Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Sociale Psychologie Samenvatting | Universiteit Gent | 2025/26

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
94
Subido en
01-05-2026
Escrito en
2025/2026

Samenvatting van alle te kennen hoofdstukken van sociale psychologie voor politicologie en sociologie studenten (studenten van criminologie moeten sommige hoofdstukken niet kennen). De volledige cursus werd dus niet samengevat, enkel de te kennen hoofdstukken voor het examen staan hier in.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

SOCIALE PSYCHOLOGIE
INLEIDING

1. DE MENS IS EEN SOCIAAL DIER

Mens – anderen observeren, analyseren
ipv objectieve feiten zoeken

Sociale context ➔ gedrag

2. SOCIALE PSYCHOLOGIE: DEFINITIE EN VERWANTE PRINCIPES


2.1 DEFINITIE VAN SOCIALE PSYCHOLOGIE

Sociale psychologie is de wetenschappelijke studie naar de wijze waarop gedachten,
gevoelens, motivaties en gedragingen van mensen beïnvloed worden door de
aanwezigheid van anderen en hoe wij zelf een invloed uitoefenen op hoe andere personen
denken, voelen en zich gedragen.

Wetenschappelijke studie – onderzoeksmethoden, beschrijving van observaties (volgens
methode vd psychologie)
→ systematisch en objectief observeren en meten
- artikels volgens logica, verder bouwen op elkaar

Gedachten, gevoelens, motivaties en gedragingen – persoonlijk!
→ cognitie = gedachten
→ affectieve = emoties
→ motivationele = drijfveren

 Bepalen hoe men zich gedraagt en de manier waarop het individu de sociale wereld,
waarneemt, begrijpt en interpreteert
vb. studie naar vooroordelen (= negatieve gevoelens tegenover andere personen
obv lidmaatschap van bepaalde sociale groepen)

Aanwezigheid

 aanwezigheid van anderen beïnvloed jouw gedrag
o Bv. een ander is vriendelijk  jij bent vriendelijk
o = reële/gepercipieerde aanwezigheid
 interne processen tov anderen
o bv. stereotypen, vooroordelen …
 interne ‘niet sociale’ processen
o bv. gedachten, gevoelens
o bv. hitte => mensen worden agressiever




1

,Invloed van de anderen
- zorgt voor onderscheid van de andere psychologen
→ macht van de sociale context/situatie`

Vb. verkiezingen 1984 – Raegan
onderzoek: beoordeling van Raegan (afhankelijke var) - 3 situaties (onafhankelijke var)
- met oneliners en reactie: controleconditie
→ beoordeling positief // verkiezingsuitslag
- zonder oneliners, met reactie
→ gelijkaardige evaluatie
- met oneliners, zonder reactie
→ lagere beoordeling

➔ conclusie: reactie publiek beïnvloedt anderen

KRACHT VAN DE SITUATIE
• wij laten ons continu beïnvloeden door onze sociale omgeving
• grote invloed op andere disciplines bv. rechtszaken, verkiezingen … POLITIEK

Bennington college (Newcomb)
→ participatie aan hoger onderwijs // progressieve politieke houding?

- kandidaten kwamen uit gezin met conservatieve opvattingen
→ hoe langer op school, hoe linkser
- ideeën van anderen horen – openheid bevordert
- cognitieve ondersteuning, uitdaging, ervaringen
- vrijheid
!! blijvend effect na 50j: meisjes waren nog steeds progressiever

SOCIALE PSYCHOLOGIE EN VERWANTE DISCIPLINES

VERGELIJKINGEN SOCIALE PSYCHOLOGIE MET ANDERE DISCIPLINES

Sociologie
sociologie Sociale psychologie
groep of samenleving analyseren Individueel niveau
o classificatie mensen obv o bv. attitudes
nationaliteit, ras, klasse …

