Lieve Meulemans
Deze samenvatting is gebaseerd op les- en
cursusmateriaal van Lieve Meulemans.
0
, Inhoudsopgave:
Hoofdstuk 1: Inleiding..................................................................................3
1. Wat is farmacologie?................................................................................3
Hoofdstuk 2: Wegen en technieken voor het toedienen van GM.................5
1. Orale toediening......................................................................................5
2. Parentale toediening................................................................................7
2.1. Vloeibare injecteerbare vormen......................................................7
2.2. Implantatievormen..........................................................................9
3. Topicale toediening..................................................................................9
4. Toediening via inhalatie.........................................................................10
Hoofdstuk 3: Farmacokinetiek en farmacodynamie...................................11
1. Farmacokinetiek.....................................................................................11
1.1. Absorptie.......................................................................................11
1.2. Distributie......................................................................................15
1.3. Excretie.........................................................................................16
5. Farmacodynamie...................................................................................18
Hoofdstuk 4: Geneesmiddeleninteracties, bijwerkingen en toxiciteit........20
1. Geneesmiddeleninteracties...................................................................20
2. Bijwerkingen..........................................................................................21
6. Toxiciteit................................................................................................23
Hoofdstuk 5: Register voor diergeneesmiddelen voor DA en veehouder...24
1. Geneesmiddelendepot bij DA.................................................................24
2. Toedienen, verschaffen en voorschrijven van gm..................................26
2.1. Toediening.....................................................................................26
2.2. Verschaffing..................................................................................26
2.3. Voorschrijven................................................................................26
3. Gm op het bedrijf...................................................................................27
3.1. Administratie.................................................................................27
3.2. Keuze v/e DA.................................................................................27
3.3. Gmgebruik op landbouwbedrijf.....................................................28
3.4. Verhandelen van recent behandelde dieren.................................28
3.5. Handel in gm.................................................................................29
4. Bijzondere gm........................................................................................29
4.1. Psychotrope stoffen en verdovende middelen..............................29
4.2. Antibiotica.....................................................................................29
1
,5. Sanitel-med............................................................................................30
Hoofdstuk 6: Geneesmiddelen formulering + vaak gebruikte producten. .31
1. Inleiding.................................................................................................31
2. Anesthetica + analgetica.......................................................................32
3. Ontstekingsremmers = NSAID’s + cortico’s + anti-histaminica............32
3.1. Ontsteking(sremmers)..................................................................32
3.2. NSAID’s..........................................................................................34
3.3. Corticosteroïden............................................................................36
3.4. Anti-histaminica............................................................................38
7. Anti-infectieuze middelen......................................................................39
7.1. Desinfectie en antisepsie..............................................................40
7.2. Anti-bacteriële middelen...............................................................40
7.3. Antimycotica.................................................................................44
7.4. Anti-parasitaire middelen..............................................................45
7.5. Antivirale middelen.......................................................................47
8. Antacida.................................................................................................55
9. Anti-diarreïca..........................................................................................56
10. Anti-emetica.........................................................................................56
11. Anti-neoplastica...................................................................................57
12. Hormonen............................................................................................58
13. Laxativa...............................................................................................59
14. Natuurlijke supplementen....................................................................59
2
, Hoofdstuk 1: Inleiding
1. Wat is farmacologie?
- = studie v/d eigenschappen van medicijnen en hun effecten op
levende organismen.
- “pharmacon” = Grieks voor drug / medicijn.
- Klinische farmacologie (farmacotherapeutica): studie van effecten
van medicijn op ziekte.
- Farmacon = stof die na toediening een specifiek effect heeft op het
lichaam.
Oorsprong van medicatie:
- Over de eeuwen heen:
o Religieuze doeleinden, ter genezing of als genotsmiddel bv.
alcohol en opium.
o Initieel vaak plantaardige oorsprong: tabak, strychnine,
digitalis, atropine.
