De leraar op ontdekking
Inhoudsopgave
1. Basiskaders en -begrippen..........................................................................2
1.1 Communicatie........................................................................................................... 2
1.2 Echtheid/ authenticiteit............................................................................................. 3
1.3 Aanvaarding/ acceptatie........................................................................................... 4
1.4 Empathie/ inlevingsvermogen..................................................................................4
1.5 Growth mindset........................................................................................................ 4
2. Zelfkennis en zelfbewustzijn: focus op reflecteren.......................................5
2.1 Wat is reflecteren?.................................................................................................... 5
2.1.1 Definitie van reflecteren.....................................................................................5
2.1.2 Reflecteren als vaardigheid................................................................................6
2.2 Waarom reflecteren?................................................................................................ 6
2.2.1 Zinvol?................................................................................................................ 6
2.2.2 Reflecteren en de basiscompetenties voor een leraar.......................................6
2.3 Reflectiemodellen..................................................................................................... 7
2.3.1 Het ijsbergmodel................................................................................................ 7
2.3.2 Het kernkwadrant van Ofman.............................................................................9
2.3.3 Leerdoelen formuleren.....................................................................................10
2.3.4 De reflectiewijzer.............................................................................................. 10
3. Zelfkennis en zelfbewustzijn: focus op identiteit........................................11
3.1 Wie ben ik? Wie ben jij? … Over identiteit..............................................................12
3.1.1 Wat is identiteit?............................................................................................... 12
3.1.2 Enkele kenmerken van identiteit......................................................................12
3.2 Een snapshot van onze samenleving......................................................................12
3.2.1 Een snel evoluerende maatschappij.................................................................13
3.2.2 (super) diversiteit en interculturaliteit..............................................................13
3.2.3 Consumptiemaatschappij.................................................................................13
3.2.4 Individualisering en prestatiemaatschappij......................................................13
3.2.5 Een digitale maatschappij................................................................................14
3.2.6 Postmoderne maatschappij..............................................................................14
3.3 Levensbeschouwing................................................................................................ 14
3.3.2 Mensbeeld- wereldbeeld- godsbeeld................................................................15
3.3.3 Mensen op zoek naar zin…...............................................................................16
3.4 Waarden– normen- waardeschaal...........................................................................18
3.4.1 Waarden........................................................................................................... 18
3.4.2 Normen............................................................................................................ 18
3.4.3 Normen, waarden en levensbeschouwing.......................................................18
1
,4. Ethische professionaliteit..........................................................................19
4.1 Goed onderwijs....................................................................................................... 19
4.1.1 Goed onderwijs is een combinatie van kwalificatie, socialisatie en
subjectificatie............................................................................................................ 20
4.1.2 Goed onderwijs in een school met ruimte voor vorming, vrijheid en gelijkheid.
.................................................................................................................................. 21
4.1.3 Goed onderwijs verwijst…................................................................................21
4.2 Dubbele verantwoordelijkheid voor leraar en onderwijs.........................................21
4.2.2 Onderwijs/ leraar zijn de dubbele opdracht/ verantwoordelijkheid...................25
4.3 De ethische professionaliteit van de leerkracht......................................................26
4.3.1 Goed leraarschap als morele kwestie...............................................................26
4.3.2 Ethische professionaliteit..................................................................................28
4.3.3 Het ethisch charter van Vives...........................................................................30
4.3.4 Hoe kijken we binnen het studiegebied Onderwijs van Vives naar de ethische
professional?............................................................................................................. 30
5. Feedback................................................................................................. 31
5.1 Feedback als een cadeautje – constructieve feedback...........................................31
5.2 Functies van feedback...........................................................................................31
5.3 Vormen van feedback............................................................................................. 31
5.4 Het Johari-venster................................................................................................... 31
5.5 Feedback in een professionele en open aanspreekcultuur......................................32
5.6 Feedback, feed up en feed forward.........................................................................33
5.6.1 What’s in a name?............................................................................................ 33
5.6.2 Wees duidelijk over je doelen: feed up.............................................................33
5.6.3 Feed forward: focus op groei en ontwikkeling...................................................33
5.7 Eerste hulp bij feedback........................................................................................33
5.7.1 Tips voor het geven van feedback....................................................................33
5.7.2 Tips voor het ontvangen van feedback.............................................................33
5.7.3 4G- feedback of de ik-boodschap....................................................................33
6. Verbindende communicatie.......................................................................35
6.1 Wat is verbindende communicatie..........................................................................35
6.2 Eerlijk uitdrukken.................................................................................................... 36
6.2.1 Communiceren als een giraf of als een jakhals.................................................36
6.2.2 De taal van verbindende communicatie...........................................................36
6.3 De vier elementen die bijdragen aan verbindende communicatie..........................37
6.3 Focus op empathie voor mezelf..............................................................................39
1. Basiskaders en -begrippen
1.1 Communicatie
Communicatie speelt zich af op 2 niveaus:
2
,- Inhoudsniveau (=wat)
- Betrekkingsniveau (=hoe)
-
Communicatieproces:
ruis
zender boodschap ontvanger
feedback
→ mondelinge boodschap wordt telkens zowel verbaal als non-
verbaal gecommuniceerd, beide niveaus moeten in
overeenstemming zijn
Anders is er ruis mogelijk:
Verkeerd begrijpen van wat zich afspeelt op emotioneel
niveau
Verkeerd begrijpen van ‘de onderstroom’
…
Carl Rogers stelt dat grondhouding voor communicatie bestaat
uit 3 elementen, basisvoorwaarden
- Echtheid/ authenticiteit
- Aanvaarding
- Empathie
1.2 Echtheid/ authenticiteit
Echt zijn = jezelf zijn
Gevoelens tonen
Jezelf kwetsbaar opstellen
Praten over gevoelens, betrouwbaar zijn
Eerst oprecht jezelf durven zijn, pas dan betekenisvolle relatie aangaan
met de ander.
