Werkgroep 1:
Stent= metalen of kunststof buisje dat in de medische toepassingen in een
vat of kanaal het lichaam van een patiënt wordt geplaatst, bijvoorbeeld in
een bloedvat, met het doel om dit kanaal open te houden. Bij een stent
heb je risico op stolsels
Dotteren= Met een dotterbehandeling maken we een ernstig vernauwde
kransslagader weer open. De cardioloog kan met een dun slangetje
(katheter) via een slagader in de lies of pols bij de vernauwing in de
kransslagader komen. De hartkatheter heeft een klein ballonnetje die de
cardioloog kan opblazen op de plek van de vernauwing. Daarna wordt er
vaak een stent geplaatst
Ischemie= te weinig zuurstof. Kritische ischemie is een ernstig tekort aan
zuurstof
Enkel arm index= Bloeddruk meten aan de arm en de enkel om te kijken
wat het verschil in bloeddruk is. Zo kan je zien hoe ernstig het vat in de
been is vernauwd.
EVAR= Endo Vasculaire Aorta Reparatie. Maakt een kleine snee (incisie) in
een slagader in uw lies . Plaatst de katheter in uw slagader. Beweegt de
katheter door uw slagader naar het aorta-aneurysma. Stuurt de stent-graft
naar het aneurysma via de katheter.
Analgetica= pijnbestrijders
Decompensatio cordis= hartfalen. Deze kan bevestigd worden een ECG en
een röntgenfoto. Bij een röntgenfoto zie je vocht in de longen zitten. Bij
een decompensatio rechts heb je klachten als koude extremiteiten, dit is
kou in de vingers, tenen, oren en neus.
Ascites= oedeem in de buik
Nycturie= frequent moeten plassen tijdens de nacht, veroorzaakt door
hartfalen.
,Venen (aders) zijn altijd zuurstofarm, behalve degene die van de longen
afkomt. Slagaders zijn zuurstofrijk. Capillairen zijn haarvaten en arteriën
zijn slagaders.
Stappen van pro active nursing:
1. Oriëntatie: kijken of er iets mis is volgens de ESBAR
2. Klinische problematiek: beredeneren en prioriteren wat er aan de
hand is en diagnose stellen
3. Aanvullend klinisch onderzoek: wat willen we nog weten? Bv
bloedonderzoek. Röntgenonderzoek, bladderscan
4. Klinisch beleid: welke interventies?
5. Klinisch verloop: prognose (wat gebeurt er als gevolg van de
interventies) en nadenken over wat er ongewenst kan verlopen.
6. Na beschouwing: hebben we alles gedaan hoe we het gewenst
hadden? Terugkijken op de situatie.
Pro active nursing staat ook bekend om zijn 4 o’s:
1. Observeren
2. Ordenen
3. Beoordelen
4. Overdenken
,De symptomen, diagnostiek, prognose en behandeling benoemen bij
decompensatio cordis.
1. Systemische veneuze circulatie
2. Pulmonaire arteriële circulatie
3. Pulmonaire capillaire
4. Pulmonaire veneuze circulatie
5. Systemische arteriële circulatie
6. Systemische capillaire circulatie
Bij decomenstio cordis is de pompkracht van het
hart verminderd, je bent snel moe, ondanks kleine
inspanning en je kan benauwd worden, omdat je
mogelijk vocht vasthoudt.
De hartspier is verzwakt en is hierdoor niet meer in
staat voldoende bloed rond te pompen naar de organen. Hierdoor kan het
bloed minder goed stromen en kan het achterblijven. Hierdoor kan je
stuwing krijgen in bijvoorbeeld je longen of in je benen. Er komt dan ook
niet meer genoeg bloed in alle organen terecht, wat kan zorgen voor
zuurstoftekort. Dit alles heeft ook te maken met de frequentie, contractie,
preload (=hoeveelheid bloed die het hart binnenkomt voordat het
, samentrekt. Hoe meer bloed erin komt, hoe verder de hartspier wordt
uitgerekt) en afterload (de kracht waartegen het hart moet pompen om
het bloed het lichaam in te krijgen. Hoe hoger de bloeddruk, hoe harder
het hart moet werken. Arteriële bloeddruk).
Demcompensatio cordis link:
- Forward failure. Het hart heeft niet het nodige kracht of volume om
het bloed naar de andere organen te pompen. dit kan je bijvoorbeeld
zien door een lage bloeddruk te hebben. Symptomen hierbij zijn
water en zoutretentie nieren, perifere vaatvernauwing, bleekgrauwe
koude huid, verwardheid, snelle vermoeidheid, transpireren, cheyne
stokes ademhaling.
