Samenvatting maatschappijleer DT2, rechtsstaat
Rechtsstaat
- Paragraaf 1; Idee en oorsprong van de rechtsstaat.
Totalitaire staat = De staat doordringt tot in het persoonlijke leven en bepaalt wat mensen mogen
lezen en zien, waar ze mogen wonen en werken en waarheen ze mogen reizen.
Politiestaat = De burgers leven permanent in angst dat de geheime dienst hen bespioneert en
afluistert of dat landgenoten hen verklikken of verraden omdat ze niet het gedrag vertonen
dat de staat wenst.
Rechtsstaat = Een staat waarin burgers met grondrechten worden beschermd tegen machtsmisbruik
en willekeur van de overheid (iemand zo behandelen zoals je dat op het moment toevallig uitkomt,
ook als dat niet eerlijk is).
Sociale rechtsstaat = Er zijn allerlei wetten en voorzieningen om de welvaart en het welzijn
van de burgers te bevorderen.
o In een rechtsstaat gaan vertrouwen en wederkerigheid (‘voor wat hoort wat’) hand in hand.
- Er ontstaat rechtszekerheid doordat burgers en staat te goeder trouw de wetten naleven.
o Ontstaan van de rechtsstaat in de tijd van de Verlichting:
Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw rees in Europa steeds meer verzet tegen de
onrechtvaardige samenleving.
(voor die tijd) Het bestaande wereld- en mensenbeeld begonnen te wankelen. Rampen etc.
werden veroorzaakt door menselijke heerszucht en hebzucht.
De burgerij geloofde hartstochtelijk in de kracht van de rede. Pas als de macht werd getemd
kon men in echte vrijheid leven met gelijkheid.
De filosofie van het sociaal contract had veel invloed. Volgens de contractfilosofen moeten
mensen een sociaal contract sluiten, daarin komen ze tot afspraken om in natuurlijke vrijheid
en gelijkheid te kunnen leven.
Staat als scheidsrechter volgens de filosofen, zodat mensen elkaars eigendommen met rust
zouden laten.
- Veiligheid garanderen en eigendommen beschermen. Monopolie tot geweld krijgen.
- De staat mocht niet meer bevoegdheden krijgen dan partijen zelf willen.
De burgers bepalen zelf de macht die de staat over hen mag uitoefenen. Om de macht van de
staat nog meer te temmen werd de trias politica ingevoerd.
o Grondbeginselen van de rechtstaat (door sociaalcontractfilosofen):
Het beginsel van de grondrechten: alle mensen zijn in vrijheid en gelijkheid geboren en
moeten zo ook kunnen samenleven.
Het soevereiniteits- en democratiebeginsel: de mensen sluiten gezamenlijk een
vredesakkoord, het sociaal contract.
Het legaliteitsbeginsel: er is een staat die het sociaal contract tussen mensen kan afdwingen,
maar die strikt gebonden is aan de wetten die de partijen zelf hebben opgesteld.
Het beginsel van de trias politica: de macht van de staat wordt voor de zekerheid verder
begrensd door interne scheiding van de staatsmacht.
The pursuit of happiness = De nieuwe samenleving van Engeland, gebaseerd op vrijheid en gelijkheid
van alle mensen en op het recht van elk individu om zijn eigen geluk na te streven.
Amerikaanse constitutie = De onafhankelijkheidsverklaring, de grondwet en de Bill of Rights samen.
Constitutie = Verwijst naar de beginselen en de regels waarmee een staat wordt gesticht.
, o De Franse Revolutie (1789): Vrijheid, gelijkheid, broederschap of de dood.
- Het was een complete chaos totdat generaal Napoleon in 1799 een staatsgreep
pleegde en een verlichte dictatuur vestigde, waarin de machthebber in zekere mate
rekening houdt met de bevolking.
- Na de slag bij Waterloo in 1815 werden de oude machtsverhoudingen hersteld.
- In de negentiende eeuw werd in West-Europa door middel van felle politieke
gevechten de rechtstaat stap voor stap dichterbij gebracht.
De Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger (1971) = een fundamentele en enigszins
abstracte tekst over de democratie en de vrijheid en berust op de denkbeelden uit de Verlichting.
- Paragraaf 2; Grondwet en grondrechten.
