Leerprocessen bij dieren
- Leren = proces waarbij organisme gedrag aanpast als resultaat van
ervaring ( interactie met de omgeving)
- Speelt een belangrijke rol bij dieren, zowel bewuste training als alledaagse
situaties
- Wanneer we dieren heel bewust trainen, zoals bij het aanleren van
kunstjes, het redden van mensen of het assisteren van mensen, is het
leerproces duidelijk zichtbaar.
- In dierentuinen kunnen dieren makkelijker gemanipuleerd worden als ze
ook getraind worden.
- Maar leerprocessen gebeuren niet altijd bewust of opvallend.
Bijvoorbeeld: een kat die reageert op het geluid van een blikopener heeft
geleerd dat dit betekent dat er eten komt.
- Dit leerproces verloopt subtiel, maar beïnvloedt het gedrag van
het dier.
- Ook bij jonge dieren zien we leerprocessen. Een pup die voor het eerst een
stofzuiger hoort, kan eerst angstig reageren, maar na verloop van tijd
wennen en niet meer reageren. Soms gebeurt het omgekeerde, en
ontwikkelt een dier juist angst voor een bepaalde prikkel.
Niet associatief leren of 1- event leren
- Habituatie ( een prikkel die in het begin een eng zijn maar er niets
gebeurt en na een tijd gewoon worden)
o Proces waarbij een dier geleidelijk minder en minder gaat reageren
op een stimulus die regelmatig wordt herhaald
Vb. paard –ruisen van bladeren
Vb. gedragsstudies ten velde –habituatievan dieren aan
onderzoeker
o Filteren omgevingsinformatie →repetitieve, onbelangrijke signalen
negeren –aandacht naar belangrijke signalen (relevante irrelevante
stimuli)
Vb. prairiehonden: alarmkreten predatoren –wandelwegen
mens
Habituatieproces pups
- Sensitisatie
o Proces waarbij een dier meer en meer gaat reageren op een
stimulus die regelmatig wordt herhaald/ sterkere respons na intense
of irriterende stimulus
Vb. zeeslang elektrische schok –nadien aanraking
Vb. ‘drippingwater torture’ om iemand te martelen , elke
minuut een druppel laten vallen
Vb. hond –geweerschot
!Vaak intense stimuli !
,Exploratorisch of latent leren
- Dier leert eigenschappen van de omgeving door te exploreren.
- Opgedane ervaring wordt pas later gebruikt om gedrag te veranderen
(vaak in andere omgeving). Het is aanvankelijk het niet zichtbaar dat
dieren aan het leren zijn, pas later wordt dit duidelijk.
- Experiment van Tolman
Ratten ontwikkelen mentale voorstelling van het doolhof
Herhaling van experiment -> cijfertjes volgen tot ze bijna geen fouten
meer maken
DAN een wand gaan wegnemen
Ratten lopen de wand voorbij
Nadien nemen ze wel de shortcut
Sociaal leren
- Nabootsen of imitatie
o Observator neemt gedragspatroon over
o Nieuw gedrag
Vb apen vuur maken
- Sociale facilitatie (gewen)
o individu in groep voert bepaald gedrag uit ➔kans verhoogt dat
andere individuen kort nadien hetzelfde gedrag gaan vertonen
o Geen nieuw gedrag! (<> imitatie)
Vb. herkauwen koe
o Rekening mee houden bij ontwerp van stallen (synchronisatie van
gedrag)
Vb. eetgedrag hond
Honden worden sterk beïnvloed door de aanwezigheid
van andere honden bij het eten ➔velen eten meer of
sneller in de aanwezigheid van andere hond
- Local enhancement
o Gedrag van een dier trekt de aandacht van een ander dier naar
specifieke plaats of stimulus ➔nieuw gedrag door trial and error (vb.
meesjes)
Inzichtelijk leren
- inzichtelijk leren want plots! Nieuwe respons
, - Verschilt van 1000-den trials and errors
- Studies met chimpansees: voedsel bekomen via hulpmiddelen
o Vb. 2 korte bamboestokken samenvoegen om 1 lange stok te
bekomen
- Inzichtelijk leren: individu ontwikkelt nieuw gedrag of oplossing voor
probleem door inzicht/ nadenken
o Kritiek: Schiller
o 48 chimp:
elk 2 stokken die in elkaar pasten
geen probleem om op te lossen
o 32 chimppast en stokken in elkaar binnen het uur
o 19 van de 20 adulten pasten stokken in elkaar binnen 5 min
- Oefening
o Jonge duiven in een park vliegen weg van voorbijstappen de
mensen. Na een tijdje leren ze dat deze mensen geen bedreiging
vormen en hen niet zullen benaderen of pijn doen. Ze vliegen niet
meer weg als mensen dicht bij hen komen.
Habituatie en niet associatief leren
Associatief leren
- Associatie →Het dier legt een associatie tussen 2 zaken of Het dier leert
dat er een verband is tussen 2 zaken Indien dit aangeleerd wordt of is,
werd het dier geconditioneerd
- Klassieke conditionering = pavlof en bel met hond en eten
o Een dier legt een verband tussen twee prikkels
o Een hond hoort een belletje en als het belletje gaat krijgt hij eten ,
na een tijd begint de hond automatisch te kwijlen als hij het belletje
hoort
o DIA 7
Voedsel is een ongeconditioneerde prikkel
Een neutrale prikkel nodig dat nog geen betekenis heeft voor
de hond
Altijd een prikkel te samen gebruiken met iets wat wel een
betekenis heeft bv voedsel en een bel
Door het altijd te gebruiken samen maakt het dier een
associatie en weet hij dat het belletje te samen komt met het
voedsel
Dus een de combinatie word een geconditioneerde prikkel en
stimulus