bij kinderen
Leerpad A: Depressie
Hoofdstuk 11: stemmingsstoornissen
Depressieve stoornis
Inleiding
Depressie voor de puberteit:
- Komt minder vaak voor
- Persisteert minder vaak tot in de volwassenheid
- Komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes
- Gaat vaak samen met andere stoornissen
- Is vaker geassocieerd met disfunctioneren van het gezin dan depressie die
na de puberteit ontstaat
Diagnostische kenmerken
Hoofdkenmerken van depressieve stoornis:
- Sombere of prikkelbare stemming
- Duidelijk verminderde interesse of plezier
- Significant gewichtsverlies. Bij kinderen moet worden gedacht aan het niet
bereiken van de te verwachten gewichtstoename
- Insomnia of hypersomnia (moeilijk in slaap vallen of net overmatige
slaperigheid)
- Psychomotorische agitatie of vertraging
- Vermoeidheid of verlies van energie
- Gevoelens van waardeloosheid
- Verminderd vermogen tot nadenken of concentreren, besluiteloosheid
- Recidiverende gedachten aan de dood, recidiverende suïcidegedachten
zonder een specifiek plan of een suïcidepoging of een specifiek plan om
suïcide te plegen
5 (of meer) van deze symptomen zijn binnen dezelfde periode van twee
weken aanwezig geweest en wijken af van het eerdere functioneren;
minstens 1 van de symptomen is ofwel een sombere stemming ofwel
verlies van interesse of plezier.
De aanpassingen van de DSM 5 criteria voor depressieve stoornis om ook
toepasbaar te zijn voor kinderen en jeugdigen:
1. Er mag sprake zijn van een geprikkelde in plaats van een sombere
stemming
2. In plaats van gewichtsverlies mag er ook sprake zijn van het niet
voldoende aankomen in gewicht, zoals dat tijdens de groei verwacht mag
worden
1
,Symptomen bij jonge kinderen die een depressieve stemming doen vermoeden:
- Continu aanwezig sombere gelaatsuitdrukking
- Zich prikkelbaar of zeurderig gedragen
- Tekenen van lusteloosheid
- Verveling
Welke symptomen kunnen gevolgen hebben op school:
- Verminderd vermogen om na te denken
- Verminderd vermogen om zich te concentreren
Dit zijn cognitieve symptomen.
Dit leidt allemaal tot:
- Gevoelens van minderwaardigheid
- Schuldgevoelens
Lichamelijke symptomen van een depressieve stoornis:
- Slaapstoornissen
- Gewichtsverlies
- Geremdheid of juist agitatie (innerlijke rusteloosheid)
- Vermoeidheid
- Verlies van energie
Hoofdkenmerken van persisterende depressieve stoornis:
1. Prikkelbare of sombere stemming gedurende tenminste 1 jaar
2. Aanwezigheid, tijdens de depressiviteit, van 2 (of meer) van de volgende
symptomen:
- Slechte eetlust of teveel eten
- Insomnia of hypersomnia
- Weinig energie of vermoeidheid
- Gering gevoel van eigenwaarde
- Slechte concentratie of moeite met beslissingen nemen
- Gevoelens van hopeloosheid
Persisterende depressieve stoornis: lichte vorm van de depressieve stoornis.
Sombere stemming is minder intens dan ben je depressieve stoornis
Chronischer dan depressieve stoornis
Leeftijdsspecifieke depressieve symptomen:
1. Babytijd
- Anaclitische depressie: huilen, zoek- en protestgedrag, vertraagde
ontwikkeling van bewegingen, vermindering van eetlust,
slaapproblemen,...
- Babydepressie: depressieve of prikkelbare stemming, verlies van interesse
of plezier, overmatig huilen, verminderde sociale interacties en initiatief,...
2. Peuter en kleutertijd
- Droevigheid of prikkelbaar, frequent huilen, agressie, driftuitbarstingen,
angsten, afhankelijkheid, lichamelijke klachten, vermindering van
leerprestaties,...
3. Basisschoolleeftijd
2
, - Droevigheid, huilen, prikkelbaarheid, woede, ongehoorzaamheid,
onzekerheid, morbide ideeën, suïcidaliteit, concentratieproblemen,
verwaarlozing van zichzelf, dwangsymptomen, agitatie...
