Sociale ongelijkheid – samenvatting 2024 - 2025
INLEIDING
WAT IS SOCIALE ONGELIJKHEID?
‣ Gaat over globale ongelijkheid
‣ Om over ongelijkheid te spreken, ga je uit van een principiële gelijkheid
= een gelijkheidsprincipe
o Afwijkingen van het gelijkheidsprincipe zorgen voor ongelijkheid
‣ Idealen van gelijkheid worden in een samenleving geïnstitutionaliseerd → krijgen wetten en
regels → institutionalisering van de mensenrechten
o Maatschappij kent rechten toe aan alle mensen
o Iedereen heeft in theorie dezelfde rechten!
‣ Verschillen ≠ sociale ongelijkheden (vb. verschillende haarkleuren zijn geen sociale ongelijkheden)
‣ Sociale verschillen kunnen als legitiem beschouwd worden: vb. sommigen verdienen meer
inkomen dan anderen → is een legitiem sociaal verschil dat gerechtvaardigd wordt in de maatschappij
o Een sociaal verschil / ongelijkheid kan als deel van de samenleving beschouwd
worden
o Kunnen wel geproblematiseerd worden
‣ Sociale verschillen kunnen als illegitiem beschouwd worden: vb. communisme die stelt dat
iedereen een gelijk loon moet verdienen, seksisme, racisme, ageisme, …
‣ Bepaalde verschillen worden sociaal relevant, bepaalde verschillen zorgen voor ongelijkheid
‣ In bepaalde contexten worden bepaalde eigenschappen “resources” of “properties”
o Afhankelijk van de context waarin je leeft, bieden bepaalde eigenschappen meer of
minder kansen in het leven (vb. als vrouw geboren in België geeft al een groter voordeel dan
als je als vrouw geboren wordt in Saoudi-Arabië)
o Welke factoren/resources bepalen het perspectief van je levensloop?
o Hoe vindt de verdeling én erkenning van resources plaats?
‣ Sociale ongelijkheid heeft te maken met in- en uitsluiting: hoor je erbij of hoor je er niet bij?
RELEVANTE SCHEIDSLIJNEN:
= lijnen in de samenleving waarop je al dan niet “resources” kan ervaren
‣ Religie, taal en nationaliteit
o Heeft bepaalde vormen van ongelijkheid en gelijkheid
o Paspoort: vb. een Europees paspoort biedt veel meer kansen dan bijvoorbeeld een Tunesisch
paspoort
oEen bepaalde taal spreken: vb. verplichte inburgeringscursus voor nieuwkomers
→ wanneer je niet beheerst over het Nederlands, word je anders behandeld
o Tot een bepaalde religie behoren: vb. minder moskeën vergeleken met kerken
‣ Economie:
o Verdeling en geschiedenis van kapitaal: vb. 1 op 25 van de werkende bevolking leeft toch
in armoede
o Slavernij, uitbuiting, precair werk: veel werk is precair werk = werk dat niet gebaseerd
is op een vast inkomen
o Indices zoals Gini-coëfficiënt, Human Development Index, … vb. stijging van het
aandeel aan ‘superrijken’ → recent meer aandacht aan de 1% super rijken in verhouding met
de 99% anderen (vroeger: vooral aandacht voor aandeel rijken vs. aandeel armen)
‣ Onderwijs
o Diploma’s, verhouding hoog- en laaggeschoolden: vb. diploma hoger onderwijs biedt nu
veel meer kansen op vlak van werk
o Regionale verschillen
1
,Sociale ongelijkheid – samenvatting 2024 - 2025
CONCEPTEN
MAATSCHAPPELIJKE WAARDEN:
Gelijkheid en ongelijkheid:
‣ Om over ongelijkheid te spreken, gaat men uit van principiële gelijkheid
= gelijkheidsprincipe
‣ Onze maatschappij gaat uit van mensenrechten = aantal rechten die worden toegekend aan
alle mensen, ongeacht hun nationaliteit, geslacht, nationale of etnische afkomst, ras, religie,
taal of andere status
o Diverse rechten
o Recht op voedsel, recht op onderdak, recht op werk, recht op vrijheid van
meningsuiting, …
o Rechten evolueren in de tijd
o 65-tal basisrechten die gelden als universele mensenrechten
o Sinds 20 jaar: erkenning van kinderrechten
‣ Gelijkheidsprincipe gaat gepaard met ongelijkheid
‣ Moderne samenleving is gekenmerkt door gelijkheid & ongelijkheid
‣ Ongelijkheden kunnen sociaal gelegitimeerd of gerechtvaardigd worden indien ze uit gelijke
kansen resulteren (“equality of opportunity”)
vb. sommige studenten halen hogere punten dan anderen, sommige jobs verdienen meer dan anderen
‣ Maatschappelijke waarden bepalen welke verschillen legitiem / juist zijn en welke niet
‣ Hoe kan een belang gehandhaafd worden?
