Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting verpleegkundige methodiek - Pathologie (Andere docent)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
51
Subido en
19-04-2026
Escrito en
2025/2026

Laatste onderdeel van verpleegkundige methodiek 1

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Methodiek 1 (Velghe)

Perfusie
1. Inleiding
 Observatie van de circulatie en omgaan met perfusiematerialen,
perfusievloeistoffen en I.V katheters.

2. Observatie van de circulatie
 Observatie van de perifere circulatie
o Nagaan van vullingstijd en capillaire refill
o Voelen van de huidtemperatuur
o Nagaan van de kleur van de periferie
o Opvolgen van de plethysmografie
 Observatie van de centrale circulatie
o Voelen van de pols
o Hartritmebewaking
o Bloeddrukmeting
o Opvolgen van de vochtbalans

2.1. De vullingstijd of capillaire refill
 Is de snelheid waarmee de leeggedrukte capillaire circulatie zich opnieuw gaat
vullen met bloed.
o Nagelbed (normaal roze), sternum (bij kinderen)
o Normale situatie  korte tijd (0,5 tot 1 sec.)
o Hoe langer de tijd, hoe slechter de perifere circulatie
 Voorbeeld
o Bij een arteriële katheter controleren ze dit aan het nagelbed van de
duim of wijsvinger
o Ook vaak in reanimatie settings

2.2. De huidtemperatuur
 Naarmate de perifere circulatie slechter wordt, daalt de huidtemperatuur.
 Groter naarmate we distaal gaan voelen (extremiteiten).
 Koud  vasoconstrictie
 Oudere mensen  blauwe toppen (voorbeeld: longoedeem)  te weinig
hemoglobine gebonden aan O2.

2.3. De kleur van de periferie
 Normale kleur = lichtroze
 Hoe slechter de perifere circulatie, hoe meer kleurverandering
 Snelst merkbaar aan voeten, handen en oren.  blauwpaarse tint
 Bij nog slechtere perifere circulatie  livide plekken op onder – en
bovenbenen
 Cyanose: meer dan 5gram onverzadigde Hemoglobine per 100 ml bloed
2.4. Plethysmografie
1

,  SaO2
o Percentage gesatureerd hemoglobine in het arterieel bloed
 SpO2
o Percentage oxyhemoglobine bepaald via pulse – oximetrie
Vingersensor
o Er wordt licht uitgestuurd aan de ene kant en het wordt gedetecteerd
aan de andere kant.
o Men kijkt hoeveel gebonden Hemoglobine moleculen er zijn met iets
(kan O2 of CO2) zijn. > 95%
o CO bindt zich sneller aan Hemoglobine, toestel geeft dan 100% aan,
met de dood tot gevolg.

Vulvolume
o Er verschijnt een curve
o Er zit een 2de soort licht in de pulsoxymeter.
o Bloed absorbeert veel licht.
o Hoe hoger het volume in de capillairen, hoe meer licht er gereflecteerd
wordt.
o Lichtvariaties worden omgezet in een elektrisch signaal, die zichtbaar
gemaakt wordt op de monitor als een curve (= plethysmogram)
o Voorbeeld:
 Bij iemand die 5u een operatie heeft ondergaan, zal je niets
zien omdat de perifere circulatie is afgesloten.
 Daarom is het belangrijk om een arteriële of een veneuze
bloedafname te doen.
Aandachtspunten bij een betrouwbaar resultaat:
o Stilgehouden extremiteit
o Geen nagellak
o Vasoconstrictie beïnvloedt het resultaat
 Voorbeeld: Koude vingers  hypothermie
o Bloeddruk manchet niet aan de zijde van de saturatiemeter aandoen

2.5. Voelen van de pols
 Pols pulsaties geven ons meer info over:
o Polsfrequentie
o Regelmaat (zegt iets over centrale circulatie, geleiding van het hart)
o Polsvulling
 Goed bereikbare arteria
o A. radialis
o A. femoralis
o A. carotis
 Wanneer aan de voet?
o Bij verminderde stroom naar de onderste ledematen
o Bij operatie aan de aorta
o A. tibialis en a. dorsalis pedis
 Koud been  geen goede circulatie door trombus = acuut
2

