Sociale grondrechten: samenvatting cursus
1. Inleiding sociale grondrechten
- 1831 – nationaal congres liberale vooruitstrevende grondwet
o Grondwet = fundamentele wet inhoud:
Hoe België in elkaar zit de staatsstructuur
Bevoegdheidsverdeling tussen de onderscheiden
gezagsniveaus en de taken van de gezagsorganen
Fundamentele rechten en vrijheden burgers
o België = rechtsstaat, democratische staat, parlementaire
monarchie, federale staat, sociale staat
1.1. De tweede generatie grondrechten
- Grondrechten = geheel universele rechten die tot doel hebben de
voorwaarden te creëren en te blijven garanderen opdat personen op
een ‘vrije’ maar ook ‘menswaardige’ manier zouden kunnen
functioneren.
o ‘vrije’ = burgerlijke & politieke rechten gewoonlijk
onmiddellijk toepasbaar eerste generatie
Burgerlijke = burger beschermen tegen
onrechtmatigheid overheid
Vb: recht op:
o Eigendom, leven, vrijheid onderwijs,
godsdienst
Politieke = burgers laten deelnemen aan staatsgezag
Vb: vrijheid van vergadering en vereniging, vrijheid
van meningsuiting, stakingsrecht
Veel wetgevingen = concretisering aan burgerlijke en
politieke rechten
Rechten zijn fundamenteel maar kunnen worden
beperkt als er een legitiem doel is
o Bescherming nationale veiligheid
o Preventie strafbare feiten
Beperking moet proportioneel zijn en in
overeenstemming met de wet
o ‘menswaardig’ = sociale grondrechten economische,
sociale, culturele rechten tweede generatie
- Eerste generatie = onthoudingsplicht van overheid
o Klassieke grondrechten
o Passieve rechten = onderhoudsplicht van de overheid
Werking rechtsstaat = burgers beschermen
- Tweede generatie = positieve handelingsplicht van overheid
o = geven invulling of betekenis aan wat een menswaardig
leven zoal kan inhouden
, o Nadruk op sociale rechtvaardigheid aan de overheid om
deze waar te maken
Actieve rechten = actieve staatsinterventie
- Art. 23: “ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden”
o Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134
bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige
plichten, de economische, sociale en culturele rechten,
waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen. Die
rechten bevatten inzonderheid.
1 recht op arbeid
2 recht op sociale zekerheid
3 recht op huisvesting
4 recht op gezond leefmilieu
5 recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing
6 recht op gezinsbijlagen
o Kenmerken menswaardig bestaan
Recht hebben op wat sociaal rechtvaardig is
Vanuit verschillende invalshoeken ethisch, religieus,
economisch, cultureel
Containerbegrip = begrip zonder sterke afbakening
Eigen accenten en vanuit zijn referentiekader
binnen eigen context
Bestaat wel als tijdsgebonden maatschappelijk
aanvaarde consensus
Invulling is de vertaling van een politiek, ideologische
keuze die in de samenleving wordt gemaakt
Blijvende discussie en debat over het onderwerp =
dynamisch begrip
- Art. 24: recht op onderwijs
- Elementen uit Art 23:
o Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134
bedoelde regel diverse wetgevers binnen hun bevoegdheid
die rechten moeten waarborgen
o rekening houdend met de overeenkomstige plichten plicht
tot medewerking van het individu in het verkrijgen van die
sciale grondrechten
o inzonderheid gaat dus om een NIET – uitputtende lijst van
sociale rechten
- Sociale grondrechten = niet zomaar voor de rechter kunnen
afgedwongen worden
o je kan niet naar de rechter stappen omdat je leven niet
‘menswaardig’ genoeg zou zijn
- Overzicht sociale grondrechten in België kenmerken:
,o arbeid o wonen o sociale bijstand
o gezondheid o sociale zekerheid o onderwijs
o juridische o gezond o culturele en
bijstand leefmilieu maatschappelijke
ontplooiing
o Grondwet = geïnstitutionaliseerde rechten = afdwingbaarheid
bij overheid
Wetgevers moeten deze rechten waarborgen binnen de
bevoegdheden die hen zijn toegekend
Burger heeft plicht tot medewerking in verkrijgen van
sociale grondrechten
Sociale grondrechten niet zomaar voor de rechter
worden afgedwongen (enkel wanneer ze wettelijk zijn
vormgegeven
Sociale grondrechten kunnen situationeel met elkaar in
conflict staan
Standstilverplichting*
- Standstillverplichting* (van Art 23) = verbiedt dat de bevoegde
wetgever het door de toepasselijke wetgeving geboden
beschermingsniveau aanzienlijk vermindert zonder dat daartoe
redenen van algemeen belang bestaan (= voor de regelgevers
verboden om iets te doen dat tegen de verdere realisatie van de
grondrechten zou ingaan)
o Raad van State = advies uitbrengen over naleving van het
