1. Passieve overheid
- Sociale contracttheorie: minimale overheid
- Overheid kan het niet beter
- ‘Het zijn allemaal zakkenvullers.’
2. Actieve overheid
- Nationaal belang van economie
- Democratisch principe
- Overheid is belangrijke economische actor
- Verzorgingsstaat
3. De verzorgingsstaat
- Functie overheid: neemt economisch surplus en besteedt aan zorg,
uitkeringen, ondersteuning.
- Voordeel: biedt vangnet én stimuleert mensen om kleine risico’s te
nemen (bv. van werk veranderen).
- Effect op economie: geen rem op economische groei.
4. Economisch beleid
- Keuzes zijn vaak “of – of”, niet “en – en”.
- Conflicten: economie vs. andere beleidsdomeinen.
- Interne conflicten tussen doelen:
o Groei ↔ Werkgelegenheid
o Betalingsbalans ↔ Stabiele prijzen
Conjunctuurpolitiek
- Laagconjunctuur: stimuleren van kopen → renteverlaging,
belastingsverlaging, subsidies
- Hoogconjunctuur: ontmoedigen van kopen → renteverhoging, extra
belastingen
5. Overheidsfinanciën
- Fiscale ontvangsten: 59 %
o Directe belastingen: 21 %
o Indirecte belastingen: 22 %
o Vennootschapsbelasting: 9 %
o Heffingen op vermogens: 8 %
- Sociale zekerheid: 27 %
- Niet-fiscale ontvangsten: 14 %
Overheidsschuld
- Historisch overzicht:
o 1975–1982: aangroei
o 1993: piek 138 %
o 2004: <100 %