ESTER STRUELENS
Kaat Persyn | 1ste Bachelor dierenzorg | Semester 1
,
, INLEIDING
WAT IS GEDRAG
Gedrag -> is een reflexboog waarbij een prikkel via een afferent neuron naar het ruggenmerg wordt
geleid om dan verder geleid te worden via een efferent neuron met een reactie als gevolg. Reflexen
zijn de eenvoudigste vormen van gedrag.
Het varieert van eenvoudige handelingen vb: de beweging van 1 of meerdere spieren tot complexe
gedragingen vb: migratie van vogels gebruik makende van informatie afkomstig van de sterren
= Omvat bewegingen, geluidsproductie, afscheiding van geurstoffen, lichamelijk contact tussen 2
dieren, denken, dromen en herkennen.
Zenuwstelsel -> het gedrag wordt gestuurd vanuit het autonoom en perifeer zenuwstelsel en heeft te
maken met prikkels die zich verplaatsen over zenuwcellen en de vrijstelling van neurotransmitters.
Oplossing gedragsproblemen? Het werkzame bestanddeel clomipramine werkt in op het centraal
zenuwstelsel en blokkeert hier de heropname van serotonine en noradrenaline in de zenuwcellen.
Dus medicatie kan invloed hebben op het gedrag, maar gaat het niet oplossen.
Concrete definitie:
Gedrag zijn (waarneembare) acties en reacties van een dier op prikkels uit de omgeving of vanuit het
eigen lichaam.
WAT IS TOEGEPASTE ETHOLOGIE
Ethologie -> bestudeert het gedrag met een wetenschappelijk verantwoorde methodologie en de
evolutieleer als achtergrond (= biologische studie van het gedrag)
= de studie van dierengedrag.
PAGINA 0 VAN 189
, VERSCHILLENDE ONDERZOEKERS IN DE ETHOLGIE
Charles Darwin (1809 – 1882)
Heeft fundamentele invloed op de ontwikkeling van de moderne ethologie (biologie).
Ethologie komt van: ‘ethos’ = de gewoonte, de aarde, de norm en ‘logo’ = de leer -> de biologische
studie van het gedrag:
• Wetenschappelijk verantwoorde methodologie
• Evolutieleer
Oskar Heinroth
Hij en anderen verzamelden gegevens over vogels en insecten, maar waren niet geïnteresseerd in
denkprocessen of emoties en verzamelden dus data over enkel de uitwendige zichtbare gedragen.
Emotionele expressies bij verschillende diersoorten. Emoties gebruikt als onderzoeksobject: relatie
tussen emotie en zichtbare gedragingen (bv: gelaatsuitdrukkingen). Link tussen emotie en evolutie
Nike Tinbergen – 20e eeuw
Ontwierp experimenten waar hij ingreep op de natuurlijke omgeving van vrijlevende dieren en hun
gedragen observeerde = experimentele ethologie
4 vragen van Tinbergen:
1. Waardoor werd het gedrag veroorzaakt (prikkels, fysiologische variabelen)? -> Causaliteit
2. Wat is het nut van het gedrag? -> Functie
3. Hoe ontwikkelt het gedrag zich tijdens de levensloop van een individu? -> Ontogenie
4. Hoe is gedrag ontwikkelt in de loop van de evolutie? -> Fylogenie
BESCHRIJVENDE ETHOLOGIE
Inventaris van alle gedragselementen van een diersoort = ethogram.
Definitie: beschrijving van gedrag aan de hand van waarneembare uiterlijke kenmerken van houding
en beweging zonder interpretatie van het doel of functie (niet nadenken over waarom doen ze dat).
Species ethogram = lijst van alle mogelijke gedragen dat een diersoort kan hebben -> zeer uitgebreid,
vaak ook met tekeningen/ foto’s.
Experimenteel ethogram: gebruikt tijdens onderzoek -> beknopte versie, niet alle gedragen zitten
erin.
Men ging de gedragen clusteren/ categoriseren:
• Functionele indeling
o Voedingsgedrag: eten, drinken, wroeten, grazen, …
o Agonistisch gedrag (conflictgedrag): oren naar achter, tanden tonen, bijten, staren,
wegvluchten, …
o Affiliatief gedrag (sociaal verbindend gedrag): allogram, spelen, neuscontact, …
o …
• Andere (vb. naar vorm/ uitingswijze)
o Individueel versus sociaal gedrag
States = gedragingen waar tijd kan worden opgenomen, bv slapen, eten, …
Events = gedragingen met korte duur -> gebeurtenissen. Wordt geteld: bv hvl pikbewegingen
PAGINA 1 VAN 189