Combinatie gebruiken om sociaal gedrag te verklaren
 via statistieken (= multilevel analyses) studie invloed van algemene
groepsfactoren +
individuele
 variabele individueel niveau bepaald door variabele algemeen niveau

multilevel analyses en interactionisme
• effect situatie obv persoonlijkheid
• effect persoonlijkheid obv categorie bv. geslacht
• effect sociale categorie obv situatie
• …



2

,Persoonlijkheidspsychologie
persoonlijkheidspsychologie Sociale psychologie
Slechts 1 bron van gedrag Gedrag beïnvloed door sociale context
 bv. ‘is deze persoon vriendelijk’  cross-individuele consistentie
vriendelijkheid in elke situatie tot uiting consistente reactie in verschillende sociale
 cross-situationele consistentie situatie
Modellen om gedrag te voorspellen obv innerlijke processen
vanuit eigen perspectief zelfde fenomenen verklaren

• interactionisme: focus op dynamische wisselwerking tussen individuele verschillen
en de situatie (individuele verschillen afhankelijk van situatie)
o zwakke situaties: situationele variabele < dispositionele variabele
o sterke situaties: situationele variabele > dispositionele variabele




• sociale psychologie: studie individu in situaties
• sociologie: studie groepsfactoren bv. nationaliteit, etnische achtergrond …
• persoonlijkheidspsychologie: studie van stabiele verschillen tussen individuen over
situaties heen
• Cognitieve psychologie: manipuleren van blootstelling aan een lid van een sociale
categorie en registratie van de automatische gedachte
• Klinische psychologie: effect van therapieën voor de reductie van vooroordelen bij
antisociale personen
• Arbeidspsychologie: studie van de mens in relatie tot zijn werk en organisatie

SOCIALE PSYCHOLOGIE EN MENSENKENNIS

Mensenkennis = niet wetenschappelijk
=> veel opvattingen, niet systematisch
=> veel tegenspraak: bv. tegenpolen trekken aan  soort zoekt soort

Terugblikvertekening = neiging om te overdrijven in de mate waarin ze een bepaalde
uitkomst hadden kunnen voorspellen nadat de uitkomst voorkwam




3

,3. DE GESCHIEDENIS VAN DE SOCIALE PSYCHOLOGIE
DE BEGINJAREN 1880-1935

Gustave Le Bon = psychologie des foules
• massa geeft individu een gevoel van anonimiteit => massageweld
• alle bijeenkomsten van de massa tegengaan

Norman Triplett
• fietsers hebben de neiging om sneller te fietsen in het bijzijn van anderen
• onderzoek via ‘competitiemachine’ bij kinderen

Max Ringelmann
• mensen presteren slechter in samenwerking met anderen
• onderzoek via touwtrekken

Eerste handboeken: (William McDougall, Edward Ross, Floyd Allport)

JAREN VAN BEVESTIGING 1936-1960
WOII => belangstelling soc psy
 na bv. Hitler, Jodenvervolging …
 society for the psychological study of social issues (1936)
o gesticht door jonge psychologen

Kurt Lewin = vader sociale psychologie

• formuleerde grondbeginselen
1. gedrag wordt bepaald door hoe we de wereld waarnemen en interpreteren
▪ situatie dus gaan bekijken vanuit blik persoon die we willen
begrijpen
 behavioristen: interne is niet bepalend
2. gedrag is afhankelijk van de persoon en omgeving
▪ intern en externe gedragsdeterminanten

Theorieën kunnen worden toegepast vd oplossing van praktische sociale problemen
 ‘geen onderzoek zonder actie, geen actie zonder onderzoek’
o Fundamenteel onderzoek: inzicht in menselijk gedrag verruimen en
specifieke hypotheses toetsen
o Toegepast onderzoek: SP methodes om dagelijkse gebeurtenissen beter te
begrijpen en bijdrage te leveren tot oplossen maatschappelijke problemen

Belangrijke bijdragen vanaf 1950




4

,3. GROEI EN DEBAT 1960-1975

Vertrouwen en uitbreiding
 bredere toepassing (apathie van de omgeving, agressie, stress)

