OR
Ondernemingsrecht
Table of Contents
Ondernemingsrecht..................................................................1
Deel 1: Beginselen v ondernemingsrecht..........................................2
Hoofdstuk 1: v ‘handelsrecht’ naar ‘ondernemingsrecht’...........................................2
Hoofdstuk 2: Onderneming in formele en functionele zin...........................................7
Hoofdstuk 3: Enkele basisverplichtingen v ondernemingen......................................12
Hoofdstuk 4: Enkele bijzondere verbintenisrechtelijke regels tss/tegen
ondernemingen........................................................................................................ 26
Hoofdstuk 5: Onderneming, vennootschap, & rechtspersoon...................................33
Deel 2: Vennootschapsrecht...........................................................45
Hoofdstuk 1: Vennootschap & vennootschapsrecht: een kennismaking...................45
Hoofdstuk 2: De vennootschap: elementen, vormen, & kenmerken.........................51
Hoofdstuk 3: Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid (boek 4)....................81
Hoofdstuk 4: Vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid..................91
Hoofdstuk 5: Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid......................95
Hoofdstuk 6: Boekhouding, jaarrekening, & controle..............................................160
Deel 3: Vertegenwoordiging, tussenpersonen, & distributie...........169
Hoofdstuk 1: Vertegenwoordiging vd onderneming................................................169
Hoofdstuk 2: Handelstussenpersonen.....................................................................180
Hoofdstuk 3: Distributieovereenkomsten................................................................199
Deel 4: Vrijheid v ondernemen & mededinging..............................211
Hoofdstuk 1: Vrijheid v ondernemen & beperkingen..............................................211
Hoofdstuk 2: Mededingingsrecht............................................................................214
Hoofdstuk 3: Marktpraktijken & consumentenbescherming....................................223
Deel 5: Financiering vd onderneming & financieel recht.................250
Hoofdstuk 1: Financieel recht.................................................................................250
Hoofdstuk 2: Kredietrecht.......................................................................................278
Hoofdstuk 3: Betalingsverkeer................................................................................311
Deel 6: Einde & overdracht vd onderneming..................................331
Hoofdstuk 1: Overdracht vd onderneming..............................................................331
Hoofdstuk 2: Algemene inleiding insolventieprocedures.........................................340
Hoofdstuk 3: Het faillissement................................................................................351
Hoofdstuk 4: Gerechtelijke reorganisatie & overdracht onder gerechtelijk gezag...386
Hoofdstuk 5: Ontbinding, nietigheid, & vereffening ve vennootschap....................404
Gastcollege AVG - Prof. Laura Drechsler........................................418
Gastcollege Verzekeringsrecht - C. Van Schoubroek.......................421
Examenoefeningen......................................................................425
1
,OR
Deel 1: Beginselen v ondernemingsrecht
Hoofdstuk 1: v ‘handelsrecht’ naar ‘ondernemingsrecht’
1. Ontstaan en toepassingsgebied vh ‘handelsrecht
Evolutie
‘Handelsrecht’:
- Basis: Code de commerce (1807) (rechtsregels die gelden voor
handelaars)
‘Handelaar’ of ‘koopman’: hij die ‘daden van koophandel’ stelde &
daarvan, hoofdzakelijk of aanvullend, zijn beroep maakte, met
winstoogmerk (art. 1 W.Kh.)
