SAMENVATTING WPO
MATERIEEL STRAFRECHT
Victoire Garcia
VUB 2026
1
,INHOUDSOPGAVE
WERKCOLLEGE 1: INLEIDING ......................................................................................... 4
NULLUM CRIMEN, NULLA POENA, SINE LEGE .................................................................. 5
STRAFWET IN DE TIJD ................................................................................................................. 5
STRAFWET IN DE RUIMTE ............................................................................................................. 8
WAT IS EEN MISDRIJF? ......................................................................................................... 9
MISDRIJF, WAT IS DAT? ............................................................................................................... 9
DELICTSTYPICITEIT ............................................................................................................ 10
WERKCOLLEGE 2 .......................................................................................................... 19
WAT IS EEN MISDRIJF? ........................................................................................................ 19
DELICTSTYPICITEIT .................................................................................................................. 19
STRAFBARE POGING ................................................................................................................ 19
WERKCOLLEGE 3 .......................................................................................................... 26
DE DADER ....................................................................................................................... 26
STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID ................................................................................ 26
STRAFBARE DEELNEMING: ARTIKEL 19 SW. .................................................................................... 29
VERZWARENDE BESTANDDELEN EN FACTOREN .............................................................................. 31
DE SCHULD ..................................................................................................................... 33
SCHULDONTHEFFINGSGRONDEN (ARTIKEL 21 EN VOLGENDE) ........................................................... 33
GRONDEN VAN NIET-TOEREKENINGSVATBAARHEID (ARTIKEL 24) ........................................................ 35
WERKCOLLEGE 4 .......................................................................................................... 36
DE STRAF ........................................................................................................................ 36
HOOFDSTRAFFEN PARTICULIEREN .............................................................................................. 37
HOOFDSTRAFFEN RECHTSPERSONEN.......................................................................................... 38
BIJKOMENDE STRAFFEN ............................................................................................................ 39
VRIJHEIDSBENEMDENDE STRAFFEN ............................................................................................. 39
VRIJHEIDSBEPERKENDE STRAFFEN .............................................................................................. 40
VEROORDELING BIJ SCHULDIGVERKLARING .................................................................................. 44
VERMOGENSSTRAFFEN ............................................................................................................ 45
DE STRAFTOEMETING ......................................................................................................... 49
DOELSTELLING VAN DE STRAF (ARTIKEL 27 SW.) ............................................................................. 49
DOELSTELLING VAN DE STRAF - BIJKOMENDE REGELS....................................................................... 49
STRAFTOEMETING - MOTIVERING (ARTIKEL 195 W. SV.) ................................................................... 50
STRAFTOEMETING – HERHALING (ARTIKEL 60 SW.) .......................................................................... 50
STRAFTOEMETING – BEVEILIGINGSPERIODE ART. 195 EN 344 W. SV. ........................................... 51
2
,STRAFTOEMETING – VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN (ART. 30 SW.) ..................................... 51
WERKCOLLEGE 5 .......................................................................................................... 53
DE STRAFTOEMETING ......................................................................................................... 53
STRAFTOEMETING –VERSCHONINGSGRONDEN .............................................................................. 53
STRAFTOEMETING - REDELIJKE TERMIJN (ARTIKEL 21TER VT SV.) ......................................................... 56
OPSCHORTING (ART. 64) EN UITSTEL (ART. 65) .............................................................................. 56
VERVAL VAN DE STRAF ........................................................................................................ 58
DOOD VAN DE VEROORDEELDE (ARTIKEL 73 SW.) ........................................................................... 58
VERJARING VAN DE STRAF (ARTIKEL 74 SW.) .................................................................................. 59
GENADE (ARTIKEL 110 GW.) ..................................................................................................... 61
AMNESTIE ............................................................................................................................. 61
UITVOERING VAN DE STRAFFEN ............................................................................................. 62
UITVOERING VAN GELDBOETEN .................................................................................................. 62
UITVOERING VRIJHEIDSBENEMENDE STRAFFEN .............................................................................. 63
STRAFUITVOERINGSMODALITEITEN.............................................................................................. 64
STRAFUITVOERINGSMODALITEITEN: HERROEPING – SCHORSING – HERZIENING ..................................... 67
HOORCOLLEGE 6: CASUS EN BESPREKING EXAMEN ...................................................... 69
BESCHRIJVING CASUS ........................................................................................................ 69
VRAAG 1: ...................................................................................................................... 70
KUNNEN TOM EN KEVIN WORDEN VERVOLGD EN ZO JA, UIT HOOFDE VAN WELK MISDRIJF / MISDRIJVEN? IS ER
EVENTUEEL SPRAKE VAN STRAFBARE DEELNEMING – WAAROM WEL OF WAAROM NIET? ............................ 70
ZIJN ER RECHTVAARDIGINGSGRONDEN OF SCHULDONTHEFFINGSGRONDEN DIE KUNNEN WORDEN
INGEROEPEN? ....................................................................................................................... 71
VRAAG 2: ...................................................................................................................... 72
TOT WELKE STRAF KUNNEN TOM EN KEVIN MAXIMAAL WORDEN VEROORDEELD? .................................... 72
IS ER SPRAKE VAN VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN EN ZO JA, WAT IS DE INVLOED HIERVAN? ................. 72
WELKE CONCRETE STRAF ZOU U ALS VERDEDIGING PLEITEN EN WAAROM? ........................................... 73
VRAAG 3: ...................................................................................................................... 73
WAT IS DE INVLOED VAN DEZE STRAF OP DE REEDS UITGESPROKEN STRAF VAN ÉÉN JAAR EERDER? ............. 73
HOELANG ZAL HIJ MINSTENS IN DE GEVANGENIS DIENEN TE VERBLIJVEN? ............................................. 73
WIE BESLIST OVER EEN EVENTUELE VERVROEGDE INVRIJHEIDSTELLING? .............................................. 73
DE STRAF WORDT UITGESPROKEN OP 15 MAART 2026, WANNEER IS DE UITVOERING ERVAN VERJAARD? ..... 74
VRAGEN EXAMEN ................................................................ FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD.
3
,WERKCOLLEGE 1: INLEIDING
Examen: helft van de punten op casus (die kun je oplossen adhv de codex). Laatste half uur van laatste
werkcollege samen casus oplossen (wordt al op voorhand doorgestuurd). Steeds artikel bijzetten op
examen (heel belangrijk, anders niet alle punten)
Taak: koppel steeds terug aan de theorie. Let op taalfouten en gebruik geen AI. Je moet verwijzen naar
bronnen, maar voorblad is niet nodig
Taak= geen thesis!
Volg de actualiteit
Pak de krant erbij, kijk naar het journaal -> en dan omzetten naar de theorie
Actualiteit: Kim en Kem -> broer en zus verdwenen en nu is er een DNA match met een eventuele dader
Ø Als vrouw opgepakt wordt welke misdrijven kan ze gepleegd hebben? Ontvoering? Wat
is het artikel? Wat zijn de constitutionele bestandsdelen
Ø Welke wetsartikelen kan je hieraan koppelen?
Ø Ontvoering en moord
Ø Wat is een misdrijf?
Ø Wat is een misdaad?
Ø Wat is een diefstal, welke artikelen gaan daarover, welke straffen staan daarop?
Voorblad enzo hoeft niet voor haar voor de taak
2 à 3 pagina’s- > richtlijn -> geen minimum of maximum
8 april 2026 -> gaat het nieuwe strafwetboek in werking treden
Wet die wij moeten kennen -> strafwetboek 2024
Je mag kleuren in codex (niet bijschrijven of kruisverwijzingen)
Examen: altijd verwijzen naar artikel in codex -> van buiten kennen is niet voldoende
Examen: helft van examen staat op een casus
Laatste les, laatste halfuur gaan we casus oplossen zoals op het examen
4
,NULLUM CRIMEN, NULLA POENA, SINE LEGE
Enkel wetgever kan bepalen wat een misdrijf is en wat een straf is
Boek 1: algemene principes en regels -> Examen als ze iets vraagt of algemene principes dan moet je in
boek 1 kijken
GAS -> is geen straf
Enkel wetten/KB kunnen bepalen wat een misdrijf is
STRAFWET IN DE TIJD
De strafwet evolueert
Wetgever maakt nieuwe artikels -> maakt ze groter en kleiner -> de wet evolueert voortdurend
Je moet weten waarmee die gestraft wordt op moment van gedraging
Als je een bepaalde gedraging stelt moet je exact weten wat strafbaar is en welke straf hieraan
gekoppeld wordt
Artikel 2 in Strafwetboek
Het is belangrijk om na te gaan wanneer een gedraging is gesteld
In België is het zo dat je een bepaald misdrijf pleegt, en veel later voor de rechter komt
Kijk naar art. 2 om te weten welke straf toegepast wordt als er sprake is van een nieuwe wetgeving
tussen het moment dat het feit is gepleegd en het wanneer deze persoon voor de rechtbank komt
o Bijvoorbeeld: recente nieuwe wet die erbij is gekomen: de wet over ecocide -> vormen van
ecocide kunnen pas gestraft worden vanaf 8/4/2026
o Voor dit kan je dus pas na 8/4/2026 gestraft worden
Je moet steeds kijken naar de kwalificatie van een misdrijf, dus niet enkel naar de basismisdaad
Kijk ook of de verzwarende omstandigheden nog bestaan er eventueel zijn bij gekomen
10 dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad gaat een nieuwe wet van toepassing
5
,Strengere strafwet
• Niet retro-actief
Mildere strafwet
• Retro-actief
Belang van bekendmaking
• ‘iedereen wordt geacht de wet te kennen’
• Na 10 dagen inwerkingtreding, behoudens uitzonderingen
Belang van bekendmaking -> moet op papier staan -> je moet het weten, het moet ergens
neergeschreven staan
Iedereen wordt geacht de wet te kennen -> elke ochtend BS lezen
Strengere strafwet -> als je een hogere straf krijgt,
Theorie: exact wat de codex en wetgever heeft gezegd
Toepassing: interpretatie van het wetboek
Nu: pure regelgeving en pure theorie -> enkel daarop kunnen we ons baseren om iemand te straffen
Ik stel vandaag een bepaalde gedraging -> het komt binnen 10 jaar voor de rechtbank -> men zegt: ja
nu is het wel strafbaar -> dan is dit niet van toepassing op haar omdat het bij het stellen van de gedraging
niet strafbaar was dus ze kan daar niet voor gestraft worden
Ecocide= misdrijf tegen de natuur,… -> ze maken er een nieuwe misdrijf van -> vandaag kan men daar
niet voor gestraft worden -> enkel vanaf 8 april 2026
Welke straf is er van toepassing?
è De mildere (de lichtste) straf. Maar wat is de zwaarste straf? Dit is mogelijk een theoretische
vraag, maar niet als praktische vraag
Hoe wordt diefstal bestraft in ons strafwetboek?
è Art. 465 Sw.
è Oud strafwetboek: 1 maand tot 3 jaar
è Nieuw strafwetboek: Niveau 2= 6 maand tot 3 jaar
è Wordt er een verplichte bijkomende straf opgelegd? Gevangenisstraf EN een geldboete (of
staat er of geldboete?)
Vanaf het nieuw strafwetboek zijn er geen gevangenisstraffen mogelijk onder de 6 maanden
6
,STRENGERE STRAFWET
• Nieuwe misdrijfomschrijving
• Uitbreiding bestaande misdrijfomschrijving
• Strafverzwaring
• Verzwaring strafuitvoering
• Quid niet-strafrechtelijke sancties / procedurewet?
Uitbreiding bestaande misdrijf omschrijving
Wanneer is iets een strafverzwaring?
• Wanneer is een straf hoger? -> artikel 138 strafwetboek
• Nieuw strafwetboek: straf van niveau 4 -> 5-10 dagen
• Oud strafwetboek: artikel 417, baar 11 -> 10-15 dagen
• Vergelijken van de straf die de wetgever erop legt
Oud strafwetboek: 1 maand tot 3 jaar
Nieuw strafwetboek: Niveau 2= 6 maand tot 3 jaar
Verzwaring strafuitvoering -> in latere fase, na veroordeeld te zijn
• Wetgever beslist: vanaf vandaag wordt het… -> enkel van toepassing voor mensen
veroordeeld na de toepassing van de nieuwe wet
MILDERE STRAFWET
• Beperking misdrijfomschrijving
• Verlaging straf
• Afschaffing misdrijf
Beperking -> als misdrijfomschrijving beperkt wordt in toepassing
Diefstal met braak -> in nieuw strafwetboek bestaat dit niet meer
• Als je dit vandaag de dag doet -> en je wordt veroordeeld na 8 april 2026 dan kunnen
ze u niet meer veroordelen voor diefstal met braak, maar gewoon voor diefstal
Afschaffing misdrijf -> vroeger strafbaar: overspel, homofolie -> nu kan je daar in België niet meer voor
veroordeeld worden
Euthanasie -> is eigenlijk moord met voorbedachte raden iemand een bepaald middel toedienen zodat
die persoon overlijdt -> als je binnen de limieten van de wet dan kan je als arts niet langer veroordeeld
worden -> van toepassing op alle artsen die vandaag
Ik pleeg euthanasie -> ik doe dat op goedheid van mijn hart, maar de wet bestond nog niet -> nu is die
wet goedgekeurd en is dat niet meer strafbaar -> ik kan niet meer vervolgd worden voor die euthanasie
want nu is dat goedgekeurd
7
,STRAFWET IN DE RUIMTE
Hoofdstuk 2, Boek I, Artikel 3
è Elk misdrijf gepleegd op BELGISCH GRONDGEBIED, door Belgen of door vreemdelingen,
wordt bestraft overeenkomstig de bepalingen van de Belgische wetten
è Het misdrijf BUITEN HET BELGISCH GRONDGEBIED gepleegd, door Belgen of
vreemdelingen, wordt in België niet bestraft, behoudens in de bij wet bepaalde gevallen
è Wanneer op het grondgebied?
è Wanneer EEN VAN DE CONSTITUTIEVE of VERZWARENDE ELEMENTEN ERVAN materieel op
dat grondgebied heeft plaatsgevonden
Wanneer kan je berecht worden door een Belgische rechter?
è Wanneer het gaat over een misdrijf gepleegd op een Belgisch grondgebied (hierbij heeft
nationaliteit geen belang)
Artikel bepaald wanneer je in België vervolgd kan worden
Wanneer is een misdrijf gepleegd in een Belgisch grondgebied? -> iemand dat in China u begint op te
lichten kan in België vervolgd worden -> dader kan in België vervolgd worden
• Als één van de constitutieve bestanddelen in België plaatsvinden kan je vervolgd
worden in België
Ik sla iemand op Duits grondgebied -> slachtoffer dat geraakt wordt bevindt zich in België -> slagen en
verwondingen die zijn toegediend zijn in België -> constitutieve bestanddelen bevinden zich in België
• Duitsland zou ook kunnen vervolgen maar je kan niet 2maal vervolgd worden voor
hetzelfde misdrijf
Je pleegt een misdrijf in Amerika en je vlucht naar hier -> dan kan je hier vervolgd worden
Dubbele incriminatie= gedraging is zowel strafbaar in België als in Amerika
Als je in Thailand joints smoort en je komt na je vakantie terug naar België dan kan je daar hier niet voor
vervolgd worden
Heel zware misdrijven -> genocide bv Oeganda -> kunnen ze in België vervolgd worden omdat het over
internationale feiten gaat
België zou kunnen oordelen als de dader een Belg is
Belangrijk principe: dubbele incriminatie = houdt in dat een gedraging alleen tot uitlevering of
overlevering tussen landen kan leiden als het feit in beide landenstrafbaar is
Men probeert vaak een misdrijf te vervolgen in het land waarin het gepleegd is
- Hierbij zijn uitzonderingen
8
,WAT IS EEN MISDRIJF?
MISDRIJF, WAT IS DAT?
• Een gedraging
• Door de wet omschreven
• Waarop een straf is gesteld
o Indien andere, niet strafrechtelijke sancties à geen misdrijf
Enkel misdrijven genieten van bescherming algemene principes van het strafrecht vb. Vermoeden van
onschuld, recht op verdediging,…
Een gedraging door de wet omschreven waar een straf wordt gesteld
Enkel als je een misdrijf pleegt kan je genieten van alle rechten die daarbij horen -> bijstand van
advocaat, recht op inzage in dossier, recht op tegenspraak (deze heb je veel minder in kader van
verkeersboete of GAS boete)
3 bestanddelen:
1. Delictstypiciteit: gedraging die valt onder een wettelijke delictsomschrijving = kwalificatie
• Materieel bestanddeel
• Moreel bestanddeel
• Wederrechtelijkheid
• Strafwaardigheid
2. Schuld: juridisch verwijtbaar ó morele schuldvorm
3. Straf
Delictstypiciteit= hierbij moet je kijken naar het materieel en moreel bestandsdeelà als hieraan voldoet
moet je kijken of deze verdraging wederrechtelijk (betekent dat het een gedrag is dat je niet mag stellen)
is -> is het strafwaardig?
(Wordt aangeraden om op een kladblad te schrijven tijdens het examen)
Examen: schrijf dit op een kladblad
Kan persoon gestraft worden? Indien ja, waarom
Welke gedraging zijn er gesteld? Zou die strafbaar kunnen zijn of is -> de 2 bestandsdelen onderzoeken
Is het wedderrechtelijk? Je stelt een materieel en moreel element -> het is tegen de wet -> moet het
effectief als een misdrijf gekwalificeerd worden of niet? -> rechtvaardigingsgronden!!
Is iets strafwaardig?
Delictstypiciteit: je weet over welk misdrijf het gaat
9
, Is die persoon schuldig? -> dat is niet altijd duidelijk
Moet er een straf worden opgelegd en hoeveel?
DELICTSTYPICITEIT
Deze komt zeker op het examen
Eerste vraag: delictstypiciteit?
MATERIEEL BESTANDDEEL: HOOFDSTUK 2, BOEK I, ARTIKEL 6 – DEFINITIE
- Een uiterlijk waarneembare gedraging
- Een handeling of een nalaten
Allereerst bepalen of er een gedraging wordt gesteld die door de wet omschreven is -> materieel
bestanddeel nakijken
Is er een gedraging die overeenkomt met een bepaald materieel bestandsdeel? -> dit kan zowel
handelen als nalaten zijn
De wetgever bepaald over welk materieel bestandsdeel er sprake is -> boek 2 kan je dit terug vinden
Belang van kunnen bepalen wat je materieel bestandsdeel sprake is
Materieel bestanddeel= terug te vinden in art. 6 Sw. = handeling of een nalating die uiterlijk
waarneembaar is -> veruiterlijkt het misdrijf
Bv diefstal art. 463 Sw.: materieel bestanddeel van diefstal = een zaak wegnemen dat aan een ander
toebehoort
Een handeling of een nalaten
- Handelingsmisdrijven (commissiedelicten)
- Verzuimsmisdrijven (omissiedelicten)
- Oneigenlijke verzuimsmisdrijven (commissie door omissiedelicten)
10
MATERIEEL STRAFRECHT
Victoire Garcia
VUB 2026
1
,INHOUDSOPGAVE
WERKCOLLEGE 1: INLEIDING ......................................................................................... 4
NULLUM CRIMEN, NULLA POENA, SINE LEGE .................................................................. 5
STRAFWET IN DE TIJD ................................................................................................................. 5
STRAFWET IN DE RUIMTE ............................................................................................................. 8
WAT IS EEN MISDRIJF? ......................................................................................................... 9
MISDRIJF, WAT IS DAT? ............................................................................................................... 9
DELICTSTYPICITEIT ............................................................................................................ 10
WERKCOLLEGE 2 .......................................................................................................... 19
WAT IS EEN MISDRIJF? ........................................................................................................ 19
DELICTSTYPICITEIT .................................................................................................................. 19
STRAFBARE POGING ................................................................................................................ 19
WERKCOLLEGE 3 .......................................................................................................... 26
DE DADER ....................................................................................................................... 26
STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID ................................................................................ 26
STRAFBARE DEELNEMING: ARTIKEL 19 SW. .................................................................................... 29
VERZWARENDE BESTANDDELEN EN FACTOREN .............................................................................. 31
DE SCHULD ..................................................................................................................... 33
SCHULDONTHEFFINGSGRONDEN (ARTIKEL 21 EN VOLGENDE) ........................................................... 33
GRONDEN VAN NIET-TOEREKENINGSVATBAARHEID (ARTIKEL 24) ........................................................ 35
WERKCOLLEGE 4 .......................................................................................................... 36
DE STRAF ........................................................................................................................ 36
HOOFDSTRAFFEN PARTICULIEREN .............................................................................................. 37
HOOFDSTRAFFEN RECHTSPERSONEN.......................................................................................... 38
BIJKOMENDE STRAFFEN ............................................................................................................ 39
VRIJHEIDSBENEMDENDE STRAFFEN ............................................................................................. 39
VRIJHEIDSBEPERKENDE STRAFFEN .............................................................................................. 40
VEROORDELING BIJ SCHULDIGVERKLARING .................................................................................. 44
VERMOGENSSTRAFFEN ............................................................................................................ 45
DE STRAFTOEMETING ......................................................................................................... 49
DOELSTELLING VAN DE STRAF (ARTIKEL 27 SW.) ............................................................................. 49
DOELSTELLING VAN DE STRAF - BIJKOMENDE REGELS....................................................................... 49
STRAFTOEMETING - MOTIVERING (ARTIKEL 195 W. SV.) ................................................................... 50
STRAFTOEMETING – HERHALING (ARTIKEL 60 SW.) .......................................................................... 50
STRAFTOEMETING – BEVEILIGINGSPERIODE ART. 195 EN 344 W. SV. ........................................... 51
2
,STRAFTOEMETING – VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN (ART. 30 SW.) ..................................... 51
WERKCOLLEGE 5 .......................................................................................................... 53
DE STRAFTOEMETING ......................................................................................................... 53
STRAFTOEMETING –VERSCHONINGSGRONDEN .............................................................................. 53
STRAFTOEMETING - REDELIJKE TERMIJN (ARTIKEL 21TER VT SV.) ......................................................... 56
OPSCHORTING (ART. 64) EN UITSTEL (ART. 65) .............................................................................. 56
VERVAL VAN DE STRAF ........................................................................................................ 58
DOOD VAN DE VEROORDEELDE (ARTIKEL 73 SW.) ........................................................................... 58
VERJARING VAN DE STRAF (ARTIKEL 74 SW.) .................................................................................. 59
GENADE (ARTIKEL 110 GW.) ..................................................................................................... 61
AMNESTIE ............................................................................................................................. 61
UITVOERING VAN DE STRAFFEN ............................................................................................. 62
UITVOERING VAN GELDBOETEN .................................................................................................. 62
UITVOERING VRIJHEIDSBENEMENDE STRAFFEN .............................................................................. 63
STRAFUITVOERINGSMODALITEITEN.............................................................................................. 64
STRAFUITVOERINGSMODALITEITEN: HERROEPING – SCHORSING – HERZIENING ..................................... 67
HOORCOLLEGE 6: CASUS EN BESPREKING EXAMEN ...................................................... 69
BESCHRIJVING CASUS ........................................................................................................ 69
VRAAG 1: ...................................................................................................................... 70
KUNNEN TOM EN KEVIN WORDEN VERVOLGD EN ZO JA, UIT HOOFDE VAN WELK MISDRIJF / MISDRIJVEN? IS ER
EVENTUEEL SPRAKE VAN STRAFBARE DEELNEMING – WAAROM WEL OF WAAROM NIET? ............................ 70
ZIJN ER RECHTVAARDIGINGSGRONDEN OF SCHULDONTHEFFINGSGRONDEN DIE KUNNEN WORDEN
INGEROEPEN? ....................................................................................................................... 71
VRAAG 2: ...................................................................................................................... 72
TOT WELKE STRAF KUNNEN TOM EN KEVIN MAXIMAAL WORDEN VEROORDEELD? .................................... 72
IS ER SPRAKE VAN VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN EN ZO JA, WAT IS DE INVLOED HIERVAN? ................. 72
WELKE CONCRETE STRAF ZOU U ALS VERDEDIGING PLEITEN EN WAAROM? ........................................... 73
VRAAG 3: ...................................................................................................................... 73
WAT IS DE INVLOED VAN DEZE STRAF OP DE REEDS UITGESPROKEN STRAF VAN ÉÉN JAAR EERDER? ............. 73
HOELANG ZAL HIJ MINSTENS IN DE GEVANGENIS DIENEN TE VERBLIJVEN? ............................................. 73
WIE BESLIST OVER EEN EVENTUELE VERVROEGDE INVRIJHEIDSTELLING? .............................................. 73
DE STRAF WORDT UITGESPROKEN OP 15 MAART 2026, WANNEER IS DE UITVOERING ERVAN VERJAARD? ..... 74
VRAGEN EXAMEN ................................................................ FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD.
3
,WERKCOLLEGE 1: INLEIDING
Examen: helft van de punten op casus (die kun je oplossen adhv de codex). Laatste half uur van laatste
werkcollege samen casus oplossen (wordt al op voorhand doorgestuurd). Steeds artikel bijzetten op
examen (heel belangrijk, anders niet alle punten)
Taak: koppel steeds terug aan de theorie. Let op taalfouten en gebruik geen AI. Je moet verwijzen naar
bronnen, maar voorblad is niet nodig
Taak= geen thesis!
Volg de actualiteit
Pak de krant erbij, kijk naar het journaal -> en dan omzetten naar de theorie
Actualiteit: Kim en Kem -> broer en zus verdwenen en nu is er een DNA match met een eventuele dader
Ø Als vrouw opgepakt wordt welke misdrijven kan ze gepleegd hebben? Ontvoering? Wat
is het artikel? Wat zijn de constitutionele bestandsdelen
Ø Welke wetsartikelen kan je hieraan koppelen?
Ø Ontvoering en moord
Ø Wat is een misdrijf?
Ø Wat is een misdaad?
Ø Wat is een diefstal, welke artikelen gaan daarover, welke straffen staan daarop?
Voorblad enzo hoeft niet voor haar voor de taak
2 à 3 pagina’s- > richtlijn -> geen minimum of maximum
8 april 2026 -> gaat het nieuwe strafwetboek in werking treden
Wet die wij moeten kennen -> strafwetboek 2024
Je mag kleuren in codex (niet bijschrijven of kruisverwijzingen)
Examen: altijd verwijzen naar artikel in codex -> van buiten kennen is niet voldoende
Examen: helft van examen staat op een casus
Laatste les, laatste halfuur gaan we casus oplossen zoals op het examen
4
,NULLUM CRIMEN, NULLA POENA, SINE LEGE
Enkel wetgever kan bepalen wat een misdrijf is en wat een straf is
Boek 1: algemene principes en regels -> Examen als ze iets vraagt of algemene principes dan moet je in
boek 1 kijken
GAS -> is geen straf
Enkel wetten/KB kunnen bepalen wat een misdrijf is
STRAFWET IN DE TIJD
De strafwet evolueert
Wetgever maakt nieuwe artikels -> maakt ze groter en kleiner -> de wet evolueert voortdurend
Je moet weten waarmee die gestraft wordt op moment van gedraging
Als je een bepaalde gedraging stelt moet je exact weten wat strafbaar is en welke straf hieraan
gekoppeld wordt
Artikel 2 in Strafwetboek
Het is belangrijk om na te gaan wanneer een gedraging is gesteld
In België is het zo dat je een bepaald misdrijf pleegt, en veel later voor de rechter komt
Kijk naar art. 2 om te weten welke straf toegepast wordt als er sprake is van een nieuwe wetgeving
tussen het moment dat het feit is gepleegd en het wanneer deze persoon voor de rechtbank komt
o Bijvoorbeeld: recente nieuwe wet die erbij is gekomen: de wet over ecocide -> vormen van
ecocide kunnen pas gestraft worden vanaf 8/4/2026
o Voor dit kan je dus pas na 8/4/2026 gestraft worden
Je moet steeds kijken naar de kwalificatie van een misdrijf, dus niet enkel naar de basismisdaad
Kijk ook of de verzwarende omstandigheden nog bestaan er eventueel zijn bij gekomen
10 dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad gaat een nieuwe wet van toepassing
5
,Strengere strafwet
• Niet retro-actief
Mildere strafwet
• Retro-actief
Belang van bekendmaking
• ‘iedereen wordt geacht de wet te kennen’
• Na 10 dagen inwerkingtreding, behoudens uitzonderingen
Belang van bekendmaking -> moet op papier staan -> je moet het weten, het moet ergens
neergeschreven staan
Iedereen wordt geacht de wet te kennen -> elke ochtend BS lezen
Strengere strafwet -> als je een hogere straf krijgt,
Theorie: exact wat de codex en wetgever heeft gezegd
Toepassing: interpretatie van het wetboek
Nu: pure regelgeving en pure theorie -> enkel daarop kunnen we ons baseren om iemand te straffen
Ik stel vandaag een bepaalde gedraging -> het komt binnen 10 jaar voor de rechtbank -> men zegt: ja
nu is het wel strafbaar -> dan is dit niet van toepassing op haar omdat het bij het stellen van de gedraging
niet strafbaar was dus ze kan daar niet voor gestraft worden
Ecocide= misdrijf tegen de natuur,… -> ze maken er een nieuwe misdrijf van -> vandaag kan men daar
niet voor gestraft worden -> enkel vanaf 8 april 2026
Welke straf is er van toepassing?
è De mildere (de lichtste) straf. Maar wat is de zwaarste straf? Dit is mogelijk een theoretische
vraag, maar niet als praktische vraag
Hoe wordt diefstal bestraft in ons strafwetboek?
è Art. 465 Sw.
è Oud strafwetboek: 1 maand tot 3 jaar
è Nieuw strafwetboek: Niveau 2= 6 maand tot 3 jaar
è Wordt er een verplichte bijkomende straf opgelegd? Gevangenisstraf EN een geldboete (of
staat er of geldboete?)
Vanaf het nieuw strafwetboek zijn er geen gevangenisstraffen mogelijk onder de 6 maanden
6
,STRENGERE STRAFWET
• Nieuwe misdrijfomschrijving
• Uitbreiding bestaande misdrijfomschrijving
• Strafverzwaring
• Verzwaring strafuitvoering
• Quid niet-strafrechtelijke sancties / procedurewet?
Uitbreiding bestaande misdrijf omschrijving
Wanneer is iets een strafverzwaring?
• Wanneer is een straf hoger? -> artikel 138 strafwetboek
• Nieuw strafwetboek: straf van niveau 4 -> 5-10 dagen
• Oud strafwetboek: artikel 417, baar 11 -> 10-15 dagen
• Vergelijken van de straf die de wetgever erop legt
Oud strafwetboek: 1 maand tot 3 jaar
Nieuw strafwetboek: Niveau 2= 6 maand tot 3 jaar
Verzwaring strafuitvoering -> in latere fase, na veroordeeld te zijn
• Wetgever beslist: vanaf vandaag wordt het… -> enkel van toepassing voor mensen
veroordeeld na de toepassing van de nieuwe wet
MILDERE STRAFWET
• Beperking misdrijfomschrijving
• Verlaging straf
• Afschaffing misdrijf
Beperking -> als misdrijfomschrijving beperkt wordt in toepassing
Diefstal met braak -> in nieuw strafwetboek bestaat dit niet meer
• Als je dit vandaag de dag doet -> en je wordt veroordeeld na 8 april 2026 dan kunnen
ze u niet meer veroordelen voor diefstal met braak, maar gewoon voor diefstal
Afschaffing misdrijf -> vroeger strafbaar: overspel, homofolie -> nu kan je daar in België niet meer voor
veroordeeld worden
Euthanasie -> is eigenlijk moord met voorbedachte raden iemand een bepaald middel toedienen zodat
die persoon overlijdt -> als je binnen de limieten van de wet dan kan je als arts niet langer veroordeeld
worden -> van toepassing op alle artsen die vandaag
Ik pleeg euthanasie -> ik doe dat op goedheid van mijn hart, maar de wet bestond nog niet -> nu is die
wet goedgekeurd en is dat niet meer strafbaar -> ik kan niet meer vervolgd worden voor die euthanasie
want nu is dat goedgekeurd
7
,STRAFWET IN DE RUIMTE
Hoofdstuk 2, Boek I, Artikel 3
è Elk misdrijf gepleegd op BELGISCH GRONDGEBIED, door Belgen of door vreemdelingen,
wordt bestraft overeenkomstig de bepalingen van de Belgische wetten
è Het misdrijf BUITEN HET BELGISCH GRONDGEBIED gepleegd, door Belgen of
vreemdelingen, wordt in België niet bestraft, behoudens in de bij wet bepaalde gevallen
è Wanneer op het grondgebied?
è Wanneer EEN VAN DE CONSTITUTIEVE of VERZWARENDE ELEMENTEN ERVAN materieel op
dat grondgebied heeft plaatsgevonden
Wanneer kan je berecht worden door een Belgische rechter?
è Wanneer het gaat over een misdrijf gepleegd op een Belgisch grondgebied (hierbij heeft
nationaliteit geen belang)
Artikel bepaald wanneer je in België vervolgd kan worden
Wanneer is een misdrijf gepleegd in een Belgisch grondgebied? -> iemand dat in China u begint op te
lichten kan in België vervolgd worden -> dader kan in België vervolgd worden
• Als één van de constitutieve bestanddelen in België plaatsvinden kan je vervolgd
worden in België
Ik sla iemand op Duits grondgebied -> slachtoffer dat geraakt wordt bevindt zich in België -> slagen en
verwondingen die zijn toegediend zijn in België -> constitutieve bestanddelen bevinden zich in België
• Duitsland zou ook kunnen vervolgen maar je kan niet 2maal vervolgd worden voor
hetzelfde misdrijf
Je pleegt een misdrijf in Amerika en je vlucht naar hier -> dan kan je hier vervolgd worden
Dubbele incriminatie= gedraging is zowel strafbaar in België als in Amerika
Als je in Thailand joints smoort en je komt na je vakantie terug naar België dan kan je daar hier niet voor
vervolgd worden
Heel zware misdrijven -> genocide bv Oeganda -> kunnen ze in België vervolgd worden omdat het over
internationale feiten gaat
België zou kunnen oordelen als de dader een Belg is
Belangrijk principe: dubbele incriminatie = houdt in dat een gedraging alleen tot uitlevering of
overlevering tussen landen kan leiden als het feit in beide landenstrafbaar is
Men probeert vaak een misdrijf te vervolgen in het land waarin het gepleegd is
- Hierbij zijn uitzonderingen
8
,WAT IS EEN MISDRIJF?
MISDRIJF, WAT IS DAT?
• Een gedraging
• Door de wet omschreven
• Waarop een straf is gesteld
o Indien andere, niet strafrechtelijke sancties à geen misdrijf
Enkel misdrijven genieten van bescherming algemene principes van het strafrecht vb. Vermoeden van
onschuld, recht op verdediging,…
Een gedraging door de wet omschreven waar een straf wordt gesteld
Enkel als je een misdrijf pleegt kan je genieten van alle rechten die daarbij horen -> bijstand van
advocaat, recht op inzage in dossier, recht op tegenspraak (deze heb je veel minder in kader van
verkeersboete of GAS boete)
3 bestanddelen:
1. Delictstypiciteit: gedraging die valt onder een wettelijke delictsomschrijving = kwalificatie
• Materieel bestanddeel
• Moreel bestanddeel
• Wederrechtelijkheid
• Strafwaardigheid
2. Schuld: juridisch verwijtbaar ó morele schuldvorm
3. Straf
Delictstypiciteit= hierbij moet je kijken naar het materieel en moreel bestandsdeelà als hieraan voldoet
moet je kijken of deze verdraging wederrechtelijk (betekent dat het een gedrag is dat je niet mag stellen)
is -> is het strafwaardig?
(Wordt aangeraden om op een kladblad te schrijven tijdens het examen)
Examen: schrijf dit op een kladblad
Kan persoon gestraft worden? Indien ja, waarom
Welke gedraging zijn er gesteld? Zou die strafbaar kunnen zijn of is -> de 2 bestandsdelen onderzoeken
Is het wedderrechtelijk? Je stelt een materieel en moreel element -> het is tegen de wet -> moet het
effectief als een misdrijf gekwalificeerd worden of niet? -> rechtvaardigingsgronden!!
Is iets strafwaardig?
Delictstypiciteit: je weet over welk misdrijf het gaat
9
, Is die persoon schuldig? -> dat is niet altijd duidelijk
Moet er een straf worden opgelegd en hoeveel?
DELICTSTYPICITEIT
Deze komt zeker op het examen
Eerste vraag: delictstypiciteit?
MATERIEEL BESTANDDEEL: HOOFDSTUK 2, BOEK I, ARTIKEL 6 – DEFINITIE
- Een uiterlijk waarneembare gedraging
- Een handeling of een nalaten
Allereerst bepalen of er een gedraging wordt gesteld die door de wet omschreven is -> materieel
bestanddeel nakijken
Is er een gedraging die overeenkomt met een bepaald materieel bestandsdeel? -> dit kan zowel
handelen als nalaten zijn
De wetgever bepaald over welk materieel bestandsdeel er sprake is -> boek 2 kan je dit terug vinden
Belang van kunnen bepalen wat je materieel bestandsdeel sprake is
Materieel bestanddeel= terug te vinden in art. 6 Sw. = handeling of een nalating die uiterlijk
waarneembaar is -> veruiterlijkt het misdrijf
Bv diefstal art. 463 Sw.: materieel bestanddeel van diefstal = een zaak wegnemen dat aan een ander
toebehoort
Een handeling of een nalaten
- Handelingsmisdrijven (commissiedelicten)
- Verzuimsmisdrijven (omissiedelicten)
- Oneigenlijke verzuimsmisdrijven (commissie door omissiedelicten)
10