Preambule = Een inleidende tekst op de bepalingen van een contract, wet of verdrag. In de preambule
wordt vaak het doel geschetst, een onderliggende filosofie en/of de omstandigheden die hebben
geleid tot de wet of het verdrag.
o De grondwet:
Begrenst de macht van de staat en garandeert daarmee de vrijheid van burgers.
Legt de fundamentele rechten van burgers vast.
Geeft aan hoe de belangrijkste organen van de staat in grote lijnen zijn georganiseerd.
Drukt de eenheid van de natie uit.
Staatsregeling van de Bataafse Republiek = De voorloper van de grondwet uit 1798, daarin werd
bepaald dat iedere burger gelijk is voor de wet en onschendbare grondrechten heeft, zoals vrijheid van
meningsuiting, vrijheid van drukpers en godsdienstvrijheid.
Een jaar later werd Nederland een Constitutionele monarchie = Een koninkrijk met een grondwet.
- In 1848 werd de koning buiten het spel van de macht gezet. De ministers kregen de
verantwoordelijkheid voor wetgeving en beleid. De democratie werd vergroot.
Censuskiesrecht = Het kiesrecht die alleen is voor mannelijke burgers die een bepaald bedrag aan
belasting betaalden.
o Volgens Thorbecke had de staat één taak: de vrijheid van burgers toedienen.
Het concurrentiemechanisme van de vrije markt zou zorgen voor een rechtvaardige
samenleving -> nachtwakersstaat = een staat die zich voornamelijk inzet voor bewaking van
de veiligheid van burgers en de noodzakelijke voorwaarden realiseert voor economische
groei.
Door uitbuiting, armoede en kindersterfte ontstond er in plaats van sociale vrede een
klassenstrijd tussen arm en rijk. De nachtwakersstaat zorgde voor sociale onrust.
- 1917 algemene mannenkiesrecht en 1919 vrouwenkiesrecht.
o De Duitse bezetting maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog een einde aan de grondrechten. Het
recht op veiligheid werd met voeten getreden en vrijheidsrechten golden niet meer.
Na de Tweede Wereldoorlog trad de oude grondwet weer in werking.
- Vrijheid en gelijkheid van individuele burgers vormen de basis van de klassieke grondwet.
o Welke klassieke grondrechten kunnen we onderscheiden:
Het recht op gelijke behandeling
De persoonlijke vrijheid
De politieke vrijheid
Rechtsstaat
- Paragraaf 1; Idee en oorsprong van de rechtsstaat.
Totalitaire staat = De staat doordringt tot in het persoonlijke leven en bepaalt wat mensen mogen
lezen en zien, waar ze mogen wonen en werken en waarheen ze mogen reizen.
Politiestaat = De burgers leven permanent in angst dat de geheime dienst hen bespioneert en
afluistert of dat landgenoten hen verklikken of verraden omdat ze niet het gedrag vertonen
dat de staat wenst.
Rechtsstaat = Een staat waarin burgers met grondrechten worden beschermd tegen machtsmisbruik
en willekeur van de overheid (iemand zo behandelen zoals je dat op het moment toevallig uitkomt,
ook als dat niet eerlijk is).
Sociale rechtsstaat = Er zijn allerlei wetten en voorzieningen om de welvaart en het welzijn
van de burgers te bevorderen.
o In een rechtsstaat gaan vertrouwen en wederkerigheid (‘voor wat hoort wat’) hand in hand.
- Er ontstaat rechtszekerheid doordat burgers en staat te goeder trouw de wetten naleven.
o Ontstaan van de rechtsstaat in de tijd van de Verlichting:
Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw rees in Europa steeds meer verzet tegen de
onrechtvaardige samenleving.
(voor die tijd) Het bestaande wereld- en mensenbeeld begonnen te wankelen. Rampen etc.
werden veroorzaakt door menselijke heerszucht en hebzucht.
De burgerij geloofde hartstochtelijk in de kracht van de rede. Pas als de macht werd getemd
kon men in echte vrijheid leven met gelijkheid.
De filosofie van het sociaal contract had veel invloed. Volgens de contractfilosofen moeten
mensen een sociaal contract sluiten, daarin komen ze tot afspraken om in natuurlijke vrijheid
en gelijkheid te kunnen leven.
Staat als scheidsrechter volgens de filosofen, zodat mensen elkaars eigendommen met rust
zouden laten.
- Veiligheid garanderen en eigendommen beschermen. Monopolie tot geweld krijgen.
- De staat mocht niet meer bevoegdheden krijgen dan partijen zelf willen.
