Leren = een (blijvende) verandering in gedrag of mentale processen als gevolg van een bepaalde
ervaring
reflexen, instincten
= soortspecifiek en genetisch geprogrammeerd gedrag (niet-flexibel)
bv eendkuikens volgen eerste bewegende object door imprinting ; redback Australische mannetjesspin
voert achterwaartse salto uit om sexueel kannibalisme te faciliteren voor hij probeert te ontsnappen
Verschillende vormen van leren:
Habituatie: leren om niet meer te reageren op de herhaalde aanbieding van een stimulus, door
sensorische adaptatie (bv trein die langs huis rijdt)
Mere-exposure effect: aangeleerde voorkeur voor stimuli waaraan we al eerder zijn
blootgesteld (bv oorworm-muziek)
SR-leren: vormen van leren die kunnen beschreven worden in termen van Stimuli en
Responses, zoals klassieke/pavloviaanse en operante/instrumentele conditionering
Cognitief en sociaal leren: leren waarbij mentale/sociale processen moeten meespelen
De hond van Pavlov
Einde 19e eeuw: Russische fysioloog Ivan Pavlov bestudeerde de wisselwerking tussen het zenuwstelsel
en het spijsverteringsstelsel. Pavlov gebruikte voor zijn onderzoek honden als proefdieren. Via een
chirurgische ingreep tapte hij de speekselafscheiding bij de honden af, zodat hij de hoeveelheid
speeksel nauwkeurig kon meten. Vervolgens stak hij verschillende objecten in de mondholte van de
hond. Zo ging hij na of de honden meer of minder speeksel aanmaakten wanneer ze droog of sappig
voedsel kregen, maar ook wat er gebeurde wanneer de honden zure vloeistof of zelfs zandkorrels in de
muil kregen gespoten.
Tijdens de experimenten deed hij een merkwaardige vaststelling. Bij herhaalde toediening van vlees
vertoonden de dieren na een tijdje al speekselafscheiding bij het zien van het voedsel, nog voor ze het
voedsel in de muil kregen. Sterker nog, bij experimenten waarbij ze een zure vloeistof toegediend
kregen die artificieel zwart gekleurd was, produceerden de honden na meerdere toedieningen zelfs
speeksel bij het zien van eender welke zwarte vloeistof = psychische reflex
Ook voerde Pavlov experimenten uit waarbij hij een fysiologische reflex, zoals het produceren van
speeksel bij het eten van voedsel, liet voorafgaan door een andere prikkel: een bel die geluid werd of
een licht dat aanflitste. Na verschillende aanbiedingen van het belgeluid of lichtflits, onmiddellijk
gevolgd door het toedienen van voedsel, begonnen de dieren al speeksel te produceren na de toon of
lichtflits = klassieke of pavloviaanse conditionering
Klassieke of pavloviaanse conditionering = een passief proces van S-R leren waarbij een in eerste
instantie neutrale stimulus het vermogen verwerft om een aangeboren reflex (=
onvoorwaardelijke reactie) op te roepen door koppeling met een andere stimulus (=
onvoorwaardelijke stimulus), die van nature die reflex uitlokt
zo wordt die neutrale stimulus een voorwaardelijke stimulus die een voorwaardelijke
reactie uitlokt
De wet van effect = het principe waarbij proefdieren steeds sneller een gewenst of bedoeld gedrag
uitvoeren
is basisprincipe van operante of instrumentele conditionering: gedrag dat resulteert in
positieve gevolgen, wordt versterkt + gedrag dat leidt tot negatieve gevolgen, wordt afgezwakt
Temporele contiguïteit = de snelle opeenvolging in de tijd tussen gedrag en beloning