GEMEENSCHAPSGERICHT WERKEN
DEEL 1: VERMAATSCHAPPELIJKING
1 INLEIDING
1.1 KLEMTONEN (FOTO GROEP)
Stelling 1 : als je ervaringskennis hebt, ben je een ervaringsdeskundige
antwoord: neen, om ervaringsdeskundige te worden, moet je de collectieve ervaringen van andere mensen
in gelijkaardige situaties kunnen meenemen & een bepaalde opleiding volgen = ruimer
Stelling 2: een ervaringsdeskundige moet volledig hersteld en stabiel zijn om ervaringswerk te kunnen doen
antwoord: ja & neen, het is belangrijk om afstand te nemen van je eigen moeilijkheden, maar er is gevaar
om jezelf met de ander te vergelijken & denkt dat je hetzelfde meemaakt, maar dit is voor iedereen anders.
Niemand is altijd stabiel.
Stelling 3: een ervaringsdeskundige begrijpt zorgvragers beter
antwoord: ja, weet hoe het is om psychisch te lijden. Dit maakt dat cliënten zich veiliger voelen (op 1 lijn)
neen, het kan wel zijn dat iemand je begrijpt, maar het kan nog steeds botsen waardoor het beter
is om door iemand anders geholpen te worden.
Stelling 4: ervaringsdeskundigen bieden hoop, en perspectief op beterschap
antwoord: ja, hoop is zeer belangrijk, dit krijg je door contact met lotgenoten (ook ervaringsdeskundigen), je
voelt je niet alleen.
Neen, er zijn mensen waar het nooit beter wordt (bipolaire stoornis, mensen met zware afhankelijkheid). Het
krijgen van herstelstress is een vaak voorkomen iets.
2 VERMAATSCHAPPELIJKING
2.1 WHATS IN A NAME?
Verschillende visies, soms moeilijk te beschrijven ( video dia 15 & 16)
Internationaal fenomeen dat ruimer is dan de geestelijke gezondheidszorg.
Het is een internationaal fenomeen dat ontstaan is in de V.S. na de tweede wereldoorlog (jaren ‘50):
de desinstitutionalisering
Desinstitutionalisering in de geestelijke gezondheidszorg= afbouw van grote instellingen voor mensen
met (verstandelijke) beperkingen en psychiatrische patiënten.
2.2 VERMAATSCHAPPELIJKING IS HOT
Populaire term met een hoge aaibaarheidsfactor
Tegelijk: containerbegrip dat vele ladingen dekt
o Dezelfde terminologie, andere invulling/visie
o Onderhevig aan discussie en kritiek
Verschillende gevoelens, van verontwaardig tot enthousiasme
Gemeenschapsgericht werken Pagina 1 van 62
,2.3 SOCIO-HISTORISCHE ONTLEDING
Vermaatschappelijking bestaat uit een aantal lagen:
Laag 1: de sociale relatie tussen overheid en burger
1830: Klassiek-liberale staatsopvatting
o De overheid komt zo min mogelijk tussen in private aangelegenheden & min mogelijk moeide
met burgers.
Eind 19de eeuw: sociale kwestie
o Slechte leefomstandigheden en grote kindersterfte zorgden voor sociale onrust.
Eind 19de – begin 20ste eeuw:
Van afstandelijke naar sociale relatie tussen overheid en burgers/gezinnen
o Bv. 1914: Invoering leerplicht
o Bv. Gesubsidieerde liefdadigheid
o Bv. Sociaal beleid & sociale voorzieningen
Verandering : afstandelijke relatie tussen burger en overheid wordt doorbroken.
Private aangelegenheden worden publiek, vb. invoering leerplicht
Laag 2: deïnstitutionalisering en ‘community care’
1960/1970: Kritiek op de residentiële zorg
o Sluiting grote psychiatrische instellingen
o Begrip ‘Community care’: Extramuralisering van de zorg
Extramulisering = het streven om buiten de muren van een intramurale instelling
(waar iemand opgenomen wordt) gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de
eigen woning (thuiszorg).
o Onderscheid in de (gezondheids)zorg tussen eerste, tweede, derde & nulde lijn
Zo dicht mogelijk bij de gemeenschap zorg bieden
Laag 3: solidariteit (mensen doen inspanningen om elkaar te helpen)
Koude solidariteit = gecalculeerde/gedwongen
Na WOII: Uitbouw van de verzorgingsstaat (= iedereen heeft recht om ondersteund te worden)
Via de sociale zekerheid:
o levenslange sociale bescherming voor iedereen (o.a. door belastingen)
(bv. gezinsbijslag, pensioenen, werkloosheidsuitkering, ongevallen-/ziekteverzekering,….)
o solidariteit tussen mensen die elkaar niet persoonlijk kennen
o (‘koud’ = rationeel, vanop afstand)
Warme solidariteit = zorg dragen voor elkaar uit eigen beweging
Leidend principe: subsidiariteit (eerst zelfredzaamheid, dan netwerk, daarna pas in welzijnssector)
Zorg wordt in de eerste plaats verwacht in de informele en private sfeer.