‘Daden v koophandel’ (art. 2 e.v. W.Kh.) (limitatieve lijst)
- Ontstaan als bijzonder & afwijkend privaatrecht met personeel
toepassingsgebied (ius mercatorum)
o Bijzonder: regelt aantal materies waarmee handelaars in contact
kwamen (handelaars als aparte sociale klasse id ME)
o Afwijkend: er moest (noodgedwongen) een recht ontstaan dat
gedeeltelijk afweek vh burgerlijk recht, speciaal voor handelaars
(e.g. in Romeins recht & 5.159 BW: elk kan aangesproken worden
voor de helft handelaars weken hier v af, eerst
gewoonterechtelijk & dan gecodificeerd)
- Vanaf 11e E:
o Toename bevolking W-Europa, heropleving vd handel,
wedergeboorte v steden, aantal ambachtslui & kooplieden steeg,
meer afzetgebieden dankzij veroveringen kruisvaarders &
gebiedsveroveringen christenvorsten (landbouw niet langer enige
belangrijke economische sector)
o Handelaars moesten plaats v vestiging hebben versterkte steden
ontstaan aan kruisingen v handelswegen met markten &
handelsforen
o Ontwikkeling v apart handelsrecht:
Reden: Romeins recht bood geen oplossing voor typisch
handelsrechtelijke problemen
Ontstaan v specifiek gewoonterecht (corporatief, met
rechtsprekende bevoegdheid voor corporatie)
Vooral opgetekend voor zeerecht (Consulatus maris, Rôles
d’Oléron)
o V gewoonterecht naar koninklijke regels (ordonnanties):
E.g. Edict v 1563 v Karel IX over handelsrechtbanken: alleen
door collega’s gekozen handelaars mochten als rechter
zetelen
Vooraf bestaan v speciale handelsrechtbanken met
handelsrechters speelde belangrijke rol in ontstaan &
voortbestaan ve afwijkend materieel handelsrecht
Onder L XIV: ordonnance du commerce de terre (Code de
Savary) & ordonnance de la Marine
o Codificatie door Napoleon: code de commerce
2
,OR
Opbouw: handel te land, handel ter zee, faillissement,
handelsrechtbanken
FR wilde komaf maken met standenrecht (wet Le Châpelier) &
ston eerder afwijzend tegenover afwijkend handelsrecht met
personeel toepassingsgebied, MAAR Cdc bleef wel vooral
gebaseerd op handelaars & gedefinieerd via exhaustieve lijst
v ‘objectieve’ daden v koophandel – stelsel v realiteit:
afwijkend handelsrecht is toepasselijk op elke daad v
koophandel (zelfs als die door een niet-handelaar wordt
gesteld)
- Receptie in België & NL:
o B: Franse wetten v kracht (1795), Cdc in werking (1808), keizerlijk
decreet bepaalt organisatie vd rechtbanken v koophandel (1809), Fr
systeem met lekenrechters & apart handelswetboek bestendigd in
Koninkrijk der Nederlanden (1815), na scheiding met NL volgt B
Franse traditie met afwijkend handelsrecht (mits gedeeltelijke
introductie ve meer objectief & reëel handelsrecht)
o NL: keerde na scheiding terug naar praktijk om handelsgeschillen in
gewone rechtbanken te behandelen, verving Cdc door nieuw
Wetboek v Koophandel, & uiteindelijk geïntegreerd in nieuw BW
(1992)
2. Stapsgewijze decodifi catie vh W.Kh., gevolgd door de
invoering vh W.Venn & WER (2 e fase)
Stapsgewijze, maar doorgedreven decodificatie W.Kh.
Handelaar als basisbegrip v W.Kh., maar in 20 e E stapsgewijze decodificatie
(versterkt door gestage groei vh economisch recht)
Eerste periode (19e E): normale ‘updates’ W.Kh.
- Aanpassing aan maatschappelijke evolutie, maar behouden structuur
- Vervanging v bepalingen:
o Titels die bleven met oude doorlopende nummering: titels over
kooplieden, huwelijksvoorwaarden, koopmansboeken, bewijs v
handelsverbintenissen, regeling faillissement, …
o Titels vervangen door aparte wetten met eigen nummering: pand &
commissie, vervoersovereenkomst
- Fundamentele wijzigingen: invoering v handelsvennootschappen met
rechtspersoonlijkheid die zonder overheidstoestemming konden worden
opgericht (>< burgerlijke vennootschappen), vervangen
verzekeringsrecht, zee- & binnenvaartrecht
Tweede periode (20e E): stapsgewijze decodificatie W.Kh.:
- Materies niet meer systematisch vervangen, maar wel voortdurende
wijzigingen & nieuwe economsiche wetgeving (inspiratie v internationale
verdragen)
- E.g. titel over wissel & orderbriefje aanpassen aan verdragen v Genève
- Techniek: als materie uit W.Kh. werd gemoderniseerd, gebeurde dit buiten
W.Kh. (nieuwe materies kwamen via op zichzelf staande wetten, zelfs als
die nieuwe wetten nog vaak het koopmansbegrip gebruikten) (W.Kh. werd
3
,OR
stapsgewijs ‘leeggehaald’ & verloor belang) specifieke wetten kwamen
bv. in boekhouding & jaarrekening, tussenpersonen, …
Vennootschapsrecht “ontvoogd’ vh W.Kh. W.Venn.