standstillprincipe bij de voorbereiding van wet- en regelgeving
= mogelijke achteruitgang zou betekenen ten opzichte
van eerder vastgestelde sociale rechten
o Wetten gestemd zijn = RVS & Grondwettelijk Hof nog een
belangrijke rol spelen in bewaken van Art 23 en
standstillprincipe
GH = bepalingen uit nieuwe wetten vernietigen die deze
niet respecteren
RVS = bepalingen uit bestuurlijke handelingen
vernietigen die deze niet respecteren
o Voorbeeld: Voorrang in kinderopvang voor werkende ouders
Grondwettelijk hof: “discriminatie kan geen oplossing
zijn”
- Derde generatie mensenrechten
o Collectieve rechten (solidariteitsrechten)
o Overstijgen individuele rechten en concentreren op
gemeenschap
o Uitgevaardigd in 1970
, Vb: zelfbeschikkingsrecht en recht op beheer eigen
grondstoffen = dekolonisatiegolf
Vb: bescherming voor natuur en omgeving
o Opmerking
= omstreden en kunnen botsen met de eerste twee
generaties
- Roept 3 vragen op
o 1) wat is het verschil tussen ‘grondrechten’ en ‘sociale
grondrechten’
o 2) wat is de link tussen het verhaal van de sociale
grondrechten en ons samenlevingsmodel: de sociale
welvaartsstaat
o 3) wat is de link tussen het verhaal van de sociale
grondrechten en de globale definitie van sociaal werk
1.2. Internationale mensenrechtenverdragen (= 1ste vraag)
- Voor WO2 grondrechtenbescherming = nationaal na WO2
(totalitaire regimes) = niet voldoende
- Universele verklaring van de rechten ven de mens (UVRM): 10 dec
1948
o Algemene vergadering van de verenigde naties = eerbieding
van mensenrechten + vree, veiligheid, ontwikkeling wereldwijd
o 30 fundamentele rechten en vrijheden = geen directe werking
(= burgers niet rechtstreeks kunnen op beroepen voor
de nationale rechter)
o Bindend aan UVRM
Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke
rechten
Internationale verdrag inzake economische, sociale,
culturele rechten
- Focussen op kwetsbare personen
o Verdrag betreffende de status van vluchtelingen =
vluchtelingen na erkenning een aantal basisrechten
garanderen
o Antiracismeverdrag (1965)
o Vrouwenrechtenverdrag (1979)
o Kinderrechtenverdrag (1989)
o Verdrag inzake rechten van personen met een handicap (2006)
- Regionaal niveau
o Europees verdrag van de rechten van de mens = beschermt
eerste generatie mensenrechten
= directe werking en kan voor de nationale rechten
afgedwongen worden
1. Inleiding sociale grondrechten
- 1831 – nationaal congres liberale vooruitstrevende grondwet
o Grondwet = fundamentele wet inhoud:
Hoe België in elkaar zit de staatsstructuur
Bevoegdheidsverdeling tussen de onderscheiden
gezagsniveaus en de taken van de gezagsorganen
Fundamentele rechten en vrijheden burgers
o België = rechtsstaat, democratische staat, parlementaire
monarchie, federale staat, sociale staat
1.1. De tweede generatie grondrechten
- Grondrechten = geheel universele rechten die tot doel hebben de
voorwaarden te creëren en te blijven garanderen opdat personen op
een ‘vrije’ maar ook ‘menswaardige’ manier zouden kunnen
functioneren.
o ‘vrije’ = burgerlijke & politieke rechten gewoonlijk
onmiddellijk toepasbaar eerste generatie
Burgerlijke = burger beschermen tegen
onrechtmatigheid overheid
Vb: recht op:
o Eigendom, leven, vrijheid onderwijs,
godsdienst
Politieke = burgers laten deelnemen aan staatsgezag
Vb: vrijheid van vergadering en vereniging, vrijheid
van meningsuiting, stakingsrecht
Veel wetgevingen = concretisering aan burgerlijke en
politieke rechten
Rechten zijn fundamenteel maar kunnen worden
beperkt als er een legitiem doel is
o Bescherming nationale veiligheid
o Preventie strafbare feiten
Beperking moet proportioneel zijn en in
overeenstemming met de wet
o ‘menswaardig’ = sociale grondrechten economische,
sociale, culturele rechten tweede generatie
- Eerste generatie = onthoudingsplicht van overheid
o Klassieke grondrechten
o Passieve rechten = onderhoudsplicht van de overheid
Werking rechtsstaat = burgers beschermen
- Tweede generatie = positieve handelingsplicht van overheid
o = geven invulling of betekenis aan wat een menswaardig
leven zoal kan inhouden
, o Nadruk op sociale rechtvaardigheid aan de overheid om
deze waar te maken
Actieve rechten = actieve staatsinterventie
- Art. 23: “ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden”
o Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134
bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige
plichten, de economische, sociale en culturele rechten,
waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen. Die
rechten bevatten inzonderheid.