= zelfkennis/zelfbewustzijn -> belangrijke voorwaarde
3
, Authentiek voor de klas staan
1.3 Aanvaarding/ acceptatie
Aanvaarding = jezelf en de andere accepteren
= niet zomaar gedrag goedkeuren maar wel als persoon ervaart
Gedrag vs. persoon
Bepaald gedrag kan je afkeuren -> goede manier feedback geven
Feedback = een cadeautje
Feedback ontvangen is belangrijk:
Om te kunnen reflecteren, groeien…
Zelfkennis vergroten
Gedrag bijsturen
1.4 Empathie/ inlevingsvermogen
Empathie = inlevingsvermogen
Je kunt je in leven in de situatie van de andere en daarbij luister je ook
naar je eigen gevoel -> zonder te oordelen!
Realiseren dat je met dezelfde geschiedenis hetzelfde zou doen in
die situatie.
1.5 Growth mindset
Growth mindset = een positieve gedachte dat iedereen kan
groeien
Fixed mindset = geloven dat alles vastligt, geen inspanningen
om beter te worden
- In het onderwijs is het belangrijk dat je gelooft dat elk kind kan groeien
- Als leerkracht zelf ook een growth mindset hebben
Dit vraagt soms:
- Inspannning
- Oefening
- Training
- = ik kan het nog niet
4
Inhoudsopgave
1. Basiskaders en -begrippen..........................................................................2
1.1 Communicatie........................................................................................................... 2
1.2 Echtheid/ authenticiteit............................................................................................. 3
1.3 Aanvaarding/ acceptatie........................................................................................... 4
1.4 Empathie/ inlevingsvermogen..................................................................................4
1.5 Growth mindset........................................................................................................ 4
2. Zelfkennis en zelfbewustzijn: focus op reflecteren.......................................5
2.1 Wat is reflecteren?.................................................................................................... 5
2.1.1 Definitie van reflecteren.....................................................................................5
2.1.2 Reflecteren als vaardigheid................................................................................6
2.2 Waarom reflecteren?................................................................................................ 6
2.2.1 Zinvol?................................................................................................................ 6
2.2.2 Reflecteren en de basiscompetenties voor een leraar.......................................6
2.3 Reflectiemodellen..................................................................................................... 7
2.3.1 Het ijsbergmodel................................................................................................ 7
2.3.2 Het kernkwadrant van Ofman.............................................................................9
2.3.3 Leerdoelen formuleren.....................................................................................10
2.3.4 De reflectiewijzer.............................................................................................. 10
3. Zelfkennis en zelfbewustzijn: focus op identiteit........................................11
3.1 Wie ben ik? Wie ben jij? … Over identiteit..............................................................12
3.1.1 Wat is identiteit?............................................................................................... 12
3.1.2 Enkele kenmerken van identiteit......................................................................12
3.2 Een snapshot van onze samenleving......................................................................12
3.2.1 Een snel evoluerende maatschappij.................................................................13
3.2.2 (super) diversiteit en interculturaliteit..............................................................13
3.2.3 Consumptiemaatschappij.................................................................................13
3.2.4 Individualisering en prestatiemaatschappij......................................................13
3.2.5 Een digitale maatschappij................................................................................14
3.2.6 Postmoderne maatschappij..............................................................................14
3.3 Levensbeschouwing................................................................................................ 14
3.3.2 Mensbeeld- wereldbeeld- godsbeeld................................................................15
3.3.3 Mensen op zoek naar zin…...............................................................................16
3.4 Waarden– normen- waardeschaal...........................................................................18
3.4.1 Waarden........................................................................................................... 18
3.4.2 Normen............................................................................................................ 18
3.4.3 Normen, waarden en levensbeschouwing.......................................................18
1
,4. Ethische professionaliteit..........................................................................19
4.1 Goed onderwijs....................................................................................................... 19
4.1.1 Goed onderwijs is een combinatie van kwalificatie, socialisatie en
subjectificatie............................................................................................................ 20