(‘warm’ = dichtbij, rechtstreeks)
Burgers worden aangesproken op een ‘morele plicht’ om de zorg en ondersteuning voor medeburgers
feitelijk op te nemen.
Burgers beslissen zelf over de spelregels: wie dit ‘verdient’ en wie niet.
Gemeenschapsgericht werken Pagina 2 van 62
,2.4 NIEUW BEGRIP? OF HISTORISCHE CONSTANTE?
Vormgeving aan de relatie tussen overheid en burgers
Rol van formele hulpverleners (professionals) en informele hulpverleners
o (mantelzorg, buren, vrijwilligers,…)
o Vinden ze elkaar? Staan ze los van elkaar?
Verbonden met solidariteitsopvattingen
3 DE HUIDIGE CONTEXT
3.1 ‘VERMAATSCHAPPELIJKING’ IN HET RECENTE BELEIDSDISCOURS
Jan vandeurzen gebruikte dit begrip als eerste heel sterk: dia 25 – 26
De ministers vandaag vinden het belangrijk dat dit in de maatschappij wordt geïntegreerd
Dit betekent dat ze voluit ondersteuning geven aan de mantelzorgers, vrijwilligerszorg en buurtzorg
Ze willen verder inzetten op vermaatschappelijking van de zorg
Doelstellingen (enkel ter info)
Van aanbodsgerichte institutionele zorg naar vraaggestuurde zorg, aangepast aan de eigen leefwereld
Outreachende zorg
“bemoeizorg” m.a.w. actief contacten leggen bij mensen die anders uit de boot vallen bv
Inclusie: volwaardig burgerschap, integratie in de maatschappij, participatie aan
3.2 EEN VERHAAL IN VERSCHILLENDE SECTOREN
Geestelijke gezondheidszorg Art. 107
“De Koning kan in specifieke financieringswijzen voorzien om, op experimentele basis en beperkt in de tijd, een prospectieve en
programmageoriënteerde financiering van zorgcircuits en netwerken mogelijk te maken.” (Vlaamse Regering, 2008)
Ondersteuning voor mensen met een beperking Perspectief 2020
“Gewoon als het kan, bijzonder als het moet.”
Integrale Jeugdhulp
“De jeugdhulpverlening ‘vermaatschappelijken’ of met andere woorden maximaal een beroep doen op de eigen krachten van de
gebruikers van de jeugdhulpverlening en van hun omgeving.” (Vlaams Parlement, 2013)
Ouderenzorg
“Een leeftijdsvriendelijk Vlaanderen versterkt de positie van de ouder wordende personen in de samenleving, beklemtoont hun eigen regie
en biedt toegankelijke en kwaliteitsvolle zorg en ondersteuning op maat en tegemoetkomingen wanneer kwetsbaarheid de overhand
neemt.” (Vlaamse Regering, 2022 – Vlaams ouderenbeleidsplan 2020-2025)
3.3 BEGRIPPEN
Deïnstitutionalisering = afbouw van grote instellingen
Community care = een combinatie van professionele zorg, vrijwilligerszorg en informele zorg waarbij
sprake is van zowel verzorging als emotionele en sociale steun
Inclusie
Verbinding, netwerken
Contextgericht werken
Eigen kracht, zelfredzaamheid
Vraagsturing, zelfbepaling
Respijtzorg = iemand neemt de zorg over van de mantelzorger = vervangende zorg
Solidariteit: koud warm?
