.1.2 De terugbetalingscapaciteit
Kan de onderneming de jaarlijkse afbetalingen van kapitaal en intresten terugbetalen?
=> berekening van terugbetalingscapaciteit nodig
Cashflow
=> hoeveelheid financiële middelen die uit werking onderneming tijdens periode is
voortgevloeid
=> resultaat boekjaar + niet-kaskosten (= bruto zelffinanciering)
Niet-kaskosten
=> kosten die geen impact hebben op kasstroom
=> afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen
=> tellen ze op bij resultaat boekjaar om negatieve effect te neutraliseren
Wat wordt er nog opgeteld/afgetrokken van de cashflow?
=> aftrekken van schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen
=> aftrekken van niet-recurrent resultaat (uitzonderlijke opbrengsten en/of kosten
=> optellen van jaarlijkse afbetalingslast (kapitaal en intresten)
,TBC dient positief te zijn voor onderneming
=> negatief?
=> onderneming kan niet met eigen middelen die ze genereert nieuwe lening terug te
betalen
=> kredietaanvraag zal worden geweigerd
Methodes om zwakke TBC te verbeteren en kans op goedgekeurde krediet te verhogen door
bank
=> minder lenen (eigen middelen gebruiken als financiering)
=> lenen voor langere looptijd
=> privéborg staan (sterk af te raden)
=> bulletkrediet afsluiten
Bulletkrediet
Krediet waarbij elke maand enkel intresten worden terugbetaald aan bank. Geleende kapitaal
wordt in eenmaal terugbetaald op einde krediet. Ondernemer moet er van bewust zijn dat
volledig geleende bedrag op eindevervaldag voorhanden moet zijn.
1.2 Kredietopening
Onderneming wilt krediet => creëren kader waarin dit wordt
uitgewerkt
=> maken van een soort ‘pot’ (= kredietopening)
=> bepalen hoe kredietopening wordt gebruikt (welke
kredieten)
=> bank zal ervoor zorgen dat ‘pot’ goed gewaarborgd is
Na verloop van tijd is deel kredieten terugbetaald
=> ‘pot’ even groot maar niet 100% benut (marge)
Kredietnemer kan nieuw krediet afsluiten door heropname binnen bestaande ‘pot’
=> gebruikmaken van marge
Voordeel om te werken via dergelijke constructie
Geen nieuw dossier opstarten, geen analyse + waarborgen vestigen vaak dure
aangelegenheid
Verschil krediet en lening
krediet: wederopname mogelijk van reeds afgelost bedrag
lening: niet mogelijk
,1.3 Waarborgvormen
Bank vraagt om zekerheden of waarborgen om kredietrisico (terugbetaling) te dekken
Belangrijke elementen die samenstelling en hoogte waarborg bepalen, zijn …
- Kredietvorm en kredietbehoefte
- Toekomstgericht en realistisch businessplan
- Solvabiliteit onderneming
Waarborg moet in verhouding zijn met gevraagd krediet (geen onbeperkte waarborgen)
Vestigen waarborg zorgt ervoor dat je met ‘voorrang’ wordt behandeld Vermogen
kredietnemer staat garant voor schulden die hij aangaat, met of zonder waarborg.
Zakelijke waarborgen Morele waarborgen
- Hypotheek - Borgstelling
- Hypothecaire volmacht
- Pand op ondernemingsgoederen
1.3.1 Hypotheek
1.3.1.1 Rang
Hypotheek is zakelijke zekerheid op verhandelbaar onroerend goed (bv. Terrein of gebouw)
=> kan meerdere malen hypotheek vestigen op zelfde onroerend goed (rangen)
=> degene in wiens voordeel de eerste hypotheek werd gevestigd komt in 1 ste rang, dan
2de rang, …
1.3.1.2 Hypotheekakte
Hypotheek vestig je bij notaris via authentieke (notariële) akte
=> notaris zorgt dat hypotheek onmiddellijk wordt ingeschreven in hypotheekkantoor
Hypotheekakte
=> partijen zijn kredietnemer en bank, kredietnemer kent hypotheek toe aan bank
=> akte regelt het vestigen van hypotheek
Aan/verkoopakte
=> partijen zijn verkoper en koper/kredietnemer
=> akte regelt eigendomsoverdracht tussen VK en K
1.3.1.3 Vrij en onbelast
Volgrecht
=> als onroerend goed wordt verkocht, blijft hypotheek bestaan
=> ondernemingen zullen een gebouw overkopen als het vrij en onbelast is (geen hypotheek)
, Wanneer hypotheek opstaat, zal notaris bij verkoop een deel bijhouden dat hij zal geven aan
de banken die een hypotheek hadden op het onroerend goed, zodat de bank de hypotheek
schrapt
=> hypotheek verdwijnt dus wanneer hij wordt geschrapt (kost geld)
=> hypothecaire inschrijving dooft automatisch na 30 jaar
Hypotheek kan worden gevestigd voor groter bedrag dan kredietbedrag
=> intresten blijven lopen, bank doet kosten om betaling te bekomen wanneer het slecht gaat
=> kredietbedrag verhoogd met aanhorigheden
Kredietnemer kan lezen dat hypotheek betrekking heeft op …
- Verschuldigde saldo in kapitaal
- 3 jaar intresten
- Onkosten, intresten, vergoedingen en toebehoren (max 10% hoofdsom)
Bank volgt nauwgezet of onroerend goed in orde is verzekerd
=> bank zal toestemming eisen dat verzekeringsmaatschappij aanschrijft waar
brandverzekering onroerend
goed is afgesloten
=> bank vraagt of ze hem op hoogte houden als premie niet wordt betaald
=> zo niet, dan betaalt bank premie en eisen ze dit terug van kredietnemer
=> premie niet betaald? Indicator voor bank om krediet volledig op te zeggen
Bank kan deel krediet toestaan zonder waarborgen = op notoriëteit
1.3.2 Hypothecaire volmacht/hypothecair mandaat/notariële
volmacht
Bank krijgt volmacht om hypotheek te vestigen
=> gebeurt dus niet onmiddellijk maar bank kan dit doen wanneer ze willen
=> geen toestemming nodig kredietnemer
Klant heeft vaak afspraken met bank i.v.m. onroerend goed waarop volmacht betrekking heeft
- belofte om onroerend goed niet te verkopen of te verpande ten voordele van iemand
- Toestemming tot volmacht geeft om hypotheek op te vestigen
Goedkoper dan hypotheekakte want volmacht niet wordt ingeschreven in hypotheekkantoor
=> niemand weet dus van bestaan ‘notariële volmacht’ buiten kredietnemer, bank en notaris
Bank zal regelmatig hypotheekstaat opvragen om kijken of kredietnemer zich aan belofte
houdt
Bank zal dus veel liever hypotheek nemen dan notariële volmacht
=> bank heeft groter risico bij notariële volmacht