o Veel hangt af van instituties die voor een ‘goede’ balans tussen principiële gelijkheid
en legitieme ongelijkheden kunnen zorgen
o Indien geen gelijke output → nood aan sturing/correctie (vb. te weinig vrouwen binnen
een bepaalde organisatie → inbreng van een verplicht quotum)
Moderne maatschappij:
‣ De westerse maatschappij is het resultaat van 3 evoluties:
→ 3 momenten van breuklijnen
o Politiek
o Economisch
o Pedagogisch: uitbreiding van onderwijsvoorzieningen
‣ Legitieme ongelijkheden op politiek vlak:
o Democratie: vb. welke nationaliteit moet je hebben om te gaan stemmen? vb. stemrecht voor
vrouwen was er vroeger niet
o Machtsverschillen
‣ Legitieme ongelijkheden op economisch vlak:
o Competitie binnen de economie
o Inkomensverschillen
‣ Legitieme ongelijkheden op cultureel vlak (onderwijs):
o Toegang tot hoger onderwijs
‣ Ongelijkheid is niet enkel een kwestie van macht (politiek) en rijkdom (economie), maar kan
ook aangepakt worden via onderwijs → onderwijs als beste garant voor gelijke kansen
2
, Sociale ongelijkheid – samenvatting 2024 - 2025
Ongelijkheid en solidariteit:
‣ Karl Marx: moderne maatschappij als klassenmaatschappij
o Klassenstrijd: tussen kapitalisten en proletariërs
o Kapitalisten kunnen arbeidscondities bepalen → leidt tot uitbuiting van het
proletariaat
‣ Max Weber: ongelijkheid is niet enkel van economische aard, maar ook politieke macht en
status speelt een rol
o Sociale uitsluiting: als je bij een bepaalde groep hoort, geniet je van de privileges van
die groep (vb. artsen kunnen zich zodanig gedragen dat kinderen van artsen niet met kinderen
van loonarbeiders zullen huwen)
‣ Pierre Bourdieu: ongelijkheid is meerdimensionaal
o Verschillende vormen van kapitaal: economisch, cultureel, sociaal
o Kapitaal kan worden geërfd → ongelijkheden kunnen dus voortbestaan
o Economisch kapitaal kan herverdeeld worden
o Moeilijker: gelijke toegang tot cultureel kapitaal
Nationale welvaartstaten:
‣ Natiestaat heeft soevereiniteit: kan op haar eigen territorium de regels vastleggen
o Typische context om ongelijkheid te bekijken
‣ Binnen nationale staten: mechanismen van solidariteit → gestreefd naar gelijkheid (vb.
herverdeling van middelen via belasting, sociale zekerheid, …)
‣ Tussen staten: toch grote verschillen
o Sommige staten zijn sterk, sommigen zijn zwak (strong states vs. weak states)
o Sommige staten kunnen de welvaart herverdelen, anderen hebben grotere
ongelijkheden
o Invloeden buiten de natiegrenzen: sterke staten kunnen ook buiten de eigen grenzen
de eigen belangen verdedigen
→ via patenten (vb. leger inzetten om handelsschepen te verdedigen, …)
Globale maatschappij:
‣ Mechanismen van inclusie/exclusie in verschillende velden of systemen
‣ Landen kunnen zelf criteria formuleren om te excluderen of te includeren
o Politieke inclusie/exclusie: vb. met een Belgisch paspoort kom je verder dan met een
Afghaans paspoort
o Pedagogische inclusie/exclusie: vb. hooggeschoolde mensen krijgen meer kansen
‣ Mattheus-effect: wie al heeft, krijgt meer (ondanks dat er veel mechanismen zijn om dat tegen
te werken)
‣ vb. de plek waar je geboren wordt, heeft een invloed op de levensverwachting
o Vergelijkbaar met een ladder: als je onderaan de ladder in Nigeria geboren wordt, heb je niet
evenveel kansen dan als je bovenaan de ladder in Monaco geboren wordt
3
INLEIDING
WAT IS SOCIALE ONGELIJKHEID?