Gemeenschapsgericht werken Pagina 3 van 62
, 3.4 POSITIEVE EN NEGATIEVE LEZEING
POSITIEVE LEZING
Recht op een volwaardige deelname aan de samenleving
Ondersteuning in (i.p.v. weg van) de samenleving
NEGATIEVE LEZING
Zorg door de gemeenschap in plaats van door professionals
o Ze droppen cliënten in de gemeenschap en zij moeten hunnen plan trekken
Professionals zijn te duur, er zijn te veel zorgvragen
o Te weinig bedden, te weinig professionals
o Betrekken van informele zorg, gebeurd ook vanuit financiële redenen
4 POSITIEVE ASPECTEN AAN VERMAATSCHAPPELIJKING
4.1 ‘VERMAATSCHAPPELIJKING’ GENEREERT KANSEN
Maatgerichte ondersteuning
Destigmatiserend
Kwaliteit van leven omhoog & meer aandacht voor elk individu
Vermaatschappelijking streeft naar een solidaire samenleving.
Erkenning dat elke burger recht heeft op een volwaardige plaats in de samenleving én het recht heeft
die mee in te vullen.
o ( Recht op participatie en zelfbepaling)
Erkenning van de kracht en de eigen expertise van burgers.
Voorkomt dat mensen gereduceerd worden tot hun problemen.
Voorkomt dat mensen geïnstitutionaliseerd worden en geen deel meer uitmaken van de samenleving
Stimuleert zorginnovatie
Opent de ogen voor de mogelijkheden in de buurt en eigen leefomgeving.
5 AANDACHTSPUNTEN
5.1 MOGELIJKE RISICO’S EN VALKUILEN
Meer personeel nodig €
Te hoge verwachtingen van individu
o Kansen, mogelijkheden, netwerk
Inclusief burgerschap: structurele en sociale component
o Fysieke aanwezigheid ≠ erbij horen, deel uitmaken van
Inclusief burgerschap: structurele en sociale component
o Fysieke aanwezigheid ≠ erbij horen, deel uitmaken van
o Is de samenleving hier klaar voor?
Verbinding, autonomie en participatie, MAAR…
o Gebrek aan sociale cohesie als probleem én oplossing?
o Mensen in kwetsbare situaties moeten het meest beroep doen op hun (kwetsbare) netwerk
(als dat al bestaat).
Verbinding, autonomie en participatie, MAAR…
o Gebaseerd op een fictief mensbeeld: mondige, gemotiveerde, autonome en rationele burger
o Nadruk op eigen verantwoordelijkheid en autonomie kan nadruk op eigen schuld worden
Gemeenschapsgericht werken Pagina 4 van 62
DEEL 1: VERMAATSCHAPPELIJKING
1 INLEIDING
1.1 KLEMTONEN (FOTO GROEP)
Stelling 1 : als je ervaringskennis hebt, ben je een ervaringsdeskundige
antwoord: neen, om ervaringsdeskundige te worden, moet je de collectieve ervaringen van andere mensen
in gelijkaardige situaties kunnen meenemen & een bepaalde opleiding volgen = ruimer
Stelling 2: een ervaringsdeskundige moet volledig hersteld en stabiel zijn om ervaringswerk te kunnen doen
antwoord: ja & neen, het is belangrijk om afstand te nemen van je eigen moeilijkheden, maar er is gevaar
om jezelf met de ander te vergelijken & denkt dat je hetzelfde meemaakt, maar dit is voor iedereen anders.
Niemand is altijd stabiel.
Stelling 3: een ervaringsdeskundige begrijpt zorgvragers beter
antwoord: ja, weet hoe het is om psychisch te lijden. Dit maakt dat cliënten zich veiliger voelen (op 1 lijn)
neen, het kan wel zijn dat iemand je begrijpt, maar het kan nog steeds botsen waardoor het beter
is om door iemand anders geholpen te worden.
Stelling 4: ervaringsdeskundigen bieden hoop, en perspectief op beterschap
antwoord: ja, hoop is zeer belangrijk, dit krijg je door contact met lotgenoten (ook ervaringsdeskundigen), je
voelt je niet alleen.
Neen, er zijn mensen waar het nooit beter wordt (bipolaire stoornis, mensen met zware afhankelijkheid). Het
krijgen van herstelstress is een vaak voorkomen iets.
2 VERMAATSCHAPPELIJKING
2.1 WHATS IN A NAME?
Verschillende visies, soms moeilijk te beschrijven ( video dia 15 & 16)
Internationaal fenomeen dat ruimer is dan de geestelijke gezondheidszorg.
Het is een internationaal fenomeen dat ontstaan is in de V.S. na de tweede wereldoorlog (jaren ‘50):
de desinstitutionalisering
Desinstitutionalisering in de geestelijke gezondheidszorg= afbouw van grote instellingen voor mensen
met (verstandelijke) beperkingen en psychiatrische patiënten.