Bloeiperiode // crisis
• onenigheid over de waarde van laboratoriumexperimenten
o ethische kritiek (vb. Milgram etc.)
o methodologische artefacten (onderzoeker beïnvloedt subject)
o historisch en cultureel beperkt
o dominantie van mannelijke onderzoekers

4. METHODOLOSICH EN INHOUDELIJK PLURALISME 1975 – HEDEN

Pluralisme
• sociale cognitie: hoe we info over onszelf en andere waarnemen, onthouden en
interpreteren
o koele benadering: invloed cognities op hoe we ons voelen en gedragen
o hete benadering: emoties en motivaties determineren cognities

bv. dissonantietheorie: combinatie aspecten van motivatie en cognitie

• internationale en culturele perspectieven
o soc psy in europa en azie
o internationaal en multicultureel onderzoek
o erkenning dat sociaalpsychologische fenomenen cultureel bepaald zijn

4. SOCIALE PSYCHOLOGIE IN DE 21 E EEUW


HERSENONDERZOEK

• sociale neurowetenschap: studie van de relatie tussen neurologische en sociale
processen
o hersenactiviteiten  sociale wereld
Bv. MRI: beelvormingsmiddelen

INTERNET

Evolutie in de manier waarop informatie wordt verworven/hoe we communiceren
 echokamers van ons eigen denken, ideologische weerspiegelingen online
 Digitale voetafdruk stijgt => meer beschikbare gegevens
o Hoe meer internet gebruikers, hoe interessanter het onderzoek

SOCIAAL-CULTURELE PERSPECTIEVEN

• Crosscultureel onderzoek: studie gelijkenissen en verschillen mensen uit
verschillende culturen (bv. individualistische  collectivistische cultuur)
• Multicultureel onderzoek: studie gelijkenissen en verschillen mensen uit raciale en
etnische groepen binnen zelfde cultuur


5

,OPEN WETENSCHAP

Laatste jaren: extreem veel zelfevaluatie => registratie en replicatie

• Stapelgate: 130 artikelen gepubliceerd met verzonnen gegevens
• Heel veel onderzoeken (onder druk universiteiten) opnieuw uitgevoerd
• Ideologische diversiteit neemt toe
• Nuancering en diversiteit in onderzoek en perspectief
• Evenwicht: theoretische vernieuwing + consolidatie bestaande kennis (via RRR)




6

,H4: SOCIALE PERCEPTIE

1. RUWE MATERIAAL VAN DE EERSTE INDRUK

Sociale perceptie: algemene term voor processen die basis vormen hoe we tot oordelen
over anderen komen

Willis en Todorov: indrukken worden in een fractie van een seconde gevormd

• foto’s van menselijke gezichten aanbieden gedurende 1/10s, 1/2s en 1s
• mensen beoordelen de gezichten op eigenschappen
• oordelen gelijk ongeacht het tijdslimiet
• 90% vd eerste indruk → kledij en lichaamstaal

!! uiterlijkheden, situaties en gedrag

1.1 DE WAARNEMER

Grote invloed waarnemer: elk eigen perceptie van de realiteit obv ervaringen

• schema’s: georganiseerde verzamelingen v kennis over stimulus of meerdere stimuli
o statistische kennisverzameling, gebruikt bij verwerken van info
o associaties tussen concepten
o sturen verwerken nieuw materiaal
o we kijken naar wereld met onze hersenen, niet onze ogen
o uniek: eigen zelfbeeld, maar ook eigen percepties van anderen
o helpt massa informatie snel verwerken
• sociale perceptie: aandacht gericht op bepaalde soorten sociale info
 ruw materiaal vormt eerste indruk

1.1 HET UITERLIJK

Geschiedenis van betekenis uit het uiterlijk
• Oude Grieken zeggen dat uiterlijke kenmerken verbonden zijn aan karaktertrekken
omdat ze lijken op die van dieren
• Pythagoras: ging studenten selecteren door ze in de ogen te kijken en zo te
beslissen of ze goede of slechte studenten waren
• J.B. da Porta in middeleeuwen: maakte vergelijkingen tussen mensen en dieren