- Backward failure. Er treedt een soort stuwing op en het bloed kan
het hart dan niet meer goed inkomen aan de linkerkant. Hierdoor
ontstaat een stuwing in de longen. Als gevolg kan je daar vocht gaan
vasthouden (longoedeem), wat dan weer kortademigheid (astma
cardiale) kan veroorzaken. Symptomen hierbij zijn: dyspnoe, piepen
op de borst, orthopneu (= beter kunnen ademen als je rechtop zit),
droge prikkelhoest, longoedeem met schuimend en roze sputum,
hydrothorax door pleuravocht (=vochtophoping in de borstkas)
Decompensatio cordis rechts:
- Forward failure. Het hart heeft niet het nodige volume om het bloed
richting de longen te pompen. als gevolg komt er niet goed genoeg
bloed bij de longen.
- Backward failure. Er treedt een stuwing op aan de rechterkant van je
hart. Het bloed kan zo niet goed je hartboezem inlopen. Het bloed
hoopt dan op en gaat weer terug de perifere circulatie in. Met als
gevolg dat je bijvoorbeeld oedeem in de benen en in de buik kan
krijgen. Symptomen die je hierbij kan krijgen zijn: pijnlijk en
opgezette bovenbuik, minder en geconcentreerde urine, opgezette
benen, opgezet gevoel in de buik, verminderde eetlust, dyspnoe,
prikkelhoest, koude extremiteiten, perifere cyanose.
Oorzaken die hartfalen veroorzaken is bijvoorbeeld een hartinfarct,
langdurig hoge bloeddruk, lekkende klep, ziekte van de hartspier zelf,
ritmestoornissen, overvulling, anemie, zwangerschap, psychische
klachten, intracardiale shunts, zoals VSD of ASD.
Werkgroep 2:
SBAR:
1. situation (= jezelf voorstellen en vertellen wat er aan de hand is)
2. background (voorgeschiedenis, medicatiegebruik, allergieën, reanimatie
beleid, wanneer is patiënt opgenomen en waarvoor)
3. assessement (meetgegevens, lab, controles, ABCDE, EWS score, vertellen
waar je aan denken qua diagnose en differentiaal diagnoses benoemen)
4. recommendation (aanbevolen interventies/ behandelingen. Actieplan wat
je nu wilt doen met je patiënt)
bij 3 of meer punten bij EWS is het van belang een arts te waarschuwen
differentiaal diagnose= een diagnose die bijkomend is
Stent= metalen of kunststof buisje dat in de medische toepassingen in een
vat of kanaal het lichaam van een patiënt wordt geplaatst, bijvoorbeeld in
een bloedvat, met het doel om dit kanaal open te houden. Bij een stent
heb je risico op stolsels
Dotteren= Met een dotterbehandeling maken we een ernstig vernauwde
kransslagader weer open. De cardioloog kan met een dun slangetje
(katheter) via een slagader in de lies of pols bij de vernauwing in de
kransslagader komen. De hartkatheter heeft een klein ballonnetje die de
cardioloog kan opblazen op de plek van de vernauwing. Daarna wordt er
vaak een stent geplaatst
Ischemie= te weinig zuurstof. Kritische ischemie is een ernstig tekort aan
zuurstof
Enkel arm index= Bloeddruk meten aan de arm en de enkel om te kijken
wat het verschil in bloeddruk is. Zo kan je zien hoe ernstig het vat in de
been is vernauwd.
EVAR= Endo Vasculaire Aorta Reparatie. Maakt een kleine snee (incisie) in
een slagader in uw lies . Plaatst de katheter in uw slagader. Beweegt de
katheter door uw slagader naar het aorta-aneurysma. Stuurt de stent-graft
naar het aneurysma via de katheter.
Analgetica= pijnbestrijders
Decompensatio cordis= hartfalen. Deze kan bevestigd worden een ECG en
een röntgenfoto. Bij een röntgenfoto zie je vocht in de longen zitten. Bij
een decompensatio rechts heb je klachten als koude extremiteiten, dit is
kou in de vingers, tenen, oren en neus.
Ascites= oedeem in de buik
Nycturie= frequent moeten plassen tijdens de nacht, veroorzaakt door
hartfalen.
,Venen (aders) zijn altijd zuurstofarm, behalve degene die van de longen
afkomt. Slagaders zijn zuurstofrijk. Capillairen zijn haarvaten en arteriën
zijn slagaders.
Stappen van pro active nursing:
1. Oriëntatie: kijken of er iets mis is volgens de ESBAR
2. Klinische problematiek: beredeneren en prioriteren wat er aan de
hand is en diagnose stellen
3. Aanvullend klinisch onderzoek: wat willen we nog weten? Bv
bloedonderzoek. Röntgenonderzoek, bladderscan
4. Klinisch beleid: welke interventies?
5. Klinisch verloop: prognose (wat gebeurt er als gevolg van de
interventies) en nadenken over wat er ongewenst kan verlopen.
