Bouwfysica - Thermisch Comfort
Gebaseerd op: Marcelo Blasco, "Thermisch Comfort voor woongebouwen" (KU
Leuven, 2026)
Samenvatting met voorbeelden, formules, aandachtspunten en nuttige websites
Hoe gebruik je deze samenvatting?
• Blauw = definities en kernbegrippen
• Groen = voorbeelden of toepassingen
• Rood = typische fouten of aandachtspunten
• De formules zijn telkens in woorden uitgelegd, zodat je niet alleen uit het hoofd leert maar
ook begrijpt
Overzicht van de cursus
• Deel 1 - Inleiding en integrale aanpak van de gebouwschil
• Deel 2 - Warmtetransport, U-waarden, totale warmteweerstand, koudebruggen en
temperatuursverloop
• Deel 3 - Beglazing, vensters, raamprofielen, afstandshouders en oververhitting
1. Inleiding en gebouwschil
De gevel van een gebouw moeten ze zo isolerend mogelijk maken voor het leefbaar te maken -
> door thermische isolerende producten. De gevel zal bestaan uit verschillende lagen (1 laag =
structureel, 1 laag = thermisch, 1 laag = geen water binnenkomt)
Integrale/ holistische aanpak = alle zaken tegelijk te bekijken
Maken van lucht lagen in een gevel is heel efficiënt -> goeie thermische isolatie (= droge
stilstaande lucht) -> Hoe lichter het materiaal hoe beter op het thermisch vlak
Voor akoestische isolator heb je zware materialen nodig
1.1 Kwalitatieve eisen voor een gebouw
• Een gebouw moet voldoen aan drie grote kwaliteitsdoelen: gezondheidsnoden van de
gebruiker, comfort van de gebruiker en duurzaamheid van de bouwconstructies (economisch,
ecologisch en sociologisch).
Ventileren is voor toxische stoffen buiten te zetten -> moet in een gebouw aanwezig zijn (meer
als een raam openen -> systeem c = via de gevel verse lucht en vuile lucht via dak weg door
mechanische ventilatie -> systeem d = toevoer mechanisch en afvoer ook) waarde onder 800
Voldoende licht is ook belangrijk -> daglicht/ natuurlijk licht
TEMP! -> tussen 18 en 20°C (mens mag niet verstikt door zon)
,• De cursus toont ook dat de isolatienormen voor muren en daken in Vlaanderen, Wallonië en
Brussel doorheen de jaren strenger zijn geworden. Dat betekent: dikkere isolatie en betere
gebouwprestaties.
1.2 EPBD en Belgische context
• EPBD = Energy Performance of Buildings Directive. Dit is de Europese richtlijn die de
energieprestatie van gebouwen regelt om energieverbruik en CO2-uitstoot te verminderen en
de gebouwensector tegen 2050 klimaatneutraler te maken.
• Doelstellingen: decarbonisatie van de gebouwensector, hogere energie-efficiëntie, lagere
energiekosten en betere comfortkwaliteit.
• Belangrijke instrumenten: minimum energy performance standards (MEPS), EPC bij verkoop of
verhuur, NZEB/ZEB, renovatiestrategieën en integratie van hernieuwbare energie zoals PV en
warmtepompen.
• Gebouwen zijn in Europa verantwoordelijk voor ongeveer 40% van het energieverbruik en 36%
van de CO2-uitstoot. Daarom is regelgeving nodig.
• De hiërarchie is volgens de cursus: eerst de energievraag verlagen (isolatie en luchtdichtheid),
dan efficiënte technieken kiezen, en pas daarna hernieuwbare energie toevoegen.
Voorbeeld - Energiepad naar zero-emission
Een bestaand gebouw met ongeveer 220 kWh/m2.jaar primaire energie kan via isolatie en
luchtdichtheid zakken naar ongeveer 110. Met efficiënte HVAC of warmtepomp daalt dit
verder naar ongeveer 60. Met PV of andere hernieuwbare energie kan je onder 30 uitkomen.
• België zet de EPBD regionaal om: Vlaanderen met EPB-eisen en S-/E-peil, Wallonië met PEB en
Brussel met een strenge EPB-ordonnantie.
• Praktisch heeft dit gevolgen voor vergunningen, subsidies, marktwaarde en concrete
ontwerprichtlijnen.
1.3 Minimale ventilatie-eisen en integrale aanpak van de gevel
• Ventilatie is noodzakelijk voor hygiëne en comfort. De cursus toont minimumdebieten per
ruimte, bijvoorbeeld voor woonkamers, slaapkamers, keuken, badkamer, toilet en
circulatieruimten.
• De gevel moet integraal bekeken worden. De gebouwschil bestaat niet alleen uit thermische
isolatie, maar ook uit akoestische isolatie, windscherm, waterscherm en luchtscherm.
Let op
Een gebouw mag dus niet enkel 'goed geïsoleerd' zijn. Als waterdichting, luchtdichtheid of
ventilatie fout zit, krijg je alsnog warmteverlies, comfortproblemen of vochtproblemen.
1.4 Waterdichting
• Waterdichting gebeurt langs de buitenkant. Ze moet voorkomen dat de
constructie intern vochtig wordt door regen, sijpelwater en opstijgend vocht.
• Typische oplossingen: waterdichte gevelschillen, dakbedekking, onderdak,
DPC-folies en aangepaste kelderdichting. -> Dak windscherm aan de
buitenkant
• Zwakke plekken zijn vooral: verbinding vloer-muur, uitzettingsvoegen, kieren
en naden.
, • Bij kelders noemt de cursus twee situaties: bitumineuze afwerking bij hoge vochtbelasting en
noppenfolie/drainagematten bij lagere vochtbelasting.
• De waterdichting mag niet in conflict komen met winddichting, akoestiek, stabiliteit of
brandweerstand.
eerste steen op funderingsaanzet is de kiemblok water gaat langs de zwarte folie naar beneden
gelopen
de isolatie platen hangen niet deftig aan elkaar en worden meestal getaped
F
Voorbeeld - Kimblok en DPC
Aan de basis van een buitenmuur zie je vaak een kimblok en DPC-folie. Die combinatie helpt
opstijgend vocht tegen te houden en vormt tegelijk een betere thermische aansluiting.
1.5 Winddichting
• Winddichting verhindert stroming van buiten naar binnen. Zo wordt de isolatie niet afgekoeld of
vochtig.
• Winddichting moet dampopen zijn: waterdicht genoeg tegen regeninslag, maar ademend zodat
damp naar buiten kan migreren.
• Typische zwakke plekken zijn de aansluiting tussen dak en gevel, deuren, kieren/naden en de
spouwzone.
• Voorbeelden in de cursus: folies zoals KORAFLEECE en houtvezelplaten (= ook isolerend) zoals
Celit 4D, die dampdoorlatend, winddicht en waterafstotend zijn.
Tengellatten en panlatten -> zorgen voor waterafvoer naar panlatten
Blauwe folie = micro geperforeerd (hoge doorlatendheid) moet naar buiten gediffuseerd kunnen
worden
Alternatief? Houtvezelplaat
Voordeel? Meer massa (ongeveer 4 a5 kg per
m^2) -> dubbele constructie (beter dan
enkelvoudige)
Blauwe = waterdichte laag Horizon. =
panlatten Vert. = tengellatten