LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE
1 DOELSTELLINGEN EN BEGRIPPEN
Definitie:
Levenslooppsychologie = een wetenschappelijke studie van de menselijke ontwikkeling van de
conceptie tot de dood
Zie p9 voor begrippenlijst
2 EEN ORIËNTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Vragen waarmee ontwikkelingspsychologen zich mee bezighouden:
De manier waarop een baby je vinger vastgrijpt met zijn kleine handjes
Methodische tekenstijl van peuters
De manier waarop een adolescent besluit wie hij voor een feestje uitnodigt
De meeste aandacht gaat naar:
De periode waarin de veranderingen elkaar het snelst opvolgen
o Die van de geboorte tot aan de adolescentie
Inzicht gegroeid:
Het koppelen van het begrip ontwikkeling is beperkt aan de eerste levensjaren
Het wordt duidelijker dat na de explosieve groei in de kinderjaren en de adolescentie
o er ontwikkelingen en veranderingen plaatsvinden die van invloed zijn op het menselijke
gedrag
2.1 EEN DEFINITIE VAN ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
= de wetenschappelijke studie naar de patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij
toenemende leeftijd, dus van conceptie tot aan de dood.
We moeten ingaan op de verschillende delen
Onderzoekers toetsen hypotheses over de aard en her verloop van de menselijke ontwikkeling
o Met behulp van wetenschappelijke bewijzen
Ze gebruiken methodische, wetenschappelijke technieken om de juistheid systematisch aan te tonen
o Casestudy (uitgebreide diepte-interviews met een specifiek individu)
o Psychofysiologische methoden (richt zich op het verband tussen fysiologische processen zoals
hartslag, bloedruk,… en gedrag
o Cross-sectioneel onderzoek waarin verschillende leeftijdsgroepen worden bestudeerd)
Levenslooppsychologie:
Richt zich vooral op de menselijke ontwikkeling
Sommigen proberen de universele ontwikkelingsprincipes te doorgronden
Anderen kijken naar de invloed van de culturele, raciale en etnische verschillen op het verloop van de
ontwikkeling
Anderen proberen inzicht te krijgen in de unieke aspecten van individuen
Levenslooppsychologie Pagina 1 van 96
, Alle ontwikkelingspsychologen beschouwen ontwikkeling binnen de jeugd en adolescentie als een
continu proces
Begint bij de conceptie & eindigt bij de dood
2.2 WAT IS ONTWIKKELING
= het veranderen van een aanwezige structuur
( een persoon in zijn geheel: lichaam én geest) Kenmerken van ontwikkeling:
1 gedurende de hele levenscyclus
De aanwezige structuur: 2 gedragsverandering (winst-verlies)
3 levenslang proces
Ont-wikkelt Verloop in tijd
Ont-vouwt Houdt een voortgang in
Ont-plooit
zich de gedurende de hele levenscyclus
Gedragsveranderingen treden op van het begin tot het einde van het leven
Kan sprake zijn van:
o Het verwerven van een nieuwe mogelijkheid
o Het verliezen van een bepaalde functie of vaardigheid
Winst en verlies gaan hand in hand in de ontwikkeling
Voorbeeld:
rond de leeftijd van 1 jaar leert een kind zelfstandig lopen
(lopen= gedragsverandering: er komt een vaardigheid bij)
Met het ouder worden wordt het voor opa steeds moeilijker om
(dingen niet meer onthouden = gedragsverandering: verlies van een vaardigheid)
Ontwikkeling heeft het karakter van een levenslang proces
o = ontwikkeling kent een verloop van de tijd dat een voortgang inhoudt
Ontwikkeling is GEEN momentopname
Er is GEEN sprake van geleidelijke verandering
De veranderingen die optreden in de mens zijn van meer of minder duurzame aard
2.3 ACTUELE VRAAGSTUKKEN EN ONDERWERPEN IN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
1. De aard van de veranderingen tijdens de ontwikkeling ( continu – discontinu)
2. Het belang van kritieke en gevoelige perioden
3. De nature-nurture discussie
4. Het levensloopmodel VS gerichtere benaderingen
2.3.1 CONTINUE VERANDERING VERSUS DISCONTINUE VERANDERING
continue verandering:
De ontwikkeling is geleidelijk aan en de prestaties vloeien op een bepaald niveau
voort uit die van de vorige niveaus
Is kwantitatief