- Vanaf 19e eeuw:
o Synthetiseren van farmaca => veiliger en effectiever.
o Minerale en dierlijke oorsprong.
- Nu: genetically engineered drugs.
Farmacie:
- = ontwikkelen en bereiden van geneesmiddelen (GM).
- Herkomst geneesmiddelen:
o Plantaardig: morfine.
o Dierlijk: hormonen.
o Scheikundige industrie.
o Bacteriën, schimmels: vaccins.
o Recombinant DNA technologie: insuline.
- Geneesmiddelen onderzoek:
o Registratieprocedure GM.
o Grondig kwalitatief OZ.
o Preklinisch OZ (in vitro / proefdieren).
o Klinisch OZ (4 fasen).
Fase 1: gezonde vrijwilligers.
Fase 2: patiënten (informed consent).
Fase 3: clinical trial.
Fase 4: na-onderzoek.
3
, o GM commissie => registratie.
o Merknaam® + bijsluiter => handel.
Naamgeving geneesmiddelen:
- Scheikundige naam.
- Generische naam (soortnaam).
o Bv. meloxicam.
- Merknaam.
o Bv. Metacam® => meloxicam.
o Bv. Acticam® => meloxicam.
- Na verloop patent => generische GM op markt => goedkoper!
Na diagnose v/d aandoening:
- 1. Bepaling type GM voor therapie.
- 2. Formulering GM + toedieningsweg.
- 3. Dosis + ratio bepalen.
Vetcompendium:
- Indicaties: waarvoor gebruiken.
- Farmacodynamie: enkel kunnen interpreteren.
- Farmacokinetiek: hoe snel werkt het in het lichaam.
- Contra-indicaties: aan wie niet toedienen.
- Bijwerkingen: bij normale dosis.
- Interacties: met andere medicatie.
- Voorzorgen bij het gebruik.
- Voorplanting en lactatie.
Aflevering geneesmiddelen:
- Vrij verkrijgbaar = zonder voorschrift
- Medisch voorschrift of recept:
o DA => APT.
o R/ = recipe: naam, vorm, dosis.
o DT = da tales: totale hoeveelheid.
o S/ = signatura: posologie (bv. halve tablet, 2x/dag, 10 dagen
lang).
- Magistrale bereidingen: apotheek maakt dit zelf.
- Farmaceutische producten.
4
, Hoofdstuk 2: Wegen en technieken voor het
toedienen van GM
1. Orale toediening
= via de mond.
Vaste geneesmiddelenvormen:
- Poeders: bereidingen bekomen door plantaardige, dierlijke of
scheikundige stoffen tot een voldoende en homogene fijnheidsgraad
te brengen.
o Fijn poeder.
- Granulaten: poeders die een bepaalde bewerking hebben
ondergaan zodanig dat ze het uitzicht krijgen van min of meer
gelijkvormige korreltjes.
o Korrelige poeders.
- Tablet: 1 vastgestelde dosis werkzame stof (poeder of granulaat) +
vulstoffen (zetmeel, sucrose, lactose) geperst in een mal.
o Verschillende vormen en afmetingen.
o In blister of pot.
o Voor kleine huisdieren.
- Dragee: tablet + coating (suiker + smaak + kleurstof).
o Coating lost volledig op in de maag, GEEN verlengde afgifte
van GM.
o Aantrekkelijk uitzicht.
o Bescherming farmaca tegen invloed van licht.
o Bevordert doorslikken door betere smaak.
o Gemakkelijker te hanteren in geval van kleine dosis GM.
o Niet vaak gebruikt in de diergeneeskunde.
- Bolus: speciale cilindervormige tabletten voor grote
huisdieren.
o Met vertraagde afgifte: slow release.
o Met afgifte op bepaalde tijdstippen: pulse-release.
o Toediening met boluspistool of pillenpistool.
- Capsule: inactieve omhulsels van geneesmiddelen.
o Uit zetmeel: ouwels.
o Uit gelatine: gelulen.
5