Abdomen 2
INHOUDSTAFEL: ABDOMEN 2
Vragen slokdarm
1) Wat is GERD? Diagnose? Behandeling?
2) Overzicht slokdarmstoornissen + concrete beschrijving
3) Bespreek de diagnostiek en behandeling van achalasie
4) Geef een overzicht van de 3 primaire motiliteitsstoornissen + bespreek verschillen
5) Bespreek eosinofiele oesofagitis: prevalentie, diagnose en behandeling
6) Bespreek een Barret slokdarm
Vragen diarree
7) Beschrijf 3 types diarree + geef onderscheid obv pathofysiologie
8) Wat is de diagnostische aanpak van acute diarree?
9) Welke soorten chronische diarree zijn er?
10) Wat is de differentiaaldiagnose van waterige diarree
11) Bespreek galzoutendiarree
12) Bespreek steatorree
13) Bespreek lactose-intolerantie
14) Wat is coeliakie? Wat is de pathogenese?
15) Hoe wordt de diagnose van coeliakie gesteld?
16) Hoe wordt coeliakie behandeld
Vragen IBD
17) Bespreek de pathogenese van inflammatoire darmziekten
18) Wat zijn de verwikkelingen die kunnen optreden bij Crohn en colitis ulcerosa?
19) Bespreek de mogelijke complicaties bij de ziekte van Crohn
20) Bespreek de mogelijke complicaties bij colitis ulcerosa
Oncologie/DIO
21) Bespreek de benigne en maligne slokdarmtumoren
22) Bespreek de benigne en maligne maagtumoren
23) Bespreek het voorkomen van slokdarmkanker wereldwijd en in België
24) Bespreek de risicofactoren in het ontwikkelen van slokdarmkanker
25) Bespreek het plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm
26) Bespreek het adenocarcinoom van de slokdarm
27) Bespreek de risicofactoren voor het ontwikkelen van maagkanker
28) Geef een schematisch overzicht van de verschillende types colonpoliepen en hun kenmerken
29) Bespreek adenomateuze colonpoliepen
30) Bespreek de behandeling van het coloncarcinoom
31) Bespreek de behandeling van het rectum carcinoom
32) Hoe wordt er gescreend voor colorectale carcinomen?
Pancreas
33) Bespreek de pathogenese van acute pancreatitis
34) Bespreek pathogenese van chronische pancreatitis + verschilpunten met acute pancreatitis
Oude vraag: Bespreek de verschillende vormen en oorzaken van pancreatitis
35) Bespreek exocriene pancreasfunctie
36) Beschrijf de symptomatologie en diagnostische aanpak van een acute pancreatitis
37) Hoe wordt de ernst van een acute pancreatitis ingeschat + welke mogelijke verwikkelingen?
, 2
38) Hoe wordt een acute pancreatitis behandeld?
39) Bespreek over chronische pancreatitis: oorzaken, kliniek, complicaties, behandeling
40) Bespreek pancreaticoduodenectomie met reconstructive, wat zijn mogelijke complicaties?
Oude vraag: Wat is de behandeling van een pancreaspseudocyste?
41) Bespreek pancreastische vochtcollecties na acute pancreatitis en de behandeling ervan
42) Wat kan chirurgie betekenen bij een chronische pancreatitis (indicaties + technieken)
Intermezzo: belangrijke info uit de les over pancreas tumoren
43) Bespreek de benigne tumoren van het exocriene pancreas
44) Bespreek de risicofactoren van pancreaskanker
45) Bespreek de meest voorkomende maligne solide tumor van de pancreas
46) Wat zijn functionele neuro-endocriene tumoren en bespreek ze?
47) Wat zijn niet-functionele neuro-endocriene tumoren van de pancreas?
Gastro-intestinale bloedingen
48) Hoe wordt de ernst van een gastro-intestinale bloeding ingeschat?
49) Bespreek de algemene aanpak van een hoge gastro-intestinale bloeding
50) Bespreek de belangrijkste oorzaken van een hoge gastro-intestinale bloeding en bespreek de
gelijkenissen en verschillen in diagnostische en therapeutische aanpak
Constipatie en IBS
51) Hoe stel je de diagnose van een prikkelbare darmsyndroom? Wanneer plan je colonoscopie?
52) Bespreek de behandeling van het prikkelbare darmsyndroom en leg waar mogelijk een
verband naar onderliggende pathofysiologische mechanismen
53) Bespreek het FODMAP dieet
54) Welke vormen van constipatie ken je? Welke onderzoeken voore subtypes te differentiëren?
55) Bespreek de systematische behandeling van de patiënt met constipatie
56) Welke prolaps syndromen ken je en + welke rol bij therapie refractaire constipatie?
Proctologie
57) Bespreek de behandeling van hemorroïden, zowel conservatief als chirurgisch
58) Bespreek de differentieel diagnose van anale pijn
59) Oorzaken en behandeling van pruritus ani
60) Bespreek de primaire anale fissuur
Hepatologie
61) Geef een schematisch overzicht van de belangrijkste complicaties van portale hypertensie en
hun onderliggende mechanismen
Intermezzo: bespreek fysiopathologie van acites en renale dysfunctie bij portale hypertensie
62) Bespreek slokdarmvarices en hun behandeling
63) Bespreek de diagnose en behandeling van ascites door portale hypertensie
64) Bespreek spontane bacteriële peritonitis
65) Bespreek het hepatorenaal syndroom (fysiopathologie, diagnose, behandeling)
66) Bespreek de diagnose en behandeling van hepatische encephalopathie
67) Bespreek het acuut leverfalen
68) Wat zijn de indicaties voor levertransplantatie?
69) Geef een schematisch overzicht van de verschillende hepatitis virussen wat betreft
infectiebron, transmissie, chroniciteit en preventie
70) Wat weet u over hepatitis A?
71) Wat weet u over hepatitis B?
72) Wat weet u over hepatitis C?
, 3
73) Bespreek de parasitaire leveraandoeningen
74) Bespreek hemochromatose
75) Wat weet u over α1 antitrypsine deficiëntie?
76) Welke systematische diagnostische en eventueel therapeutische stappen onderneemt u bij
een toevallig vastgesteld leverletsel?
77) Geef in een schematisch overzicht de verschillen tussen de benigne solide leverletsels
78) Bespreek de benigne soliede en cystische levertumoren
79) Bespreek de goedaardige tumoren van hepatocellulaire origine
80) Bespreek de kwaadaardige tumor(en) van hepatocellulaire origine bij de volwassene
81) 81 A) Bespreek de goedaardige tumoren van biliaire origine in de lever.
81 B) Geef in schematisch overzicht de verschillende klinische presentaties van toxisch
leverlijden en geef 3 voorbeelden met hun respectievelijke aanpak
82) Wat weet u over PBC? Wat weet u over PSC?
83) Wat weet u over auto-immune hepatitis?
84) Geef schematisch overzicht van de verschillen en gelijkenissen tussen AIH, PBC en PSC.
85) Bespreek de zwangerschapsgerelateerde leverafwijkingen.
86) Wat is MASLD? Bespreek de verschillende subtypes.
87) Wat is het klinisch belang van MASLD?
88) Hoe pak je een patiënt met de diagnose van MASLD aan?
89) Bespreek het belang van peroperatieve bloedingscontrole in leverchirurgie
90) Bespreek het belang van peroperatieve echografie in leverchirurgie
91) Bespreek het belang van leverregeneratie in leverchirurgie
92) Bespreek de verschillende soorten leverresecties, mede in relatie met de leveranatomie
93) Bespreek de verschillende soorten levercysten en de behandeling
94) Bespreek postoperatief leverfalen en de methodes om dit te vermijden
95) Bespreek het concept ablatie van levertumoren
96) Bespreek de secundaire levertumoren: ontstaan, behandeling en prognose
Galblaas en galwegen
97) Bespreek de congenitale afwijkingen van de galwegen: types, behandeling
98) Bespreek het ontstaan en de risicofactoren van cholelithiasis
99) Welke verschillende klinische syndromen kan cholelithiasis veroorzaken?