Levenslooppsychologie Pagina 2 van 96
, oDe onderliggende ontwikkelingsprocessen die de aanzet geven tot verandering blijven het
hele leven dezelfde
Stapsgewijs
o Maar de aard van de verandering blijft gelijk
Veranderingen in lengte zijn bijvoorbeeld continu
Discontinue verandering:
Vindt plaats in aparte stappen of stadia
Elk stadium levert gevoelens, gedrag of gedachten op die kwalitatief anders zijn dan gedrag, gevoelens
of gedachten in de eerdere stadia
Ontwikkeling wordt gezien als het beklimmen van een trap
o Waarbij elke stap overeenkomt met een rijpere manier van functioneren
Cognitieve ontwikkeling: het denken verandert fundamenteel naarmate ze ouder worden
o Niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief
Hoewel veel veranderingen continu zijn, zijn andere ook duidelijk discontinu
beide soorten staan naast elkaar
2.3.2 KRITIEKE EN GEVOELIGE PERIODEN
Kritieke periode
= een specifieke periode in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste consequenties heeft
Infectieziekten, geen veilige hechting, …
Wanneer de aanwezigheid van bepaalde soorten omgevingsstimuli noodzakelijk zijn voor een normale
ontwikkeling
Kinderen lopen geen schade op als ze bepaalde soorten sociale ervaring hebben gemist
Gevoelige periode
= periode waarin bepaalde vermogens optimaal naar voor komen
Organismen zijn extra ontvankelijk voor bepaalde soorten stimuli in hun omgeving
De afwezigheid van stimuli tijdens een gevoelige periode heeft niet altijd onomkeerbare consequentie
o Niet zoals bij de kritieke periode
Vb: taal leren
2.3.3 NATURE – NURTURE DISCUSSIE
Nature
Verwijst naar eigenschappen, vermogens en capaciteiten geërfd van de ouders
Omvat elke factor die het resultaat is van het geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische info
o = maturatie
o Voorbeeld: lichaamslengte, kleur van ogen, verstandelijke aanleg, temperament, geslacht,…
Nurture
Verwijst naar de omgevingsinvloeden die bepalend zijn voor ons gedrag
Soort aard
o Biologische aard
Voorbeeld: invloed van cocaïnegebruik van een zwangere vrouw op haar kind
Levenslooppsychologie Pagina 3 van 96
, o
Sociale aard
voorbeeld: de manier waarop ouders hun kinderen opvoeden en de invloed van
leeftijdsgenoten op de adolescenten
Sommige invloeden zijn het resultaat van maatschappelijke factoren
o Zoals: socio-economische kansen van leden van minderheidsgroepen
Voorbeeld van implicatie van nature-nurture discussie:
De vraag of intelligentie primair bij de geboorte vastligt of vooral resultaat is van scholing
Deze 2 begrippen zijn de twee uitersten van een
continuüm, waarbij specifieke gedragspatronen ergens
in het midden uitkomen
2.3.4 LEVENSLOOP PERSPECTIEF VERSUS FOCUS OP
SPECIFIEKE PERIODEN
Volgens vroegere ontwikkelingspsychologen:
Waren de babytijd en de adolescentie de belangrijkste perioden
Tegenwoordig kijken we naar:
De totale levensloop (= levenslooppsychologie)
Sinds de ontdekking dat groei en verandering in elke fase plaatsvinden
Een belangrijk deel van iemands ontwikkeling wordt bepaald door de andere mensen in zijn sociale
omgeving en de culturele context waarin iemand opgroeit
2.4 HET LEVENSLOOP PERSPECTIEF: UITGANGSPUNTEN
Ontwikkeling wordt gezien als een dynamisch proces dat altijd verder gaat en vorm krijgt door invloeden
1. Levenslange ontwikkeling
2. Multi-dimensioneel (verschillende domeinen) en multi-directioneel (+ en -)
3. Plastisch/veranderbaar
4. Beïnvloed door meerdere inter-agerende factoren
2.4.1 ONTWIKKELING IS EEN LEVENSLANG PROCES
Volgens levensloopperspectief:
Heeft geen enkele levensfase meer impact op de ontwikkeling dan andere
In elke levensfase, ook tijdens ouderdom, zijn er belangrijke ontwikkelingen
Eerdere ontwikkelingen kunnen een invloed hebben op de latere ontwikkeling
Binnen elke levensfase kan verandering optreden op verschillende domeinen:
1. Cognitieve ontwikkeling
2. Emotionele ontwikkeling
3. Sociale ontwikkeling
In elke levensfase zijn er ontwikkelingstaken die we moeten vervullen
p 13 voorbeeld!
