Inleidende les
1. De cyclus van het orthopedagogisch handelen (regulatieve cyclus)
In het orthopedagogisch handelen vertrekken we altijd vanuit de beginsituatie (met welke client
werken we?) = de beeldvorming. We willen ons altijd zo goed mogelijk afstemmen op de noden en
beperkingen van de persoon die we begeleiden.
Eens we onze beeldvorming hebben zullen we naar de doelenfase gaan (wat zijn onze doelen?). In de
voorbereidingsfase zullen we actie beginnen voeren. We weten wie we begeleiden, wie onze
doelgroep is, waar we naartoe willen, … We gaan nadenken hoe we dit allemaal gaan doen. Welke
manier van werken gaan we gebruiken, wie gaan we hiervoor inzetten, welke methodieken,
interventies, gaan we inzetten?
In de uitvoeringsfase gaan we effectief gaan handelen. Heel belangrijk is dat we altijd gaan
evalueren. Is dit nu eigenlijk wel de manier van handelen die bij deze situatie past? Moeten we
misschien een andere methode toepassen? Ligt deze methodiek mij wel als begeleider?
Kwaliteit van leven staat centraal bij elke doelgroep. Hiervoor hebben we een aantal radartjes die
hierbij kunnen meehelpen. Hoe krijgen we dit radarwerk in gang?
- Basishouding
- Methodes en methodieken: kunnen helpen om QOL in gang te zetten
We moeten een balans vinden tussen onze basishouding en de methodes en methodieken. Als we in
een methodiek willen geloven, moeten we dit ook toepassen in onze houding. Soms moeten we ook
groeien in bepaalde methoden!
2. Methode-methodiek-methodisch agogisch handelen
Deze termen worden soms door elkaar gehaald.
- Methodiek: geheel van praktijkinzichten en stellingen, geeft voornamelijk een richting aan
- Methode: geeft concreet aan hoe je het moet doen, een praktische invulling (bv.
stappenplan)
- Methodisch agogisch handelen: professioneel handelen
- Doelgericht : we weten met welk doel we iets doen
- Systematisch: stapsgewijs
- Planmatig
- Bewust: we gaan bewust nadenken (welke methode kunnen we hier inzetten?)
3. De implementatie van een methodiek
Komst en implementatie
- Via internationale universiteit of hogeschool naar Vlaanderen
- Vaak via een orthopedagoog of psycholoog die instaat voor de implementatie
, - Sterker indien een project gedragen wordt door verschillende organisaties
- Soms zijn er ook variaties van methodieken
- Soms is de tijd nog niet rijp
4. Waar leren we nieuwe methodieken?
Dit zit in het VTO-beleid van een organisatie (Vorming, Training en Opleiding). Organisaties hebben
een VTO beleid waarin beschreven staat hoe ze werken naar het implementeren van methodieken.
Dit kan gaan over:
- Studiedagen, congressen, … te organiseren in een organisatie
- Expertise delen (bv. informatiemarkt → producenten met informatiestandjes)
- Expertisenetwerken, deelnemen aan kenniscentra
- Zelfstudie en levenslang leren
5. Achterliggend mens- en wereldbeeld
Alle methodes en methodieken passen in een bepaald mens- en wereldbeeld.
- Humanistisch (de mens staat centraal): gentle teaching, ABCD
- Psychodynamisch (onbewuste, verleden): emotionele ontwikkeling in verbinding
- Systeemtheoretisch (mensen maken deel uit van systemen): oplossingsgericht werken
- Gedragstherapeutisch (vooral gedrag en gedragsverandering): Stop 4-7 programma
- Eclectisch model (elementen uit verschillende kaders combineren)
6. Gaan we aan de slag? 10 punten die je moet afwegen!
Wanneer een voorziening beslist om een bepaalde methodiek te implementeren, zijn er een paar
vragen die je je moet stellen voor je tot die implementatie komt.
- Doelgroep-relevant: is deze methodiek passend bij onze doelgroep?
- Effectiviteit: is dit een goed bruikbare methode? Heeft het enige duurzaamheid bewezen?
Zijn er andere organisaties die ervaring hebben met deze methodiek?
- Complementair: is het een toegevoegde waarde bij de manier waarop we werken?
- Gaan we de methodiek volledig gebruiken of enkel elementen er van?
