Hoofdstuk 4: koolhydraten
Inhoud
1.1 Inleiding..............................................................................................2
1.1.1 Indeling en eigenschappen van koolhydraten..............................3
1.2 Voorkomen van koolhydraten en voedingsvezels in de voeding.......11
1.3 Fysiologie van koolhydraten en voedingsvezels...............................11
1.3.1 Vertering an suikers en verteerbaar zetmeel..............................11
1.3.2 Absorptie van suikers en verteerbaar zetmeel...........................12
1.3.3 Fermentatie van voedingsvezels en resistent zetmeel...............13
1.3.4 Koolhydraatmetabolisme na absorptie.......................................14
1.4 Rol van koolhydraten in het lichaam.................................................15
1
,Voedingsleer Koolhydraten
1.1 Inleiding
Cn(H2O)n ”suikers” - “gluciden” - “sachariden”
Macronutriënt met grootste aandeel uitgedrukt als energie
Vooral plantaardig
Fysiologisch effect is afhankelijk van polymerisatiegraad en
snelheid van vertering/fermentatie
Complexe groep:
o Mono-
o Di-
o Oligo-
o Poly-
o Suikeralcoholen
o -Uronzuren
o Voedingsvezels
Polymerisatiegraad = het aantal monomeren dat aan elkaar geschakeld
is in een polymeerketen
Definitie voedingdsvezels
Geen internationale consensus
Codex Alimentarius (FAO-WHO):
o Ketens uit 3 of meer enkelvoudige suikers (ribose, glucosen,
fructose) die in de menselijke darm niet verteerd en niet
opgenomen worden
o Van nature aanwezig in levensmiddelen (brood, aardappelen,
groenten, fruit)
o Uit grondstoffen voor levensmiddelen verkregen
o Nagemaakt met bewezen gunstig effect=> synthetisch
Wateroplosbare (pectine, gommen), oligosachariden en
resisten zetmeel=> fermenteerbaar door commensale microbiota
Niet-wateroplosbare (cellulose, lignine*)=> bulking effect door
hydrateren
o Bulking effect=> massa groter worden=> goed voor
stoelgang
o *Lignine is voedingsvezel maar geen koolhydraat
2
, Voedingsleer Koolhydraten
Indeling volgens polymerisatiegraad
1.1.1Indeling en eigenschappen van koolhydraten
1.1.1.1 Monosachariden
Bouwstenen
Lineair
Fisher projectie: rechts (D) en links (L)
(Een Fisher-projectie is een manier
om een 3D-molecule (zoals glucose)
plat (2D) te tekenen.)
Je kijkt vooral naar het hoogst
gelegen chirale centrum (het
asymmetrische C-atoom het verst
van de C=O-groep).
o Staat de OH-groep rechts → D-vorm (Dexter = rechts)
o Staat de OH-groep links → L-vorm (Laevus = links)
3