Under Pressure: Arteriële drukmonitoring
Hemodynamische bewaking
Definitie hemodynamische bewaking
Bestudeert de mechanische eigenschappen vd bloedstroom in het hart en
vatenstelsel zoals:
Drukverschillen
Impedantie - complexe weerstand
Totale perifere vaatweerstand
Inertie: traagheid, kracht nodig om bloed rond te krijgen
Compliantie: mate van rekbaarheid
Hemodynamische bewaking
Continue monitoren vd beweging vh bloed en druk in venen, arteriën en
ventrikels vh hart.
Bepalen vd functionele status vh cardiovasculair systeem. Reacties
op acute stress veroorzaakt door oa; myocardinfarct, cardiogene of
septische shock worden meteen zichtbaar door de frequente evaluaties
van de RR, hartslag, intra cardiale drukveranderingen, hartminuutvolume,
…
Door continue evaluatie vd kritieke pt hun reactie op lopende therapie =
in staat nauwkeurige diagnose te stellen en snelle correctie vh probleem.
Bloeddruk
= Eén vd meest frequente gemeten parameters. Voor bloedcirculatie is zekere
druk nodig aan beginpunt vd stroom, linker hart en aorta = arteriële druk.
Niet invasieve methode
= RR meten met bloeddrukmeter.
Manchet en meter: rond bovenarm (arterieel
gebied) -> opblazen tot druk v 200mmHg of
hoger indien vermoeden hypertensie -> a.
brachialis dichtgedrukt.
Stethoscoop thv a. brachialis. Druk in manchet ↓
horen we vaattonen synchroon met hartslag =
Korotkoff tonen.
o 1ste tonen = systolische druk = max
gemeten druk in grote arteriën = bloed
gepompt nr weefsels. Druk door
contractie vd ventrikels.
o Druk manchet verder verlagen -> tonen vallen weg = diastolische
druk, relaxatie vd ventrikels.
In acute situaties kan ‘onderdruk” stijgen, wijst op stresssituaties tgv
sympatische adrenergische reactie. Door adrenalinerelease -> systemische
,perifere vasoconstrictie -> herdistributie circulerende bloed -> vitale organen
(hersenen en hart) extra perfusie.
Correcte meting: lengte vd ballon in manchet 80% vd omtrek bovenarm
omsluiten/breedte vd ballon 40% bovenarm. Te klein = valselijk verhoogde
drukmeting bekomen worden.
Invasieve methode
In het lichaam wanneer huid geperforeerd wordt en in bloedvat gemeten -> CVD
en ABP.
Parameter Formule Normaalwaarde
Cardiac index (CI) Cardiac output/body surface 2,5 – 4 l/min
area
Cardiac output (CO) Heart rate x stroke volume 4-8 l/min
Central venous 2-8 mmHg
pressure (CVP)
Cerebral perfusion Mean arterial pressure – 80-100 mmHg
pressure (CPP) intracranial pressure
Heart rate 60-100 slagen/min
Left artial pressure 8-12 mmHg
Mean arterial Systolic blood pressure + 70-110 mmHg
pressure (MAP) (diastolic blood pressure x 2)/3
Right artial pressure 2-8 mmHg
Stroke volume (SV) (Cardiac output/heart rate) x 60-120 ml/slag
100
Cardiac index (CI)
Hoeveelheid bloed rondgepompt door hart, binnen bepaalde tijdseenheid,
gedeeld doorlichaamsoppervlakte. liter/min per vierkante meter.
= CO/BSA (body surface area) = CO/m²lichaamsoppervlakte (2,5 –
3,5l/m²lichaamsoppervlakte)
Cardiac output (CO)
= hartminuutvolume: hoeveelheid bloed die door hart wordt rondgepompt/min.
De cardiac output (ml/min) kan berekend worden door hartslagfrequentie
(slagen/min) te vermenigvuldigen met het gemiddelde slagvolume (ml/slag) en
door de thermodilutiemethode met een Swan-Ganz katheter of PICCO-katheter
Central venous pressure (CVP)
= CVD - maat voor vulling vh rechterventrikel of rechter preload. Invasief
gemeten met katheter in vene ingebracht en opgeschoven tot VCS, net boven
rechter atrium. Met CVD wordt vulling vh bloedsomloopstelsel en verwerking
ervan door hartpomp weergegeven.
Cerebral perfusion pressure (CPP)
Druk die nodig is om hersenen van voldoende bloed te voorzien.