- Welke vorming hebben ik en anderen nodig?
- Hoe gaan we de context erbij betrekken?
- Wat is mijn persoonlijk engagement? Wil ik nadien ook nog investeren?
- Willen we investeren qua financiële middelen, accommodatie, materiaal en personeel?
- Is dit het goede tijdstip?
,Psychodynamisch ontwikkelingsmodel
(Došen)
Anton Došen is een Nederlands kinderpsychiater. Hij was geïntegreerd door mensen die in hun
levensloop bepaalde gedrags- of emotionele problemen vertoonden en hoe hij deze kon begrijpen.
Hij stelde vast dat de klassieke behandelinstrumenten eigenlijk niet altijd even goed toepasbaar
waren. Hij ging op zoek naar een eigen model van waaruit hij de problematiek kon begrijpen.
Hij hield rekening met verschillende deelwetenschappen (neurologie, biologie, genetica, …), maar
werkte vooral vanuit de sociaal-emotionele ontwikkeling. Došen zijn ontwikkelingsmodel ontstond
vooral vanuit zijn expertise. Zijn model wordt universeel erkend binnen verschillende werkvelden.
1. Ontstaan van emotionele problemen en psychische stoornissen
Wat hij vaststelde bij mensen met psychische problemen was dat er vaak een verschil bestaat tussen
de sociaal-emotionele ontwikkeling en de cognitieve ontwikkeling. Bij mensen met psychische
problemen is de cognitieve ontwikkeling meer ontwikkeld dan de sociaal-emotionele. Hier zit het
verschil tussen kunnen en aankunnen.
Hoe kan je de emotionele ontwikkeling stimuleren? → sensitieve responsiviteit. Als je als ouder of
begeleider sensitief responsief bent van bij de geboorte, op elk moment van de dag, zal je de
emotionele ontwikkeling stimuleren.
2. Fasen in de emotionele ontwikkeling
Došen heeft alle ontwikkelingsmodellen die er zijn op elkaar gelegd en van hieruit een eigen model
ontwikkeld met de focus op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Hij onderscheidt 5 fasen:
1ste fase Adaptiefase (0-6 maand)
2de fase Eerste socialisatiefase (6-18 maand)
3de fase Eerste individuatiefase (18-36 maand)
4de fase Identificatiefase (3-7 jaar)
5de fase Realiteitsbewustwordingsfase (7-12 jaar)
De fasen zijn ‘kunstmatig’ en weerspiegelt niet echt de realiteit. Je vloeit nooit direct voort van de
ene fase in de andere. Binnen elke emotionele ontwikkelingsfase een bepaalde persoonlijkheidslaag
gevormd wordt. Een laag met specifieke kenmerken, gerelateerd aan elke ontwikkelingsfase.
Bv. In de 2de fase is het zo dat ons vermogen om ons te
hechten aan anderen hierin wordt gevormd. Wanneer er
binnen deze fase zich een aangrijpende gebeurtenis voordoet
(bv. scheiding van de ouders), kan het zijn dat dit een enorm
effect heeft om je goed en veilig te hechten aan anderen. In
deze hechtingslaag zit dan enige kwetsbaarheid.
, De schaal van emotionele ontwikkeling is een schaal die vaak gebruikt wordt, zeker in teams die
werken met cliënten die probleemgedrag stellen en vinden dat het niet volledig lukt om die persoon
te geven wat die nodig heeft. Men gaat dan kijken binnen welke ontwikkelingsfase de cliënt zich
bevindt. Dit is enorm inzichtgevend.
Er is ook een verkorte schaal, aangezien de vorige zeer tijdrovend was om tot een conclusie te
komen. Het is geschikt voor een snelle screening van de emotionele ontwikkeling.
2.1. Fase 1: Adaptatiefase-homeostase → diep (IQ <20)
- Van 0 tot 6 maand
- Fysiologische aanpassing: zelf ademhalen, lichaamstemperatuur regelen
- Sensorische integratie via zintuigen: ruiken, horen, zien
- Ontdekken van structuren van ruimte, tijd en personen (actie – reactie)
- Bereiken van ‘homeostase’: het bereiken van een evenwicht door het feit dat hij zijn
eigen lichaamsfuncties kan regelen en aangeven
1. De cyclus van het orthopedagogisch handelen (regulatieve cyclus)
In het orthopedagogisch handelen vertrekken we altijd vanuit de beginsituatie (met welke client
werken we?) = de beeldvorming. We willen ons altijd zo goed mogelijk afstemmen op de noden en
beperkingen van de persoon die we begeleiden.
