Goederen- en zekerhedenrecht
Algemene principes goederenrecht (HB p. 1-25 & 199-212)
1. Wat is goederenrecht?
Onderscheid tussen zakelijke rechten en vorderingsrechten:
- Patrimoniale rechten: de zakelijke rechten, vorderingsrechten en intellectuele rechten
(pecuniaire waarde -> wel in geld uit te drukken)
Vorderingsrechten / persoonlijkheidsrechten (bv. huurrecht, schuldvordering,…)
Intellectuele eigendomsrechten (bv. auteursrechten, octrooirechten, merknamen,…)
Zakelijke rechten (bv. eigendom, hypotheek, vruchtgebruik,…) -> voorwerp staat
centraal (8 zakelijke rechten)
- Extra-patrimoniale rechten: de persoonlijkheidsrechten en de familiale rechten (GEEN
pecuniaire waarde -> NIET in geld uit te drukken)
= verzameling van allerlei rechten die je (gebruikelijker wijze) niet in geld kan omzetten (bv.
familiale rechten: om te huwen, om kinderen te hebben, om te scheiden, om gecremeerd of
begraven te worden)
Een zaak = een lichamelijk / tastbaar goed (bv. een horloge, jas, flesje, …)
Een goed = alle goederen die tastbaar en niet tastbaar zijn (bv. aandelen, naam, kast, …)
1
, - Verbintenissen verbonden aan de hoedanigheid van de eigenaar van het goed
(overdraagbaar) vs. verbintenissen verbonden aan de persoon van de schuldenaar (in regel
niet overdraagbaar)
- Louter formele benadering: zakelijke rechten worden erkend door de wetgever.
2 groepen:
1. Eigenlijke zakelijke rechten of zakelijke hoofdrechten
(eigendom, mede-eigendom, vruchtgebruik, erfpacht, opstalrecht, recht van gebruik, recht
van bewoning, rechten van de aangelanden van waterlopen en erfdienstbaarheden)
2. Accessoire zakelijke rechten of zakelijke zekerheidsrechten
(hypotheek en pand -> voorwerp staat hier centraal)
Numerus clausus-beginsel: de partijenmoeten bij het vestigen van een zakelijk recht dus steeds de
wezenlijke bestanddelen ervan respecteren. (enkel de wetgever kan een nieuw zakelijk recht
invoeren) (art. 3.1 en 3.3 Nieuw BW)
2. Algemene kenmerken van zakelijke rechten
Het volgrecht (ook sommige vorderingsrechten -> bv. huur – art. 1743 Oud BW)
Het recht van voorrang:
- Doorbreking van de regel van de pondspondsgewijze verdeling onder schuldeisers.
- Zakelijk recht voorrang op vorderingsrecht (je wordt VOOR andere schuldeisers betaald)
- Zakelijke rechten onderling: anterioriteitsregel
Het specialiteitsbeginsel:
- Individualisering is steeds vereist (art. 3.8 §1 Nieuw BW)
- Het zakelijke recht slaat steeds op een bepaald goed of op een geheel van goederen
- Dwingend recht
(het betrokken voorwerp moet zich altijd bevinden in het vermogen)
Zakelijke subrogatie:
- Enkel titularis van het zakelijk recht
- Oorspronkelijk object van het zakelijk recht gaat (juridisch of materieel) verloren
- Oorspronkelijke object van het zakelijke recht wordt vervangen door een ander object dat de
waarde ervan vertegenwoordigt
2
, - Zowel het oorspronkelijke object als het in de plaats tredende object moet steeds
individualiseerbaar zijn geweest
- Subsidiaire rechtsfiguur
=> bv. je hebt een auto (hierop is je zakelijke recht) en die auto wordt gestolen -> er wordt een
verzekeringspremie voor uitbetaald, het vruchtgebruik van de auto verplaatst naar de
verzekeringspremie
Het anterioriteitsbeginsel:
- In geval dat er meerdere zakelijke rechten op eenzelfde goed rusten, dan heeft het ouder
zakelijke recht voorrang op het jonger zakelijke recht (art. 3.4 BW).