,2.6. Hartritmebewaking
 Normaal sinusritme
o P:
 Elektrische geleiding uit de sinusknoop
zorgt ervoor dat beide atria gaan
samentrekken.
o QRS:
 Geleiding van naar de AV-knoop waardoor
ventrikels gaan samentrekken.
o T:
 Rustfase, depolarisatie, herstelfase van het hart
 Hartritmestoornissen kunnen grote invloed hebben op circulatie met
wijzigingen in hartfrequentie, slagvolume, RR, hartdebiet,...
o ST-elevatie niet op basislijn  ritmestoornissen  coronairen,
arteriën zitten (deels) verstopt.
o STEMI of NON-STEMI  zie pathologie

2.7. Bloeddrukmeting
2.8. Vocht – en elektrolytenbalans
 Constant houden van de vochtbalans gebeurt door evenwicht tussen opname
en afgifte van vocht.
 Deze aanpassing gebeurt met medewerking van :
o Nieren
o Longen
o Huid
o Gastro-intestinaal stelsel
 Bij gezonde mensen:
o Te weinig vocht  dorst
o Te veel vocht  plassen
 Bij pathologie is de vochtbalans uit evenwicht
o Overvulling
o Ondervulling
 Vochtbalans wordt in het lichaam gecontroleerd door het RAAS systeem.
o = Renine – angiotensine – aldosterone systeem.
 Elektrolytenbalans moet ook in evenwicht zijn.  in stand gehouden door
nefronen
o Elektrolyten zijn stoffen die in een waterige oplossing in ionen kunnen
splitsen.
o Klinisch  enkel ionensamenstelling van plasma wordt gemeten.
 Belang invloed op zuur-base evenwicht
o Direct verband met nieren en longen




3

,  Nier
o Afscheiding renine (zorgt dat angiotensine afgescheiden wordt door de
lever en omgezet wordt naar Angiotensine I & Angiotensine II).
 Te veel aan angiotensine II
o Sympathisch zenuwstelsel gaat in vasoconstrictie  ↑bloeddruk
o Elektrolyten Na+ & K+  houden water vast
o Invloed op de bijnierproductie aldesterone  houden water vast
o Invloed op hypofyse (ADH – secretie), minder plassen, meer vocht
vasthouden.
 Een gezond lichaam  homeostase  lichaam zegt, stop aanmaak renine
 Nierpathologie
o Renine wordt teveel of te weinig aangemaakt
o Probleem met RR
 Taak VPK:
o Klinische observatie gebeurt door erkennen van :
 Dehydratatie
֍ ↓ gewicht
֍ Hypotone huid
֍ Huidturgor
֍ Droge beslagen tong
֍ Droge slijmvliezen
֍ Ingevallen ogen
֍ ↓ bloeddruk
֍ Dorst = alarmtekenen (ouderen minder dorstgevoel)
֍ Verwardheid
֍ Meestal oligurie
֍ Blauwe lippen
 Hyperhydratatie
֍ ↑ gewicht in korte tijd
֍ Oedeem (OL)
֍ Gestuwde v. jugularis
֍ Dyspnoe
o Aanamnese
 Voorgeschiedenis i.v.m. pathologieën (hartfalen, nierfalen)
o Opname van de IN-OUT balans
 IN:
֍ Per os, via de maagsonde (SV en spoelvloeistof),
parenteraal (IV, SC, IM), rectaal, klysma’s
 OUT:
֍ Urine, feces, braken, transpiratie, AH, sputum,
bloedverlies, wondvocht, drainagevocht, punctievocht
 Loopt over 24h  stiptheid begin- en eindduur
 Nauwkeurig noteren
 Goede samenwerking en uniform werken

4

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
19 de abril de 2026
Número de páginas
51
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$15.29
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
hcollijs

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
hcollijs Katholieke Hogeschool VIVES
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
7
Miembro desde
1 año
Número de seguidores
0
Documentos
24
Última venta
4 semanas hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes