22/09
Examenvraag:
Casus schema jeugdhulp toepassen
Artikel uit de actualiteit en twee of drie linken kunnen geven uit de
cursus van samenlevingsfactoren
Leerdoelen + afkortingslijsten goed bekijken: toledo
OWVO= studie van het geheel van werkvelden, netwerken, het ‘sociaal
agogisch werk’; regels binnen een beleid gemaakt door een overheid
Deel 1: België als welvaartstaat (algemene kennis, zal niet bevraagd
worden op het examen, verschil tussen Vlaams en Federale overheid
kennen)
quiz
België is een federale gedecentraliseerde staat( Bart De Wever)= alle
staten mogen zelf hun onderwijs bv. Organiseren ( de vakantieregeling is
anders in Vlaanderen dan in Wallonië= gedecentraliseerd.
Zuhal Demir= Vlaamse minister van onderwijs
België een representatieve democratie= de bevolking laat zich
vertegenwoordigen door verkozen parlementsleden
parlement= keuren de wetten goed
De koning benoemt de ministers
Scheiding der machten: wetgevende(parlement), rechterlijke( justitie) en
uitvoerende macht(regering+ ministers)
- Ordonnanties= wetten in Brussels Hoofdstedelijk Gewest
- De hoogste norm in België= grondwet( rechten van de mens,
bepaald hoe ons land eruit ziet)
- Decreten= alle wetten door Vlaanderen opgebouwd, moeten onder
de grondwet vallen
- Provinciale verordeningen
Gemeenschapsbevoegdheden= persoon- en cultuurgebonden bv.
Onderwijs
Gewesten= plaatsgebonden bv. Wegen- en verkeer
, - grondwet= geeft aan hoe een staat bestuurd moet worden, hoe
diverse instellingen georganiseerd zijn en hoe burgers zich
hiertegenover verhouden.
- Monarchie= België wordt door een koning bestuurd (ipv een
president = republiek)
- Representatieve democratie:=de parlementsleden worden
verkozen door de bevolking. De bevolking is dus niet zelf de
wetgevende macht, maar laat zich vertegenwoordigen door de
parlementsleden = verkozen leden van volgens aantal zetels
partijen, coalitie.
- Niet verkozen partijen: oppositie. De regering met zijn ministers
worden gekozen door het parlement.
Parlement 2 kamers: volksvertegenwoordigers en Senaat
Gemeenschappen: Vlaams, Frans en Duitstalig
Gewesten: Vlaams, Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waals
Staatshervormingen sinds jaren ’70= decentralisatie
, - Bevoegdheden worden overgedragen van Federaal naar centraal
niveau bv. onderwijs
6e Staatshervorming= vlinderakkoord= eerste premier had een strik aan
H2: De samenleving en zijn verschillende factoren
Privaat= belang van een
bepaalde groep, worden door
burgers georganiseerd
ocmw
Publiek= belang van iedereen,
worden door de overheid
georganiseerd
regele Informeel= burgers die zich
n vrijwillig organiseren voor een
gezamenlijk project zonder
hiertoe een specifieke opdracht
te krijgen
Formeel= organisaties, diensten en de economische markt die zich wel
formeel, volgens de regels en wetgeving organiseren
- Profit-organisatie= gericht op winst maken
- Non-profit= richten zich op het realiseren van sociale impact
De Overheid werkt samen met zijn administraties(= diensten van de
overheid)
- Federaal: federale overheidsdiensten bv. FOD sociale zekerheid
- Vlaams: Vlaamse Agentschappen bv. VAPH
De overheid werkt samen met het Maatschappelijk middenveld= (dient als
een verbinding tussen overheid en burgers) ( non- profit): adviesraden+
belangengroepen+ werkveldvertegenwoordigers… bv.
IROJ/ intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp: De kernopdracht
van het IROJ is de monitoring van het jeugdhulplandschap in de eigen
regio. civil society op de driehoek= de overheid
De overheid heeft een subsidiërende rol( financiële steun uitlenen) in
diensten uit het MS middenveld. Een gesubsidieerde organisatie krijgt
middelen van de overheid voor een belangrijk onderwerp bv. Jeugdzorg.
Het maatschappelijk middenveld:
, 5 kenmerken:
- Privaat: subsidieontvanger
- Formeel
- Zelfbesturend: eigen Raad van Bestuur, kunnen ontstaan en stoppen
- Non-profit: winst wordt in de organisatie geïnvesteerd
- Vrijwillig: je bent als burger niet verplicht om de diensten te
gebruiken
2 opdrachten:
- Uitvoerder van beleid bv. Armoedebeleid
- Belangenverdedigers: komen op voor doelgroep
De gemeenschappen: burgerinitiatieven
Burgerinitiatieven zijn informeel en vrijwillig. Ze worden georganiseerd
door burgers, vanuit goesting om samen iets te doen waar er nog geen
oplossing voor bestaat.
Kans op doorgroei= MS middenvled als het zich heeft bewezen
- Het is vaak innovatief en de overheid moedigt aan adhv bv.
wijkbudget
Indien de organisaties zich focussen op het verhogen van welzijn, spreekt
men over de social-profit sector.
De markt:
Kenmerken:
- Privaat, formeel en profit, kunnen de winst uitkeren= uitbetalen van
een deel van de winst
Ontwikkeling in de markt= De markt krijgt steeds een grotere rol in sociale
en maatschappelijke beleidsdoelen.
Bedrijven moeten steeds meer ethisch en verantwoord handelen: ze
moeten zich verplicht in zetten in het welbevinden op het werk.
Er wordt steeds meer druk gelegd op het ecologisch werken. De
markt wordt verschoven naar de sociale comfort het gaat niet alleen
meer om het pure winst maken.
Examenvraag:
Casus schema jeugdhulp toepassen
Artikel uit de actualiteit en twee of drie linken kunnen geven uit de
cursus van samenlevingsfactoren
Leerdoelen + afkortingslijsten goed bekijken: toledo
OWVO= studie van het geheel van werkvelden, netwerken, het ‘sociaal
agogisch werk’; regels binnen een beleid gemaakt door een overheid
Deel 1: België als welvaartstaat (algemene kennis, zal niet bevraagd
worden op het examen, verschil tussen Vlaams en Federale overheid
kennen)
quiz
België is een federale gedecentraliseerde staat( Bart De Wever)= alle
staten mogen zelf hun onderwijs bv. Organiseren ( de vakantieregeling is
anders in Vlaanderen dan in Wallonië= gedecentraliseerd.
Zuhal Demir= Vlaamse minister van onderwijs
België een representatieve democratie= de bevolking laat zich
vertegenwoordigen door verkozen parlementsleden
parlement= keuren de wetten goed
De koning benoemt de ministers
Scheiding der machten: wetgevende(parlement), rechterlijke( justitie) en
uitvoerende macht(regering+ ministers)
- Ordonnanties= wetten in Brussels Hoofdstedelijk Gewest
- De hoogste norm in België= grondwet( rechten van de mens,
bepaald hoe ons land eruit ziet)
- Decreten= alle wetten door Vlaanderen opgebouwd, moeten onder
de grondwet vallen
- Provinciale verordeningen
Gemeenschapsbevoegdheden= persoon- en cultuurgebonden bv.
Onderwijs
Gewesten= plaatsgebonden bv. Wegen- en verkeer
, - grondwet= geeft aan hoe een staat bestuurd moet worden, hoe
diverse instellingen georganiseerd zijn en hoe burgers zich
hiertegenover verhouden.
- Monarchie= België wordt door een koning bestuurd (ipv een
president = republiek)
- Representatieve democratie:=de parlementsleden worden
verkozen door de bevolking. De bevolking is dus niet zelf de
wetgevende macht, maar laat zich vertegenwoordigen door de
parlementsleden = verkozen leden van volgens aantal zetels
partijen, coalitie.
- Niet verkozen partijen: oppositie. De regering met zijn ministers
worden gekozen door het parlement.
Parlement 2 kamers: volksvertegenwoordigers en Senaat
Gemeenschappen: Vlaams, Frans en Duitstalig
Gewesten: Vlaams, Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waals
Staatshervormingen sinds jaren ’70= decentralisatie
, - Bevoegdheden worden overgedragen van Federaal naar centraal
niveau bv. onderwijs
6e Staatshervorming= vlinderakkoord= eerste premier had een strik aan
H2: De samenleving en zijn verschillende factoren
Privaat= belang van een
bepaalde groep, worden door
burgers georganiseerd
ocmw
Publiek= belang van iedereen,
worden door de overheid
georganiseerd
regele Informeel= burgers die zich
n vrijwillig organiseren voor een
gezamenlijk project zonder
hiertoe een specifieke opdracht
te krijgen
Formeel= organisaties, diensten en de economische markt die zich wel
formeel, volgens de regels en wetgeving organiseren
- Profit-organisatie= gericht op winst maken
- Non-profit= richten zich op het realiseren van sociale impact
De Overheid werkt samen met zijn administraties(= diensten van de
overheid)
- Federaal: federale overheidsdiensten bv. FOD sociale zekerheid
- Vlaams: Vlaamse Agentschappen bv. VAPH
De overheid werkt samen met het Maatschappelijk middenveld= (dient als
een verbinding tussen overheid en burgers) ( non- profit): adviesraden+
belangengroepen+ werkveldvertegenwoordigers… bv.
IROJ/ intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp: De kernopdracht
van het IROJ is de monitoring van het jeugdhulplandschap in de eigen
regio. civil society op de driehoek= de overheid
De overheid heeft een subsidiërende rol( financiële steun uitlenen) in
diensten uit het MS middenveld. Een gesubsidieerde organisatie krijgt
middelen van de overheid voor een belangrijk onderwerp bv. Jeugdzorg.
Het maatschappelijk middenveld:
, 5 kenmerken:
- Privaat: subsidieontvanger
- Formeel
- Zelfbesturend: eigen Raad van Bestuur, kunnen ontstaan en stoppen
- Non-profit: winst wordt in de organisatie geïnvesteerd
- Vrijwillig: je bent als burger niet verplicht om de diensten te
gebruiken
2 opdrachten:
- Uitvoerder van beleid bv. Armoedebeleid
- Belangenverdedigers: komen op voor doelgroep
De gemeenschappen: burgerinitiatieven
Burgerinitiatieven zijn informeel en vrijwillig. Ze worden georganiseerd
door burgers, vanuit goesting om samen iets te doen waar er nog geen
oplossing voor bestaat.
Kans op doorgroei= MS middenvled als het zich heeft bewezen
- Het is vaak innovatief en de overheid moedigt aan adhv bv.
wijkbudget
Indien de organisaties zich focussen op het verhogen van welzijn, spreekt
men over de social-profit sector.
De markt:
Kenmerken:
- Privaat, formeel en profit, kunnen de winst uitkeren= uitbetalen van
een deel van de winst
Ontwikkeling in de markt= De markt krijgt steeds een grotere rol in sociale
en maatschappelijke beleidsdoelen.
Bedrijven moeten steeds meer ethisch en verantwoord handelen: ze
moeten zich verplicht in zetten in het welbevinden op het werk.
Er wordt steeds meer druk gelegd op het ecologisch werken. De
markt wordt verschoven naar de sociale comfort het gaat niet alleen
meer om het pure winst maken.