Open examen: geen meerkeuze, maar open vragen
Les 1: 13/02/2024
Hoofdstuk 0: Inleiding
Examen
2/3 open vragen
3/4/5 concepten van kernauteurs
Hoofdstuk 1: Mediasociologie
Mogelijke vraag:
kritiek v. Hodkinson op model v. Lasswell o
- Communicatie =one-way
- Zender actief
- Ontvanger passief
Blinde vlek van communicatie:
- Media is psychologisch
- Gaat vaak uit van lineair proces
pijlen gaan 1 kant op
Relatie tussen media en maatschappij:
1. Media als vormende kracht = media hebben impact op vorm en richting van
verandering id samenleving
o Opvlakv.media-inhoud. vb.leidentotgeweld(games)
o Opvlakv.media-technologie vb.anderepolitieke denkbeelden(propaganda)
MEDIA => MAATSCHAPPIJ
2. Media als afspiegeling = media vormen doorgeefluik van wat in samenleving ‘leeft’
o Geweld in media is afspiegeling van wat echt gebeurd
Media <= MAATSCHAPPIJ
3. Media als representatie = media representeert de werkelijkheid maar beïnvloed ook
onze werkelijkheid, wisselwerking
o Deels afspiegeling
o Deels vormende kracht
o Echte samenleving is niet leuk om naar te kijken -> dramatisering
Media <-> MAATSCHAPPIJ
, Model Hodkinson:
multidimensionaal mediabegrip rechtstreekse kritiek op Lasswell
- Er is niet 1 media, media is meervoud
- Verschillende media hebben verschillende maatschappelijke implicaties + effecten
4 dimensies
1. Media-technologie: Media is een afstemming die invloed heeft op je en je op een
bepaalde manier dwingt te gedragen. In de bioscoop zitten we naast elkaar en zijn
stil terwijl we naar het scherm kijken, op sociale media reageren we met likes en
comments,...
2. Media-industrie: Wij als producenten hebben wel invloed, maar techgiganten of
regisseurs of acteurs bepalen hoe alles eruit ziet.
3. Media-inhoud: Media omvat ook tekst, en dit vinden wij als consumenten vaak het
interessantst.
4. Media-publiek: Het publiek is binnen de beperkingen van de industrie en
technologie zeer actief.
deze 4 aspecten hebben invloed op onze maatschappij
dit model structureert de curusus
Processen van modernisering:
1. Industrialisering:
Opkomst van technologie die het arbeidsproces en massaproductie ondersteunt.
Ongelijkheid en exploitatie (Marx).
2. Urbanisering:
Verstedelijking als gevolg van industrialisering.
Overgang van gemeenschap naar maatschappij (Tonniës).
Anomie (Durkheim).
3. Bureaucratisering:
Hiërarchische indeling en formele regels.
Mensen voelen zich ontmenselijkt, ervaren vervreemding (Weber).
4. Kapitalisme:
Streven naar winstmaximalisatie.
Van ongelijkheid en uitbuiting (Marx) naar innovatie en rationalisering (Weber).
5. Consumptisme:
Consumptie als statussymbool en identiteitsvorming.
Baudrillard beschrijft het als teken van identiteit, een manier om bij een bepaalde
groep te willen horen.
6. Globalisering:
, Mondialisering en transnationaal karakter, wat de afstand tussen verspreide
populaties verkleint.
Het idee van de wereld als een 'global village' (McLuhan).
Medialisering (Hjarvard):
Toename van media-aanbod en media-aandacht voor gebeurtenissen om ons heen.
Deze toename verandert de samenleving, waarbij media niet alleen een institutie is,
maar ook andere instituties beïnvloedt.
Dit heeft economische, politieke, religieuze, sociale en culturele implicaties.
Les 2: 26/02/2024
Media-technologie
Media-technologie in sociaal-culturele context
4 componenten van media in maatschappelijke context
- Media-technologie als vormende kracht
- Media-technologie als afspiegeling
- Media-technologie: een wederkerige relatie
Media Maatschappij (Media bepaald hoe samenleving veranderd)
Media Maatschappij (samenleving is bepalend voor hoe media eruit ziet)
Media Maatschappij (het is niet monocausaal, gaat niet 1 richting op, er is een
relatie tussen media en samenleving)
Brede sociologische context: Max Weber: modernisering, rationalisering en technologie
- Historisch-sociologische analyse van Max Weber over modernisering als
rationalisering (Weber: Modernisering is boven alles het proces van rationalisering)
- Algemeen: waardenrationaliteit maakt plaats voor doel- of instrumentele rationaliteit
- voor weber is het heel belangrijk een onderscheid te maken tussen waarde
rationaliteit en instrumentele rationaliteit
o Waarde-rat= reflectie, het nadenkenken over wat goed/mooi is, wat is een
goede samenleving, over wat mooi is (estethische reflectie), nadenken over
wat waar is, nadenken over hoe we de wereld beter kunnen maken…
o Instrumentele rat= gaat meer over efficiëntie: hoe kan ik met een gegeven
doel zo snel mogelijk van A naar B gaan, hoe kan ik zo snel mogelijk iets
bereiken, met zo min mogelijk financiële investering, met zo min mogelijk
personeel iets bereiken
- Specifieker
o Religieus-mythologisch denken wordt steeds meer vervangen door
wetenschap om de wereld te begrijpen
o Magische praktijken (= voorloper technologie, bv regendans als het het
regent, voodoo poppen) worden steeds vervangen door technologie om de
omgeving te beheersen
- Technologie is gebaseerd op moderne doel- of instrumentele rationaliteit
(Computers initieel uitgevonden omdat ze sneller konden rekenen dan mensen, autos
gebruikt omdat we sneller aan ons doel geraken, dan als we lopen)