=> het oudste zakelijke recht heeft altijd voorrang op een recenter zakelijk recht!!! (als je
het kan bewijzen)
Het eenheidsbeginsel:
- Een zakelijk recht heeft betrekking op een goed als geheel en niet op één of meerdere
bestanddelen (art. 3.8, §2 BW)
De accessoriumregel:
- Bijgoed volgt hoofdgoed (art. 3.9 BW)
- Een “bijgoed” wordt omschreven als een goed dat duurzaam verbonden of bevestigd is met
het hoofdgoed, of in dienste staat van de uitbating of bewaring van het hoofdgoed.
- Het zakelijke recht dat slaat op het hoofdgoed heeft van rechtswege ook betrekking op het
bijgoed (tenzij anders wordt bepaald).
=> een zakelijk recht dat wordt gevestigd op een goed / zaak is op de volledige zaak / goed! (bv. de
hele laptop en niet enkel de lettertjes)
=> bijzaak volgt de hoofdzaak (bv. de gordijnen of verlichting in een appartement) -> dus als het
appartement verkocht wordt is er een vermoeden dat ook de gordijnen / lichten mee in de prijs van
het appartement zitten (ze horen erbij tenzij anders bepaald!)
3. Onderverdeling van goederen: algemeen (examen!!)
Alle goederen zijn hetzij roerend, hetzij onroerend (art. 3.46 BW)
- Belang van het onderscheid ligt hem in de publiciteit en verkrijgende verjaring.
Roerende goederen = goederen die je kan verplaatsen -> moeten NIET gepubliceerd worden, maar
worden fiscaal meer belast (bv. een auto, fiets, …)
Onroerende goederen = goederen die je NIET kan verplaatsen -> vaak hogere waarde, want moeten
3
, ALTIJD gepubliceerd worden (bv. een huis, grond, …)
Registergoederen = roerende goederen die zo groot zijn en een enorme waarde hebben waardoor ze
WEL gepubliceerd moeten worden en onderworpen zijn aan hypothecaire inschrijving (bv.
vliegtuigen, treinen en schepen)
Onderverdeling van goederen: de onroerende goederen
1. Onroerende goederen door zijn aard (art. 3.47 BW)
De grond en de samenstellende volumes:
- Grond: zowel erop al eronder, in de hoogte en in de diepte.
- Delfstoffen:
Voor ontginning: onroerend uit hun aard. Vanaf ontginning: roerend uit hun aard.
Uitzondering: vervroegde roerendmaking!
Bv. ertsen, fossielen, brandstoffen, aardolie, goud, aardgas, …
-> zolang die in de grond zitten zijn ze onroerend door zijn aard OF incorporatie
Uitzondering: water is altijd roerend uit haar aard!
Opgelet: de schat van Piet Piraat is ook roerend uit haar aard.
- Volume: dit is een bestanddeel van de grond dat in 3 dimensies wordt bepaald (onder, op en
boven de grond)
Dit is een legislatieve verankering van de jurisprudentiële ontwikkelingen binnen het
opstalrecht (volumes in de ondergrond), met als doel om de bebouwde volumes niet
langer tegenober de onbebouwde volumes te zetten.
Dit is een techniek voor het afbakenen van onroerende eigendom (vgl. met
Nederland en Frankrijk) die door landmeters en de administratie zal moeten worden
overgenomen.
2. Onroerende goederen door incorporatie (art. 3.47 BW)
Incorporatie (hangt vast aan de grond) = een noodzakelijke, maar voldoende voorwaarde.
Er zijn 2 mogelijke onroerende goederen door incorporatie:
1. Werken en gebouwen
- Ruime opvatting: alle voorwerpen die zowel duurzaam als gewoonlijk met de grond
zijn verbonden.
- Hof van Cassatie vanaf 15/09/1988: verschuiving van een objectief naar een subjectief
criterium (bv. tankstation).
- Onderdelen: deze vormen één geheel met gebouw en zijn bijgevolg altijd onroerend.