Levenslooppsychologie Pagina 4 van 96
1 DOELSTELLINGEN EN BEGRIPPEN
Definitie:
Levenslooppsychologie = een wetenschappelijke studie van de menselijke ontwikkeling van de
conceptie tot de dood
Zie p9 voor begrippenlijst
2 EEN ORIËNTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Vragen waarmee ontwikkelingspsychologen zich mee bezighouden:
De manier waarop een baby je vinger vastgrijpt met zijn kleine handjes
Methodische tekenstijl van peuters
De manier waarop een adolescent besluit wie hij voor een feestje uitnodigt
De meeste aandacht gaat naar:
De periode waarin de veranderingen elkaar het snelst opvolgen
o Die van de geboorte tot aan de adolescentie
Inzicht gegroeid:
Het koppelen van het begrip ontwikkeling is beperkt aan de eerste levensjaren
Het wordt duidelijker dat na de explosieve groei in de kinderjaren en de adolescentie
o er ontwikkelingen en veranderingen plaatsvinden die van invloed zijn op het menselijke
gedrag
2.1 EEN DEFINITIE VAN ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
= de wetenschappelijke studie naar de patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij
toenemende leeftijd, dus van conceptie tot aan de dood.
We moeten ingaan op de verschillende delen
Onderzoekers toetsen hypotheses over de aard en her verloop van de menselijke ontwikkeling
o Met behulp van wetenschappelijke bewijzen
Ze gebruiken methodische, wetenschappelijke technieken om de juistheid systematisch aan te tonen
o Casestudy (uitgebreide diepte-interviews met een specifiek individu)
o Psychofysiologische methoden (richt zich op het verband tussen fysiologische processen zoals
hartslag, bloedruk,… en gedrag
o Cross-sectioneel onderzoek waarin verschillende leeftijdsgroepen worden bestudeerd)
Levenslooppsychologie:
Richt zich vooral op de menselijke ontwikkeling
Sommigen proberen de universele ontwikkelingsprincipes te doorgronden
Anderen kijken naar de invloed van de culturele, raciale en etnische verschillen op het verloop van de
ontwikkeling
Anderen proberen inzicht te krijgen in de unieke aspecten van individuen
Levenslooppsychologie Pagina 1 van 96
, Alle ontwikkelingspsychologen beschouwen ontwikkeling binnen de jeugd en adolescentie als een
continu proces
Begint bij de conceptie & eindigt bij de dood
2.2 WAT IS ONTWIKKELING
= het veranderen van een aanwezige structuur
( een persoon in zijn geheel: lichaam én geest) Kenmerken van ontwikkeling:
1 gedurende de hele levenscyclus
De aanwezige structuur: 2 gedragsverandering (winst-verlies)
3 levenslang proces
Ont-wikkelt Verloop in tijd
Ont-vouwt Houdt een voortgang in
Ont-plooit
zich de gedurende de hele levenscyclus
Gedragsveranderingen treden op van het begin tot het einde van het leven
Kan sprake zijn van:
o Het verwerven van een nieuwe mogelijkheid
o Het verliezen van een bepaalde functie of vaardigheid
Winst en verlies gaan hand in hand in de ontwikkeling
Voorbeeld:
rond de leeftijd van 1 jaar leert een kind zelfstandig lopen
(lopen= gedragsverandering: er komt een vaardigheid bij)
Met het ouder worden wordt het voor opa steeds moeilijker om
(dingen niet meer onthouden = gedragsverandering: verlies van een vaardigheid)
Ontwikkeling heeft het karakter van een levenslang proces
o = ontwikkeling kent een verloop van de tijd dat een voortgang inhoudt
Ontwikkeling is GEEN momentopname
Er is GEEN sprake van geleidelijke verandering
De veranderingen die optreden in de mens zijn van meer of minder duurzame aard
2.3 ACTUELE VRAAGSTUKKEN EN ONDERWERPEN IN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
1. De aard van de veranderingen tijdens de ontwikkeling ( continu – discontinu)
2. Het belang van kritieke en gevoelige perioden
3. De nature-nurture discussie
4. Het levensloopmodel VS gerichtere benaderingen
2.3.1 CONTINUE VERANDERING VERSUS DISCONTINUE VERANDERING
continue verandering:
De ontwikkeling is geleidelijk aan en de prestaties vloeien op een bepaald niveau
voort uit die van de vorige niveaus
Is kwantitatief
Levenslooppsychologie Pagina 2 van 96
