1. Onlangs klaagde de Raad van State in een ongevraagd advies over de hoeveelheid
zelfstandige bestuursorganen in het Nederlandse staatsbestel. Over het nut en de
noodzaak van die zelfstandige bestuursorganen lopen de meningen nogal uiteen. Het
leerboek van dit vak rekent zelfstandige bestuursorganen tot de categorie functionele
decentralisatie.
a. Vallen zelfstandige bestuursorganen onder hoofdstuk 7 van de Grondwet? (2)
- Art. 134 lid 1 Grondwet.
- Ja , dat is ook het openbaar bestuur van in Nederland.
- Organisaties en personen die zelf niet tot de overheid behoren , maar die wel belast zijn
met een uitvoering van een bepaald overheidstaak.
- Het is dus decentrale overheid , dus behoort het tot hoofdstuk 7 van de Grondwet.
b. In welke wettelijke bepaling wordt een omschrijving gegeven van zelfstandig
bestuursorgaan? Kun je tenminste drie elementen noemen uit die omschrijving (3)
- Artikel 1 Kaderwet
- Een bestuursorgaan
- Van de centrale overheid
- Bij de wet , krachtens de wet
- Openbaar gezag bekleed
c. Wat heeft het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid te maken met
zelfstandige bestuursorganen. (3)
- De minister is verantwoordelijk voor het beleid die het zelfstandige
bestuursorgaan uitvoert en heeft toezicht.
- De minister moet dus verantwoording afleggen aan het parlement.
- De ministeriele verantwoordelijkheid is echter wel beperkt. Alleen bepaalde
bevoegdheden
d. In de literatuur is de term “zelfstandige ondergeschikte” opgedoken. Kun je aangeven
wat daarmee bedoeld wordt. (2)
- Ambtelijke diensten die meer zelfstandige positie willen hebben
- Organisatie van overheid meer lijken bedrijfsleven
- Planbureaus.
- Zijlstra
2. Zoals je al geleerd hebt bij het vak staatsrecht, is de autonomie van een Nederlandse
gemeente niet vergelijkbaar met de zelfstandigheid van een Duitse deelstaat. De
autonomie van een Nederlandse gemeente is veel meer begrensd. Men spreekt in
dat verband wel over een onder- en bovengrens.
a. Kun je drie artikelen noemen uit de Gemeentewet die betrekking hebben op die
grenzen. Noteer per artikel of het een ondergrens of een bovengrens betreft. (3)
- Art. 149 Gemeentewet : ondergrens
- Art. 124 lid 1 GW : ondergrens
- Art 122 Gemeentewet : bovengrens
zelfstandige bestuursorganen in het Nederlandse staatsbestel. Over het nut en de
noodzaak van die zelfstandige bestuursorganen lopen de meningen nogal uiteen. Het
leerboek van dit vak rekent zelfstandige bestuursorganen tot de categorie functionele
decentralisatie.
a. Vallen zelfstandige bestuursorganen onder hoofdstuk 7 van de Grondwet? (2)
- Art. 134 lid 1 Grondwet.
- Ja , dat is ook het openbaar bestuur van in Nederland.
- Organisaties en personen die zelf niet tot de overheid behoren , maar die wel belast zijn
met een uitvoering van een bepaald overheidstaak.
- Het is dus decentrale overheid , dus behoort het tot hoofdstuk 7 van de Grondwet.
b. In welke wettelijke bepaling wordt een omschrijving gegeven van zelfstandig
bestuursorgaan? Kun je tenminste drie elementen noemen uit die omschrijving (3)
- Artikel 1 Kaderwet
- Een bestuursorgaan
- Van de centrale overheid
- Bij de wet , krachtens de wet
- Openbaar gezag bekleed
c. Wat heeft het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid te maken met
zelfstandige bestuursorganen. (3)
- De minister is verantwoordelijk voor het beleid die het zelfstandige
bestuursorgaan uitvoert en heeft toezicht.
- De minister moet dus verantwoording afleggen aan het parlement.
- De ministeriele verantwoordelijkheid is echter wel beperkt. Alleen bepaalde
bevoegdheden
d. In de literatuur is de term “zelfstandige ondergeschikte” opgedoken. Kun je aangeven
wat daarmee bedoeld wordt. (2)
- Ambtelijke diensten die meer zelfstandige positie willen hebben
- Organisatie van overheid meer lijken bedrijfsleven
- Planbureaus.
- Zijlstra
2. Zoals je al geleerd hebt bij het vak staatsrecht, is de autonomie van een Nederlandse
gemeente niet vergelijkbaar met de zelfstandigheid van een Duitse deelstaat. De
autonomie van een Nederlandse gemeente is veel meer begrensd. Men spreekt in
dat verband wel over een onder- en bovengrens.
a. Kun je drie artikelen noemen uit de Gemeentewet die betrekking hebben op die
grenzen. Noteer per artikel of het een ondergrens of een bovengrens betreft. (3)
- Art. 149 Gemeentewet : ondergrens
- Art. 124 lid 1 GW : ondergrens
- Art 122 Gemeentewet : bovengrens