‣ Gaat over globale ongelijkheid
‣ Om over ongelijkheid te spreken, ga je uit van een principiële gelijkheid
= een gelijkheidsprincipe
o Afwijkingen van het gelijkheidsprincipe zorgen voor ongelijkheid
‣ Idealen van gelijkheid worden in een samenleving geïnstitutionaliseerd → krijgen wetten en
regels → institutionalisering van de mensenrechten
o Maatschappij kent rechten toe aan alle mensen
o Iedereen heeft in theorie dezelfde rechten!
‣ Verschillen ≠ sociale ongelijkheden (vb. verschillende haarkleuren zijn geen sociale ongelijkheden)
‣ Sociale verschillen kunnen als legitiem beschouwd worden: vb. sommigen verdienen meer
inkomen dan anderen → is een legitiem sociaal verschil dat gerechtvaardigd wordt in de maatschappij
o Een sociaal verschil / ongelijkheid kan als deel van de samenleving beschouwd
worden
o Kunnen wel geproblematiseerd worden
‣ Sociale verschillen kunnen als illegitiem beschouwd worden: vb. communisme die stelt dat
iedereen een gelijk loon moet verdienen, seksisme, racisme, ageisme, …
‣ Bepaalde verschillen worden sociaal relevant, bepaalde verschillen zorgen voor ongelijkheid
‣ In bepaalde contexten worden bepaalde eigenschappen “resources” of “properties”
o Afhankelijk van de context waarin je leeft, bieden bepaalde eigenschappen meer of
minder kansen in het leven (vb. als vrouw geboren in België geeft al een groter voordeel dan
als je als vrouw geboren wordt in Saoudi-Arabië)
o Welke factoren/resources bepalen het perspectief van je levensloop?
o Hoe vindt de verdeling én erkenning van resources plaats?
‣ Sociale ongelijkheid heeft te maken met in- en uitsluiting: hoor je erbij of hoor je er niet bij?
RELEVANTE SCHEIDSLIJNEN:
= lijnen in de samenleving waarop je al dan niet “resources” kan ervaren
‣ Religie, taal en nationaliteit
o Heeft bepaalde vormen van ongelijkheid en gelijkheid
o Paspoort: vb. een Europees paspoort biedt veel meer kansen dan bijvoorbeeld een Tunesisch
paspoort
oEen bepaalde taal spreken: vb. verplichte inburgeringscursus voor nieuwkomers
→ wanneer je niet beheerst over het Nederlands, word je anders behandeld
o Tot een bepaalde religie behoren: vb. minder moskeën vergeleken met kerken
‣ Economie:
o Verdeling en geschiedenis van kapitaal: vb. 1 op 25 van de werkende bevolking leeft toch
in armoede
o Slavernij, uitbuiting, precair werk: veel werk is precair werk = werk dat niet gebaseerd
is op een vast inkomen
o Indices zoals Gini-coëfficiënt, Human Development Index, … vb. stijging van het
aandeel aan ‘superrijken’ → recent meer aandacht aan de 1% super rijken in verhouding met
de 99% anderen (vroeger: vooral aandacht voor aandeel rijken vs. aandeel armen)
‣ Onderwijs
o Diploma’s, verhouding hoog- en laaggeschoolden: vb. diploma hoger onderwijs biedt nu
veel meer kansen op vlak van werk
o Regionale verschillen
1
,Sociale ongelijkheid – samenvatting 2024 - 2025
CONCEPTEN
MAATSCHAPPELIJKE WAARDEN:
Gelijkheid en ongelijkheid:
‣ Om over ongelijkheid te spreken, gaat men uit van principiële gelijkheid
= gelijkheidsprincipe
‣ Onze maatschappij gaat uit van mensenrechten = aantal rechten die worden toegekend aan
alle mensen, ongeacht hun nationaliteit, geslacht, nationale of etnische afkomst, ras, religie,
taal of andere status
o Diverse rechten
o Recht op voedsel, recht op onderdak, recht op werk, recht op vrijheid van
meningsuiting, …
o Rechten evolueren in de tijd
o 65-tal basisrechten die gelden als universele mensenrechten
o Sinds 20 jaar: erkenning van kinderrechten
‣ Gelijkheidsprincipe gaat gepaard met ongelijkheid
‣ Moderne samenleving is gekenmerkt door gelijkheid & ongelijkheid
‣ Ongelijkheden kunnen sociaal gelegitimeerd of gerechtvaardigd worden indien ze uit gelijke
kansen resulteren (“equality of opportunity”)
vb. sommige studenten halen hogere punten dan anderen, sommige jobs verdienen meer dan anderen
‣ Maatschappelijke waarden bepalen welke verschillen legitiem / juist zijn en welke niet
‣ Hoe kan een belang gehandhaafd worden?