CPP = MAP – ICP. Wordt berekend door ICP (totaal volume in schedelholte) af te
trekken vd MAP
Mean arterial pressure (MAP)
= gemiddelde bloeddruk. MAP steeds meer gebruikt in bewaking vd RR:
, MAP geeft idee over druk gedurende totale cardiale cyclus
MAP onafhankelijk vd plaats van meting
MAP minder snel beïnvloed door meetfouten
Formule om MAP te berekenen: MAP = systole +2 (diastole)/3
Stroke volume (SV)
= het slagvolume: hoeveelheid bloed per contractie uitgepompt. Polsdruk geeft
een idee over slagvolume
Huidige invasieve technieken maken controle mogelijk van:
Intra-arteriële bloeddruk
o Katheter in a radialis, a brachialis of
a femoralis
o Nuttig bij verzorgen v
hemodynamisch instabiele pt
o Pt die krachtige medicatie krijgen
voor cardiovasculair systeem
Pulmonale arteriële druk
o Swan Ganz katheter: meten in a
pulmonalis
o Pt in cardiogene shock, secundair
aan hartinfarct
o Verhoogde Wedge druk door
longembool
Linker atriumdruk
o Swan Ganz katheter; meten adhv wedge druk (PCWP)
o Cardiac index
Centraal veneuze druk
o Swan Ganz katheter: meten met lumen in VCS
o Gewone centrale katheter
o Druk rechterzijde vh hart
o Cardiac input
Werken op dezelfde manier: katheter verbonden aan met fysiologische oplossing
gevulde druklijn, verbonden aan transducer, verbonden aan monitor.
Arteriële drukcurves
Definitie arteriële drukcurve
Bloed stroomt met grote kracht door arteries. Bloeddruk
= meting vd kracht die wordt uitgeoefend op wanden
vd arteries door de druk bij samentrekken vh hart en
weerstand die bloed ondervindt in arteries. Hierdoor is
druk pulserend en kunnen we systolische en diastolische
RR onderscheiden. Door gebruik hemodynamische
bewaking krijgen we constante meting van RR,
weergegeven in een curve. In de arterie wordt een
katheter geplaatst die druk meet. Aan de katheter is er
een transducer verbonden die deze druk omzet in een curve op de monitor. Via
de drukcurve kunnen we veranderingen in de RR en in de werking vh hart
onmiddellijk waarnemen door afwijkende waarde en curve op de monitor.
, Interpretatie arteriële drukcurve
Normale drukcurve
Normale drukgolf is samengesteld uit systolisch
component en diastolisch component.
A) Systole
Aortaklep open - enorme energie komt vrij in aorta
door contractie vh linkerventrikel -> drukgolf die snel
verplaatst door arterieel stelsel. Tegelijkertijd gaat
bloedt in aorta = anacrotic deel. Door hoek waaronder
lijn vd curve stijgt kunnen we de snelheid vh bloed
hieraan koppelen. Deze specifieke vorm vd curve is
indicatie voor contractiliteit vh linkerventrikel.
B) maximale systolische druk
Hoogste gemeten druk per golf - 100 - 140 mmHg. Afgeronde vorm door
uitstoting vh slagvolume door linkerventrikel, verplaatsing vh bloed en
vervorming vd arteriële wanden. Vanaf hier gaat bloed nr periferie en zakt druk +
curve zal beginnen dalen = dicrotic deel
C) Dicrotic notch
Sluiten aortaklep. Druk in linkerventrikel lager dan druk in aorta ->
aortaklep sluit. Begin diastole
D) Diastole
Bloed naar capillairen -> curve regelmatig dalen. Druk zakt geleidelijk tot laagste
punt tussen 60-90 mmHg aan einde vd diastole
E) Eind diastole
Of begin vd volgende drukgolf
Afwijkende drukcurve
Fysiologische oorzaken:
Hypertensie
Shock of ernstige hypotensie: lager dan normaal + ↓ snelheid anacrotic
deel
Vaatspasmen: overdamped of afgevlakte curve
Mechanische of technische defecten:
Luchtbellen
Trombusvorming
Onvoldoende druk in drukzak
Dislocatie of afgeknikte katheter
Kathetertip tegen wand
Verkeerde instellingen vd monitor
Slechte ijking waarbij transducer niet thv flebostatisch punt hangt
Deze defecten zullen leiden tot een overdamped of afgevlakte drukcurve. Nog 2
andere oorzaken:
Werveling van bloed thv kathetertip
Gebruik van verkeerde leiding
Overdamped curve/afgevlakte curve: geen dicrotic
notch