INLEIDENDE/PRAKTISCHE INFO
Examen: half-open vragen voor helft van de punten, andere helft is 40 MC-vragen met 4
antwoordopties
Concepten uit de theorieën bevraagd!
Half-open: invullen, concepten toepassen op casussen
LES 1:OPVOEDINGSVAARDIGHEDEN (VOOR OPVOEDERS) VOLGENS
PATTERSON
INLEIDING:
Patterson: behandelingsprogramma ontwikkeld, specifiek gericht op ouders, gebaseerd
op een ‘afdwingtheorie’.
Bevat 5 ouderlijke vaardigheden om antisociaal gedrag (bij het kind) te beperken
Tip: verschil kennen tussen patterson en nieuwe autoriteit!
Vergelijkenis: we veranderen het patroon
Verschil:
- Patterson gaat uit van behaviourisme (straffen en belonen van gedrag -> de
andere onder controle willen houden)
- Nieuwe autoriteit: ik kan de andere niet controleren, ik kan enkel mezelf
controleren
Patterson toegepast vandaag:
- tripleP (positive parenting program)
- STOP-project: Support and training of parenting
- Opvoedkundige vaardigheden: ouder(training) en leefgroepwerking
DE AFDWINGTHEORIE 1 : COËRCIEVE PROCESSEN 2 :
DE AFDWINGTHEORIE/HET TIRANNIEKE PROCES : onze zin al dwingend opleggen
door:
= het proces waarbij kinderen leren hun zin te krijgen door middel van verschillende
gedragingen, waaronder dwinggedrag, weigergedrag en eisend gedrag.
- Dwinggedrag: zeuren, klagen, woede-uitbarstingen
- Weigergedrag: ontlopen van opdrachten, verantwoordelijkheid…
- Eisend gedrag: onmiddellijke behoeftebevrediging willen + blijven aandringen
1
hoe antisociaal gedrag bij kinderen kan ontstaan en in stand blijft door negatieve
interacties tussen ouder en kind.
2
patronen van interactie waarbij een persoon dwang, intimidatie, manipulatie of controle
gebruikt om het gedrag van een ander te beïnvloeden, vaak om een ongewenste reactie
te stoppen of een gewenst resultaat af te dwingen.
1
,Bij het kind: doordrammen, zin krijgen => “ik ben gehoord, ik mag er zijn” => goed voor
zelfvertrouwen en zelfbeeld, waardoor kind wilt verkennen (exploratielust)
Dus: dwinggedrag is normaal
Maar: taak van de ouders is om het te begrenzen. Kinderen aanleren om met frustraties
om te gaan (bv. “nee” leren aanvaarden)/aanleren om frustraties te tolereren. => ouders
moeten de onmiddellijke wensen leren uitstellen (impulscontrole)
Want: constant toegeven aan het kind kan leiden tot antisociaal gedrag in de
toekomst
Schema ppt:
Bij het weigeren van correctie (en dus constant toe te geven) (door de ouders):
Veroorzaakt verliezen voor zowel ouders als kind:
- Kind als kleine tiran, ouders blijven toegeven
- Kind wordt door drammerigheid uitgesloten door peers
Uitsluiting als ergste straf in de samenleving
Controle willen is normaal, maar je kan niet 100% van de tijd controle hebben
ongeveer 60%-70% van de situaties moeten winstsituaties zijn: situaties waarin
we inschikkelijk (volgend, aansluitend…) gedrag creëren bij de kinderen.
Maar ook essentieel dat de kinderen soms ook het voordeel aan hun zijde hebben.
Dit is voor de ontwikkeling van eigenwaarde + het gevoel van controle over de
omgeving.
VIDEOFRAGMENT OVER NIET-LUISTEREND/AANDRINGEND KIND :
Positieve aspecten over de moeder (en vader):
- beseft dat toegeven niet goed is (zelfreflectie)
- is nog steeds positief naar het kind toe/ziet haar kind nog steeds graag
- ze blijven redelijk kalm
- doorzettingsvermogen, al wint het kind uiteindelijk
wat zou jij zeggen als consulent:
- het gedrag van het kind is normaal
2
,- tips aan ouders geven: choose your battles (pak alleen het gedrag aan dat op termijn
schadelijk is voor zichzelf en anderen), weet dat het kind niets fout doet, stop met op
alles in te gaan (ouder geeft constant commentaar op het kind, al is het met goede
bedoelingen -> ouders hebben stress, kind voelt het aan een reageert)
kind doet niets fout, de stress (grotendeels oorzaak) ligt bij de ouders
we moeten ouders leren waar de aandacht op te richten: ingaan op huilen
versterkt het (soms is een beetje negeren niet erg)
de perceptie moet veranderen (mama zegt van sochtends tot savonds gezeur…;
maar het gezeur komt van de ouders zelf)
het gaat niet om slechte ouders of slechte kinderen, maar om een patroon waardoor
beide partijen ongelukkig worden!
OPVOEDINGSVAARDIGHEDEN :
= Patterson beschreef 5 vaardigheden die ouders kunnen trainen om dwingend gedrag te
verminderen.
Deze staan verder in de samenvatting (positieve bekrachtiging, positieve
betrokkenheid, interpersoonlijke probleemoplossing, discipline en monitoring)
REAGEREN OP DWINGEND GEDRAG VAN JONGEREN :
1. vechtend/agressief
= symmetrische escalatie
je wilt winnen: vechten voor je gelijk
dit is niet abnormaal, maar is uitputtend
2. Toegeeflijk/vermijdend
= complementaire escalatie
Toegeeflijk: “ik heb er geen zin in, ik geef op”
3
, WE GAAN DEZE TWEE MANIEREN VAN REAGEREN PROBEREN VERMIJDEN!!!
COËRSIEVE PROCESSEN 3 : ontwikkeling van gedragsproblemen (volgens leertheorie)
Wat leert het kind:
Kind leert dwingende strategieën gebruiken
Wat leert de ouder:
Ouder leert om toe te geven in dwingende interacties.
BEIDE KANTEN VORMEN HET COËRCIEVE PROCES: BEIDE HET KIND EN DE OUDER LEERT
IETS
FASES VAN HET NEGATIEF PROCES DAT OPVOEDKUNDIGE VAARDIGHEDEN
BEZWAART (HET VIERFASENMODEL ):
Het vierfasenmodel beschrijft de negatieve gevolgen van coërcieve processen op het
opvoedingsgebeuren!
3
negatieve interactiepatronen tussen ouder en kind waarbij ze elkaar onbedoeld
versterken in probleemgedrag
4