2.2 VERMAATSCHAPPELIJKING IS HOT
Populaire term met een hoge aaibaarheidsfactor
Tegelijk: containerbegrip dat vele ladingen dekt
o Dezelfde terminologie, andere invulling/visie
o Onderhevig aan discussie en kritiek
Verschillende gevoelens, van verontwaardig tot enthousiasme
Gemeenschapsgericht werken Pagina 1 van 62
,2.3 SOCIO-HISTORISCHE ONTLEDING
Vermaatschappelijking bestaat uit een aantal lagen:
Laag 1: de sociale relatie tussen overheid en burger
1830: Klassiek-liberale staatsopvatting
o De overheid komt zo min mogelijk tussen in private aangelegenheden & min mogelijk moeide
met burgers.
Eind 19de eeuw: sociale kwestie
o Slechte leefomstandigheden en grote kindersterfte zorgden voor sociale onrust.
Eind 19de – begin 20ste eeuw:
Van afstandelijke naar sociale relatie tussen overheid en burgers/gezinnen
o Bv. 1914: Invoering leerplicht
o Bv. Gesubsidieerde liefdadigheid
o Bv. Sociaal beleid & sociale voorzieningen
Verandering : afstandelijke relatie tussen burger en overheid wordt doorbroken.
Private aangelegenheden worden publiek, vb. invoering leerplicht
Laag 2: deïnstitutionalisering en ‘community care’
1960/1970: Kritiek op de residentiële zorg
o Sluiting grote psychiatrische instellingen
o Begrip ‘Community care’: Extramuralisering van de zorg
Extramulisering = het streven om buiten de muren van een intramurale instelling
(waar iemand opgenomen wordt) gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de
eigen woning (thuiszorg).
o Onderscheid in de (gezondheids)zorg tussen eerste, tweede, derde & nulde lijn
Zo dicht mogelijk bij de gemeenschap zorg bieden
Laag 3: solidariteit (mensen doen inspanningen om elkaar te helpen)
Koude solidariteit = gecalculeerde/gedwongen
Na WOII: Uitbouw van de verzorgingsstaat (= iedereen heeft recht om ondersteund te worden)
Via de sociale zekerheid:
o levenslange sociale bescherming voor iedereen (o.a. door belastingen)
(bv. gezinsbijslag, pensioenen, werkloosheidsuitkering, ongevallen-/ziekteverzekering,….)
o solidariteit tussen mensen die elkaar niet persoonlijk kennen
o (‘koud’ = rationeel, vanop afstand)
Warme solidariteit = zorg dragen voor elkaar uit eigen beweging
Leidend principe: subsidiariteit (eerst zelfredzaamheid, dan netwerk, daarna pas in welzijnssector)
Zorg wordt in de eerste plaats verwacht in de informele en private sfeer.
(‘warm’ = dichtbij, rechtstreeks)
Burgers worden aangesproken op een ‘morele plicht’ om de zorg en ondersteuning voor medeburgers
feitelijk op te nemen.
Burgers beslissen zelf over de spelregels: wie dit ‘verdient’ en wie niet.
Gemeenschapsgericht werken Pagina 2 van 62
,2.4 NIEUW BEGRIP? OF HISTORISCHE CONSTANTE?
Vormgeving aan de relatie tussen overheid en burgers
Rol van formele hulpverleners (professionals) en informele hulpverleners
o (mantelzorg, buren, vrijwilligers,…)
o Vinden ze elkaar? Staan ze los van elkaar?
Verbonden met solidariteitsopvattingen
3 DE HUIDIGE CONTEXT
3.1 ‘VERMAATSCHAPPELIJKING’ IN HET RECENTE BELEIDSDISCOURS
Jan vandeurzen gebruikte dit begrip als eerste heel sterk: dia 25 – 26
De ministers vandaag vinden het belangrijk dat dit in de maatschappij wordt geïntegreerd
Dit betekent dat ze voluit ondersteuning geven aan de mantelzorgers, vrijwilligerszorg en buurtzorg
Ze willen verder inzetten op vermaatschappelijking van de zorg
Doelstellingen (enkel ter info)
Van aanbodsgerichte institutionele zorg naar vraaggestuurde zorg, aangepast aan de eigen leefwereld
Outreachende zorg
“bemoeizorg” m.a.w. actief contacten leggen bij mensen die anders uit de boot vallen bv
Inclusie: volwaardig burgerschap, integratie in de maatschappij, participatie aan
3.2 EEN VERHAAL IN VERSCHILLENDE SECTOREN
Geestelijke gezondheidszorg Art. 107
“De Koning kan in specifieke financieringswijzen voorzien om, op experimentele basis en beperkt in de tijd, een prospectieve en
programmageoriënteerde financiering van zorgcircuits en netwerken mogelijk te maken.” (Vlaamse Regering, 2008)
Ondersteuning voor mensen met een beperking Perspectief 2020
“Gewoon als het kan, bijzonder als het moet.”