4.1.2 Goed onderwijs in een school met ruimte voor vorming, vrijheid en gelijkheid.
.................................................................................................................................. 21
4.1.3 Goed onderwijs verwijst…................................................................................21
4.2 Dubbele verantwoordelijkheid voor leraar en onderwijs.........................................21
4.2.2 Onderwijs/ leraar zijn de dubbele opdracht/ verantwoordelijkheid...................25
4.3 De ethische professionaliteit van de leerkracht......................................................26
4.3.1 Goed leraarschap als morele kwestie...............................................................26
4.3.2 Ethische professionaliteit..................................................................................28
4.3.3 Het ethisch charter van Vives...........................................................................30
4.3.4 Hoe kijken we binnen het studiegebied Onderwijs van Vives naar de ethische
professional?............................................................................................................. 30
5. Feedback................................................................................................. 31
5.1 Feedback als een cadeautje – constructieve feedback...........................................31
5.2 Functies van feedback...........................................................................................31
5.3 Vormen van feedback............................................................................................. 31
5.4 Het Johari-venster................................................................................................... 31
5.5 Feedback in een professionele en open aanspreekcultuur......................................32
5.6 Feedback, feed up en feed forward.........................................................................33
5.6.1 What’s in a name?............................................................................................ 33
5.6.2 Wees duidelijk over je doelen: feed up.............................................................33
5.6.3 Feed forward: focus op groei en ontwikkeling...................................................33
5.7 Eerste hulp bij feedback........................................................................................33
5.7.1 Tips voor het geven van feedback....................................................................33
5.7.2 Tips voor het ontvangen van feedback.............................................................33
5.7.3 4G- feedback of de ik-boodschap....................................................................33
6. Verbindende communicatie.......................................................................35
6.1 Wat is verbindende communicatie..........................................................................35
6.2 Eerlijk uitdrukken.................................................................................................... 36
6.2.1 Communiceren als een giraf of als een jakhals.................................................36
6.2.2 De taal van verbindende communicatie...........................................................36
6.3 De vier elementen die bijdragen aan verbindende communicatie..........................37
6.3 Focus op empathie voor mezelf..............................................................................39
1. Basiskaders en -begrippen
1.1 Communicatie
Communicatie speelt zich af op 2 niveaus:
2
,- Inhoudsniveau (=wat)
- Betrekkingsniveau (=hoe)
-
Communicatieproces:
ruis
zender boodschap ontvanger
feedback
→ mondelinge boodschap wordt telkens zowel verbaal als non-
verbaal gecommuniceerd, beide niveaus moeten in
overeenstemming zijn
Anders is er ruis mogelijk:
Verkeerd begrijpen van wat zich afspeelt op emotioneel
niveau
Verkeerd begrijpen van ‘de onderstroom’
…
Carl Rogers stelt dat grondhouding voor communicatie bestaat
uit 3 elementen, basisvoorwaarden
- Echtheid/ authenticiteit
- Aanvaarding
- Empathie
1.2 Echtheid/ authenticiteit
Echt zijn = jezelf zijn
Gevoelens tonen
Jezelf kwetsbaar opstellen
Praten over gevoelens, betrouwbaar zijn
Eerst oprecht jezelf durven zijn, pas dan betekenisvolle relatie aangaan
met de ander.
= zelfkennis/zelfbewustzijn -> belangrijke voorwaarde
3
, Authentiek voor de klas staan
1.3 Aanvaarding/ acceptatie
Aanvaarding = jezelf en de andere accepteren
= niet zomaar gedrag goedkeuren maar wel als persoon ervaart
Gedrag vs. persoon
Bepaald gedrag kan je afkeuren -> goede manier feedback geven
Feedback = een cadeautje
Feedback ontvangen is belangrijk:
Om te kunnen reflecteren, groeien…
Zelfkennis vergroten
Gedrag bijsturen
1.4 Empathie/ inlevingsvermogen
Empathie = inlevingsvermogen
Je kunt je in leven in de situatie van de andere en daarbij luister je ook
naar je eigen gevoel -> zonder te oordelen!
Realiseren dat je met dezelfde geschiedenis hetzelfde zou doen in
die situatie.
1.5 Growth mindset
Growth mindset = een positieve gedachte dat iedereen kan
groeien
Fixed mindset = geloven dat alles vastligt, geen inspanningen
om beter te worden
- In het onderwijs is het belangrijk dat je gelooft dat elk kind kan groeien
- Als leerkracht zelf ook een growth mindset hebben
Dit vraagt soms:
- Inspannning
- Oefening
- Training
- = ik kan het nog niet
4