6. Na beschouwing: hebben we alles gedaan hoe we het gewenst
hadden? Terugkijken op de situatie.
Pro active nursing staat ook bekend om zijn 4 o’s:
1. Observeren
2. Ordenen
3. Beoordelen
4. Overdenken
,De symptomen, diagnostiek, prognose en behandeling benoemen bij
decompensatio cordis.
1. Systemische veneuze circulatie
2. Pulmonaire arteriële circulatie
3. Pulmonaire capillaire
4. Pulmonaire veneuze circulatie
5. Systemische arteriële circulatie
6. Systemische capillaire circulatie
Bij decomenstio cordis is de pompkracht van het
hart verminderd, je bent snel moe, ondanks kleine
inspanning en je kan benauwd worden, omdat je
mogelijk vocht vasthoudt.
De hartspier is verzwakt en is hierdoor niet meer in
staat voldoende bloed rond te pompen naar de organen. Hierdoor kan het
bloed minder goed stromen en kan het achterblijven. Hierdoor kan je
stuwing krijgen in bijvoorbeeld je longen of in je benen. Er komt dan ook
niet meer genoeg bloed in alle organen terecht, wat kan zorgen voor
zuurstoftekort. Dit alles heeft ook te maken met de frequentie, contractie,
preload (=hoeveelheid bloed die het hart binnenkomt voordat het
, samentrekt. Hoe meer bloed erin komt, hoe verder de hartspier wordt
uitgerekt) en afterload (de kracht waartegen het hart moet pompen om
het bloed het lichaam in te krijgen. Hoe hoger de bloeddruk, hoe harder
het hart moet werken. Arteriële bloeddruk).
Demcompensatio cordis link:
- Forward failure. Het hart heeft niet het nodige kracht of volume om
het bloed naar de andere organen te pompen. dit kan je bijvoorbeeld
zien door een lage bloeddruk te hebben. Symptomen hierbij zijn
water en zoutretentie nieren, perifere vaatvernauwing, bleekgrauwe
koude huid, verwardheid, snelle vermoeidheid, transpireren, cheyne
stokes ademhaling.
- Backward failure. Er treedt een soort stuwing op en het bloed kan
het hart dan niet meer goed inkomen aan de linkerkant. Hierdoor
ontstaat een stuwing in de longen. Als gevolg kan je daar vocht gaan
vasthouden (longoedeem), wat dan weer kortademigheid (astma
cardiale) kan veroorzaken. Symptomen hierbij zijn: dyspnoe, piepen
op de borst, orthopneu (= beter kunnen ademen als je rechtop zit),
droge prikkelhoest, longoedeem met schuimend en roze sputum,
hydrothorax door pleuravocht (=vochtophoping in de borstkas)
Decompensatio cordis rechts:
- Forward failure. Het hart heeft niet het nodige volume om het bloed
richting de longen te pompen. als gevolg komt er niet goed genoeg
bloed bij de longen.
- Backward failure. Er treedt een stuwing op aan de rechterkant van je
hart. Het bloed kan zo niet goed je hartboezem inlopen. Het bloed
hoopt dan op en gaat weer terug de perifere circulatie in. Met als
gevolg dat je bijvoorbeeld oedeem in de benen en in de buik kan
krijgen. Symptomen die je hierbij kan krijgen zijn: pijnlijk en
opgezette bovenbuik, minder en geconcentreerde urine, opgezette
benen, opgezet gevoel in de buik, verminderde eetlust, dyspnoe,
prikkelhoest, koude extremiteiten, perifere cyanose.
Oorzaken die hartfalen veroorzaken is bijvoorbeeld een hartinfarct,
langdurig hoge bloeddruk, lekkende klep, ziekte van de hartspier zelf,
ritmestoornissen, overvulling, anemie, zwangerschap, psychische
klachten, intracardiale shunts, zoals VSD of ASD.
Werkgroep 2:
SBAR:
1. situation (= jezelf voorstellen en vertellen wat er aan de hand is)
2. background (voorgeschiedenis, medicatiegebruik, allergieën, reanimatie
beleid, wanneer is patiënt opgenomen en waarvoor)
3. assessement (meetgegevens, lab, controles, ABCDE, EWS score, vertellen
waar je aan denken qua diagnose en differentiaal diagnoses benoemen)
4. recommendation (aanbevolen interventies/ behandelingen. Actieplan wat
je nu wilt doen met je patiënt)
bij 3 of meer punten bij EWS is het van belang een arts te waarschuwen
differentiaal diagnose= een diagnose die bijkomend is