1 recht op arbeid
2 recht op sociale zekerheid
3 recht op huisvesting
4 recht op gezond leefmilieu
5 recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing
6 recht op gezinsbijlagen
o Kenmerken menswaardig bestaan
Recht hebben op wat sociaal rechtvaardig is
Vanuit verschillende invalshoeken ethisch, religieus,
economisch, cultureel
Containerbegrip = begrip zonder sterke afbakening
Eigen accenten en vanuit zijn referentiekader
binnen eigen context
Bestaat wel als tijdsgebonden maatschappelijk
aanvaarde consensus
Invulling is de vertaling van een politiek, ideologische
keuze die in de samenleving wordt gemaakt
Blijvende discussie en debat over het onderwerp =
dynamisch begrip
- Art. 24: recht op onderwijs
- Elementen uit Art 23:
o Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134
bedoelde regel diverse wetgevers binnen hun bevoegdheid
die rechten moeten waarborgen
o rekening houdend met de overeenkomstige plichten plicht
tot medewerking van het individu in het verkrijgen van die
sciale grondrechten
o inzonderheid gaat dus om een NIET – uitputtende lijst van
sociale rechten
- Sociale grondrechten = niet zomaar voor de rechter kunnen
afgedwongen worden
o je kan niet naar de rechter stappen omdat je leven niet
‘menswaardig’ genoeg zou zijn
- Overzicht sociale grondrechten in België kenmerken:
,o arbeid o wonen o sociale bijstand
o gezondheid o sociale zekerheid o onderwijs
o juridische o gezond o culturele en
bijstand leefmilieu maatschappelijke
ontplooiing
o Grondwet = geïnstitutionaliseerde rechten = afdwingbaarheid
bij overheid
Wetgevers moeten deze rechten waarborgen binnen de
bevoegdheden die hen zijn toegekend
Burger heeft plicht tot medewerking in verkrijgen van
sociale grondrechten
Sociale grondrechten niet zomaar voor de rechter
worden afgedwongen (enkel wanneer ze wettelijk zijn
vormgegeven
Sociale grondrechten kunnen situationeel met elkaar in
conflict staan
Standstilverplichting*
- Standstillverplichting* (van Art 23) = verbiedt dat de bevoegde
wetgever het door de toepasselijke wetgeving geboden
beschermingsniveau aanzienlijk vermindert zonder dat daartoe
redenen van algemeen belang bestaan (= voor de regelgevers
verboden om iets te doen dat tegen de verdere realisatie van de
grondrechten zou ingaan)
o Raad van State = advies uitbrengen over naleving van het
standstillprincipe bij de voorbereiding van wet- en regelgeving
= mogelijke achteruitgang zou betekenen ten opzichte
van eerder vastgestelde sociale rechten
o Wetten gestemd zijn = RVS & Grondwettelijk Hof nog een
belangrijke rol spelen in bewaken van Art 23 en
standstillprincipe
GH = bepalingen uit nieuwe wetten vernietigen die deze
niet respecteren
RVS = bepalingen uit bestuurlijke handelingen
vernietigen die deze niet respecteren
o Voorbeeld: Voorrang in kinderopvang voor werkende ouders
Grondwettelijk hof: “discriminatie kan geen oplossing
zijn”
- Derde generatie mensenrechten
o Collectieve rechten (solidariteitsrechten)
o Overstijgen individuele rechten en concentreren op
gemeenschap
o Uitgevaardigd in 1970
, Vb: zelfbeschikkingsrecht en recht op beheer eigen
grondstoffen = dekolonisatiegolf
Vb: bescherming voor natuur en omgeving
o Opmerking
= omstreden en kunnen botsen met de eerste twee
generaties
- Roept 3 vragen op
o 1) wat is het verschil tussen ‘grondrechten’ en ‘sociale
grondrechten’
o 2) wat is de link tussen het verhaal van de sociale
grondrechten en ons samenlevingsmodel: de sociale
welvaartsstaat
o 3) wat is de link tussen het verhaal van de sociale
grondrechten en de globale definitie van sociaal werk
1.2. Internationale mensenrechtenverdragen (= 1ste vraag)
- Voor WO2 grondrechtenbescherming = nationaal na WO2
(totalitaire regimes) = niet voldoende
- Universele verklaring van de rechten ven de mens (UVRM): 10 dec
1948
o Algemene vergadering van de verenigde naties = eerbieding
van mensenrechten + vree, veiligheid, ontwikkeling wereldwijd
o 30 fundamentele rechten en vrijheden = geen directe werking
(= burgers niet rechtstreeks kunnen op beroepen voor
de nationale rechter)
o Bindend aan UVRM
Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke
rechten
Internationale verdrag inzake economische, sociale,
culturele rechten
- Focussen op kwetsbare personen
o Verdrag betreffende de status van vluchtelingen =
vluchtelingen na erkenning een aantal basisrechten
garanderen
o Antiracismeverdrag (1965)
o Vrouwenrechtenverdrag (1979)
o Kinderrechtenverdrag (1989)
o Verdrag inzake rechten van personen met een handicap (2006)
- Regionaal niveau
o Europees verdrag van de rechten van de mens = beschermt
eerste generatie mensenrechten
= directe werking en kan voor de nationale rechten
afgedwongen worden