I. CONCEPTUELE SITUERING
A. Rechtstheoretisch kader
Rechtstheoretisch uitgangspunt
◦Studie-object = bestaand recht (= lex lata ≠ lex ferenda), wij gaan kijken hoe het recht is, daarmee bedoelen we de
realiteit die waarneembaar is.
De bestaande rechtsregel is degene die e ecten heeft, die iets veranderen in de maatschappij.
‣ Juridische realiteit = rechterlijke beschikkingen of dicta (= rechtspraak)
‣ Recht = sociaal feit = systematiek in rechtspraak → voorspelbaarheid (O.W. HOLMES)
Als mensen recht naleven om te vermijden dat ze door de overheid gedwongen worden, dit is een sociaal feit, en dan kijken
we niet naar het recht, maar naar het e ect van het recht. Alle dicta samen vormen de rechtspraak, die spreken de rechten.
In de mate dat de dicta van rechters voldoen aan een bepaalde regelmaat, dat er een systeem in zit, dan moet je door hebben
wat ze doen en dan zie je het systeem. Dit systeem van de uitspraken van de rechters verklaren is het bestaande recht.
Dit is nuttig om dit te weten want zo kan je voorspelen wat de rechters gaan doen.
◦Theorie (positieve = de lege lata ≠ normatieve = de lege ferenda)
‣ = poging om realiteit te vatten in beperkt aantal onderling consistente wetmatigheden
‣ = talige (in woorden en syntax) weergave van recht = rechtsleer = doctrine
‣ → rechtsoverwegingen in vonnis/arrest = doctrine (law in books) ≠ recht (law in action)
Je probeert de wereld zoals die is, te reduceren naar enkele wetten. De positieve theorie probeert weer te geven hoe het
bestaande recht is. Je probeert een complexe samenleving versimpeld weer te geven soort e zeggen ‘dit is de regel’. De regel
bestaat enkel en alleen omdat de beslissingen daaraan voldoen.
Bv. Rechter neemt beslissing door die feiten, dat recht, en dan komt de conclusie. velen menen dat dit rechtspraak is, maar dit
is niet nuttig om dit rechtspraak te noemen. Wat de rechter uiteindelijk beslist, enkel het dictum, is rechtspraak maar de
meerdere overwegingen is geen rechtspraak. Dat is theorie van die rechter die beweert dat dit de regels zijn.
◦Rechtsregel = feitelijke wetmatigheid in rechterlijke beslissingen in functie van feiten
‣ ≠ empirisch waarneembaar (wet = tekst = bron van recht → wet ≠ recht)
‣ bestaat (‘toont zich’) alleen in ‘werking’ ervan (‘toepassing’): conformiteit beslissingen
‣ → geformuleerde regel = doctrinale constructie die bestaand recht zou weergeven
De rechtsregel kan je dus zelf niet waarnemen, een rechtsregel is niet waarneembaar. Je kan ze niet vinden en ‘tegenkomen’.
Het enige dat je zal tegenkomen zijn concrete beslissingen, conclusies en opinies, maar de echte rechtsregel zelf, kom je niet
tegen, die zal je in je geest moeten creeëren van wat hebben al die beslissingen gemeen.
Bv. Kun je overheid aansprakelijk stellen voor een fout die een rechter heeft gemaakt? Rechter maakt een fout, en de
onderneming wordt failliet verklaard. Onderneming voldoet niet aan voorwaarden voor faillissement dus gaat in beroep. In
beroep krijgt de onderneming gelijk, het vonnis ten gronde was ten onrechte. Maar tegen dan ben je de facto wel failliet want
niemand wil nog investeren in jouw bedrijf vanaf je failliet verklaard wordt, of dit nu ten rechte of ten onrechte is.
De zaak is twee keer naar Cassatie gegaan: het Hof heeft gezegd dat de staat kan aansprakelijk gesteld worden, maar je kan
zo’n zaak enkel voor de rechter brengen als de beslissing waarin de fout zit, niet meer aangevochten kan worden.
Naargelang waarom die regel bestaat in jouw mening, ga jij beslissen of het rechtvaardig is of niet. Maar persoon is niet in
beroep gegaan, dan kan je dit als excuus gebruiken, je had maar in boerep moeten gaan, de regel ging dan misschien kunnen
veranderen.
Maar wat met een geval waar een persoon die schade lijdt door eene rechterlijke beslissing en dat die niet in beroep kan
gaan?
ff ff
,Als positivist zeg je in dit geval dat de zaak vernietigd is, omdat de regel het zo stelt, maar hij is geen positivist. De regel kan
niet zo zijn, want anders is heel ons systeem van eerst, tweede, laatste aanleg voor pietsnot. De beslissing moet de ntief zijn,
omdat je niet in beroep kan gaan, dan kan je de staat ook niet aansprakelijk stellen.
◦Praktijk: discussie mogelijk over welke regel het recht het meest accuraat weergeeft!
