College 11: Karl Marx
Moderniteit
Historisch materialisme (Marx)
Karl Marx (1819-1883)
2 soorten heglianen
Rechtsheglianen: conservatief, het einde
v/d geschiedenis is bereikt.
Linksheglianen: (MARX): ze geloven dat
het einde van de geschiedenis nog niet
bereikt is.
o Progressief: een oproep tot actie. Er moet iets gebeuren.
Vervreemding
Zerrissenheit (verscheurdheid) tussen 2 zaken die niet
compatiebel zijn
o Concrete mens (reële leven) vs. de mens (de mens voor
politieke, filosofen, gelovigen)
o de mens wordt gekenmerkt door een gespletenheid tussen zijn
concrete bestaan en de boven hem geprojecteerde idee van
‘de’ mens die in de maatschappij politiek wordt vertaald.
liberté, égalité, fraternité (vrijheid, gelijkheid en gebroederheid)
In realiteit geen spraken van.
Vrijheid leidt niet tot gelijkheid
Werk: Zur Judenfrage (<-> een antwoord op Bruno Bauer)
onderscheiden van Bruno:
o Publieke vs. private sfeer
o Citoyen vs. bourgeois
o Totale vrijheid vs. gedeeltelijke vrijheid
Marx: vrijheid kan niet gefragmenteerd zijn
Je kan niet vrij zijn in publieke sfeer maar niet in
privésfeer.
Op zoek naar een absolute vrijheid
Zelfvervreemding kan slechts worden opgeheven door ze op het
fundamenteelste niveau aan te pakken, daar waar ze haar reële oorsprong
vindt de sfeer v/d economie.
, Oorzaak
Historisch materialisme: de overtuiging dat alles een gevolg is
van historische ontwikkelingen binnen de materiële sfeer.
o Vervreemding: is het effect van een gespletenheid in het
materiële leven
Suprastructuur (bovenbouw) is ideologische weerspiegeling
infrastructuur (onderbouw)
o Ideologische bovenbouw
Bewustzijn (religie, filosofie…)
o Economische onderbouw
Productiekrachten (productiemiddelen: machines,
grondstoffen + werkkrachten) & productieverhoudingen
Alles vertrekt vanuit de onderbouw. (Infra)
o Ideologie is een afspiegeling van wat er zich afspeelt in die
materiële sfeer (infra)
o De bovenbouw houdt bepaalde ongelijkheden binnen de
onderbouw in stand.
Kritiek op Hegel
Hegel louter begrippelijk, idealistisch
(Hegel nemen en op zijn kop houden)
Bij Hegel wordt alles bepaald door het bewustzijn.
MAAR het is andersom: het is het concrete materiële leven die het
bewustzijn bepaald.
“Niet het bewustzijn bepaalt het leven, maar het leven bepaalt het
bewustzijn”
o Objectivering ≠ vervreemding
Hegel: objectivering als vervreemding zien, een
spanning die tegenover de mens staat
Marx: vervreemding is een GEVOLG van objectivering.
Niet gelijk aan.
o Vervreemding is niet verzoenbaar
de verzoening is puur theoretisch: ze is het effect van een
operatie v/d geest die een abstracte verzoening vindt voor
twee polen die op een abstract vlak aan elkaar waren
tegengesteld.
Hegel: de mens een abstract idee.
Marx: De mens is geen abstracte idee
o De mens is een arbeider (Homo faber)
Subjectiviteit mens vs. objectiviteit arbeid
Arbeid vs. privébezit
Moderniteit
Historisch materialisme (Marx)
Karl Marx (1819-1883)
2 soorten heglianen
Rechtsheglianen: conservatief, het einde
v/d geschiedenis is bereikt.
Linksheglianen: (MARX): ze geloven dat
het einde van de geschiedenis nog niet
bereikt is.
o Progressief: een oproep tot actie. Er moet iets gebeuren.
Vervreemding
Zerrissenheit (verscheurdheid) tussen 2 zaken die niet
compatiebel zijn
o Concrete mens (reële leven) vs. de mens (de mens voor
politieke, filosofen, gelovigen)
o de mens wordt gekenmerkt door een gespletenheid tussen zijn
concrete bestaan en de boven hem geprojecteerde idee van
‘de’ mens die in de maatschappij politiek wordt vertaald.
liberté, égalité, fraternité (vrijheid, gelijkheid en gebroederheid)
In realiteit geen spraken van.
Vrijheid leidt niet tot gelijkheid
Werk: Zur Judenfrage (<-> een antwoord op Bruno Bauer)
onderscheiden van Bruno:
o Publieke vs. private sfeer
o Citoyen vs. bourgeois
o Totale vrijheid vs. gedeeltelijke vrijheid
Marx: vrijheid kan niet gefragmenteerd zijn
Je kan niet vrij zijn in publieke sfeer maar niet in
privésfeer.
Op zoek naar een absolute vrijheid
Zelfvervreemding kan slechts worden opgeheven door ze op het
fundamenteelste niveau aan te pakken, daar waar ze haar reële oorsprong
vindt de sfeer v/d economie.
, Oorzaak
Historisch materialisme: de overtuiging dat alles een gevolg is
van historische ontwikkelingen binnen de materiële sfeer.
o Vervreemding: is het effect van een gespletenheid in het
materiële leven
Suprastructuur (bovenbouw) is ideologische weerspiegeling
infrastructuur (onderbouw)
o Ideologische bovenbouw
Bewustzijn (religie, filosofie…)
o Economische onderbouw
Productiekrachten (productiemiddelen: machines,
grondstoffen + werkkrachten) & productieverhoudingen
Alles vertrekt vanuit de onderbouw. (Infra)
o Ideologie is een afspiegeling van wat er zich afspeelt in die
materiële sfeer (infra)
o De bovenbouw houdt bepaalde ongelijkheden binnen de
onderbouw in stand.
Kritiek op Hegel
Hegel louter begrippelijk, idealistisch
(Hegel nemen en op zijn kop houden)
Bij Hegel wordt alles bepaald door het bewustzijn.
MAAR het is andersom: het is het concrete materiële leven die het
bewustzijn bepaald.
“Niet het bewustzijn bepaalt het leven, maar het leven bepaalt het
bewustzijn”
o Objectivering ≠ vervreemding
Hegel: objectivering als vervreemding zien, een
spanning die tegenover de mens staat
Marx: vervreemding is een GEVOLG van objectivering.
Niet gelijk aan.
o Vervreemding is niet verzoenbaar
de verzoening is puur theoretisch: ze is het effect van een
operatie v/d geest die een abstracte verzoening vindt voor
twee polen die op een abstract vlak aan elkaar waren
tegengesteld.
Hegel: de mens een abstract idee.
Marx: De mens is geen abstracte idee
o De mens is een arbeider (Homo faber)
Subjectiviteit mens vs. objectiviteit arbeid
Arbeid vs. privébezit