Hoofdstuk 9
Socialisatie: via het socialisatieproces krijgen we allerlei opvattingen, waarden,
normen, doelstellingen en verwachtingen mee, die ons handelen regelen en die
concreet vorm krijgen in de rollen die we vervullen.
alleen nieuwkomers worden gesocialiseerd in een cultuurpatroon: kinderen MAAR
ook volwassenen die via sociale/ruimtelijke mobiliteit in een ander sociaal milieu
belanden. (een ander land, een andere klasse, een ander beroep, …)
Socialisatieprocessen zijn n neutraal: ze continueren stereotypes, sociale
ongelijkheid en ze beperken door sociale controle de speelruimte vd groep
als de mensen er niet in schikken: deviant of afwijkend gedrag daarom sociale
controle en disciplinering
9.1 cultuur wordt aangeleerd
Cultuur (nurture) is onze tweede natuur 1e natuur = nature (overleven) Dus
‘Nature’ en ‘nurture’ vullen elkaar aan
Cultuur (nurture) wordt aangeleerd tegenover nature dat is aangeboren
Twee vormen van cultuuroverdracht:
- Acculturatie = cultuuroverdracht op macroniveau, dus tussen grotere sociale
gehelen. (kan ook negatief zijn) mensen gaan zich aanpassen aan een andere
cultuur door er gewoonten en waarden van over te nemen.
- Socialisatie = cultuuroverdracht op microniveau (zorgt voor emancipatie)
cultuurpatroon van een groep aanleren (kunnen pasgeborenen in het gezin zijn,
immigranten in een ander land, nieuw personeel, …)
9.2 de januskop van socialisatie
Mens-zijn is niet enkel biologisch aangeleerd maar ook een sociaal-culturele
verworvenheid
Socialisatie is een vd maatschappelijke processen die bijdragen tot het
voortbestaan van een sociale orde en tot de voorspelbaarheid vh sociaal
handelen. (ook migranten ondergaan gewild of ongewild socialisatieprocessen)
Socialisatie = positief:
- Om de spelregels van het sociaal verkeer te leren (wat mag en niet mag)
- Ons sociaal handelen kent voorspelbaarheid
- Sociale orde blijft voortbestaan (normen en waarden worden doorgegeven)
- Disciplinering ( door zich aan regels en afspraken te houden)
- Emancipatie ( bewust maken vd rechten en leren zelfstandig denken en
handelen) Via socialisatie leren ze niet alleen regels volgen, maar ook die
regels in vraag stellen, voor zichzelf opkomen en ongelijkheid doorbreken
Socialisatie bied beperkingen en mogelijkheden: Socialisatie zorgt ervoor dat mensen
zich aanpassen aan de samenleving, maar geeft hen tegelijk een identiteit en
vaardigheden om zelfstandig te denken en zelfs de sociale orde te bekritiseren of te
veranderen.
, 9.3 primaire, secundaire en tertiaire socialisatie
Primaire socialisatie in primaire groepen (het kerngezin en peergroups)
- Vanzelfsprekend en onbewust (gebeurt dus informeel)
- Aanhoudende en diffuse socialisatie (altijd en overal)
socialiserende invloed van het gezin blijft, ookal wordt dat een deel overgenomen
door onthaalmoeders en ° er meer en meer nieuwe samengestelde gezinnen
preegroup: vanaf 3-4 jaar kinderen gaan zich vergelijken met leeftijdsgenoten en
zich daar aan aanpassen ( kind vind troost en identiteit in peergroup)
Secundaire socialisatie in formele organisaties (primaire = sociale huid,
secundair = sociale kleren) op school en in andere formele organisaties zoals:
verengingen en op het werk
- ook ‘hidden curriculum’ op school ook informele socialisatie: samenwerken,
gezag aanvaarden, stipt taken uitvoeren (en dat staat niet officieel ih
lesprogramma verborgen leerplan)
- overgangsrituelen van ene naar andere levensfase, of vd ene naar de andere
positie nieuwe plichten en rechten, nieuwe rolinvulling en nieuwe
sociale identiteit (al feestend wordt die herschikking ih geheugen gegrift)
bv: begin hogere studies: studentendoop, afstuderen: proclamatie,
katholieken: doop bij geboorte, communie, huwelijk
Meestal 3 fases:
1) rite de séparation: afscheid van vorige status, bv: vrijgezellenfeest
2) rite de marge: overgangsfase tussen vorige en nieuwe status, bv: de civiele
(tussen jeugd en volwassenheid)
3) rite d’agrégation: afsluiting bv: huwelijksfeest met 1e dans
ook collectieve rituelen die samenhorigheid vd gemeenschap willen versterken bv:
vroeger zondagse eucharistieviering, ramadan of feest van de arbeid (roodgekleurde
stoet met vlaggen)
Tertiaire socialisatie (massamedia)
- contextgebonden gebruik: gebruiken afh van de situatie
- virtual peer pressure: sociale media creëert een druk van leeftijdsgenoten en
influencers, je past je gedrag aan de normen of wat online goedgekeurd wordt.
Jongeren willen sociale status verhogen via aantal volgers, likes, …
Id moderne samenleving beïnvloeden veel verschillende instituties ons tegelijk, vaak
tegenstrijdig. Dit kan leiden tot onzekerheid en rolconflicten (veel keuzes
keuzedwang), maar tegelijkertijd leren we omgaan met diversiteit en krijgen we
meer mogelijkheden om ons vrij in de samenleving te bewegen.