‣ → daarom aandacht aan alternatieve doctrines voor zelfde bestaande recht
‣ ‘gangbare doctrine’ = regels die volgens meeste juristen het recht accuraat weergeven
Dit alles heeft als gevolg dat er meningsverschillen kunnen bestaan over wat de regel is. Dit is niet ‘leuk’ voor ons, want dat
maakt het veel gemakkelijker.
Hij zal niet zeggen ‘dit is de regel’ maa zal meedelen wat hij denkt wat de regel en wat de meeste geleerden stellend at de
regels zijn, dit is de gangbare doctrine.
Nagestreefde eindcompetenties
◦Grondig inzichtelijke kennis van concepten (= de taal van de aansprakelijkheidsdoctrine)
‣ = nodig om bepaalde oplossing te kunnen beargumenteren (legitimeren, verklaren)
‣ = nodig om te kunnen deelnemen aan doctrinale discussie
‣ = nodig om eventuele toekomstige gewijzigde doctrine te begrijpen
◦Basiskennis van
‣ juridische realiteit, zodat de student basiscasussen kan oplossen
• wat wordt wel/niet gerepareerd/vergoed
• wat houdt repareren/vergoeden in
• wie is jegens benadeelde gehouden tot reparatie/vergoeding
• wie draagt uiteindelijke last reparatie/vergoeding
‣ gangbare doctrine: geformuleerde rechtsregels die geacht worden te gelden/bestaan
◦Inzicht in de relativiteit gangbare doctrine: besef dat alternatieven mogelijk
◦Basiskennis van belangrijkste wijzigingen: BW Boek 6 v. art. 1382-1386bis Oud BW
Schadegevallen met oorzaak voor 1 januari 2025, valt nog niet onder boek 6. We proberen te voorspellen wat rechters gaan
doen, maar er kan de komende jaren nog veelv reanimeren in deze cursus.
Evaluatie
Kijk video online over proefexamen. (In de paasblok).
◦Schriftelijk examen
◦Beperkt aantal open vragen (geen multiple choice):
‣ theoretische kennis (altijd begrip getest, niet louter geheugen)
‣ kritisch inzicht: analyse & synthese
‣ issue spotting & toepassing rechtsregel (casussen oplossen)
• 2/4 van het examen zijn casussen
• Regel toepassen op feiten, maar vooraleer je dit kan doen, meot je eerst de issues uit de casussen halen.
‣ geschreven antwoorden in essay style: gebruik zinnen en alinea’s
‣ de kwaliteit (o.a. precisie) van de formuleringen telt ook!
◦Kunnen werken onder tijdsdruk (2.5 uur) = substantieel deel van de test
◦Toegelaten:
‣ niet-geannoteerde codex in boekvorm (zie Reglement)
‣ drank & (krakende noch lekkende) snack
◦Voorbeeldexamen (Ufora-cursus, ‘Inhoud’, module ‘Examen’)
fi
,Inleiding
Inhoud & opzet
◦overzicht leerstof en lessenplan [slides 01-03 & 01-28]
◦situering aansprakelijkheid [slides 01-04 → 01-12]
◦situering alternatieve schadevergoedingsmechanismen [slides 01-13 → 01-20]
◦schadeverschuiving en schadespreiding [slides 01-21 → 01-23]
◦‘bronnen’ aansprakelijkheidsrecht [slides 01-24 → 01-27]
In deze inleidende colleges en bijbehorende slides (serie 01) wordt behandeld
◦overzicht onderdelen schadevergoedingsrecht (helikopterblik)
◦algemene beschouwingen over schadevergoedingsrecht en -doctrine
Overzicht leerstof
◦Thema = niet-contractuele verbintenissen tot schadeloosstelling
◦Klassiek: buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht (= grootste deel & core cursus)
‣ Cursusgelden zal enkel over aansprakelijkheidsrecht gaan, dus over d laatste 2 stukken bestaat er geen cursus
◦Andere schadevergoedingsmechanismen (= nodig om verbanden te zien met core) (laatste twee hoofdstukken)
‣ indemnitaire verzekeringen
• particuliere rechtstreekse eigenschadeverzekering
• sociale rechtstreekse eigenschadeverzekering (ziekte & invaliditeit)
• eigenschadeverzekering ten behoeve van derden (arbeidsongevallen)
In alle gevallen an fysieke aantasting van personen zal er ook een ziekenkas tussenkomen. De benadeelde zal het dan niet én
van de ziekenkas krijgen én van de veroorzaker. En de verzekeraars dekken ook het risico van de werknemers: door het
recupereren van verzekeraars wordt het aansprakelijkheidsrecht interessant.
‣ wettelijke vergoedingsplicht WAM-verzekeraars voor verkeersschade
• letselschade
• ongeval zonder vaststelbare aansprakelijkheid
‣ schadefondsen
B. aansprakelijkheid
Situering aansprakelijkheidsrecht
Begrip aansprakelijkheid
Art. 5.3, lid 1, BW: “Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een oneigenlijk contract, uit de buitencontractuele
aansprakelijkheid of uit de wet.”
