1. Vraag en aanbod
- Op de markt vinden consumenten en producenten elkaar
- Individuele beslissingen
- Competitieve markt
2. Wetten van vraag en aanbod
Bij een gelijk aanbod of vraag geldt:
- Als de vraag (V) stijgt, stijgt de prijs (P)
- Als de vraag daalt, daalt de prijs
- Als het aanbod (A) stijgt, daalt de prijs
- Als het aanbod daalt, stijgt de prijs
In de praktijk worden prijzen bepaald via:
- Veilingen (prijs ontstaat door bieden)
- Vaste prijzen (vastgelegd door verkoper)
Evenwicht op de markt
Op lange termijn streeft de markt naar een evenwichtsprijs.
Dat is de prijs waarbij vraag en aanbod gelijk zijn (snijpunt van beide).
Onevenwichten
Aanbodoverschot (te veel aanbod)
- Aan een bepaalde prijs is het aanbod groter dan de vraag
- Voorbeeld: veel geproduceerd, weinig vraag
- Gevolg:
o Producent blijft met overschot zitten
o Prijs daalt om meer te verkopen
Vraagoverschot (te weinig aanbod)
- Aan een bepaalde prijs is de vraag groter dan het aanbod
- Voorbeeld: weinig productie, veel vraag
- Gevolg:
o Product snel uitverkocht
o Consumenten bieden tegen elkaar op
o Prijs stijgt
3. De wet van king
- Sommige producten hebben een extreem vaste vraag of aanbod