o Veel hangt af van instituties die voor een ‘goede’ balans tussen principiële gelijkheid
en legitieme ongelijkheden kunnen zorgen
o Indien geen gelijke output → nood aan sturing/correctie (vb. te weinig vrouwen binnen
een bepaalde organisatie → inbreng van een verplicht quotum)
Moderne maatschappij:
‣ De westerse maatschappij is het resultaat van 3 evoluties:
→ 3 momenten van breuklijnen
o Politiek
o Economisch
o Pedagogisch: uitbreiding van onderwijsvoorzieningen
‣ Legitieme ongelijkheden op politiek vlak:
o Democratie: vb. welke nationaliteit moet je hebben om te gaan stemmen? vb. stemrecht voor
vrouwen was er vroeger niet
o Machtsverschillen
‣ Legitieme ongelijkheden op economisch vlak:
o Competitie binnen de economie
o Inkomensverschillen
‣ Legitieme ongelijkheden op cultureel vlak (onderwijs):
o Toegang tot hoger onderwijs
‣ Ongelijkheid is niet enkel een kwestie van macht (politiek) en rijkdom (economie), maar kan
ook aangepakt worden via onderwijs → onderwijs als beste garant voor gelijke kansen
2
, Sociale ongelijkheid – samenvatting 2024 - 2025
Ongelijkheid en solidariteit:
‣ Karl Marx: moderne maatschappij als klassenmaatschappij
o Klassenstrijd: tussen kapitalisten en proletariërs
o Kapitalisten kunnen arbeidscondities bepalen → leidt tot uitbuiting van het
proletariaat
‣ Max Weber: ongelijkheid is niet enkel van economische aard, maar ook politieke macht en
status speelt een rol
o Sociale uitsluiting: als je bij een bepaalde groep hoort, geniet je van de privileges van
die groep (vb. artsen kunnen zich zodanig gedragen dat kinderen van artsen niet met kinderen
van loonarbeiders zullen huwen)
‣ Pierre Bourdieu: ongelijkheid is meerdimensionaal
o Verschillende vormen van kapitaal: economisch, cultureel, sociaal
o Kapitaal kan worden geërfd → ongelijkheden kunnen dus voortbestaan
o Economisch kapitaal kan herverdeeld worden
o Moeilijker: gelijke toegang tot cultureel kapitaal
Nationale welvaartstaten:
‣ Natiestaat heeft soevereiniteit: kan op haar eigen territorium de regels vastleggen
o Typische context om ongelijkheid te bekijken
‣ Binnen nationale staten: mechanismen van solidariteit → gestreefd naar gelijkheid (vb.
herverdeling van middelen via belasting, sociale zekerheid, …)
‣ Tussen staten: toch grote verschillen
o Sommige staten zijn sterk, sommigen zijn zwak (strong states vs. weak states)
o Sommige staten kunnen de welvaart herverdelen, anderen hebben grotere
ongelijkheden
o Invloeden buiten de natiegrenzen: sterke staten kunnen ook buiten de eigen grenzen
de eigen belangen verdedigen
→ via patenten (vb. leger inzetten om handelsschepen te verdedigen, …)
Globale maatschappij:
‣ Mechanismen van inclusie/exclusie in verschillende velden of systemen
‣ Landen kunnen zelf criteria formuleren om te excluderen of te includeren
o Politieke inclusie/exclusie: vb. met een Belgisch paspoort kom je verder dan met een
Afghaans paspoort
o Pedagogische inclusie/exclusie: vb. hooggeschoolde mensen krijgen meer kansen
‣ Mattheus-effect: wie al heeft, krijgt meer (ondanks dat er veel mechanismen zijn om dat tegen
te werken)
‣ vb. de plek waar je geboren wordt, heeft een invloed op de levensverwachting
o Vergelijkbaar met een ladder: als je onderaan de ladder in Nigeria geboren wordt, heb je niet
evenveel kansen dan als je bovenaan de ladder in Monaco geboren wordt
3