Taalvaardigheden – semester 2
Helder schrijven vraagt 3 grote stappen:
1. nadenken
2. schrijven
3. Lezen, herlezen, herschrijven
Tien schrijftips: (de wielen van het vervallen paard vangen veel grote stenen)
• Draai niet rond de pot → Schrap overbodige informatie
• Wees beleefd
• Voorkom passivitits → passieve zinnen actief maken
• Houd het kort en simpel: vermijd tangconstructies
• Val niet in herhaling
• Positieve formulering
• Vermijd nominalisatie
• Vermijd lege woorden: wees persoonlijk en concreet
• Gebruik leestekens
• Spel correct
Wees beleefd:
- Geachte mevrouw/meneer Buyse (bij een eerste contact)
- Beste mevrouw/meneer Buyse (bij al gekend persoon)
- Start zinnen niet met ‘Ik’
- Geen verkleinwoorden gebruiken
Voorkom passivitis:
Passieve zinnen: bevatten werkwoorden met ‘worden’ en ‘zijn’
→ moet vermeden worden
Vermijd tangconstructies:
Houd de tang zo dicht mogelijk:
• Twee werkwoorden samen
• Lidwoord en zn Zo dicht mogelijk bij elkaar houden
• Onderwerp en pv
→ Opsplitsen in meerdere zinnen (2 zinnen is vaak het best)
→ Woorden weglaten
Vermijd nominalisatie:
Nominalisatie =
• Van een ww een zn maken door er een lidwoord voor te plaatsen
• Ww waarbij ‘-ing’ of ‘-atie’ bijkomt
→ vermijden