CRIMINALITEIT IN HISTORISCH PERSPECTIEF
LES 2
GLOBALE EN EUROPESE TENDENSEN
Langetermijnperspectief (Oudheid tot heden)
-> verwijst naar de periode van de Oudheid tot heden.
Dit betekent dat de ideeën over criminaliteit bekeken worden over een zeer lange historische
periode
- Criminaliteit is historisch veranderlijk.
- Over de periode van de Oudheid tot heden verandert wat als misdaad wordt
beschouwd.
Criminaliteit en criminalisering zijn geen vaststaand gegeven
- Ze veranderen doorheen de tijd en zijn dus niet universeel of onveranderlijk.
- Daarom gaat het om een sociale constructie: de samenleving bepaalt wat als misdaad
wordt gezien.
Context bepaalt wat misdaad is
- Een handeling kan in de ene context een misdaad zijn & in een andere context een
morele overtreding
- Het gaat om een schending van de normen van een gemeenschap.
Er zijn velerlei reacties mogelijk:
1. al dan niet bestraffen
2. bestraffen = het toevoegen van leed
Niet alles wordt strafbaar gesteld:
- Niet alle ‘foute’ gedragingen zijn normovertredingen
- Niet alle normovertredingen worden gecodificeerd in strafwetgeving
Wetgeving verschilt in tijd en ruimte, maar er zijn wel
gelijkaardige patronen, zoals bij de manier waarop moord in het
Westen wordt ingedeeld en bestraft.
- kerncriminaliteit (zoals moord) wordt meestal gelijkaardig bestraft
- “zachtere” misdrijven worden sneller anders geïnterpreteerd
Invloed van maatschappelijke condities
,Maatschappelijke omstandigheden zorgen ervoor dat criminaliteit
op verschillende manieren wordt gezien en dat er ook verschillend
op wordt gereageerd
Macht speelt een belangrijke rol -> Niet iedereen heeft evenveel macht in de samenleving
sommige mensen of groepen kunnen meer invloed uitoefenen
zij kunnen mee bepalen:
o wat als misdaad wordt gezien
o hoe streng er wordt gereageerd
Ongelijkheid voor de wet (dader en slachtoffer) -> Niet iedereen wordt op dezelfde manier
behandeld
de dader wordt anders behandeld afhankelijk van wie hij is
het slachtoffer wordt soms meer of minder serieus genomen
de wet lijkt gelijk voor iedereen, maar in de praktijk is dat niet altijd zo.
Bijvoorbeeld:
een rechter die een dader kent, kan zorgen voor een lichtere straf
als het slachtoffer een hoge status heeft, kan de straf zwaarder zijn
Er bestaan uitzonderingen -> Azteken werden mensen met een hogere
sociale status soms juist zwaarder gestraft, omdat er van hen
verwacht werd dat ze zich beter aan de normen hielden, wat een
uitzondering vormt op het algemene patroon waarbij mensen met
meer macht vaak milder worden behandeld
NIET LINEAIR
- Verandering in bestraffing verloopt niet in een rechte lijn
- = dat bestraffing niet gewoon stap voor stap altijd menselijker, rationeler of milder
wordt.
Er zijn dus geen voortdurende, rechte evoluties van “slecht” naar “beter”.
Soms is er verandering, maar soms grijpt men ook terug naar oudere vormen van bestraffing.
Evoluties en de cyclische aard van bestraffing
- Bestraffing heeft een cyclische aard = dat bepaalde ideeën of praktijken niet definitief
verdwijnen, maar later opnieuw kunnen terugkomen.
Er is dus niet alleen evolutie, maar ook terugkeer naar oude praktijken.
Een vb = chain gangs in de Verenigde Staten:
gevangenen worden vastgeketend en worden zichtbaar ingezet of
tentoongesteld in het openbaar
,Dat lijkt op oudere, meer publieke en vernederende vormen van bestraffing.
Hieruit blijkt dat samenlevingen soms teruggrijpen naar vroegere strafpraktijken.
