Het leren stimuleren
HOOFDSTUK 1: LEREN
WAT IS LEREN?
BEGRIPSBEPALING
Leren…
… gebeurt in verschillende contexten (plaats)
… heeft een verschillende aard
… heeft te maken met verschillende inhouden
… gaat door gedurende onze volledige ontwikkeling (levenslang leren)
Kenmerken van leren
- mentaal proces waarbij als gevolg van leeractiviteiten een relatief stabiele
gedragsverandering tot stand komt.
Vormen van leren
Schools Buitenschools
= doelgericht, = leren kan altijd en overal gebeuren
= gestructureerd, = niet vooropgestelde doelen
= georganiseerd met oog op bereiken = ongestructureerd
v bep. vooropgestelde doelen
Bv. werkplekleren
Leidt tot een certificaat of diploma
Abstracte en algemene leerinhouden
(soms té
Bv. minimumdoelen
Formeel (perspectief lln) Informeel
Intentioneel Incidenteel
1.1. LEERTHEORIEEN
= (belangrijkste) stromingen van visies op leren
EEN BEHAVIORISTISCHE VISIE OP LEREN
1
Leren stimuleren
,< Hoe beïnvloeden externe factoren het leergedrag bij mensen en dieren? >
Omgeving bepaalt wat iemand doet en leert
Centraal: onderzoeken vh zintuiglijk, direct en objectief waarneembaar gedrag v
mens en dier
Relevante onderzoeker: WATSON
Black-box-benadering: relatie tss prikkel (stimulus) en waarneembaar gedrag
(respons)
Stimulus:
prikkel benoemen die van buitenaf invloed heeft op organisme (bv. voedsel,
geluid, object)
Respons:
waarneembare reactie vh organisme op de stimulus (bv. ik krijg voedsel en eet
ervan)
Mentale leerprocessen worden buiten beschouwing gelaten
ze richten zich op wat van buitenaf waarneembaar is
houden zich niet bezig met wat in hoofd vd lerende geb.
Stimulu Lerend Respon
s e s
LEERPRINCPES BEHAVIORISME
KLASSIEKE CONDITIONERING
= leren door associatie tussen prikkels = leerprincipe
Kenmerken
- Uitdoving of extinctie
- Een uitgedoofde reactie is wel gemakkelijk te herconditioneren
- Stimulusveralgemening of -generalisatie
- Stimulusdiscriminatie (onderscheid tussen hoge en lage tonen bv. bij
Pavlov laag)
Schematische voorstelling: experiment van Pavlov
2
Leren stimuleren
,Schematische voorstelling: experiment met kleine Albert
Herhalingsprincipe
Associatieprincipe
Onwillekeurige / reflexmatige gedragingen: (klassieke
conditionering)
o = buiten onze wil, hebben we niet direct greep op
o een reflex is een automatische reactie op een specifieke prikkel
o Voorbeeld: welke aangeboren reflexbewegingen bestaan er (bij een
baby, bij een volwassene…)?
Bv. In lager deed je graag wiskunde. Toen kwam er een vervanging, een lk met
luide en schelle stem. Na paar lessen riep wiskunde bij jou onaangenaam gevoel
op. De negatieve gevoelens die door de onaangename stem werden opgeroepen,
werden na enige tijd geassocieerd met wiskunde.
In deze situatie komt er een bepaalde respons (negatieve gevoelens) als reactie
op een stimulus (een leerkracht met een onaangename stem)
1.1.1.1. OPERANTE CONDITIONERING
= leren door gevolgen van gedrag (bv. beloning en straf)
gedrag wordt beïnvloed door zijn gevolgen
= gedrag w niet uitgelokt door prikkel, wel door consequenties vh gedrag
Grondleggers: Skinner (Skinnerbox met hongerige ratten) en Thorndike
“Als mens of dier in nieuwe situatie komt, zal hij proberen en fouten maken (trial
and error), tot hij een handeling gevonden heeft die succes oplevert. Die
handeling wordt herhaald.”
3
Leren stimuleren
, Deze leervorm: trial-and-error of leren door te proberen
Positieve en negatieve bekrachtiger gedrag neemt toe ↑
= een aanleerder
Positieve en negatieve straf gedrag neemt af ↓
= een afleerder
De wet van effect:
Gedrag dat iets fijns oplevert, doe je vaker opnieuw.
Gedrag dat iets vervelends oplevert, doe je minder.
o gedrag/reactie + bekrachtiging
gedrag/reactie zal steeds vaker voorkomen
o = aanleren
o gedrag/reactie + geen bekrachtiging
o gedrag/reactie zal steeds minder voorkomen
o = afleren
Gedrag verandert door de gevolgen die het heeft.
! Voorwaarde tijdens leerproces: directe bekrachtiging!
Positieve en negatieve bekrachtiger gedrag neemt toe ↑ = een aanleerder
Positieve en negatieve straf gedrag neemt af ↓ = een afleerder
LEREN DOOR IMITEREN, MODELLEREN OF SOCIAAL LEREN
Bv: Laura (10) zag hoe Charlotte vd nieuwe turnleraar mooi compliment kreeg
voor haar mooie pass tijdens de balletles. Zij probeert nu hetzelfde.
Kenmerken van leren door imiteren:
Gevolgen van gedrag bij ander waarnemen
Aandachtig en bewust waarnemen
Imiteren als je er een motief voor hebt, met andere woorden gemotiveerd
zijn om geobserveerde gedrag te imiteren
Lerende wil gelijkenis vertonen met model
In staat zijn om geobserveerde gedrag te reproduceren
Belangrijke onderzoeker bij imiteren: Bandura
Bobo doll experiment
4
Leren stimuleren
HOOFDSTUK 1: LEREN
WAT IS LEREN?