Integrale Jeugdhulp
“De jeugdhulpverlening ‘vermaatschappelijken’ of met andere woorden maximaal een beroep doen op de eigen krachten van de
gebruikers van de jeugdhulpverlening en van hun omgeving.” (Vlaams Parlement, 2013)
Ouderenzorg
“Een leeftijdsvriendelijk Vlaanderen versterkt de positie van de ouder wordende personen in de samenleving, beklemtoont hun eigen regie
en biedt toegankelijke en kwaliteitsvolle zorg en ondersteuning op maat en tegemoetkomingen wanneer kwetsbaarheid de overhand
neemt.” (Vlaamse Regering, 2022 – Vlaams ouderenbeleidsplan 2020-2025)
3.3 BEGRIPPEN
Deïnstitutionalisering = afbouw van grote instellingen
Community care = een combinatie van professionele zorg, vrijwilligerszorg en informele zorg waarbij
sprake is van zowel verzorging als emotionele en sociale steun
Inclusie
Verbinding, netwerken
Contextgericht werken
Eigen kracht, zelfredzaamheid
Vraagsturing, zelfbepaling
Respijtzorg = iemand neemt de zorg over van de mantelzorger = vervangende zorg
Solidariteit: koud warm?
Gemeenschapsgericht werken Pagina 3 van 62
, 3.4 POSITIEVE EN NEGATIEVE LEZEING
POSITIEVE LEZING
Recht op een volwaardige deelname aan de samenleving
Ondersteuning in (i.p.v. weg van) de samenleving
NEGATIEVE LEZING
Zorg door de gemeenschap in plaats van door professionals
o Ze droppen cliënten in de gemeenschap en zij moeten hunnen plan trekken
Professionals zijn te duur, er zijn te veel zorgvragen
o Te weinig bedden, te weinig professionals
o Betrekken van informele zorg, gebeurd ook vanuit financiële redenen
4 POSITIEVE ASPECTEN AAN VERMAATSCHAPPELIJKING
4.1 ‘VERMAATSCHAPPELIJKING’ GENEREERT KANSEN
Maatgerichte ondersteuning
Destigmatiserend
Kwaliteit van leven omhoog & meer aandacht voor elk individu
Vermaatschappelijking streeft naar een solidaire samenleving.
Erkenning dat elke burger recht heeft op een volwaardige plaats in de samenleving én het recht heeft
die mee in te vullen.
o ( Recht op participatie en zelfbepaling)
Erkenning van de kracht en de eigen expertise van burgers.
Voorkomt dat mensen gereduceerd worden tot hun problemen.
Voorkomt dat mensen geïnstitutionaliseerd worden en geen deel meer uitmaken van de samenleving
Stimuleert zorginnovatie
Opent de ogen voor de mogelijkheden in de buurt en eigen leefomgeving.
5 AANDACHTSPUNTEN
5.1 MOGELIJKE RISICO’S EN VALKUILEN
Meer personeel nodig €
Te hoge verwachtingen van individu
o Kansen, mogelijkheden, netwerk
Inclusief burgerschap: structurele en sociale component
o Fysieke aanwezigheid ≠ erbij horen, deel uitmaken van
Inclusief burgerschap: structurele en sociale component
o Fysieke aanwezigheid ≠ erbij horen, deel uitmaken van
o Is de samenleving hier klaar voor?
Verbinding, autonomie en participatie, MAAR…
o Gebrek aan sociale cohesie als probleem én oplossing?
o Mensen in kwetsbare situaties moeten het meest beroep doen op hun (kwetsbare) netwerk
(als dat al bestaat).
Verbinding, autonomie en participatie, MAAR…
o Gebaseerd op een fictief mensbeeld: mondige, gemotiveerde, autonome en rationele burger
o Nadruk op eigen verantwoordelijkheid en autonomie kan nadruk op eigen schuld worden
Gemeenschapsgericht werken Pagina 4 van 62