(zaken die noodzakelijkerwijze deel uitmaken van het gebouw) (inherente
bestanddeken – art.3.47, derde lid Nieuw BW)
4
Algemene principes goederenrecht (HB p. 1-25 & 199-212)
1. Wat is goederenrecht?
Onderscheid tussen zakelijke rechten en vorderingsrechten:
- Patrimoniale rechten: de zakelijke rechten, vorderingsrechten en intellectuele rechten
(pecuniaire waarde -> wel in geld uit te drukken)
Vorderingsrechten / persoonlijkheidsrechten (bv. huurrecht, schuldvordering,…)
Intellectuele eigendomsrechten (bv. auteursrechten, octrooirechten, merknamen,…)
Zakelijke rechten (bv. eigendom, hypotheek, vruchtgebruik,…) -> voorwerp staat
centraal (8 zakelijke rechten)
- Extra-patrimoniale rechten: de persoonlijkheidsrechten en de familiale rechten (GEEN
pecuniaire waarde -> NIET in geld uit te drukken)
= verzameling van allerlei rechten die je (gebruikelijker wijze) niet in geld kan omzetten (bv.
familiale rechten: om te huwen, om kinderen te hebben, om te scheiden, om gecremeerd of
begraven te worden)
Een zaak = een lichamelijk / tastbaar goed (bv. een horloge, jas, flesje, …)
Een goed = alle goederen die tastbaar en niet tastbaar zijn (bv. aandelen, naam, kast, …)
1
, - Verbintenissen verbonden aan de hoedanigheid van de eigenaar van het goed
(overdraagbaar) vs. verbintenissen verbonden aan de persoon van de schuldenaar (in regel
niet overdraagbaar)
- Louter formele benadering: zakelijke rechten worden erkend door de wetgever.
2 groepen:
1. Eigenlijke zakelijke rechten of zakelijke hoofdrechten
(eigendom, mede-eigendom, vruchtgebruik, erfpacht, opstalrecht, recht van gebruik, recht
van bewoning, rechten van de aangelanden van waterlopen en erfdienstbaarheden)
2. Accessoire zakelijke rechten of zakelijke zekerheidsrechten
(hypotheek en pand -> voorwerp staat hier centraal)
Numerus clausus-beginsel: de partijenmoeten bij het vestigen van een zakelijk recht dus steeds de
wezenlijke bestanddelen ervan respecteren. (enkel de wetgever kan een nieuw zakelijk recht
invoeren) (art. 3.1 en 3.3 Nieuw BW)
2. Algemene kenmerken van zakelijke rechten
Het volgrecht (ook sommige vorderingsrechten -> bv. huur – art. 1743 Oud BW)
Het recht van voorrang:
- Doorbreking van de regel van de pondspondsgewijze verdeling onder schuldeisers.
- Zakelijk recht voorrang op vorderingsrecht (je wordt VOOR andere schuldeisers betaald)
- Zakelijke rechten onderling: anterioriteitsregel
Het specialiteitsbeginsel:
- Individualisering is steeds vereist (art. 3.8 §1 Nieuw BW)
- Het zakelijke recht slaat steeds op een bepaald goed of op een geheel van goederen
- Dwingend recht
(het betrokken voorwerp moet zich altijd bevinden in het vermogen)
Zakelijke subrogatie:
- Enkel titularis van het zakelijk recht
- Oorspronkelijk object van het zakelijk recht gaat (juridisch of materieel) verloren
- Oorspronkelijke object van het zakelijke recht wordt vervangen door een ander object dat de
waarde ervan vertegenwoordigt
2
, - Zowel het oorspronkelijke object als het in de plaats tredende object moet steeds
individualiseerbaar zijn geweest
- Subsidiaire rechtsfiguur
=> bv. je hebt een auto (hierop is je zakelijke recht) en die auto wordt gestolen -> er wordt een
verzekeringspremie voor uitbetaald, het vruchtgebruik van de auto verplaatst naar de
verzekeringspremie
Het anterioriteitsbeginsel:
- In geval dat er meerdere zakelijke rechten op eenzelfde goed rusten, dan heeft het ouder
zakelijke recht voorrang op het jonger zakelijke recht (art. 3.4 BW).
=> het oudste zakelijke recht heeft altijd voorrang op een recenter zakelijk recht!!! (als je
het kan bewijzen)
Het eenheidsbeginsel:
- Een zakelijk recht heeft betrekking op een goed als geheel en niet op één of meerdere
bestanddelen (art. 3.8, §2 BW)
De accessoriumregel:
- Bijgoed volgt hoofdgoed (art. 3.9 BW)
- Een “bijgoed” wordt omschreven als een goed dat duurzaam verbonden of bevestigd is met
het hoofdgoed, of in dienste staat van de uitbating of bewaring van het hoofdgoed.
- Het zakelijke recht dat slaat op het hoofdgoed heeft van rechtswege ook betrekking op het
bijgoed (tenzij anders wordt bepaald).
=> een zakelijk recht dat wordt gevestigd op een goed / zaak is op de volledige zaak / goed! (bv. de
hele laptop en niet enkel de lettertjes)
=> bijzaak volgt de hoofdzaak (bv. de gordijnen of verlichting in een appartement) -> dus als het
appartement verkocht wordt is er een vermoeden dat ook de gordijnen / lichten mee in de prijs van
het appartement zitten (ze horen erbij tenzij anders bepaald!)
3. Onderverdeling van goederen: algemeen (examen!!)
Alle goederen zijn hetzij roerend, hetzij onroerend (art. 3.46 BW)
- Belang van het onderscheid ligt hem in de publiciteit en verkrijgende verjaring.
Roerende goederen = goederen die je kan verplaatsen -> moeten NIET gepubliceerd worden, maar
worden fiscaal meer belast (bv. een auto, fiets, …)
Onroerende goederen = goederen die je NIET kan verplaatsen -> vaak hogere waarde, want moeten
3
, ALTIJD gepubliceerd worden (bv. een huis, grond, …)
Registergoederen = roerende goederen die zo groot zijn en een enorme waarde hebben waardoor ze
WEL gepubliceerd moeten worden en onderworpen zijn aan hypothecaire inschrijving (bv.
vliegtuigen, treinen en schepen)
Onderverdeling van goederen: de onroerende goederen
1. Onroerende goederen door zijn aard (art. 3.47 BW)
De grond en de samenstellende volumes:
- Grond: zowel erop al eronder, in de hoogte en in de diepte.
- Delfstoffen:
Voor ontginning: onroerend uit hun aard. Vanaf ontginning: roerend uit hun aard.
Uitzondering: vervroegde roerendmaking!
Bv. ertsen, fossielen, brandstoffen, aardolie, goud, aardgas, …
-> zolang die in de grond zitten zijn ze onroerend door zijn aard OF incorporatie
Uitzondering: water is altijd roerend uit haar aard!
Opgelet: de schat van Piet Piraat is ook roerend uit haar aard.
- Volume: dit is een bestanddeel van de grond dat in 3 dimensies wordt bepaald (onder, op en
boven de grond)
Dit is een legislatieve verankering van de jurisprudentiële ontwikkelingen binnen het
opstalrecht (volumes in de ondergrond), met als doel om de bebouwde volumes niet
langer tegenober de onbebouwde volumes te zetten.
Dit is een techniek voor het afbakenen van onroerende eigendom (vgl. met
Nederland en Frankrijk) die door landmeters en de administratie zal moeten worden
overgenomen.
2. Onroerende goederen door incorporatie (art. 3.47 BW)
Incorporatie (hangt vast aan de grond) = een noodzakelijke, maar voldoende voorwaarde.
Er zijn 2 mogelijke onroerende goederen door incorporatie:
1. Werken en gebouwen
- Ruime opvatting: alle voorwerpen die zowel duurzaam als gewoonlijk met de grond
zijn verbonden.
- Hof van Cassatie vanaf 15/09/1988: verschuiving van een objectief naar een subjectief
criterium (bv. tankstation).
- Onderdelen: deze vormen één geheel met gebouw en zijn bijgevolg altijd onroerend.
(zaken die noodzakelijkerwijze deel uitmaken van het gebouw) (inherente
bestanddeken – art.3.47, derde lid Nieuw BW)
4