Eens we onze beeldvorming hebben zullen we naar de doelenfase gaan (wat zijn onze doelen?). In de
voorbereidingsfase zullen we actie beginnen voeren. We weten wie we begeleiden, wie onze
doelgroep is, waar we naartoe willen, … We gaan nadenken hoe we dit allemaal gaan doen. Welke
manier van werken gaan we gebruiken, wie gaan we hiervoor inzetten, welke methodieken,
interventies, gaan we inzetten?
In de uitvoeringsfase gaan we effectief gaan handelen. Heel belangrijk is dat we altijd gaan
evalueren. Is dit nu eigenlijk wel de manier van handelen die bij deze situatie past? Moeten we
misschien een andere methode toepassen? Ligt deze methodiek mij wel als begeleider?
Kwaliteit van leven staat centraal bij elke doelgroep. Hiervoor hebben we een aantal radartjes die
hierbij kunnen meehelpen. Hoe krijgen we dit radarwerk in gang?
- Basishouding
- Methodes en methodieken: kunnen helpen om QOL in gang te zetten
We moeten een balans vinden tussen onze basishouding en de methodes en methodieken. Als we in
een methodiek willen geloven, moeten we dit ook toepassen in onze houding. Soms moeten we ook
groeien in bepaalde methoden!
2. Methode-methodiek-methodisch agogisch handelen
Deze termen worden soms door elkaar gehaald.
- Methodiek: geheel van praktijkinzichten en stellingen, geeft voornamelijk een richting aan
- Methode: geeft concreet aan hoe je het moet doen, een praktische invulling (bv.
stappenplan)
- Methodisch agogisch handelen: professioneel handelen
- Doelgericht : we weten met welk doel we iets doen
- Systematisch: stapsgewijs
- Planmatig
- Bewust: we gaan bewust nadenken (welke methode kunnen we hier inzetten?)
3. De implementatie van een methodiek
Komst en implementatie
- Via internationale universiteit of hogeschool naar Vlaanderen
- Vaak via een orthopedagoog of psycholoog die instaat voor de implementatie
, - Sterker indien een project gedragen wordt door verschillende organisaties
- Soms zijn er ook variaties van methodieken
- Soms is de tijd nog niet rijp
4. Waar leren we nieuwe methodieken?
Dit zit in het VTO-beleid van een organisatie (Vorming, Training en Opleiding). Organisaties hebben
een VTO beleid waarin beschreven staat hoe ze werken naar het implementeren van methodieken.
Dit kan gaan over:
- Studiedagen, congressen, … te organiseren in een organisatie
- Expertise delen (bv. informatiemarkt → producenten met informatiestandjes)
- Expertisenetwerken, deelnemen aan kenniscentra
- Zelfstudie en levenslang leren
5. Achterliggend mens- en wereldbeeld
Alle methodes en methodieken passen in een bepaald mens- en wereldbeeld.
- Humanistisch (de mens staat centraal): gentle teaching, ABCD
- Psychodynamisch (onbewuste, verleden): emotionele ontwikkeling in verbinding
- Systeemtheoretisch (mensen maken deel uit van systemen): oplossingsgericht werken
- Gedragstherapeutisch (vooral gedrag en gedragsverandering): Stop 4-7 programma
- Eclectisch model (elementen uit verschillende kaders combineren)
6. Gaan we aan de slag? 10 punten die je moet afwegen!
Wanneer een voorziening beslist om een bepaalde methodiek te implementeren, zijn er een paar
vragen die je je moet stellen voor je tot die implementatie komt.
- Doelgroep-relevant: is deze methodiek passend bij onze doelgroep?
- Effectiviteit: is dit een goed bruikbare methode? Heeft het enige duurzaamheid bewezen?
Zijn er andere organisaties die ervaring hebben met deze methodiek?
- Complementair: is het een toegevoegde waarde bij de manier waarop we werken?
- Gaan we de methodiek volledig gebruiken of enkel elementen er van?