4. Adolescentie
- Verbale uiting van depressieve stemming, stemmingsschommelingen,
psychomotorische agitatie (verhoogde motorische activiteit en innerlijke
rust zoals constant wiebelen, nerveus lijken, snelle spraak,…), verlies van
interesse en plezier, suïcidaliteit, schoolangst, antisociaal gedrag, zich
buitenstaander voelen, delinquentie (crimineel of strafbaar gedrag), weg
willen van thuis, misbruik van alcohol en drugs,...
Comorbiditeit
De 2 meest voorkomende comorbide stoornissen van depressieve stoornis zijn:
- Gedragsstoornissen: Dit gaat samen met depressieve stoornis door de
aanwezigheid van gemeenschappelijke etiologische (genetisch of
omgeving) invloeden. In dit geval is het moeilijk om een depressie te
herkennen, omdat de gedragsstoornissen meestal op de voorgrond staan
en het klinische beeld kunnen domineren. Daardoor kan een
gedragsstoornis de depressieve symptomen maskeren.
- Angststoornissen: dit gaat vaak samen met een depressieve stoornis
omdat beide stoornissen genetische en omgevingsinvloeden met elkaar
delen.
Voorkomen
- De prevalentie van depressieve stoornissen varieert per studie en ligt
tussen de 0,5 en 2,5% bij kinderen en tussen de 1 en 6% bij jeugdigen.
- Er is een lichte toename van depressieve symptomen bij kinderen en
jeugdigen in westerse landen
- Sterke toename van depressieve symptomen in de adolescentie
- Meisjes hebben meer kans op het krijgen van deze symptomen. De
kwetsbaarheid van de meisjes heeft voornamelijk te maken met
hormonale veranderingen.
Meisjes hechten er veel groter belang aan relaties dan jongens en
zouden daardoor kwetsbaarder zijn voor het mislopen ervan. Dit zou
vooral gelden voor meisjes met een onveilige hechting aan hun ouders.
Etiologie
Additief effect: de optelsom van de afzonderlijke effecten.
- Predisponerende factoren: genetische invloeden of vroege
omgevingsinvloeden
- Precipiterende factoren: bv stressvoller levensgebeurtenissen
- Onderhoudende factoren: factoren die het beloop beïnvloeden
Deze factoren kunnen biologische en psychologische processen in gang
zetten waaruit een depressie kan ontstaan en eventueel onderhouden kan
worden.
3
, Genetische factoren
Kinderen van ouders met een depressieve stoornis hebben een verhoogd risico
op het ontwikkelen van psychiatrische stoornissen en in het bijzonder depressie.
Omgevingsinvloeden
- Bv: armoede, regelmatig verhuizen, gezinsproblemen (echtscheiding,
ouderlijke conflicten).
- Daardoor is de kans groter op het krijgen van een depressieve stoornis
- Depressie van ouders is geassocieerd met een verhoogd risico op
depressie bij hun kinderen
- Door de depressie van de ouders kunnen tal van problemen ontstaan
zoals: opvoedingsproblemen, verminderde emotionele steun,
communicatieproblemen, vijandigheid naar hun kind, relatieproblemen
van de ouders,...
Samenspel tussen genetische en omgevingsfactoren
Gen-omgevingscorrelatie: als genetische factoren de selectie of de beïnvloeding
van de omgeving bepalen.
- Depressieve kinderen of jeugdigen kunnen anderen als kritisch en
afkeurend beleven en als reactie zelf ook een kritische en vijandige
houding aannemen. Dit kan ertoe leiden dat leeftijdsgenoten hen links
laten liggen of de relatie verbreken.
Gen-omgevingsinteracties: genetische invloeden kunnen ook door
omgevingsfactoren versterkt worden.
Serotonine-Transporter-promoter-polymorfisme creëert de relatie tussen stress en
depressie.
Serotonine-Transporter-promoter-polymorfisme: genetische variatie in het
gen dat de heropname van serotonine in de hersenen regelt.
Neurobiologische mechanismen
Neurotransmitters
Monoaminehypothese: stelt dat een tekort aan de stoffen noradrenaline en
serotonine in de hersenen een rol speelt bij depressie bij volwassenen.
Bij depressieve kinderen en jongeren speelt serotonine waarschijnlijk ook een rol.
Dit blijkt uit het positieve effect van het medicijn fluoxetine en een lagere
hoeveelheid serotoninetransporteiwit in hun bloed, al is niet zeker wat dat
betekent voor de hersenen.
Slaapfysiologie
4