• Automatische perceptie van primaire kenmerken: bv. geslacht, huidskleur, leeftijd …
• Ook invloed andere uiterlijke kenmerken bv. lengte, gewicht, haarkleur, bril …
o Sommige kenmerken zorgen voor vooroordelen bv. pretty privlige
o Gelaat is belangrijkste informatiebron
▪ Bv. babyface: impact sociale oordelen (rechtszaken, verzorgende
beroepen
▪ activeren brein zoals bij het zien van een baby




7

,invloed gelaat (babyface)

• verkiezingen – Todorov, Mandisodza, Goren en Hall
o geschatte competentie kandidaten obv gelaat komt overeen met effectieve
uitslag
o kinderversie: wie is de kapitein? => kiezen ook de winnaar

1.3 SITUATIES

Scripts: ongeschreven verwachtingen die we hebben binnen bepaalde situaties
• schema’s over gebeurtenissen die aangeven hoe mensen zich horen te gedragen
• vaak ook een volgorde

impact scripts op 2 manieren
1) we zien wat we verwachten te zien
• script geactiveerd => ruwe materiaal geassimileerd en betekenis verlenen
• studie: foto’s zien van ambigue gezichtsuitdrukkingen
o ‘belaagd door hond’ interpretatie als een angstig gezicht
o ‘won net de lotto’ interpretatie expressie van geluk
• Hoe we het gezicht zien is afhankelijk van de situatie

2) kennis over sociale situaties aangewend om verklaringen te geven voor gedrag

• gedrag conform met script (weinig informatief)
• gedrag niet conform met script (diagnostische waarde)
• Bv. iedereen typt op pc: kunnen moeilijk afleiden wat iemand doet want iedereen
doet het  yoga oefeningen in de gang (het gedrag is uniek, komt niet overeen met
onze verwachtingen) => diagnostische waarde = afwijkend gedrag



1.4 GEDRAG

Beperkte invloed verbaal gedrag op eerste indruk, zeker bij poging tot afleiden innerlijke
gevoelstoestanden

• Non-verbaal gedrag: lichaamstaal in de vorm van gedrag obv niet-talige signalen of
tekens, bv. gelaatsuitdrukkingen en lichaamstaal
o Gedrag dat de gevoelens van een persoon signaleert zonder woorden
• Paraverbaal gedrag: niet-linguïstische kenmerken van communicatie bv. toon,
volume, intonatie, articulatie, timbre, ritme …

Mehrabian: evaluatie doelpersonen die gevoelens of houdingen communiceerden
→ verbaal gedrag; 7% invloed
→ non-verbaal gedrag; 55% invloed
→ paraverbaal gedrag; 38% invloed (ritme waarop iemand iets zegt)
 Non-verbaal en paraverbaal gedrag staat in v beoordelingen en is belangrijk!
 Non-verbaal gedrag is belangrijk wnr we kijken naar gelaat(suitdrukkingen)!




8

,Darwin: gelaatsuitdrukkingen zijn universeel en
aangeboren + evolutionair gericht
• MAAR in sommige culturen emoties niet vertolkt =
manifestatieregels /display rules
• Heel wat ander lichaamstaal NIET universeel! Bv.
ja en nee knikken is omgekeerd

Ekman: maakt FACS coderingssysteem om gelaatsexpressies mee in kaart te brengen

• studie van de gelaatsspieren, accuraat definiëren, hoe emoties gevormd worden
• 6 primaire emoties: geluk, angst, woede, verdriet, verbazing en afkeer
o universeel herkend

Elfenbein en Ambadi: meta-analyse obv gegevens van 79 studies uit verschillende landen
• Manifestatie van emoties – cultuurspecifiek
vb. China en Japan; zo min mogelijk lachen → vaardigheid verliezen (spieren)

Hansen en Hansen
• In foto’s van mensenmassa’s zoeken naar tegenstrijdige uitdrukkingen
o afwijkende boze gezichten snel opmerken
• zelfs fysiologische reactie bij het zien van boze gezichten

Afkeer heeft adaptieve functie: kijken naar video van uitdrukking mensen die blootgesteld
worden aan bepaalde geuren => insula geactiveerd => bij zelf ervaren van de geuren zelfde
hersendeel actief

‘jeugdige stap’: gelukkiger en sterker beoordeeld

Ogen => oogcontact en blikrichting
• snelle neiging om blik te volgen => reflectoren vd emoties
• !! sociale context bv. verschil oogcontact bij partner/vijand
• Lichamelijke aanraking – positieve relatie, zorg, seksuele belangstelling
o Henley: ook dominantie en controle!

3 non-verbale communicatiekanalen geven info over bedrog
1) stem: verhogen en aarzelen
2) lichaam: zenuwachtige bewegingen handen en voeten, wisselen van houding
3) gelaatsuitdrukkingen: makkelijk te manipuleren, vertelt ons het minst

• vb. echte  valse glimlach
• vb. inhoud communicatie: leugens zijn cognitief belastend
• toch letten we het meest op gelaat (training nodig!)
o coderen van micro-expressies

2. ATTRIBUTIE: VAN ELEMENTEN TOT DISPOSITIES

Attributie: interne of externe oorzaak toeschrijven aan gebeurtenis




9

, Attributietheorieën: theorie over proces van toeschrijven van oorzaken aan gedrag
• hoe we gebeurtenissen en gedragingen verklaren
• cognitieve hulp en motivatie nodig

2.1 ATTRIBUTIETHEORIEËN

Fritz Heider: mensen proberen oorzaken gebeurtenissen te verklaren (net zoals
wetenschappers)

• attributies: causale verklaringen
• attributietheorie: proces van toeschrijven oorzaken aan gedrag

Vb. slecht scoren op examen (effect)
- oorzaken; inspanning, leerkracht, aanleg, interesse, toeval, …

Categorieën van attributies
Causaliteitsoorsprong
1) persoonsattributies: toeschrijven oorzaak gedrag aan persoon zelf
• intern
• vb. falen op examen; niet genoeg geleerd
2) situationele attributies: toeschrijven oorzaak gedrag aan externe factoren
• extern
• vb. falen op examen; leerkracht had het slecht uitgelegd, ziek die dag

Stabiliteit
1) stabiele attributies: toeschrijven oorzaak gedrag aan factoren die vaker aanwezig zijn
• extern
• vb. falen op examen = niet de aanleg voor het vak hebben
2) instabiele attributies: toeschrijven oorzaak gedrag aan factoren die enkel hier
voorkomen
• extern
• vb. falen op examen = avond ervoor uitgaan

2.2 THEORIE VAN CORRESPONDERENDE GEVOLGTREKKINGEN
Corresponderende gevolgtrekking: leggen v verband tussen gedrag en onderliggende
persoonlijke eigenschap
 of iemand van gedrag persoonlijkheidsattributies kan afleiden is afhankelijk van 3
factoren:

1) Sociale wenselijk gedrag
• hoe groter de sociale wenselijkheid, hoe waarschijnlijker dit gedrag in de context
wordt getoond => kleinere kans op corresponderende gevolgtrekking
• vb. iemand is stil in de les = niks besluiten want iedereen is stil in de aula, zegt niets
over persoon
o gedrag zegt meer wanneer het van de norm/het script afwijkt
o Jones en Davis: ‘out of role’ ↑




10

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
1 de mayo de 2026
Número de páginas
94
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$13.85
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
wolkeverlinden

Conoce al vendedor

Seller avatar
wolkeverlinden Universiteit Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
3 meses
Número de seguidores
0
Documentos
4
Última venta
2 semanas hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes