Wondzorg – Verpleegkundige methodiek en vaardigheden 2
• Leerdoelen
- de gebruikte begrippen in eigen woorden definiëren?
- de verschillende fasen van een normaal wondhelingsproces opnoemen en beschrijven?
- de factoren die van invloed zijn op de wondheling benoemen en verklaren?
- gegevens uit een casus toewijzen en analyseren als voorbeeld bij de factoren die van
invloed zijn op de wondheling?
- wondinfectie omschrijven en de graad van contaminatie van een wonde toewijzen?
- de invloed van reinigings- en ontsmettingsmiddelen verklaren?
- correcte beslissing nemen inzake reinigen en/of ontsmetten bij een basiswondzorg met
motivatie?
- correct observeren volgens TIME(DH) en rapporteren bij wondzorg rekening houdend
met de verschillende aandachtspunten?
- wonden beoordelen en analyseren aan de hand van de Care Cycle?
- wonden benoemen naar behandeling volgens WBP en Care Cycle?
- correct een beslissing nemen in het toepassen van een passief wondverband met
motivatie?
- de verschillende passieve wondverbanden toepassen met motivatie?
- de basisprincipes die van toepassing zijn bij wondzorg verklaren?
- wondzorg uitvoeren volgens de basisprincipes?
- aandachtspunten van zalven, geïmpregneerde zalfkompressen, gels en spray weergeven
en toepassen?
- zalven, geïmpregneerde zalfkompressen, gels en spray bij een wonde aanbrengen volgens
de basisprincipes?
- de verschillende soorten huidhechtingen differentiëren?
- de plaats van knippen differentiëren van de verschillende soorten hechtingen?
- huidhechtingen verwijderen volgens de basisprincipes?
1. Inleiding
• Prevalentie v moeilijk helende wonden België → +/- 150 000 wonden
• Moeilijk helende wonden worden beïnvloed door:
- Mortaliteit
- Functioneren
- Levenskwaliteit ZO
• Komende jaren: prevalentie van wonden zal nog stijgen
=> tgv vergrijzing bevolking en vaker voorkomen van comorbiditeit
(= gelijkertijd voorkomen van twee of meer aandoeningen of stoornissen bij één persoon.)
• Belangrijk aandacht te besteden aan de noden en behoeften van personen met acute en
chronische wonden
1
, 2. Algemeenheden
2.1. Algemene beschouwing
2.1.1. Wonde
WONDE
= Verbreking v anatomische en functionele samenhang v weefsel
• Definitie geldt voor alle wonden → uitwendig en/of inwendig
WONDE
=> gevolg van exogene beschadiging of door aanwezigheid onderliggende stoornis
• Acuut of chronisch
- Acuut : wonde die het normale helingsproces doorloopt binnen een normale tijdsduur
- Chronisch: wonde die er niet in slaagt om het normaal helingsproces te doorlopen
binnen een normale tijdsduur
2.1.2. Wondzorg
WONDZORG
= het totaal van aseptische handelingen en methoden, gesteund op wetenschappelijke inzichten,
die op een deskundige wijze worden uitgevoerd, teneinde de wondheling zo vlot mogelijk te laten
verlopen
• Doelstelling: optimale omstandigheden voor de wondheling
- Hemostase bevorderen
- Zuivere wonde → door te reinigen of te reinigen en ontsmetten, een concrete
verbandkeuze
- Bescherming wonde, wondomgeving tegen iedere schadelijke invloed
- Comfort ZO en omgeving bevorderen
- Oorzaak wonde opheffen
• Voorbereiden, uitvoeren en toezicht houden wondverzorging => B1-handeling (geen
voorschrift nodig arts)
• Verwijderen cutaan hechtingsmateriaal => B2-handeling (voorschrift nodig arts)
2.1.3. Wondgebied
WONDGEBIED
=> bestaat uit één of meerdere wonden, die het gevolg zijn van eenzelfde ingreep, trauma of
verwonding
• Niet noodzakelijk onder hetzelfde verband
• Wonden met verschillende oorzaak maar onder hetzelfde verband → één wondgebied
• Belangrijk voor het bepalen welke wonden tot éénzelfde wondgebied behoren;
- Gegevens uit het verpleegkundig dossier
- De kennis van de pathologie
- Eventuele ingreep
• Opdracht zie ppt dia 8
2
, 2.2. Inleidende begrippen
2.2.1. Contamineren
CONTAMINEREN
=> ook wel besmetten genoemd, in microbiologische zin is het overbrengen van levende micro-
organismen vd ene plaats naar de andere
• Levende organismen
- Zijn in staat zich te vermenigvuldigen
- Bij een besmetting vermenigvuldigen de micro-organismen zich NOG NIET
- Hun aanwezigheid is slechts transiënt (tijdelijk) en zullen dan ook geen pathologisch
effect hebben zoals het vertragen van wondheling
• Contaminatiewegen:
- Direct – rechtstreeks: micro-organismen worden rechtsreeks vd besmettingsbron naar
de ZO overgedragen
bv. bij spreken, niezen, hoesten
➔ Van bron naar gastheer: aerogene besmetting of door besmet lichaam
- Indirect – onrechtstreeks: micro-organismen worden onrechtstreeks vd
besmettingsbron naar de ZO overgebracht door tussenkomst van een transportmiddel
of tussenstation
bv. via voorwerpen die bij verschillende ZO’s gebruikt worden zoals; toiletgerief, linnen,
flesjes met ontsmettingsmiddelen, via handen van de vpk
2.2.2. Kolonisatie
KOLONISATIE
= wanneer kiemen in grote aantallen aanwezig zijn in of op het lichaam zonder ziekteverschijnselen
te veroorzaken
• De bezetting v een voorwerp of weefsel gebeurt door (pathogene) micro-organismen, die
zich daar voor een lange tijd handhaven en interacties aan gaan met commensale micro-
organismen
• Er zijn geen waarneembare reacties vh lichaam
• Het aantal micro-organismen is niet hoger dan 105 per gram weefsel
• Commensalen
COMMENSALEN
= organismen die in of op de gastheer leven zonder deze te schaden.
- Ze behoren tot de normale flora vh gezonde lichaam.
- Ze leven op de huid en op de slijmvliezen vd luchtwegen, spijsverteringskanaal, urine-
en geslachtswegen en ze voeden zich met secreet en voedselresten van de gastheer
2.2.3. Infectie
• INFECTIE
=> het zich na de contaminatie handhaven en vermenigvuldigen in weefsel van
ziekteverwekkende (pathogene) parasieten, schimmels, bacteriën of virussen
• Het micro-organisme bij een infectie → het pathogeen of de ziekteverwekker
3
• Leerdoelen
- de gebruikte begrippen in eigen woorden definiëren?
- de verschillende fasen van een normaal wondhelingsproces opnoemen en beschrijven?
- de factoren die van invloed zijn op de wondheling benoemen en verklaren?
- gegevens uit een casus toewijzen en analyseren als voorbeeld bij de factoren die van
invloed zijn op de wondheling?
- wondinfectie omschrijven en de graad van contaminatie van een wonde toewijzen?
- de invloed van reinigings- en ontsmettingsmiddelen verklaren?
- correcte beslissing nemen inzake reinigen en/of ontsmetten bij een basiswondzorg met
motivatie?
- correct observeren volgens TIME(DH) en rapporteren bij wondzorg rekening houdend
met de verschillende aandachtspunten?
- wonden beoordelen en analyseren aan de hand van de Care Cycle?
- wonden benoemen naar behandeling volgens WBP en Care Cycle?
- correct een beslissing nemen in het toepassen van een passief wondverband met
motivatie?
- de verschillende passieve wondverbanden toepassen met motivatie?
- de basisprincipes die van toepassing zijn bij wondzorg verklaren?
- wondzorg uitvoeren volgens de basisprincipes?
- aandachtspunten van zalven, geïmpregneerde zalfkompressen, gels en spray weergeven
en toepassen?
- zalven, geïmpregneerde zalfkompressen, gels en spray bij een wonde aanbrengen volgens
de basisprincipes?
- de verschillende soorten huidhechtingen differentiëren?
- de plaats van knippen differentiëren van de verschillende soorten hechtingen?
- huidhechtingen verwijderen volgens de basisprincipes?
1. Inleiding
• Prevalentie v moeilijk helende wonden België → +/- 150 000 wonden
• Moeilijk helende wonden worden beïnvloed door:
- Mortaliteit
- Functioneren
- Levenskwaliteit ZO
• Komende jaren: prevalentie van wonden zal nog stijgen
=> tgv vergrijzing bevolking en vaker voorkomen van comorbiditeit
(= gelijkertijd voorkomen van twee of meer aandoeningen of stoornissen bij één persoon.)
• Belangrijk aandacht te besteden aan de noden en behoeften van personen met acute en
chronische wonden
1
, 2. Algemeenheden
2.1. Algemene beschouwing
2.1.1. Wonde
WONDE
= Verbreking v anatomische en functionele samenhang v weefsel
• Definitie geldt voor alle wonden → uitwendig en/of inwendig
WONDE
=> gevolg van exogene beschadiging of door aanwezigheid onderliggende stoornis
• Acuut of chronisch
- Acuut : wonde die het normale helingsproces doorloopt binnen een normale tijdsduur
- Chronisch: wonde die er niet in slaagt om het normaal helingsproces te doorlopen
binnen een normale tijdsduur
2.1.2. Wondzorg
WONDZORG
= het totaal van aseptische handelingen en methoden, gesteund op wetenschappelijke inzichten,
die op een deskundige wijze worden uitgevoerd, teneinde de wondheling zo vlot mogelijk te laten
verlopen
• Doelstelling: optimale omstandigheden voor de wondheling
- Hemostase bevorderen
- Zuivere wonde → door te reinigen of te reinigen en ontsmetten, een concrete
verbandkeuze
- Bescherming wonde, wondomgeving tegen iedere schadelijke invloed
- Comfort ZO en omgeving bevorderen
- Oorzaak wonde opheffen
• Voorbereiden, uitvoeren en toezicht houden wondverzorging => B1-handeling (geen
voorschrift nodig arts)
• Verwijderen cutaan hechtingsmateriaal => B2-handeling (voorschrift nodig arts)
2.1.3. Wondgebied
WONDGEBIED
=> bestaat uit één of meerdere wonden, die het gevolg zijn van eenzelfde ingreep, trauma of
verwonding
• Niet noodzakelijk onder hetzelfde verband
• Wonden met verschillende oorzaak maar onder hetzelfde verband → één wondgebied
• Belangrijk voor het bepalen welke wonden tot éénzelfde wondgebied behoren;
- Gegevens uit het verpleegkundig dossier
- De kennis van de pathologie
- Eventuele ingreep
• Opdracht zie ppt dia 8
2
, 2.2. Inleidende begrippen
2.2.1. Contamineren
CONTAMINEREN
=> ook wel besmetten genoemd, in microbiologische zin is het overbrengen van levende micro-
organismen vd ene plaats naar de andere
• Levende organismen
- Zijn in staat zich te vermenigvuldigen
- Bij een besmetting vermenigvuldigen de micro-organismen zich NOG NIET
- Hun aanwezigheid is slechts transiënt (tijdelijk) en zullen dan ook geen pathologisch
effect hebben zoals het vertragen van wondheling
• Contaminatiewegen:
- Direct – rechtstreeks: micro-organismen worden rechtsreeks vd besmettingsbron naar
de ZO overgedragen
bv. bij spreken, niezen, hoesten
➔ Van bron naar gastheer: aerogene besmetting of door besmet lichaam
- Indirect – onrechtstreeks: micro-organismen worden onrechtstreeks vd
besmettingsbron naar de ZO overgebracht door tussenkomst van een transportmiddel
of tussenstation
bv. via voorwerpen die bij verschillende ZO’s gebruikt worden zoals; toiletgerief, linnen,
flesjes met ontsmettingsmiddelen, via handen van de vpk
2.2.2. Kolonisatie
KOLONISATIE
= wanneer kiemen in grote aantallen aanwezig zijn in of op het lichaam zonder ziekteverschijnselen
te veroorzaken
• De bezetting v een voorwerp of weefsel gebeurt door (pathogene) micro-organismen, die
zich daar voor een lange tijd handhaven en interacties aan gaan met commensale micro-
organismen
• Er zijn geen waarneembare reacties vh lichaam
• Het aantal micro-organismen is niet hoger dan 105 per gram weefsel
• Commensalen
COMMENSALEN
= organismen die in of op de gastheer leven zonder deze te schaden.
- Ze behoren tot de normale flora vh gezonde lichaam.
- Ze leven op de huid en op de slijmvliezen vd luchtwegen, spijsverteringskanaal, urine-
en geslachtswegen en ze voeden zich met secreet en voedselresten van de gastheer
2.2.3. Infectie
• INFECTIE
=> het zich na de contaminatie handhaven en vermenigvuldigen in weefsel van
ziekteverwekkende (pathogene) parasieten, schimmels, bacteriën of virussen
• Het micro-organisme bij een infectie → het pathogeen of de ziekteverwekker
3