INLEIDING
1949:
• Het leven van Winston Smith
• Tv-schermen, microfoons en camera’s
• Mensen zijn bang om gearresteerd te worden voor gedachtemisdrijven (= uiten
van gedachten in strijd met de ideologie van de partij)
1999 (VOOR DE INTERNET PERIODE)
John De Mol & Joop van den Ende : “Huisgenoten" leven 100 dagen samen in huis,
geïsoleerd van de buitenwereld
2007: FITBIT
• Mensen gebruiken trackers om zichzelf te monitoren
• Mensen gaan vrijwillig hun gedrag posten op internet, zodat anderen hun kunnnen
volgen
VANDAAG
• Mensen gebruiken trackers om vrijwillig hun ervaringen met anderen te delen
Definitie Media psychologie: (niet vanbuiten kennen!)
Media psychologie is een wetenschap die het gedrag van mensen bestudeert in de
context van mediagebruik en –creatie en waarbij die gedragsevidentie gebruikt
wordt om de interne processen te begrijpen die aan het gedrag ten grondslag liggen
(Ponnet, 2024).
• Gedrag: overt (uiterlijk waarneembaar) & covert (uiterlijk niet waarneembaar)
• Bestuderen = meten: Beschrijven < Verklaren < Voorspellen
• Methode: observatie, interviews (gesloten en open), vragenlijsten, experimenten,
….
• Media gebruik (web 1.0) and media creatie (web 2.0 - …)
• Algemene en specifieke zin
H1: ONTSTAAN VAN MEDIA PSYCHOLOGIE
VROEGE INVLOEDEN: HERMAN EBBINGHAUS
HERMAN EBBINGHAUS
“Psychologie is een wetenschap met een lang verleden en een korte geschiedenis”
“Van het oudste onderwerp zullen we de nieuwste wetenschap maken”
Herman Ebbinghaus (1885) In “Über das Gedächtnis”
1
,COPERNICUS
Voordien:
• De mens (~aarde) is het centrum van het universum
• Universum is speciaal voor de mens gecreëerd
• Mensdom is uniek: niet onderhevig aan gangbare wetmatigheden (kunnen we NIET bestuderen)
• Menselijke geest (= ziel) heeft een vrije wil en is niet onderworpen aan de natuurwetten
Nicolaus Copernicus (1473-1543)
• De aarde bevindt zich niet in het centrum van het universum, maar draait rond de zon
DESCARTES
Dualisme: Mens bestaat uit 2 elementen: lichaam en geest (= ziel)
• De ziel kan het lichaam beïnvloeden maar het lichaam kan niet de ziel
beïnvloeden
⇨ bv. toen konden lichamelijke klachten nog geen invloed hebben op de
geest (ziel)
René Descartes (1596-1650)
• Mechanische visie:
⇨ “De mens is een complexe machine onderhevig aan wiskundige wetten”
⇨ Mens als studieobject is mogelijk en kan geanalyseerd worden
⇨ Geest & lichaam beïnvloeden elkaar wederzijds
⇨ Pijnappelklier (epifyse): “de plaats waar ziel & lichaam samenkomen”
Rationalisme:
• “De waarheid kan achterhaald worden door rede” - introspectie
• “De mens is een complexe machine onderhevig aan wiskundige wetten”
EMPIRISME
Thomas Hobbes (1588-1679):
• Empirisme = Mensen bestuderen in natuurlijke omgeving
• Kennis komt voort uit zintuiglijke ervaringen
• De bron van kennis is niet de ratio, maar waarneming, ervaring en experimenteren (= het doen zelf)
John Locke (1632-1704):
• De geest wordt gekenmerkt door associaties van ideeën (associatonisme)
• Tabula rasa (Aristoteles) = de mens wordt geboren als een onbeschreven blad; kennis en inzicht
ontstaan geleidelijk door ervaringen en waarnemingen die zich in de loop van het leven opstapelen
en zo het “blad” vullen.
• Locke’s associatie van ideeën: « Hogere orde kennis komt tot stand door combinaties (associaties)
van eenvoudigere ideeën »
2
, David Hume (1711-1776):
• Associaties tussen ideeën worden bepaald door:
⇨ Gelijkenis
⇨ Samen voorkomen in tijd en ruimte
o Door associaties tussen ideeënontwikkeld het brein
• Scepticisme: Is het mogelijk causaliteit vast te stellen?
DARWIN’S EVOLUTIELEER
Charles Darwin (1809-1882) → “The Origin of Species” (1859)
• Natuurlijke selectie: Wanneer de omgeving verandert, bieden sommige trekken van een organisme
meer voordeel dan andere trekken
⇨ Vb. in een universitaire omgeving kan een hoger IQ een voordeel zijn, terwijl in een creatieve
of praktische context juist creativiteit of handigheid belangrijker kan zijn. Welke eigenschap
voordelig is, hangt dus af van de omgeving.
• Survival of the fittest: Dieren passen zich over langere periodes aan, aan de lokale omgeving (=
AANPASSINGSVERMOGEN)
• Grant (1991): 20-jarige follow-up van vinkenpopulatie op Galapagos-eilanden (cfr. Darwin)
⇨ In droge periode:
o Kleine vinken in nadeel → sterven uiteindelijk uit → grote vinken blijven over
o Hardere zaden
- Gevolg: Volgende generatie is zo’n 4% groter
⇨ In natte periode:
o Kleine vinken zijn in het voordeel → Grote vinken sterven uit → kleine vinken
blijven over
o Zaden worden overwoekerd door eenjarige planten
- Gevolg: volgende generatie is zo’n 2,5% kleiner
FYSIOLOGISCHE INVLOEDEN
Herman von Helmholtz (1821-1894):
• Alle krachten in de mens zijn lichamelijk en chemisch
• Meten van snelheid waarmee impulsen zich voortplanten in het zenuwstelsel
⇨ Mens: 60m/s (216km/u)
Gustav Fechner (1801-1887)
• Elemente der Psychophysik (1860)
• Hoeveel helderder moet een licht worden, voordat men het verschil opmerkt
• Psychofysica
PSYCHOFYSICA: VROEGER
Absolute drempel:
• Hoe sterk moet een stimulus zijn om waargenomen te kunnen worden?
3