Hoofdstuk 1:Termination of Pregnancy (TOP) en Intra-Uteriene
Vruchtdood (IUVD)
1. Intra-Uteriene Vruchtdood (IUVD / Mors in utero - MIU)
= Afsterven van de vrucht in de tweede helft van de zwangerschap.
1.1 Classificatie van oorzaken
1. Aangeboren of chromosomale afwijkingen
o Syndromen, trisomieën, structurele defecten.
2. Placentaire oorzaken
o Placenta-insufficiëntie door hypertensie, nierziekte, pre-eclampsie.
3. Obstetrische oorzaken
o Vroeggeboorte, PPROM, cervixinsufficiëntie, iatrogene geboorte.
4. Infecties
o Transplacentair of opstijgend (bv. listeria, toxoplasmose).
5. Overige oorzaken
o Hydrops foetalis, maternele ziekte, trauma.
2. Diagnostiek bij IUVD
Belangrijk: materiaal verzamelen van moeder en foetus voor onderzoek.
2.1 Klinische tekenen
2.1.1 Subjectieve symptomen
Geen kindbewegingen meer.
Gewichtsverlies bij moeder.
Slechte smaak in de mond.
Vermindering borstonspanning of zwangerschapsklachten.
2.1.2 Objectieve tekenen
Geen groei van fundushoogte of buikomtrek.
Geen palpabele foetale delen of harttonen.
Mogelijk licht vaginaal bloedverlies.
2.2 Bevestigende diagnostiek
1. Echografie:
o Geen harttonen → zekere diagnose.
, o Geen beweging, tonus of ademhaling.
2. RX-foto: (wordt niet meer gedaan)
o Teken van Spalding: overlappende schedelbeenderen.
o Teken van Robert: gas in foetus (vanaf 6u post mortem).
o Anasarka: vochtophoping onderhuids.
3. Na geboorte:
o Maceratiegraden:
1e graad (24u): blaarvorming
2e graad (48–72u): blaren open
3e graad (>3 dagen): verweking en loslaten huid
o Controle van gewicht, lengte, schedelomtrek.
o Obductie + RX (babygram) aanbevolen.
3. Opname en Verloskundige aandachtspunten
3.1 Algemene aandachtspunten
Eén vroedvrouw per patiënt → continuïteit en empathie.
Risico’s:
o Stollingsstoornissen (DIC)
o Vruchtwaterembool
o Infectiegevaar
Vliezen intact houden tijdens arbeid om placenta-retentie te vermijden
(tenzij ≥24 weken).
4. Technische procedure bij IUVD of TOP
4.1 Twee-stappenprotocol
1. Stap 1: Mifegyne® (Mifepriston)
o Antihormoon → blokkeert progesteron.
o Dosis: 3 tabletten van 200 mg per os.
o Toediening onder toezicht, met wettelijke verklaring.
2. Stap 2: Cytotec® (Misoprostol)
o Na 24–48 uur.
o Dosis afhankelijk van zwangerschapsduur:
<9w6d: 4×200 µg vaginaal of sublinguaal, herhaal na 3u
indien nodig.
, 10–28w: 400 µg elke 3–4u (max 1600 µg/24u).
4.2 Belangrijke aandachtspunten bij Cytotec
Temperatuur meten vooraf (>37,5°C → uitstellen).
Geen Hibitane-crème gebruiken (vermindert opname).
Tabletten bevochtigen met water.
Vroedvrouwen dienen niet zelf toe bij zwangerschapsonderbreking.
4.3 Patiëntinstructies
Bloeding kan thuis beginnen (3% vóór Cytotec, 60% binnen 4u).
Pijnstilling: Dalfalgan 1g PO of Perfusalgan IV.
Controle na 1 week: echo + HCG.
Vanaf 18 weken: foeticide (KCl intracardiaal onder echo).
28 weken: inductie zoals à terme, zonder CTG.
5. Medicatie bij inductie
5.1 Zonder uteruslitteken
Zwangerschaps Dosis Maxima
duur Misoprostol al
14–24w6d 400 µg/3–6u 5x/24u
25–33w6d 200 µg/3–6u 6x/24u
>34w 50–100 µg/3–6u 5x/24u
5.2 Met uteruslitteken
<34w: 200 µg/4u (max 5x/24u).
Geen partus → verhogen tot 400 µg of ballon + Synto®.
6. Opname en voorbereiding bij ≥28 weken
6.1 Voorbereiding
CTG-toestel uit kamer (niet nodig bij IUVD).
Bloedonderzoek:
o Hemato, stolling, CRP, D-dimeren, lupus anticoagulans.
o Endocrinologie (TSH, T3, T4), auto-immuniteit (ANF).
o Scheikunde: elektrolyten, lever-, nierfuncties.
o Infecties: TORCH (Toxo, Rubella, CMV, HSV, HIV, Varicella, Parvo).
o Karyotype ouders, urine- en vaginakweek.