DE GROTE TRANSFORMATIES TUSSEN DE 18E EN 20E EEUW WAREN NIET
RECHTLIJNIG
Tussen de 18e en de 20e eeuw waren er grote veranderingen in de manier van straffen, maar
die verliepen niet rechtlijnig.
- Soms kwam de vergeldingsdrang opnieuw sterker naar boven.
= dat er een spanning bleef bestaan tussen twee visies op straffen:
vergelding: straf als wraak of als het toevoegen van leed als reactie op een misdrijf
hervorming: straf als middel om de dader te verbeteren of te veranderen
Die twee polen, vergelding ↔ hervorming, blijven dus naast elkaar bestaan en wisselen
soms in belang.
Er is een gelijktijdigheid van verschillende visies op bestraffing.
- = dat verschillende ideeën over hoe men moet straffen op hetzelfde moment naast
elkaar kunnen bestaan.
- het is niet omdat er in een bepaald deel van het Westen meer nadruk ligt op
hervormingdat dit overal op dezelfde manier gebeurt
vb:
- Wat in West-Europa als hervorming of humanisering wordt gezien, hoeft niet
hetzelfde te zijn in de VS.
- verschillende samenlevingen, staten of regio’s kunnen tegelijkertijd heel anders
denken over straf.
Er bestaat een idee van vooruitgang- rationalisering en humanisering
Dat wil zeggen dat men vaak denkt dat het strafsysteem doorheen de tijd:
logischer wordt
beter georganiseerd wordt
menselijker wordt
Maar ook dat proces verloopt niet lineair.
- Er zijn namelijk ook periodes van trage transformaties en breuken
- veranderingen lopen soms heel traag en soms onderbroken worden door plotse
omkeringen of tegenbewegingen.
- De evolutie naar een zogezegd humaner of rationeler strafsysteem is dus niet constant
en niet ononderbroken.
In de geschiedenis van bestraffing zien we tegelijk continuïteit en verandering.
, sommige dingen veranderen duidelijk maar andere elementen blijven opvallend aanwezig
VERANDERING
Er zijn een aantal duidelijke veranderingen zichtbaar in de lange termijn.
1.Daling van moordcijfers -> Dat wijst erop dat bepaalde vormen van zwaar geweld op
lange termijn minder frequent voorkomen
2. Meer gevangenissen -> De gevangenis wordt dus steeds belangrijker als strafvorm
3. Minder lijfstraffen -> Straffen die rechtstreeks het lichaam pijn doen of verminken,
worden minder centraal
4. Zoektocht naar ‘humanere’ executies -> dat men manieren zoekt om executies minder
wreed of minder zichtbaar pijnlijk te maken.
Deze elementen samen vormen een globale trend van verandering.
Tegelijk blijven bepaalde zaken bestaan = elementen van continuïteit.
- Dezelfde kernmisdrijven -> Bepaalde misdrijven blijven dus doorheen de tijd centraal
staan.
- Ongelijkheid voor de wet ->dat de wet in de praktijk niet altijd voor iedereen op
dezelfde manier werkt
- Aanwezigheid van (jonge) mannen binnen criminaliteit -> Dat patroon blijft dus
aanwezig doorheen de tijd.
STAATSHERVORMING, CENTRALISERING EN DE BLIJVENDE ROL VAN HET
LOKALE
Er is een duidelijke toename van overheidsinmenging in het bestraffen.
Dit leidt tot:
staatsvorming en centralisering van bestraffing
de overheid maakt steeds meer wetten
de overheid begint zich te bemoeien met domeinen die vroeger lokaal geregeld werden
Gevolg -> lokale besturen verliezen een deel van hun zelfstandigheid (erosie van lokale
autonomie)
Toch verdwijnt het lokale niveau verdwijnt nooit volledig !
OPKOMST VAN DE NATIESTAAT EN CENTRALISERENDE BESTUURSMODELLEN
Er is een opkomst van de (natie)staat en centraliserende bestuursmodellen, vooral in de
nasleep van de Franse Revolutie.