9.4 differentiële socialisatie
Genderspecifieke socialisatie en socialisatie in subcultuur vd eigen klasse
Socialisatie: via het socialisatieproces krijgen we allerlei opvattingen, waarden,
normen, doelstellingen en verwachtingen mee, die ons handelen regelen en die
concreet vorm krijgen in de rollen die we vervullen.
alleen nieuwkomers worden gesocialiseerd in een cultuurpatroon: kinderen MAAR
ook volwassenen die via sociale/ruimtelijke mobiliteit in een ander sociaal milieu
belanden. (een ander land, een andere klasse, een ander beroep, …)
Socialisatieprocessen zijn n neutraal: ze continueren stereotypes, sociale
ongelijkheid en ze beperken door sociale controle de speelruimte vd groep
als de mensen er niet in schikken: deviant of afwijkend gedrag daarom sociale
controle en disciplinering
9.1 cultuur wordt aangeleerd
Cultuur (nurture) is onze tweede natuur 1e natuur = nature (overleven) Dus
‘Nature’ en ‘nurture’ vullen elkaar aan
Cultuur (nurture) wordt aangeleerd tegenover nature dat is aangeboren
Twee vormen van cultuuroverdracht:
- Acculturatie = cultuuroverdracht op macroniveau, dus tussen grotere sociale
gehelen. (kan ook negatief zijn) mensen gaan zich aanpassen aan een andere
cultuur door er gewoonten en waarden van over te nemen.
- Socialisatie = cultuuroverdracht op microniveau (zorgt voor emancipatie)
cultuurpatroon van een groep aanleren (kunnen pasgeborenen in het gezin zijn,
immigranten in een ander land, nieuw personeel, …)
9.2 de januskop van socialisatie
Mens-zijn is niet enkel biologisch aangeleerd maar ook een sociaal-culturele
verworvenheid
Socialisatie is een vd maatschappelijke processen die bijdragen tot het
voortbestaan van een sociale orde en tot de voorspelbaarheid vh sociaal
handelen. (ook migranten ondergaan gewild of ongewild socialisatieprocessen)
Socialisatie = positief:
- Om de spelregels van het sociaal verkeer te leren (wat mag en niet mag)
- Ons sociaal handelen kent voorspelbaarheid
- Sociale orde blijft voortbestaan (normen en waarden worden doorgegeven)
- Disciplinering ( door zich aan regels en afspraken te houden)
- Emancipatie ( bewust maken vd rechten en leren zelfstandig denken en
handelen) Via socialisatie leren ze niet alleen regels volgen, maar ook die
regels in vraag stellen, voor zichzelf opkomen en ongelijkheid doorbreken
Socialisatie bied beperkingen en mogelijkheden: Socialisatie zorgt ervoor dat mensen
zich aanpassen aan de samenleving, maar geeft hen tegelijk een identiteit en
vaardigheden om zelfstandig te denken en zelfs de sociale orde te bekritiseren of te
veranderen.
, 9.3 primaire, secundaire en tertiaire socialisatie
Primaire socialisatie in primaire groepen (het kerngezin en peergroups)
- Vanzelfsprekend en onbewust (gebeurt dus informeel)
- Aanhoudende en diffuse socialisatie (altijd en overal)
socialiserende invloed van het gezin blijft, ookal wordt dat een deel overgenomen
door onthaalmoeders en ° er meer en meer nieuwe samengestelde gezinnen
preegroup: vanaf 3-4 jaar kinderen gaan zich vergelijken met leeftijdsgenoten en
zich daar aan aanpassen ( kind vind troost en identiteit in peergroup)
Secundaire socialisatie in formele organisaties (primaire = sociale huid,
secundair = sociale kleren) op school en in andere formele organisaties zoals:
verengingen en op het werk
- ook ‘hidden curriculum’ op school ook informele socialisatie: samenwerken,
gezag aanvaarden, stipt taken uitvoeren (en dat staat niet officieel ih
lesprogramma verborgen leerplan)
- overgangsrituelen van ene naar andere levensfase, of vd ene naar de andere
positie nieuwe plichten en rechten, nieuwe rolinvulling en nieuwe
sociale identiteit (al feestend wordt die herschikking ih geheugen gegrift)
bv: begin hogere studies: studentendoop, afstuderen: proclamatie,
katholieken: doop bij geboorte, communie, huwelijk
Meestal 3 fases:
1) rite de séparation: afscheid van vorige status, bv: vrijgezellenfeest
2) rite de marge: overgangsfase tussen vorige en nieuwe status, bv: de civiele
(tussen jeugd en volwassenheid)
3) rite d’agrégation: afsluiting bv: huwelijksfeest met 1e dans
ook collectieve rituelen die samenhorigheid vd gemeenschap willen versterken bv:
vroeger zondagse eucharistieviering, ramadan of feest van de arbeid (roodgekleurde
stoet met vlaggen)
Tertiaire socialisatie (massamedia)
- contextgebonden gebruik: gebruiken afh van de situatie
- virtual peer pressure: sociale media creëert een druk van leeftijdsgenoten en
influencers, je past je gedrag aan de normen of wat online goedgekeurd wordt.
Jongeren willen sociale status verhogen via aantal volgers, likes, …
Id moderne samenleving beïnvloeden veel verschillende instituties ons tegelijk, vaak
tegenstrijdig. Dit kan leiden tot onzekerheid en rolconflicten (veel keuzes
keuzedwang), maar tegelijkertijd leren we omgaan met diversiteit en krijgen we
meer mogelijkheden om ons vrij in de samenleving te bewegen.
9.4 differentiële socialisatie
Genderspecifieke socialisatie en socialisatie in subcultuur vd eigen klasse