100) Bespreek acute cholecystitis: ontstaan, kliniek, behandeling
101) Bespreek choledocholithiasis: ontstaan, kliniek, behandeling
102) Welke verwikkelingen kunnen gezien worden na galblaas- en galwegchirurgie?
103) Bespreek de goedaardige galbaastumoren
104) Bespreek het galablaascarcinoom
105) Bespreek het hilair cholangiocarcinoom
Diverticulitis
106) Wat is diverticulitis en wat is de pathogenese?
107) Hoe wordt de diagnose van diverticulitis gesteld? Classificatie?
108) Wat is de niet-chirurgische behandeling van diverticulitis?
109) Wat zijn de indicaties voor chirurgie in de behandeling van diverticulitis?
Abdominale heelkunde: niet opgelost
, 4
1) WAT IS GERD? DIAGNOSE? BEHANDELING?
Wat is GERD
- GERD = gastro-esophagal reflux disease
- Fysiologische vs pathologische reflux
o Reflux is een fysiologisch proces, vnl post-prandiaal
▪ Dit leidt echter niet tot verwikkelingen of verslechterde levenskwaliteit
▪ Fysiologische reflux kan ook symptomatisch zijn, maar is dan nog geen GERD
o Je spreekt van pathologische reflux (GERD) als de reflux…
▪ De levenskwaliteit verslechtert (bv.: pyrosis die ≥ 2 dagen/week voorkomt)
▪ Aanleiding geeft tot verwikkelingen (bv.: refluxoesophagitis)
o Onderscheid wordt gemaakt obv een 24u pH registratie
- Pathofysiologie
o → Dysfunctie van de oesofagogastrische junctie
o Incompetentie van onderste slokdarmsfincter (LES)
▪ Hypotensie/sterk verlaagde sfinctertonus
▪ TLESR = transient lower esophagal sphincter relaxations
• Treden ±25x/d op gedurende 20sec om lucht uit de maag te laten
• Vnl post-prandiaal, zelden ’s nachts
• Liggen aan de basis van fysiologische en pathologische reflux
o Disfunctie gastro-oesophagale junctie door een hiatus hernia
o Andere oorzaken
▪ Peristaltische disfunctie
▪ Maagledigingsstoornissen (geven voedselstase, meer kans op reflux)
▪ Zwangerschap of obesitas (verhoogde externe druk op maag)
o Mechanisme om reflux te beperken
▪ Secundaire slokdarmperistaltiek (reflux terug naar maag)
▪ Speekselsecretie (neutralisatie reflux)
▪ Mucosabarrière
▪ Hier iets mee mis? → reflux klachten worden erger
100) Symptomen
o Typische klachten
▪ Pyrosis = laag retrosternale pijn door zuur, opstijgend brandend gevoel
• Verergert bij liggen of vooroverbuigen
▪ Zure regurgitatie (erg specifiek teken)
▪ Odynofagie (pijn bij slikken)
o Atypische klachten
▪ Dysfagie (alarmsymptoom, checken op slokdarmCA)
▪ Nausea
▪ Ructus
▪ Extra-oesophagaal: heesheid, globusgevoel, hoest dr irritatie larynx, astma
101) Risicofactoren: Obesitas, roken, alcohol
102) Complicaties
o Oesophagitis: peptische stenose, ulcus, GI-bloedverlies
o 30-40x meer kans op slokdarmcarcinomen
o Barret slokdarm = metaplasie van het slokdarmepitheel
▪ Hoge kans op dysplasieën => regelmatige gastroscopieën + biopten