De burgers bepalen zelf de macht die de staat over hen mag uitoefenen. Om de macht van de
staat nog meer te temmen werd de trias politica ingevoerd.
o Grondbeginselen van de rechtstaat (door sociaalcontractfilosofen):
Het beginsel van de grondrechten: alle mensen zijn in vrijheid en gelijkheid geboren en
moeten zo ook kunnen samenleven.
Het soevereiniteits- en democratiebeginsel: de mensen sluiten gezamenlijk een
vredesakkoord, het sociaal contract.
Het legaliteitsbeginsel: er is een staat die het sociaal contract tussen mensen kan afdwingen,
maar die strikt gebonden is aan de wetten die de partijen zelf hebben opgesteld.
Het beginsel van de trias politica: de macht van de staat wordt voor de zekerheid verder
begrensd door interne scheiding van de staatsmacht.
The pursuit of happiness = De nieuwe samenleving van Engeland, gebaseerd op vrijheid en gelijkheid
van alle mensen en op het recht van elk individu om zijn eigen geluk na te streven.
Amerikaanse constitutie = De onafhankelijkheidsverklaring, de grondwet en de Bill of Rights samen.
Constitutie = Verwijst naar de beginselen en de regels waarmee een staat wordt gesticht.
, o De Franse Revolutie (1789): Vrijheid, gelijkheid, broederschap of de dood.
- Het was een complete chaos totdat generaal Napoleon in 1799 een staatsgreep
pleegde en een verlichte dictatuur vestigde, waarin de machthebber in zekere mate
rekening houdt met de bevolking.
- Na de slag bij Waterloo in 1815 werden de oude machtsverhoudingen hersteld.
- In de negentiende eeuw werd in West-Europa door middel van felle politieke
gevechten de rechtstaat stap voor stap dichterbij gebracht.
De Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger (1971) = een fundamentele en enigszins
abstracte tekst over de democratie en de vrijheid en berust op de denkbeelden uit de Verlichting.
- Paragraaf 2; Grondwet en grondrechten.
Preambule = Een inleidende tekst op de bepalingen van een contract, wet of verdrag. In de preambule
wordt vaak het doel geschetst, een onderliggende filosofie en/of de omstandigheden die hebben
geleid tot de wet of het verdrag.
o De grondwet:
Begrenst de macht van de staat en garandeert daarmee de vrijheid van burgers.
Legt de fundamentele rechten van burgers vast.
Geeft aan hoe de belangrijkste organen van de staat in grote lijnen zijn georganiseerd.
Drukt de eenheid van de natie uit.
Staatsregeling van de Bataafse Republiek = De voorloper van de grondwet uit 1798, daarin werd
bepaald dat iedere burger gelijk is voor de wet en onschendbare grondrechten heeft, zoals vrijheid van
meningsuiting, vrijheid van drukpers en godsdienstvrijheid.
Een jaar later werd Nederland een Constitutionele monarchie = Een koninkrijk met een grondwet.
- In 1848 werd de koning buiten het spel van de macht gezet. De ministers kregen de
verantwoordelijkheid voor wetgeving en beleid. De democratie werd vergroot.
Censuskiesrecht = Het kiesrecht die alleen is voor mannelijke burgers die een bepaald bedrag aan
belasting betaalden.
o Volgens Thorbecke had de staat één taak: de vrijheid van burgers toedienen.
Het concurrentiemechanisme van de vrije markt zou zorgen voor een rechtvaardige
samenleving -> nachtwakersstaat = een staat die zich voornamelijk inzet voor bewaking van
de veiligheid van burgers en de noodzakelijke voorwaarden realiseert voor economische
groei.
Door uitbuiting, armoede en kindersterfte ontstond er in plaats van sociale vrede een
klassenstrijd tussen arm en rijk. De nachtwakersstaat zorgde voor sociale onrust.
- 1917 algemene mannenkiesrecht en 1919 vrouwenkiesrecht.
o De Duitse bezetting maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog een einde aan de grondrechten. Het
recht op veiligheid werd met voeten getreden en vrijheidsrechten golden niet meer.
Na de Tweede Wereldoorlog trad de oude grondwet weer in werking.
- Vrijheid en gelijkheid van individuele burgers vormen de basis van de klassieke grondwet.
o Welke klassieke grondrechten kunnen we onderscheiden:
Het recht op gelijke behandeling
De persoonlijke vrijheid
De politieke vrijheid