Vóór W.Venn.:
- Handelaarsbegrip had veel invloed op vennootschapsrecht aangezien het
in W.Kh zat
- MAAR, in begin was niet elke vennootschap handelaar:
o Vennootschappen met burgerlijk doel (burgerlijke venn.vorm)
= activiteiten anders dan daden v koophandel (enkel gebruikt
voor burgerlijk/niet-commercieel doel
Hadden burgerlijke vorm (later maatschap)
Zonder rechtspersoonlijkheid
Onbeperkte aansprakelijkheid vd vennoten
Geregeld in BW bij benoemde overeenkomsten (art. 1832-
1873 oud BW)
o Vennootschappen met handelsdoel
= stellen v daden v koophandel (hadden commercieel doel)
Hadden vennootschapsvormen in W.Kh.
‘Handelsvormen’ zoals NV, VOF, CommV
Rechtspersoonlijkheid & beperkte aansprakelijkheid waren
voorberhouden aan bepaalde handelsvormen
Evolutie: vormen werden opengesteld:
- Handelsvormen opengesteld voor burgerlijke activiteiten & burgerlijke
vorm opengesteld voor handelsactiviteiten
- E.g. steenkoolindustrie/ontginning gezien als landbouw (niet-commercieel)
– daardoor geen toegang tot vennootschappen met
rechtspersoonlijkheid/nv & darom handelsvormen ook openzetten voor
burgerlijke activiteiten
- W.Venn: bracht burgerlijke & handelsvormen samen in één wetboek
(onderscheid tss burgerlijke & handelsvenn bleef relevant)
Economisch recht WER
= geheel v rechtsregels gericht op het vrijwaren v vrije & eerlijke concurrentie op
economische markten
- Regelen o.a. vrije vestiging, mededinging & prijzen, marktpraktijken,
consumentenbescherming
Ontwikkeld in 20e E via disparaat geheel v bijzondere wetten
- Opkomst economisch recht na WO II, oorspronkelijk met aparte wetten als
aanbouwwetgeving
- Sterke invloed v EU-recht, toenemende europeanisering zorgde voor
verstoring v coherentie (o.a. door incoherentie v EU-instrumenten &
manier v omzetting)
- Doel: algemeen, duidelijk, duurzaam wettelijk kader & bestaande regels
moderniseren, algemene principes distilleren uit amalgaam
- Vooral ordenen, weinig inhoudelijke vernieuwing
o Codificatie leidde niet meteen tot grote inhoudelijke vernieuwingen
4
, OR
o Vooral bijzondere wetten samenbrengen in geordend & toegankelijk
geheel
o Toepasselijk op ‘onderneming’ (= elke natuurlijke of rechtspersoon
die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn
verenigingen)
o Gevolg: klassiek handels- & insolventierecht bleef onaangeroerd, &
W.Kh/… bleven v toepassing op handelaars
- Vooral ‘algemeen’ economisch recht, niet sectoraal
o WER omvat geen sectoraal economisch recht zoals
verzekeringsrecht, financieel recht, …
Toenemende kritiek op handelaarsbegrip
Reden: handelaarsbegrip werd verouderd gevonden omdat het bepaald werd via
onduidelijke & onvolledige lijst v daden v koophandel
- ‘Handelaar/daden v koophandel’:
o Landbouwactiviteiten: landbouwer-natuurlijke persoon of
landbouwvenn
o Extractie v grondstoffen: delfstoffenondernemingen
o Vrije beroepen: artsen, advocaten, bedrijfsrevisoren, accountants,
…
- Gevolg: veel belangrijke ondernemingsactiviteten vielen niet onder
handelsrecht niet-commerciële ondernemingen konden niet failliet
verklaard worden (enkel handelaars) WER nam afstand v
koopmansbegrip & gebruikte vaker ‘onderneming’ als aanknopingspunt
MAAR, koopmansbegrip bleef bestaan naast WER:
- Bij invoering WER: ondernemingsbegrip (functioneel) als aanknopingspunt
voor WER & sectoraal economisch recht, MAAR koopmansbegrip bleef
aanknopingspunt voor handelsrecht
- Bleven bij koopmansbegrip: bevoegdheid rb v koophandel,
faillissementsrecht, handelsbewijsrecht, gemeenrechtelijke regel v
hoofdelijkheid tss handelaars/ gewoonterechtelijke passieve hoofdelijkheid
onder handelaars
- Wet Natuurlijke Rechter: algemene bevoegdheid rechtbank v koophandel