- Welke vorming hebben ik en anderen nodig?
- Hoe gaan we de context erbij betrekken?
- Wat is mijn persoonlijk engagement? Wil ik nadien ook nog investeren?
- Willen we investeren qua financiële middelen, accommodatie, materiaal en personeel?
- Is dit het goede tijdstip?
,Psychodynamisch ontwikkelingsmodel
(Došen)
Anton Došen is een Nederlands kinderpsychiater. Hij was geïntegreerd door mensen die in hun
levensloop bepaalde gedrags- of emotionele problemen vertoonden en hoe hij deze kon begrijpen.
Hij stelde vast dat de klassieke behandelinstrumenten eigenlijk niet altijd even goed toepasbaar
waren. Hij ging op zoek naar een eigen model van waaruit hij de problematiek kon begrijpen.
Hij hield rekening met verschillende deelwetenschappen (neurologie, biologie, genetica, …), maar
werkte vooral vanuit de sociaal-emotionele ontwikkeling. Došen zijn ontwikkelingsmodel ontstond
vooral vanuit zijn expertise. Zijn model wordt universeel erkend binnen verschillende werkvelden.
1. Ontstaan van emotionele problemen en psychische stoornissen
Wat hij vaststelde bij mensen met psychische problemen was dat er vaak een verschil bestaat tussen
de sociaal-emotionele ontwikkeling en de cognitieve ontwikkeling. Bij mensen met psychische
problemen is de cognitieve ontwikkeling meer ontwikkeld dan de sociaal-emotionele. Hier zit het
verschil tussen kunnen en aankunnen.
Hoe kan je de emotionele ontwikkeling stimuleren? → sensitieve responsiviteit. Als je als ouder of
begeleider sensitief responsief bent van bij de geboorte, op elk moment van de dag, zal je de
emotionele ontwikkeling stimuleren.
2. Fasen in de emotionele ontwikkeling
Došen heeft alle ontwikkelingsmodellen die er zijn op elkaar gelegd en van hieruit een eigen model
ontwikkeld met de focus op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Hij onderscheidt 5 fasen:
1ste fase Adaptiefase (0-6 maand)
2de fase Eerste socialisatiefase (6-18 maand)
3de fase Eerste individuatiefase (18-36 maand)
4de fase Identificatiefase (3-7 jaar)
5de fase Realiteitsbewustwordingsfase (7-12 jaar)
De fasen zijn ‘kunstmatig’ en weerspiegelt niet echt de realiteit. Je vloeit nooit direct voort van de
ene fase in de andere. Binnen elke emotionele ontwikkelingsfase een bepaalde persoonlijkheidslaag
gevormd wordt. Een laag met specifieke kenmerken, gerelateerd aan elke ontwikkelingsfase.
Bv. In de 2de fase is het zo dat ons vermogen om ons te
hechten aan anderen hierin wordt gevormd. Wanneer er
binnen deze fase zich een aangrijpende gebeurtenis voordoet
(bv. scheiding van de ouders), kan het zijn dat dit een enorm
effect heeft om je goed en veilig te hechten aan anderen. In
deze hechtingslaag zit dan enige kwetsbaarheid.
, De schaal van emotionele ontwikkeling is een schaal die vaak gebruikt wordt, zeker in teams die
werken met cliënten die probleemgedrag stellen en vinden dat het niet volledig lukt om die persoon
te geven wat die nodig heeft. Men gaat dan kijken binnen welke ontwikkelingsfase de cliënt zich
bevindt. Dit is enorm inzichtgevend.
Er is ook een verkorte schaal, aangezien de vorige zeer tijdrovend was om tot een conclusie te
komen. Het is geschikt voor een snelle screening van de emotionele ontwikkeling.
2.1. Fase 1: Adaptatiefase-homeostase → diep (IQ <20)
- Van 0 tot 6 maand
- Fysiologische aanpassing: zelf ademhalen, lichaamstemperatuur regelen
- Sensorische integratie via zintuigen: ruiken, horen, zien
- Ontdekken van structuren van ruimte, tijd en personen (actie – reactie)
- Bereiken van ‘homeostase’: het bereiken van een evenwicht door het feit dat hij zijn
eigen lichaamsfuncties kan regelen en aangeven