KENMERKEN VAN DEZE EVOLUTIE:
uniforme wetten (zelfde regels voor iedereen)
centraal bestuur (beslissingen worden centraal genomen)
1 nationaal rechtssysteem
LES 2
GLOBALE EN EUROPESE TENDENSEN
Langetermijnperspectief (Oudheid tot heden)
-> verwijst naar de periode van de Oudheid tot heden.
Dit betekent dat de ideeën over criminaliteit bekeken worden over een zeer lange historische
periode
- Criminaliteit is historisch veranderlijk.
- Over de periode van de Oudheid tot heden verandert wat als misdaad wordt
beschouwd.
Criminaliteit en criminalisering zijn geen vaststaand gegeven
- Ze veranderen doorheen de tijd en zijn dus niet universeel of onveranderlijk.
- Daarom gaat het om een sociale constructie: de samenleving bepaalt wat als misdaad
wordt gezien.
Context bepaalt wat misdaad is
- Een handeling kan in de ene context een misdaad zijn & in een andere context een
morele overtreding
- Het gaat om een schending van de normen van een gemeenschap.
Er zijn velerlei reacties mogelijk:
1. al dan niet bestraffen
2. bestraffen = het toevoegen van leed
Niet alles wordt strafbaar gesteld:
- Niet alle ‘foute’ gedragingen zijn normovertredingen
- Niet alle normovertredingen worden gecodificeerd in strafwetgeving
Wetgeving verschilt in tijd en ruimte, maar er zijn wel
gelijkaardige patronen, zoals bij de manier waarop moord in het
Westen wordt ingedeeld en bestraft.
- kerncriminaliteit (zoals moord) wordt meestal gelijkaardig bestraft
- “zachtere” misdrijven worden sneller anders geïnterpreteerd
Invloed van maatschappelijke condities
,Maatschappelijke omstandigheden zorgen ervoor dat criminaliteit
op verschillende manieren wordt gezien en dat er ook verschillend
op wordt gereageerd
Macht speelt een belangrijke rol -> Niet iedereen heeft evenveel macht in de samenleving
sommige mensen of groepen kunnen meer invloed uitoefenen
zij kunnen mee bepalen:
o wat als misdaad wordt gezien
o hoe streng er wordt gereageerd
Ongelijkheid voor de wet (dader en slachtoffer) -> Niet iedereen wordt op dezelfde manier
behandeld
de dader wordt anders behandeld afhankelijk van wie hij is
het slachtoffer wordt soms meer of minder serieus genomen
de wet lijkt gelijk voor iedereen, maar in de praktijk is dat niet altijd zo.
Bijvoorbeeld:
een rechter die een dader kent, kan zorgen voor een lichtere straf
als het slachtoffer een hoge status heeft, kan de straf zwaarder zijn
Er bestaan uitzonderingen -> Azteken werden mensen met een hogere
sociale status soms juist zwaarder gestraft, omdat er van hen
verwacht werd dat ze zich beter aan de normen hielden, wat een
uitzondering vormt op het algemene patroon waarbij mensen met
meer macht vaak milder worden behandeld
NIET LINEAIR
- Verandering in bestraffing verloopt niet in een rechte lijn
- = dat bestraffing niet gewoon stap voor stap altijd menselijker, rationeler of milder
wordt.
Er zijn dus geen voortdurende, rechte evoluties van “slecht” naar “beter”.
Soms is er verandering, maar soms grijpt men ook terug naar oudere vormen van bestraffing.
Evoluties en de cyclische aard van bestraffing
- Bestraffing heeft een cyclische aard = dat bepaalde ideeën of praktijken niet definitief
verdwijnen, maar later opnieuw kunnen terugkomen.
Er is dus niet alleen evolutie, maar ook terugkeer naar oude praktijken.
Een vb = chain gangs in de Verenigde Staten:
gevangenen worden vastgeketend en worden zichtbaar ingezet of
tentoongesteld in het openbaar
,Dat lijkt op oudere, meer publieke en vernederende vormen van bestraffing.
Hieruit blijkt dat samenlevingen soms teruggrijpen naar vroegere strafpraktijken.