uitgebreid tot geschillen tss/tegen ondernemingen (functionele zin)
3. Naar een volwaardig ‘ondernemingsrecht’ met een
WER & een W.Venn. & W.Ver
3 ‘ondernemingsrechtelijke’ hervormingsprojecten v minister v justitie Koen
Geens
(1) Gemoderniseerd insolventierecht
Wet v 11 aug 2017: invoeging v boek XX ‘insolventie v ondernemingen’ in WER
Vervangt Faillissementswet & Wet Continuiteit Ondernemingen
Verandering: Oude wetten gebruiken nog (in hoofdzaak) koopmansbegrip als
afbakening & boek XX gebruikt ondernemingsbegrip (formele zin) als
aanknopingspunt
‘Onderneming’ wordt formeel gedefinieerd (art. 1.23, 7°/1 WER)
5
Ondernemingsrecht
Table of Contents
Ondernemingsrecht..................................................................1
Deel 1: Beginselen v ondernemingsrecht..........................................2
Hoofdstuk 1: v ‘handelsrecht’ naar ‘ondernemingsrecht’...........................................2
Hoofdstuk 2: Onderneming in formele en functionele zin...........................................7
Hoofdstuk 3: Enkele basisverplichtingen v ondernemingen......................................12
Hoofdstuk 4: Enkele bijzondere verbintenisrechtelijke regels tss/tegen
ondernemingen........................................................................................................ 26
Hoofdstuk 5: Onderneming, vennootschap, & rechtspersoon...................................33
Deel 2: Vennootschapsrecht...........................................................45
Hoofdstuk 1: Vennootschap & vennootschapsrecht: een kennismaking...................45
Hoofdstuk 2: De vennootschap: elementen, vormen, & kenmerken.........................51
Hoofdstuk 3: Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid (boek 4)....................81
Hoofdstuk 4: Vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid..................91
Hoofdstuk 5: Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid......................95
Hoofdstuk 6: Boekhouding, jaarrekening, & controle..............................................160
Deel 3: Vertegenwoordiging, tussenpersonen, & distributie...........169
Hoofdstuk 1: Vertegenwoordiging vd onderneming................................................169
Hoofdstuk 2: Handelstussenpersonen.....................................................................180
Hoofdstuk 3: Distributieovereenkomsten................................................................199
Deel 4: Vrijheid v ondernemen & mededinging..............................211
Hoofdstuk 1: Vrijheid v ondernemen & beperkingen..............................................211
Hoofdstuk 2: Mededingingsrecht............................................................................214
Hoofdstuk 3: Marktpraktijken & consumentenbescherming....................................223
Deel 5: Financiering vd onderneming & financieel recht.................250
Hoofdstuk 1: Financieel recht.................................................................................250
Hoofdstuk 2: Kredietrecht.......................................................................................278
Hoofdstuk 3: Betalingsverkeer................................................................................311
Deel 6: Einde & overdracht vd onderneming..................................331
Hoofdstuk 1: Overdracht vd onderneming..............................................................331
Hoofdstuk 2: Algemene inleiding insolventieprocedures.........................................340
Hoofdstuk 3: Het faillissement................................................................................351
Hoofdstuk 4: Gerechtelijke reorganisatie & overdracht onder gerechtelijk gezag...386
