HOOFDSTUK 3: MOTIVATIE
INLEIDING
Motivatie = de sleutel tot gedragsverandering
● Geen vast kenmerk, maar een dynamisch proces dat groeit of stagneert door de
omgeving
→ “Eens je weet hoe motivatie écht werkt, verandert alles”
WAT DRIJFT ONS ÉCHT? – ‘MOVERE’ (= BEWEGEN)
→ deze vragen staan centraal & vormen basis voor motivatie begeleiding
MOTIVATIE IN CONTEXT
● Geldt in alle domeinen: werk, school, relaties, gezondheid
● Motivatie = blauwdruk voor gedrag
● Niet “hebben of niet hebben”, maar beïnvloedbaar
ROL VAN DE PSYCHOLOGISCH CONSULENT
● Mensen helpen die hun “vuur” kwijt zijn
● Randvoorwaarden creëren waarin motivatie kan groeien
● Begrijpen hoe persoon × omgeving samen motivatie bepalen
● Niet sturen op wilskracht, maar op behoeften & context
PROEFTUIN: AYLA & TOM - PARADOX VAN DE 'MAANDAGOCHTEND'
Stel je voor: maandagochtend, twee werknemers op dezelfde afdeling, met dezelfde
functie: Ayla en Tom.
Ayla komt fluitend binnen. Ze vindt haar werk zinvol, geniet van de complexe puzzels die
ze moet oplossen en voelt zich gewaardeerd door haar team.
1
, Tom telt de uren af tot het vijf uur is. Hij doet precies wat er van hem gevraagd wordt,
maar ook geen stap meer. Hij is er alleen omdat hij zijn bonus aan het einde van het jaar
niet wil mislopen. Beiden leveren op papier hetzelfde werk af, maar hun 'motor' draait op
een totaal andere brandstof.
Wat doe je als psychologisch consulent?
● Tom begeleiden door zijn basisbehoeften te versterken
● Motivatiekwaliteit verbeteren, niet “meer motivatie” pushen
EEN KORTE GESCHIEDENIS VAN MOTIVATIE: VAN DRIFT NAAR ZELFBESCHIKKING
Motivatie is van alle tijden
● Nomadische stammen in de prehistorie
● Aristoteles
○ Voor Aristoteles was geluk geen passief plezier, maar een actieve motivatie
om je eigen unieke potentieel te realiseren
● ...
DE EVOLUTIE VAN MOTIVATIEPSYCHOLOGIE
HET MECHANISCHE TIJDPERK: MENSEN WORDEN GEDREVEN DOOR INSTINCTEN
EN DRIFTEN (BEGIN 20 STE EEUW)
● Puur biologisch, gericht op overleven
● Instincten: William James en Sigmund Freud
● ‘Drive’
○ Honger → eten
○ Dorst → drinken
○ Slaaptekort → slapen
● Basaal overlevingsgedrag
● Basis voor latere, meer psychologische motivatietheorieën
2
, Kritiek → deze theorieën verklaren geen complex menselijk gedrag, zoals:
● Creativiteit
● Nieuwsgierigheid
● Leren zonder directe beloning
● Risico’s nemen (bv. bergbeklimmen)
● Zelfontplooiing
HET BEHAVIORISME: DE WORTEL EN DE STOK (1920 - 1960)
→ van onzichtbare driften naar waarneembaar gedrag
Mensbeeld
● Geen aandacht voor gedachten, gevoelens of intrinsieke motivatie
● Mens = black box → interne processen doen er niet toe
● Motivatie = puur extrinsiek
Centrale leerprocessen
● Klassieke conditionering
→ Associaties tussen prikkels
● Operante conditionering
→ Gedrag versterken door beloning of straf (basis van bekrachtigingstheorie)
Twe basiswetten
Wet van het Effect Wet van de Bekrachtiging
Gedrag gevolgd door een plezierige Door consequent te belonen na gewenst
ervaring zal zich herhalen, terwijl gedrag gedrag, wordt de kans vergroot dat dit
zonder positief gevolg uitdooft (Thorndike) gedrag in de toekomst opnieuw optreedt
(Skinner)
Beperkingen van het behaviorisme
● Werkt goed voor routineuze taken (bandwerk)
● Werkt slecht voor complex werk (creativiteit, kritisch denken)
● Negeert cognitieve processen en behoefte aan betekenis
● “Als‑dan”-beloningen → intrinsieke motivatie daalt op termijn
Het experiment met de jonge kunstenaars
Een klassiek onderzoek van Lepper, Greene en Nisbett waar Pink naar verwijst (2010)
illustreert dit perfect. Zij verdeelden kleuters in drie groepen:
3