Prof. Martijn Van Heel
Hoofdtukken:
1. Theoretische kaders
2. Prenatale periode
3. Geboorte
4. Pasgeborene – peuter
5. Kleuter
6. Kindertijd
7. Adolescent
8. Emerging adulthood
9. Vroege volwassenheid
10. (midden) volwassenheid
11. Late volwassenheid
,Ontwikkelingspsychologie = de wetenschappelijke studie van de
veranderingsprocessen en stabiliteit bij (een) individu(en) vanaf de conceptie tot aan de
dood op verschillende domeinen in wisselwerking met de omgeving
Wetenschappelijke studie:
- Stellen van vragen
- Verklaringen formuleren
- Onderzoek voeren dat verklaring verwerpt of steunt
➢ Correlationeel onderzoek = het verband
tussen 2 concepten/ gebeurtenissen ->
geen causaal verband
Vb. het verband in hoeveelheid moorden en
ijsjes die verkocht werden -> het een
veroorzaakt niet het ander -> hiervoor
experimenteel onderzoek nodig
Vb. Correlatie tussen het kijken van
gewelddadige programma’s en agressie
➔ Is hier wel verband tussen, zijn er
geen andere verklaringen die ervoor zorgen dat mensen agressief
gedrag tonen (vb. lage socio-economische status)
! meeste onderzoek binnen ontwikkelingspsychologie = corrationeel
➢ Experimenteel onderzoek
Belangrijk om aan experimenteel onderzoek te doen is dat in de twee situaties
er zo veel mogelijk gelijkenis is, omstandigheden moeten hetzelfde zijn
Vb. Zorgt agressieve context voor agressief gedrag?
Groep leerlingen die goed op elkaar lijken in twee verdelen -> 1 groep
krijgt filmpje met agressieve content te zien en de andere een
natuurfilmpje -> hierna samen laten spelen
Vb. nature vs. Nurture
! Stilstaan bij ethiek -> is het experiment wel ethisch om uit te voeren
Vb. three identical strangers
,Van conceptie tot dood
- Verschillende levensfasen ->
opvallend dat adolescentie nog wordt
ingedeeld in verschillende fasen,
doordat er grote verschillen zijn tussen
de leeftijden
Op verschillende domeinen
Fysiek Cognitief
Socio –
emotioneel
In wisselwerking met de omgeving
Vb. ouders, vrienden, stad/ land waarin men opgroeit, tijdsvlak waarin men opgroeit
-> Hebben allemaal invloed op hoe een persoon ontwikkeld
Basisthema’s ontwikkelingspsychologie
• Is ontwikkeling continu of discontinu?
Continu: denkvermogen groeit elke dag een beetje meer, graduele toename van
een zelfde soort vaardigheid - kwantitatieve verandering
Discontinu: Men kan opeens op hele korte tijd veel meer op cognitief vlak,
verschillende stadia met verschillende specifieke ontwikkeling - kwalitatieve
verandering
• Is ontwikkeling universeel of individueel? Welke stappen zetten we allemaal
Universeel: er zijn kritieke/ gevoelige perioden waarin men het meeste leren
Individueel: verschillende contexten, niet iedereen kan op hetzelfde moment
iets
, • Nature-Nurture debat
In welke mate is de genetica/ omgeving waarmee we geboren worden bepalend
voor wat we gaan doen en de keuzes die we maken
Nature: aangeboren, biologische predisposities, gebaseerd op genetische
overdracht
Nurture: fysisch, sociale wereld beïnvloedt biologisch psychologische
ontwikkeling
! Nature en Nurture bepalen levensloop
1. THEORETICHE KADERS
Psychoanalytische theorie - Sigmund Freud (1856 – 1939)
Zenuwarts (psychiater), was eerste die keek naar wat er in het onbewuste speelde en
niet enkel wat we van buiten konden zien
- Onderbewustzijn heeft grote invloed op persoonlijkheid en gedrag
- Freudiaanse verspreking (vb. ‘Ik wil iedereen graag welkom heten en verklaar
deze vergadering dan ook GESLOTEN)
ES (id) - Onbewust (niet gecontroleerd), vanaf geboorte
- Biologische driften zijn basis van psychisch leven
(lustprincipe) -> Eros en Thanatos
Levens- en doodsdrift
Vb. hongerige baby gaat niet stoppen met wenen tot wanneer
het eten krijgt, maakt niet uit wat er in de omgeving gebeurt
ICH (ego) - Bewust, rationeel deel van de psyche (realiteitsprincipe)
-> wat is gepast, is het mogelijk
- Onstaat vroeg in babytijd
- Kanaliseert/ rendert impulsen van het Es
Vb. Hongerige baby wilt eten, maar mama moet eerst nog
naar de wc, het kind weet dat deze erna eten zal krijgen
Über – ich - Het geweten, internalisatie van wat goed of slecht is (wordt
(super – ego) geleerd door de ouders/ omgeving)
- Ontwikkeling tussen 3 – 6 jaar
- Psychoseksuele ontwikkeling
- Als er te weinig/ te veel bevrediging is tijdens een bepaalde fase => FIXATIE
Vb. Te weinig/ te veel bevrediging tijdens orale fase => roken op latere leeftijd