Hoofdstuk 5: Ontbinding, nietigheid, & vereffening ve vennootschap....................404
Gastcollege AVG - Prof. Laura Drechsler........................................418
Gastcollege Verzekeringsrecht - C. Van Schoubroek.......................421
Examenoefeningen......................................................................425
1
,OR
Deel 1: Beginselen v ondernemingsrecht
Hoofdstuk 1: v ‘handelsrecht’ naar ‘ondernemingsrecht’
1. Ontstaan en toepassingsgebied vh ‘handelsrecht
Evolutie
‘Handelsrecht’:
- Basis: Code de commerce (1807) (rechtsregels die gelden voor
handelaars)
‘Handelaar’ of ‘koopman’: hij die ‘daden van koophandel’ stelde &
daarvan, hoofdzakelijk of aanvullend, zijn beroep maakte, met
winstoogmerk (art. 1 W.Kh.)
‘Daden v koophandel’ (art. 2 e.v. W.Kh.) (limitatieve lijst)
- Ontstaan als bijzonder & afwijkend privaatrecht met personeel
toepassingsgebied (ius mercatorum)
o Bijzonder: regelt aantal materies waarmee handelaars in contact
kwamen (handelaars als aparte sociale klasse id ME)
o Afwijkend: er moest (noodgedwongen) een recht ontstaan dat
gedeeltelijk afweek vh burgerlijk recht, speciaal voor handelaars
(e.g. in Romeins recht & 5.159 BW: elk kan aangesproken worden
voor de helft handelaars weken hier v af, eerst
gewoonterechtelijk & dan gecodificeerd)
- Vanaf 11e E:
o Toename bevolking W-Europa, heropleving vd handel,
wedergeboorte v steden, aantal ambachtslui & kooplieden steeg,
meer afzetgebieden dankzij veroveringen kruisvaarders &
gebiedsveroveringen christenvorsten (landbouw niet langer enige
belangrijke economische sector)
o Handelaars moesten plaats v vestiging hebben versterkte steden
ontstaan aan kruisingen v handelswegen met markten &
handelsforen
o Ontwikkeling v apart handelsrecht:
Reden: Romeins recht bood geen oplossing voor typisch
handelsrechtelijke problemen
Ontstaan v specifiek gewoonterecht (corporatief, met
rechtsprekende bevoegdheid voor corporatie)
Vooral opgetekend voor zeerecht (Consulatus maris, Rôles
d’Oléron)
o V gewoonterecht naar koninklijke regels (ordonnanties):
E.g. Edict v 1563 v Karel IX over handelsrechtbanken: alleen
door collega’s gekozen handelaars mochten als rechter
zetelen
Vooraf bestaan v speciale handelsrechtbanken met
handelsrechters speelde belangrijke rol in ontstaan &
voortbestaan ve afwijkend materieel handelsrecht
Onder L XIV: ordonnance du commerce de terre (Code de
Savary) & ordonnance de la Marine
o Codificatie door Napoleon: code de commerce
2
,OR
Opbouw: handel te land, handel ter zee, faillissement,
handelsrechtbanken
FR wilde komaf maken met standenrecht (wet Le Châpelier) &
ston eerder afwijzend tegenover afwijkend handelsrecht met
personeel toepassingsgebied, MAAR Cdc bleef wel vooral
gebaseerd op handelaars & gedefinieerd via exhaustieve lijst
v ‘objectieve’ daden v koophandel – stelsel v realiteit:
afwijkend handelsrecht is toepasselijk op elke daad v
koophandel (zelfs als die door een niet-handelaar wordt
gesteld)
- Receptie in België & NL:
o B: Franse wetten v kracht (1795), Cdc in werking (1808), keizerlijk
decreet bepaalt organisatie vd rechtbanken v koophandel (1809), Fr
systeem met lekenrechters & apart handelswetboek bestendigd in
Koninkrijk der Nederlanden (1815), na scheiding met NL volgt B
Franse traditie met afwijkend handelsrecht (mits gedeeltelijke
introductie ve meer objectief & reëel handelsrecht)
o NL: keerde na scheiding terug naar praktijk om handelsgeschillen in
gewone rechtbanken te behandelen, verving Cdc door nieuw
Wetboek v Koophandel, & uiteindelijk geïntegreerd in nieuw BW
(1992)
2. Stapsgewijze decodifi catie vh W.Kh., gevolgd door de
invoering vh W.Venn & WER (2 e fase)
Stapsgewijze, maar doorgedreven decodificatie W.Kh.