DE GROTE TRANSFORMATIES TUSSEN DE 18E EN 20E EEUW WAREN NIET
RECHTLIJNIG
Tussen de 18e en de 20e eeuw waren er grote veranderingen in de manier van straffen, maar
die verliepen niet rechtlijnig.
- Soms kwam de vergeldingsdrang opnieuw sterker naar boven.
= dat er een spanning bleef bestaan tussen twee visies op straffen:
vergelding: straf als wraak of als het toevoegen van leed als reactie op een misdrijf
hervorming: straf als middel om de dader te verbeteren of te veranderen
Die twee polen, vergelding ↔ hervorming, blijven dus naast elkaar bestaan en wisselen
soms in belang.
Er is een gelijktijdigheid van verschillende visies op bestraffing.
- = dat verschillende ideeën over hoe men moet straffen op hetzelfde moment naast
elkaar kunnen bestaan.
- het is niet omdat er in een bepaald deel van het Westen meer nadruk ligt op
hervormingdat dit overal op dezelfde manier gebeurt
vb:
- Wat in West-Europa als hervorming of humanisering wordt gezien, hoeft niet
hetzelfde te zijn in de VS.
- verschillende samenlevingen, staten of regio’s kunnen tegelijkertijd heel anders
denken over straf.
Er bestaat een idee van vooruitgang- rationalisering en humanisering
Dat wil zeggen dat men vaak denkt dat het strafsysteem doorheen de tijd:
logischer wordt
beter georganiseerd wordt
menselijker wordt
Maar ook dat proces verloopt niet lineair.
- Er zijn namelijk ook periodes van trage transformaties en breuken
- veranderingen lopen soms heel traag en soms onderbroken worden door plotse
omkeringen of tegenbewegingen.
- De evolutie naar een zogezegd humaner of rationeler strafsysteem is dus niet constant
en niet ononderbroken.
In de geschiedenis van bestraffing zien we tegelijk continuïteit en verandering.
, sommige dingen veranderen duidelijk maar andere elementen blijven opvallend aanwezig
VERANDERING
Er zijn een aantal duidelijke veranderingen zichtbaar in de lange termijn.
1.Daling van moordcijfers -> Dat wijst erop dat bepaalde vormen van zwaar geweld op
lange termijn minder frequent voorkomen
2. Meer gevangenissen -> De gevangenis wordt dus steeds belangrijker als strafvorm
3. Minder lijfstraffen -> Straffen die rechtstreeks het lichaam pijn doen of verminken,
worden minder centraal
4. Zoektocht naar ‘humanere’ executies -> dat men manieren zoekt om executies minder
wreed of minder zichtbaar pijnlijk te maken.
Deze elementen samen vormen een globale trend van verandering.
Tegelijk blijven bepaalde zaken bestaan = elementen van continuïteit.
- Dezelfde kernmisdrijven -> Bepaalde misdrijven blijven dus doorheen de tijd centraal
staan.
- Ongelijkheid voor de wet ->dat de wet in de praktijk niet altijd voor iedereen op
dezelfde manier werkt
- Aanwezigheid van (jonge) mannen binnen criminaliteit -> Dat patroon blijft dus
aanwezig doorheen de tijd.
STAATSHERVORMING, CENTRALISERING EN DE BLIJVENDE ROL VAN HET
LOKALE
Er is een duidelijke toename van overheidsinmenging in het bestraffen.
Dit leidt tot:
staatsvorming en centralisering van bestraffing
de overheid maakt steeds meer wetten
de overheid begint zich te bemoeien met domeinen die vroeger lokaal geregeld werden
Gevolg -> lokale besturen verliezen een deel van hun zelfstandigheid (erosie van lokale
autonomie)
Toch verdwijnt het lokale niveau verdwijnt nooit volledig !
OPKOMST VAN DE NATIESTAAT EN CENTRALISERENDE BESTUURSMODELLEN
Er is een opkomst van de (natie)staat en centraliserende bestuursmodellen, vooral in de
nasleep van de Franse Revolutie.
KENMERKEN VAN DEZE EVOLUTIE:
uniforme wetten (zelfde regels voor iedereen)
centraal bestuur (beslissingen worden centraal genomen)
1 nationaal rechtssysteem