BEGRIPSBEPALING
Leren…
… gebeurt in verschillende contexten (plaats)
… heeft een verschillende aard
… heeft te maken met verschillende inhouden
… gaat door gedurende onze volledige ontwikkeling (levenslang leren)
Kenmerken van leren
- mentaal proces waarbij als gevolg van leeractiviteiten een relatief stabiele
gedragsverandering tot stand komt.
Vormen van leren
Schools Buitenschools
= doelgericht, = leren kan altijd en overal gebeuren
= gestructureerd, = niet vooropgestelde doelen
= georganiseerd met oog op bereiken = ongestructureerd
v bep. vooropgestelde doelen
Bv. werkplekleren
Leidt tot een certificaat of diploma
Abstracte en algemene leerinhouden
(soms té
Bv. minimumdoelen
Formeel (perspectief lln) Informeel
Intentioneel Incidenteel
1.1. LEERTHEORIEEN
= (belangrijkste) stromingen van visies op leren
EEN BEHAVIORISTISCHE VISIE OP LEREN
1
Leren stimuleren
,< Hoe beïnvloeden externe factoren het leergedrag bij mensen en dieren? >
Omgeving bepaalt wat iemand doet en leert
Centraal: onderzoeken vh zintuiglijk, direct en objectief waarneembaar gedrag v
mens en dier
Relevante onderzoeker: WATSON
Black-box-benadering: relatie tss prikkel (stimulus) en waarneembaar gedrag
(respons)
Stimulus:
prikkel benoemen die van buitenaf invloed heeft op organisme (bv. voedsel,
geluid, object)
Respons:
waarneembare reactie vh organisme op de stimulus (bv. ik krijg voedsel en eet
ervan)
Mentale leerprocessen worden buiten beschouwing gelaten
ze richten zich op wat van buitenaf waarneembaar is
houden zich niet bezig met wat in hoofd vd lerende geb.
Stimulu Lerend Respon
s e s
LEERPRINCPES BEHAVIORISME
KLASSIEKE CONDITIONERING
= leren door associatie tussen prikkels = leerprincipe
Kenmerken
- Uitdoving of extinctie
- Een uitgedoofde reactie is wel gemakkelijk te herconditioneren
- Stimulusveralgemening of -generalisatie
- Stimulusdiscriminatie (onderscheid tussen hoge en lage tonen bv. bij
Pavlov laag)
Schematische voorstelling: experiment van Pavlov
2
Leren stimuleren
,Schematische voorstelling: experiment met kleine Albert
Herhalingsprincipe
Associatieprincipe
Onwillekeurige / reflexmatige gedragingen: (klassieke
conditionering)
o = buiten onze wil, hebben we niet direct greep op
o een reflex is een automatische reactie op een specifieke prikkel
o Voorbeeld: welke aangeboren reflexbewegingen bestaan er (bij een
baby, bij een volwassene…)?
Bv. In lager deed je graag wiskunde. Toen kwam er een vervanging, een lk met
luide en schelle stem. Na paar lessen riep wiskunde bij jou onaangenaam gevoel
op. De negatieve gevoelens die door de onaangename stem werden opgeroepen,
werden na enige tijd geassocieerd met wiskunde.
In deze situatie komt er een bepaalde respons (negatieve gevoelens) als reactie
op een stimulus (een leerkracht met een onaangename stem)
1.1.1.1. OPERANTE CONDITIONERING
= leren door gevolgen van gedrag (bv. beloning en straf)
gedrag wordt beïnvloed door zijn gevolgen
= gedrag w niet uitgelokt door prikkel, wel door consequenties vh gedrag
Grondleggers: Skinner (Skinnerbox met hongerige ratten) en Thorndike
“Als mens of dier in nieuwe situatie komt, zal hij proberen en fouten maken (trial
and error), tot hij een handeling gevonden heeft die succes oplevert. Die
handeling wordt herhaald.”
3
Leren stimuleren
, Deze leervorm: trial-and-error of leren door te proberen
Positieve en negatieve bekrachtiger gedrag neemt toe ↑
= een aanleerder
Positieve en negatieve straf gedrag neemt af ↓
= een afleerder
De wet van effect:
Gedrag dat iets fijns oplevert, doe je vaker opnieuw.
Gedrag dat iets vervelends oplevert, doe je minder.
o gedrag/reactie + bekrachtiging
gedrag/reactie zal steeds vaker voorkomen
o = aanleren
o gedrag/reactie + geen bekrachtiging
o gedrag/reactie zal steeds minder voorkomen
o = afleren
Gedrag verandert door de gevolgen die het heeft.
! Voorwaarde tijdens leerproces: directe bekrachtiging!
Positieve en negatieve bekrachtiger gedrag neemt toe ↑ = een aanleerder
Positieve en negatieve straf gedrag neemt af ↓ = een afleerder
LEREN DOOR IMITEREN, MODELLEREN OF SOCIAAL LEREN
Bv: Laura (10) zag hoe Charlotte vd nieuwe turnleraar mooi compliment kreeg
voor haar mooie pass tijdens de balletles. Zij probeert nu hetzelfde.
Kenmerken van leren door imiteren:
Gevolgen van gedrag bij ander waarnemen
Aandachtig en bewust waarnemen
Imiteren als je er een motief voor hebt, met andere woorden gemotiveerd
zijn om geobserveerde gedrag te imiteren
Lerende wil gelijkenis vertonen met model
In staat zijn om geobserveerde gedrag te reproduceren
Belangrijke onderzoeker bij imiteren: Bandura
Bobo doll experiment
4
Leren stimuleren