Handelaar als basisbegrip v W.Kh., maar in 20 e E stapsgewijze decodificatie
(versterkt door gestage groei vh economisch recht)
Eerste periode (19e E): normale ‘updates’ W.Kh.
- Aanpassing aan maatschappelijke evolutie, maar behouden structuur
- Vervanging v bepalingen:
o Titels die bleven met oude doorlopende nummering: titels over
kooplieden, huwelijksvoorwaarden, koopmansboeken, bewijs v
handelsverbintenissen, regeling faillissement, …
o Titels vervangen door aparte wetten met eigen nummering: pand &
commissie, vervoersovereenkomst
- Fundamentele wijzigingen: invoering v handelsvennootschappen met
rechtspersoonlijkheid die zonder overheidstoestemming konden worden
opgericht (>< burgerlijke vennootschappen), vervangen
verzekeringsrecht, zee- & binnenvaartrecht
Tweede periode (20e E): stapsgewijze decodificatie W.Kh.:
- Materies niet meer systematisch vervangen, maar wel voortdurende
wijzigingen & nieuwe economsiche wetgeving (inspiratie v internationale
verdragen)
- E.g. titel over wissel & orderbriefje aanpassen aan verdragen v Genève
- Techniek: als materie uit W.Kh. werd gemoderniseerd, gebeurde dit buiten
W.Kh. (nieuwe materies kwamen via op zichzelf staande wetten, zelfs als
die nieuwe wetten nog vaak het koopmansbegrip gebruikten) (W.Kh. werd
3
,OR
stapsgewijs ‘leeggehaald’ & verloor belang) specifieke wetten kwamen
bv. in boekhouding & jaarrekening, tussenpersonen, …
Vennootschapsrecht “ontvoogd’ vh W.Kh. W.Venn.
Vóór W.Venn.:
- Handelaarsbegrip had veel invloed op vennootschapsrecht aangezien het
in W.Kh zat
- MAAR, in begin was niet elke vennootschap handelaar:
o Vennootschappen met burgerlijk doel (burgerlijke venn.vorm)
= activiteiten anders dan daden v koophandel (enkel gebruikt
voor burgerlijk/niet-commercieel doel
Hadden burgerlijke vorm (later maatschap)
Zonder rechtspersoonlijkheid
Onbeperkte aansprakelijkheid vd vennoten
Geregeld in BW bij benoemde overeenkomsten (art. 1832-
1873 oud BW)
o Vennootschappen met handelsdoel
= stellen v daden v koophandel (hadden commercieel doel)
Hadden vennootschapsvormen in W.Kh.
