Eenvoudig rekenmachine niet vergeten op examen!
4 vragen:
- Waarover gaat het artikel?
PICO (indien van toepassing)
P = patiënt, populatie of probleem
Inclusie en exclusie criteria voor de P staan vaak in de
methode sectie
I = interventie
Kan iets therapeutisch zijn maar ook een diagnostische test
C = comparisson of control
Placebo, referentiebehandeling, gouden standard…
O = outcome
Therapeutisch of prognostisch:
Harde eindpunten: sterfte, infarct, pijn, kwaliteit van leven
Zachte eindpunten: HbA1c, bloeddruk
Diagnostisch: accuraatheid (sensitiviteit, specificiteit, likelihood
ratio…)
Onderzoeksvraag of klinische vraag
- Is dit artikel betrouwbaar?
Beoordelingsformulieren: selectie van patiënten, randomisatie,
blindering, vergelijkbaarheid van de groepen, zoekstrategie voor
artikels, data-extractie, heterogeniteit, adequate
waarnemingsmethode en analyse, theoretisch uitgangspunt,
credibility en clarity, betrokkenheid van belanghebbenden,
sponsoring…
- Wat is het belang/ resultaat/ betekenis van dit artikel?
Wat is de waarde van een diagnostische test, grootte van het effect,
voorspellende waarde, NNT, forest plot…
2x2 tabel indien van toepassing
- Is dit artikel bruikbaar voor mij?
Overeenkomst studiepopulatie met eigen populatie, haalbaarheid
binnen praktijk/ Vlaamse gezondheidszorg, voorkeuren van de
patiënt…
Extra verduidelijking van termen:
RRR: vb. verschil aantal infarcten in interventiegroep en controlegroep
gedeeld door het aantal infarcten in de controlegroep (in procent)
ARR: risico in controlegroep min risico in interventiegroep
Validiteit: afwezigheid van systematische fouten (bias) te voorkomen
door goed onderzoeksontwerp, bias soms achteraf repareren door juiste
analyse
Precisie: (relatieve) afwezigheid van toevallige fouten (steekproefvariatie,
ruis); kwantificeren met een betrouwbaarheidsinterval (grote onderzoeken
zijn preciezer)
, Betekenis BI: als je de studie 100 keer zou doen dan gaat 95 keer de
gevonden waarde in het interval liggen
Per protocol analyse: volgens wat mensen echt hebben gekregen (geeft
het ‘zuivere’ effect)
Intention to treat: volgens wat je ze wou geven, als het gaat over
uiteindelijk resultaat heeft dit de voorkeur (behoud de vergelijkbaarheid
van de groepen en geeft beter de klinische realiteit weer)
Selection bias: populatie in de studie komt niet overeen met de beoogde
populatie
Performance bias: behandeling of blootstelling tussen de groepen
verschilt meer dan alleen de bestudeerde behandeling (bv. aan een groep
niet zeggen dat ze geen alcohol mogen drinken)
Detection bias: verschil in meting van outcome tussen de groepen (bv.
als je vaker onderzocht wordt is de kans groter dat ze iets vinden)
Attrition bias: verschil in uitval tussen de groepen (bv. een chemo waar
veel mensen uitvallen door braken kan een vertekend goed beeld geven
terwijl patiënten het eigenlijk niet volhouden)
Publication bias: alleen positieve resultaten worden geregistreerd
Interne validiteit (afwezigheid van bias) = methodologische
betrouwbaarheid
- Mate van geldigheid van de resultaten voor de onderzochte groep
personen
- Moeilijk voor artsen, men gaat hier vaak te snel over
Externe validiteit (representativiteit, extrapoleerbaarheid)
- Mate van extrapoleerbaarheid van de onderzoeksresultaten:
veralgemeenbaarheid = toepassing op mijn patiënt
- Moeilijk voor studenten
Kwaliteitsbeoordeling betreft vooral interne validiteit.