, oDe onderliggende ontwikkelingsprocessen die de aanzet geven tot verandering blijven het
hele leven dezelfde
Stapsgewijs
o Maar de aard van de verandering blijft gelijk
Veranderingen in lengte zijn bijvoorbeeld continu
Discontinue verandering:
Vindt plaats in aparte stappen of stadia
Elk stadium levert gevoelens, gedrag of gedachten op die kwalitatief anders zijn dan gedrag, gevoelens
of gedachten in de eerdere stadia
Ontwikkeling wordt gezien als het beklimmen van een trap
o Waarbij elke stap overeenkomt met een rijpere manier van functioneren
Cognitieve ontwikkeling: het denken verandert fundamenteel naarmate ze ouder worden
o Niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief
Hoewel veel veranderingen continu zijn, zijn andere ook duidelijk discontinu
beide soorten staan naast elkaar
2.3.2 KRITIEKE EN GEVOELIGE PERIODEN
Kritieke periode
= een specifieke periode in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste consequenties heeft
Infectieziekten, geen veilige hechting, …
Wanneer de aanwezigheid van bepaalde soorten omgevingsstimuli noodzakelijk zijn voor een normale
ontwikkeling
Kinderen lopen geen schade op als ze bepaalde soorten sociale ervaring hebben gemist
Gevoelige periode
= periode waarin bepaalde vermogens optimaal naar voor komen
Organismen zijn extra ontvankelijk voor bepaalde soorten stimuli in hun omgeving
De afwezigheid van stimuli tijdens een gevoelige periode heeft niet altijd onomkeerbare consequentie
o Niet zoals bij de kritieke periode
Vb: taal leren
2.3.3 NATURE – NURTURE DISCUSSIE
Nature
Verwijst naar eigenschappen, vermogens en capaciteiten geërfd van de ouders
Omvat elke factor die het resultaat is van het geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische info
o = maturatie
o Voorbeeld: lichaamslengte, kleur van ogen, verstandelijke aanleg, temperament, geslacht,…
Nurture
Verwijst naar de omgevingsinvloeden die bepalend zijn voor ons gedrag
Soort aard
o Biologische aard
Voorbeeld: invloed van cocaïnegebruik van een zwangere vrouw op haar kind
Levenslooppsychologie Pagina 3 van 96
, o
Sociale aard
voorbeeld: de manier waarop ouders hun kinderen opvoeden en de invloed van
leeftijdsgenoten op de adolescenten
Sommige invloeden zijn het resultaat van maatschappelijke factoren
o Zoals: socio-economische kansen van leden van minderheidsgroepen
Voorbeeld van implicatie van nature-nurture discussie:
De vraag of intelligentie primair bij de geboorte vastligt of vooral resultaat is van scholing
Deze 2 begrippen zijn de twee uitersten van een
continuüm, waarbij specifieke gedragspatronen ergens
in het midden uitkomen
2.3.4 LEVENSLOOP PERSPECTIEF VERSUS FOCUS OP
SPECIFIEKE PERIODEN
Volgens vroegere ontwikkelingspsychologen:
Waren de babytijd en de adolescentie de belangrijkste perioden
Tegenwoordig kijken we naar:
De totale levensloop (= levenslooppsychologie)
Sinds de ontdekking dat groei en verandering in elke fase plaatsvinden
Een belangrijk deel van iemands ontwikkeling wordt bepaald door de andere mensen in zijn sociale
omgeving en de culturele context waarin iemand opgroeit
2.4 HET LEVENSLOOP PERSPECTIEF: UITGANGSPUNTEN
Ontwikkeling wordt gezien als een dynamisch proces dat altijd verder gaat en vorm krijgt door invloeden
1. Levenslange ontwikkeling
2. Multi-dimensioneel (verschillende domeinen) en multi-directioneel (+ en -)
3. Plastisch/veranderbaar
4. Beïnvloed door meerdere inter-agerende factoren
2.4.1 ONTWIKKELING IS EEN LEVENSLANG PROCES
Volgens levensloopperspectief:
Heeft geen enkele levensfase meer impact op de ontwikkeling dan andere
In elke levensfase, ook tijdens ouderdom, zijn er belangrijke ontwikkelingen
Eerdere ontwikkelingen kunnen een invloed hebben op de latere ontwikkeling
Binnen elke levensfase kan verandering optreden op verschillende domeinen:
1. Cognitieve ontwikkeling
2. Emotionele ontwikkeling
3. Sociale ontwikkeling
In elke levensfase zijn er ontwikkelingstaken die we moeten vervullen
p 13 voorbeeld!
Levenslooppsychologie Pagina 4 van 96