‘Handelsvormen’ zoals NV, VOF, CommV
Rechtspersoonlijkheid & beperkte aansprakelijkheid waren
voorberhouden aan bepaalde handelsvormen
Evolutie: vormen werden opengesteld:
- Handelsvormen opengesteld voor burgerlijke activiteiten & burgerlijke
vorm opengesteld voor handelsactiviteiten
- E.g. steenkoolindustrie/ontginning gezien als landbouw (niet-commercieel)
– daardoor geen toegang tot vennootschappen met
rechtspersoonlijkheid/nv & darom handelsvormen ook openzetten voor
burgerlijke activiteiten
- W.Venn: bracht burgerlijke & handelsvormen samen in één wetboek
(onderscheid tss burgerlijke & handelsvenn bleef relevant)
Economisch recht WER
= geheel v rechtsregels gericht op het vrijwaren v vrije & eerlijke concurrentie op
economische markten
- Regelen o.a. vrije vestiging, mededinging & prijzen, marktpraktijken,
consumentenbescherming
Ontwikkeld in 20e E via disparaat geheel v bijzondere wetten
- Opkomst economisch recht na WO II, oorspronkelijk met aparte wetten als
aanbouwwetgeving
- Sterke invloed v EU-recht, toenemende europeanisering zorgde voor
verstoring v coherentie (o.a. door incoherentie v EU-instrumenten &
manier v omzetting)
- Doel: algemeen, duidelijk, duurzaam wettelijk kader & bestaande regels
moderniseren, algemene principes distilleren uit amalgaam
- Vooral ordenen, weinig inhoudelijke vernieuwing
o Codificatie leidde niet meteen tot grote inhoudelijke vernieuwingen
4
, OR
o Vooral bijzondere wetten samenbrengen in geordend & toegankelijk
geheel
o Toepasselijk op ‘onderneming’ (= elke natuurlijke of rechtspersoon
die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn
verenigingen)
o Gevolg: klassiek handels- & insolventierecht bleef onaangeroerd, &
W.Kh/… bleven v toepassing op handelaars
- Vooral ‘algemeen’ economisch recht, niet sectoraal
o WER omvat geen sectoraal economisch recht zoals
verzekeringsrecht, financieel recht, …
Toenemende kritiek op handelaarsbegrip
Reden: handelaarsbegrip werd verouderd gevonden omdat het bepaald werd via
onduidelijke & onvolledige lijst v daden v koophandel
- ‘Handelaar/daden v koophandel’:
o Landbouwactiviteiten: landbouwer-natuurlijke persoon of
landbouwvenn
o Extractie v grondstoffen: delfstoffenondernemingen
o Vrije beroepen: artsen, advocaten, bedrijfsrevisoren, accountants,
…
- Gevolg: veel belangrijke ondernemingsactiviteten vielen niet onder
handelsrecht niet-commerciële ondernemingen konden niet failliet
verklaard worden (enkel handelaars) WER nam afstand v
koopmansbegrip & gebruikte vaker ‘onderneming’ als aanknopingspunt
MAAR, koopmansbegrip bleef bestaan naast WER:
- Bij invoering WER: ondernemingsbegrip (functioneel) als aanknopingspunt
voor WER & sectoraal economisch recht, MAAR koopmansbegrip bleef
aanknopingspunt voor handelsrecht
- Bleven bij koopmansbegrip: bevoegdheid rb v koophandel,
faillissementsrecht, handelsbewijsrecht, gemeenrechtelijke regel v
hoofdelijkheid tss handelaars/ gewoonterechtelijke passieve hoofdelijkheid
onder handelaars
- Wet Natuurlijke Rechter: algemene bevoegdheid rechtbank v koophandel
uitgebreid tot geschillen tss/tegen ondernemingen (functionele zin)
3. Naar een volwaardig ‘ondernemingsrecht’ met een
WER & een W.Venn. & W.Ver
3 ‘ondernemingsrechtelijke’ hervormingsprojecten v minister v justitie Koen
Geens
(1) Gemoderniseerd insolventierecht
Wet v 11 aug 2017: invoeging v boek XX ‘insolventie v ondernemingen’ in WER
Vervangt Faillissementswet & Wet Continuiteit Ondernemingen
Verandering: Oude wetten gebruiken nog (in hoofdzaak) koopmansbegrip als
afbakening & boek XX gebruikt ondernemingsbegrip (formele zin) als
aanknopingspunt
‘Onderneming’ wordt formeel gedefinieerd (art. 1.23, 7°/1 WER)
5