→ aansprakelijkheid = bron van verbintenissen?
Let op: als je zegt “aansprakelijkheid is bron van verbintenis”, want dan ga je ervan uit dat er iets “is”, je weet niet waar maar
het is er. Dus als je aansprakelijk bent, wil dit gewoon zeggen dat je kan aangesproken worden, wie het gaat betalen.
Aansprakelijkheid = plicht tot schadeloosstelling van benadeelde.
→ aansprakelijkheid = verbintenis (art. 5.1 BW: “rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar, indien
nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen”)
= rechtsgevolg door objectief recht gekoppeld aan bepaalde feiten.
Volgens art. 5.1 BW moeten we nu concluderen dat aansprakelijkheid een verbintenis is, opzichzelf. Wat is het nu?
Ofwel zie je het in en zeg je oke, vergissen is menselijk en is er een fout gebeurd tussen art. 5.1 en 5.3 BW. Want het is
senseless dat het daar staat. Maar een tweede optie is: aansprakelijkheid is een bron van verbintenis want dat staat in art. 5.3
BW, dit is een positivistische visie die hij niet volgt. Dus in art. 5.1 BW staat een foutje.
, Bron aansprakelijkheid = rechtsregel + (rechts)feit. Dit is dus wel de bron van aansprakelijkheid.
Rechtsfeiten
Délits et quasi-délits in terminologie art. 1370, lid 4, Oud BW: “De verbintenissen die hun oorsprong vinden in de eigen daad
van degene die verbonden is,ontstaan ofwel uit oneigenlijke contracten, ofwel uit misdrijven of oneigenlijke misdrijven.”
Dit is nu vervangen door art. 5.3 BW.
De aansprakelijkheid ontstaat uit een rechtsregel of een rechtsfeiten (delict of een quasi delit), dus Pothier had een meer
accurate benadering dan de rechtsgeleerden van in commissie van Boek 5.
Structuur gangbare doctrinale analyse: (dit is wat je gaat tegenkomen in bijna alle boeken vandaag)
◦Constitutieve bestanddelen/elementen van rechtsfeit
• “Voorwaarden voor aansprakelijkheid”
‣ Schade (hoofdstuk 2)
‣ Veroorzaakt door (= causaliteit) (hoofdstuk 4)
‣ Een ‘tot aansprakelijkheid leidend feit’ (hierna ‘TALF’) (hoofdstuk 3, 5 en 6)
• Een fout is een façette van het feit
= bestaansvoorwaarden voor aansprakelijkheid.
C. aansprakelijkheidsrecht
Contractuele vs extracontractueel
◦Contractuele aansprakelijkheid
‣ Fr: responsabilité contractuelle, E: contractual liability
‣ = alternatief/complement voor (dwang)uitvoering contractuele verbintenis
‣ → (secundaire) verbintenis tot reparatie of compensatie van schade ten gevolge van wanprestatie (= niet-nakoming
primaire verbintenis)
Belangrijk: bij contractuele aansprakelijkheid gaat het altijd over ofwel een alternatief voor de afdwinging van een contractuele
verbintenis, maar soms zal je de verbintenis niet kunnen afdwingen, en dan leidt de schuldeiser schade. Dan is de contractuele
aansprakelijkheid een alternatief voor het afdwingen. De aansprakelijkheid is een compliment, het wordt er aan toegevoegd.
Bij contractuele aansprakelijkheid is de aansprakelijk altijd secundair aan een primaire verbintenis.
◦Buitencontractuele aansprakelijkheid
‣ Fr: responsabilité extracontractuelle, E: extra-contractual liability
‣ → (primaire) verbintenis tot reparatie of compensatie van schade die niet gevolg is van niet-nakoming contractuele
verbintenis
Hier is de aansprakelijkheid zelf de verbintenis, het stroomt niet voort uit een eerder gesloten contract.
‣ subjectieve of foutaansprakelijkheid
• = schade door eigen fout
‣ objectieve aansprakelijkheid (Fr: responsabilité objective/stricte, E: strict liability)
• = schade door ander feit dan eigen fout
De subjectieve of fout aansprakelijkheid is de fout van de aansprakelijke omdat de schade veroorzaakt is door de fout van de
aansprakelijke. Zo sluit dit nauw aan bij ons moreel gevoel:“Je hebt iets fout gedaan dus, je moet …”.
Wie het risico creëert, moet het risico dragen, is dit zo moreel? Is dit geen economische overweging?
Functie aansprakelijkheidsrecht (1)
Weinig academische houden zich bezich met de functies van aansprakelijkheidsrecht, hier is de relevantie beperkt, in Amerika
staat die vraag veel meer centraal. Dit is een loso sch debat, die wij toch aanstippen omdat dit toch een zeer belangrijk
gevolg heeft als praktijk, waarmee je als jurist continu mee wordt geconfronteerd.
fi fi